Agnosticisme
Hieronder staan wat gedachten ter introductie van het agnosticisme. Ben je met bepaalde uitspraken niet eens, of wil je aanvullingen, stuur dan een e-mail Voor wie meer wil weten zijn er links naar andere informatieve websites.
Gnoosis is
Grieks voor 'kennis'. Het voorvoegsel a staat voor 'niet'.
Agnosticisme is een levensbeschouwing en de leer van het 'niet-weten'.
Een agnost gelooft niet in
denkbeelden die geen betrekking hebben op de
feitelijke werkelijkheid en verkondigt die dan ook niet.
De tegenhanger die de boventoon voert en dat
principe aan zijn laars lapt is het theïsme. Het doet zonder enige betrouwbare
kennisbron talloze uitspraken over god(en). Agnosticisme richt zich vooral
daarop en wordt daarom algemeen gezien als de leer van het niet weten of god
bestaat.
Maar wat is de definitie van 'god'? Hier duikt meteen een probleem op voor zowel godsgelovigen, atheïsten en agnosten. Helaas is er geen eenduidige definitie van god, er zijn wel talloze godsbeelden. Vaak wordt god allerlei superieure eigenschappen toegeschreven, zoals almachtig, alomtegenwoordig, alwetend en eeuwig. Maar waarom kwam de theïst met god op de proppen? De theïst geeft zijn visie op het grootste mysterieuze vraagstuk aller tijden, door wie of door wat zijn wij en de wereld veroorzaakt, wat is de zin van het leven en wat is onze bestemming. Theïsten beweren dat de natuur door een bovennatuurlijke macht of wezen, aangeduid met god, is geschapen (of door een godendom). De vervolgvraag is dan 'wie heeft god gemaakt?'. Het standaard antwoord van de theïst is dat god altijd bestaan heeft. Deze bewering impliceert dat er dingen kunnen bestaan zonder schepper. Waarom zou dat niet gelden voor de natuur? Tenslotte is de natuur veel minder complex dan een schepper die een natuur kan scheppen. De hypothese van 'de eerste oorzaak' faalt. De theïst verlegt enkel het probleem, dekt het toe, maar biedt geen echte oplossing.
Waar staat de agnost?
Niemand heeft sluitende bewijzen dat god wel of
niet bestaat. Door mensen geschreven boeken, algemene opvattingen, gevoel,
ervaring, inspiratie, menen te weten, het zijn allerminst bewijzen. Maar als je
iets niet kent of niet zeker weet, kan je er nog wel in geloven. In feite zijn
alle theïsten agnostische theïsten en alle atheïsten agnostische atheïsten, ook
al beweren ze te weten, want geloven impliceert niet te weten.
De agnost vindt het echter niet van integriteit getuigen als je bij het
ontbreken van bewijs of deugdelijke informatie toch partij trekt. Een rechter
die zo handelt hoort ontslag te krijgen.
Atheïsten en agnosten zijn beide geen theïst, maar wat is het verschil? Dat hangt helemaal af van welke definities je hanteert. 'Atheïst' betekent 'niet-theïst' en wie geen enkele theïstische leer aanhangt kan daarom gezien worden als atheïst. Soms wordt er een onderscheid gemaakt tussen "sterk"en "zwak" atheïsme. Hierbij wordt sterk atheïsme gekenmerkt door de stellingname dat god of goden niet (kunnen) bestaan. Zwak atheïsme wordt gekenmerkt door de afwezigheid van het geloof in het bestaan van god(en). Het laatste is ook van toepassing op agnosten, maar niet alleen waar het god(en) betreft. De agnost neemt in geen enkele aangelegenheid stelling als er geen deugdelijke bewijzen zijn.
In het van Dale woordenboek staan de navolgende
definities:
athe•ïs•me (het ~)
1 levensbeschouwing die uitgaat van niet-bestaan of niet-bestaanbaarheid van
een god
ag•nos•ti•cis•me (het ~)
1 [fil.] levensbeschouwing die ervan uitgaat dat men de eerste oorzaak der
dingen (God, het absolute) niet kan kennen
Deze definities zijn niet bepaald zuiver, omdat ze betrekking hebben op een
god als iets waarover gesproken kan worden en dat kan alleen maar over
godsbeelden. Het woordje 'niet' wijst echter wel het onderscheid tussen de
levensbeschouwingen aan. Een agnost is een niet-kenner. Hij zegt 'ik weet het
niet'. Ieder overtuiging ontbreekt daarom. Een atheïst is iemand die overtuigd
is van het niet-bestaan of kunnen bestaan van god(en) en heeft daar zijn
argumenten voor.
Hoe de soorten levensbeschouwingen exact geclassificeerd moeten worden blijft
een punt van diepgaande discussies. Om begripsverwarring te vermijden kan de
onderstaande en algemeen gehanteerde classificatie aangehouden worden.
| Levensbeschouwing | God bestaat? | Stellingname? |
| Theïsme | Waar | Ja |
| Atheïsme | Onwaar | |
| Agnosticisme | Onbekend | Nee |
In het algemene beeld van theïsten en atheïsten is er een stellingname t.a.v.
het wel of niet bestaan van god. Alle beweringen zijn echter
oncontroleerbaar. Steeds weer komen theïsten en atheïsten met de omgekeerde
bewijslast. Ze roepen allebei 'Bewijs maar dat ik ongelijk heb', maar dat lukt
nooit en daarmee volharden ze beide in hun standpunt.
Maar het is wel de theïst die het eerst met god op de proppen kwam, de
bewijslast ligt daarom bij hem.
Iemand die zichzelf op rationele gronden agnost noemt wijst alle vormen van geloof af en is daarom een ongelovige. Er zijn critici die ongeloof ook een vorm van geloof noemen, maar dat is het net zo min als het niet verzamelen van postzegels een hobby is. Iedere definitie waarin staat 'een agnost gelooft ....' klopt daarom niet. Het standpunt en zelfbeeld van een agnost zijn duidelijk en correct. Een agnost neemt geen willekeurige stelling in. Dat is geen kwestie van twijfelen, niet durven of de deur op een kiertje laten. Agnosticisme is ook geen tussenweg. Het is een zich buiten de discussie stellen als er door het ontbreken van kennis geen discussie mogelijk is.
Waar men niet over spreken kan,
daarover moet men zwijgen.
(Ludwig Wittgenstein 1889-1951)
Er zijn theïsten die hun god zien als de 'Onkenbare', maar wat voor zin heeft het te geloven in iets waar je helemaal niets van weet, b.v. in 'hupperdeflup'?
God en godsbeelden
Ook wordt de agnost verweten te praten over god, terwijl hij zegt niets te
weten. De agnost zal ook geen beweringen over god doen, wel kan hij meepraten
over religies, gelovigen, godsbeelden en over wat hij wel of niet geloofwaardig
vindt, b.v. wegens tegenstrijdigheden. Het strikte onderscheid tussen god (waar
wij totaal niets van weten, zelfs niet of zoiets bestaat) en godsbeelden (waar
wij wel het e.e.a. van af weten) is belangrijk om de essentie van het
agnosticisme te begrijpen. In de praktijk worden de termen god en godsbeeld
veelal door elkaar gebruikt. Ook laat de agnost als hij over god praat de
toevoeging 'als hij bestaat' doorgaans achterwege.
Godsbewijzen
Wie met sterke beweringen komt moet ook met sterke en controleerbare
bewijzen komen.
Wat zijn de bewijzen waarmee theïsten komen?
1) Een van de meest
aangevoerde argumenten is de complexiteit en intelligentie in de natuur. Dat kan
niet anders betekenen dan dat er een intelligente ontwerper/schepper is.
Weerwoord: Ontwerp vereist een ontwerper. Dat klopt, maar is er wel
sprake van een ontwerp? Het is
wetenschappelijk
aangetoond dat de bouwstenen van het leven, de aminozuren, spontaan kunnen
ontstaan. Als je een oceaan vol moleculen en chemische reacties hebt en
miljarden jaren tijd dan komt vroeg of laat het moment dat er een primitief
zichzelf reproducerende cel ontstaat. Vanaf dat moment gaat het razendsnel. Bij
de talloze reproducties ontstaan er varianten. Vrijwel allemaal kunnen gezien
worden als mislukkingen, maar soms zit er een variant tussen die beter aangepast
is op zijn leefomgeving. Die succesvolle variant heeft betere overlevingskansen.
Je kan die varianten slimmer noemen dan de mislukte varianten die in de strijd
om het overleven steeds weer het onderspit delven en uiteindelijk verdwijnen.
M.a.w. de degeneratieve stroming gaat ten onder en raakt uit zicht, alleen dat
wat succesvol is en wij intelligent noemen overleeft. Het lijkt daardoor of er
een scheppende kracht in de natuur werkzaam is, maar nog meer speelt mislukking.
Aanhangers van 'Intelligent Design' verkondigen dat de natuur verbazingwekkend complex is en dat zij zich niet kunnen voorstellen dat het zonder een intelligente ontwerper tot stand is gekomen. Maar sinds wanneer is het ontbreken van het voorstellingsvermogen een bewijs? Als onze natuur echt een intelligent ontwerp is, dan zouden al die fouten en mislukkingen in de natuur niet nodig zijn. Dan waren er geen miskramen en werden er geen mensen met een handicap geboren, dan krijgen mensen geen kanker of een van de vele honderden andere slopende ziektes. De theïst wijst naar de bloem, mooi ja, maar waarom niet naar de andere 'creaties' zoals de lintworm, de malariamug, de teek, de aarsworm, de luis, de vlo, mijt, schimmel, schurft, etc.?
De evolutionisten hebben talloze harde bewijzen, zoals fossielen en aardlagen. Creationisten hebben alleen mythische verhalen en onbewezen theorieën. Ze beweren ook dat alle soorten dieren gelijktijdig geschapen zijn en dat soorten niet kunnen overgaan, maar er zijn wel degelijk tussenvormen, zoals vissen met pootjes.
Een ander weerwoord: Creationisten menen dat complexiteit en intelligentie een ontwerper behoeven. Iets anders vinden ze onvoorstelbaar en wijzen ze daarom van de hand. Maar vraag hen wie hun intelligente ontwerper ontworpen heeft, dan opeens menen ze dat er geen ontwerper nodig is. Hoe komisch is hun logika.
2) Gebedsverhoring
behoort ook tot de meest aangevoerde
godsbewijzen.
Weerwoord: Er wordt voor van alles en nog wat gebeden. Wensen komen wel
of niet uit, ongeacht of daar wel of niet voor gebeden is. Als een god daar de
hand in heeft, dan valt daar geen pijl op te trekken. Als er een wens waarvoor
gebeden is uitkomt, dan wordt dat door theïsten algauw toegeschreven aan
gebedsverhoring. Zo ook worden succesvolle ingevingen vaak gezien als goddelijke
ingevingen en de rest als gewone. Theïsten praten met enthousiasme over
verhoorde gebeden en liever niet over alles wat niet verhoord is. Zij, die je
anders met grote stelligheid van alles over hun god weten te vertellen, komen
dan met het excuus dat gods wegen ondoorgrondelijk zijn. Of ze opperen dat er
niet hard en/of lang genoeg gebeden is. Maar kan je daarmee ouders troosten
waarvan, ondanks vurige gebeden, een kind overlijdt?
2a) Een bijzondere gebedsverhoring is
gebedsgenezing. Ja, er zijn inderdaad theïsten die op spectaculaire wijze van
o.a. levensbedreigende aandoeningen genezen. Theïsten schrijven dat toe aan een
goddelijk ingrijpen voortkomende uit een diep geloof.
Weerwoord: Dat roept veel vragen op. Waarom genezen ook niet-gelovigen?
Waarom genezen niet alle gelovigen, ook al bidden ze mogelijk nog harder dan zij
die genezen? Worden zij die niet genezen door god afgewezen? Waarom geneest god
hier en daar iemand, maar laat miljoenen mensen links liggen in hun ellende?
Waarom geneest god alleen ziektes waarvan je kan genezen, waarom groeit b.v. een
afgezet been niet meer aan?
3)
De Joden beweren dat ze
gods uitverkoren volk zijn. Ondanks de diaspora, de Holocaust, de aanvallen op
Israël, etc. bestaat het joodse volk nog steeds. Dat kan niet anders zijn dan
goddelijke bemoeienis.
Weerwoord: Ook hier geldt wat in de natuur geldt, alles wat niet op
overleven gericht is verdwijnt. Kennelijk zijn er in succesvolle geloven
factoren die zeer effectief blijken te zijn voor het overleven ervan. Die
factoren zijn gericht op de verbondenheid met de groep. Ook bij het wegvallen
van een of meerdere gemeenschappelijke factoren, zoals land, taal, levenswijze,
tradities en geloof, kan de groepsverbondenheid blijven bestaan. Met name het
gemeenschappelijke geloof is bepalend voor de samenhang en het behoud ervan.
Uiteraard verbiedt het vermenging met andere groepen of wijst het tenminste af.
Zo hoort men met iemand met hetzelfde geloof te trouwen. Deze richtlijn is in
iedere religie terug te vinden, tenminste horen de kinderen in het geloof te
worden opgevoed (kijk b.v. maar naar onze kroonprins). En natuurlijk zijn er in
ieder geloof de nodige waarschuwingen tegen afvalligheid. Niet alleen zal de
groep je negeren en bespotten, ook stellen ze dat hun god je zeer zwaar zal
straffen voor het verwerpen van zijn geschenk, de uitverkorenheid tot het ware
geloof. Mohammed stelde zelfs de doodstraf in voor het verlaten van de door hem
gestichte religie.
4) Het overgrote deel van de mensen
gelooft in god. Dat godsbesef is alleen mogelijk doordat god het (als een soort
zesde zintuig) in de mens heeft geplant. De ongelovige is geestelijk blind en
doof en heeft een gebrekkig gevoelsleven.
Weerwoord: Wijdverspreide denkbeelden kunnen de indruk geven dat degenen
die ze niet aanhangen betreurenswaardig ongevoelig zijn voor de waarheid ervan.
Maar heeft de meerderheid altijd gelijk? Kijk maar eens naar het
nationaalsocialisme, hele volkeren kunnen foute denkbeelden aanhangen. En er was
zelfs een tijd dat de hele mensheid meende dat de aarde plat was en dat de zon
om de aarde draaide.
Godsgeloof berust op een onbewezen aanname en niet op weldenkendheid.
Dat miljarden mensen in god(en)
geloven betekent niet dat ze weldenkend zijn, want weldenkendheid betreft
kwaliteit en niet kwantiteit.
5) Godsgelovigen hebben 'godservaringen' en 'het gevoel van
gods nabijheid'. Ze zeggen dat als je je openstelt voor god je dat ook zal
ervaren.
Weerwoord: Ook al spelen die ervaringen zich af in de grijze hersenmassa,
ze zijn een feit, maar dat bewijst nog niet dat ook god een feit is,
temeer daar de godservaringen sterk
cultuurgebonden zijn. Intense devotie roept dat soort
emoties (trance en zelfs extasegevoelens) op. Met zintuiglijke ervaringen heeft
het niets van doen, want anders zou het mogelijk zijn om foto's en video's van
god(en) te maken. Je hoeft niet geestelijk blind te zijn om geen god(en) te
zien.
6) Het christendom heeft een enorme vlucht genomen, dat moet
wel gods werk zijn.
Weerwoord: Hoe komt het dat momenteel de Islam de snelst groeiende
godsdienst is?
Atheïsten hebben ook zo hun redeneringen. Een aardig is dat de menselijke geest enkel materie is, want chemische stoffen (medicijnen, drugs) beïnvloeden de gemoedsstemming en de persoonlijkheid. Als alles alleen maar stof is, dan zouden computers ooit een menselijk bewustzijn en gevoelsleven kunnen krijgen, mogelijk zelfs op een hoger niveau. Voorlopig blijven dat speculaties. Kortom, er zijn geen godsbewijzen evenmin als bewijzen dat er geen goden bestaan. Als er een deugdelijk bewijs verschijnt dan is dat groot wereldnieuws.
Het lijden
Agnosten en atheïsten vinden het onbegrijpelijk dat als er een goede
almachtige god bestaat deze alle ellende op aarde laat voortduren. Geen enkele
goede vader zal gelaten toekijken als zijn kinderen in de tuin elkaar met een
hark de kop inslaan. Theïsten beweren vaak dat dit leven een leerproces is en
dat je niet kan leren als god voortdurend ingrijpt. De helft van alle kinderen
op deze wereld lijdt door honger, ziekte, verwaarlozing, oorlog, geweld,
kinderarbeid en misbruik. Talloze kindertjes sterven op miserabele wijze door
o.a. ziekten als aids. Wat voor een lesje moeten die onschuldige kindertjes
leren? Kan of wil god niet ingrijpen, beide opties zijn hoogst bedenkelijk. Hoe
aannemelijk is het dat er een liefdevolle god bestaat?
Wil god het kwaad voorkomen, maar kan hij het niet? Dan is
hij niet almachtig.
Kan hij het wel, maar wil hij het niet? Dan is hij kwaadwillig.
Kan hij het wel en wil hij het ook? Waar komt dan het kwaad vandaan?
Kan hij het niet en wil hij het niet? Waarom noemen we hem dan God?
Epicurus (341-270 v.C.)
De vrije wil
Stel aan godsgelovigen de vraag waarom er zoveel leed en ellende is. Steevast
komen ze met het (niet in de bijbel te vinden) antwoord dat god de mens een
vrije wil heeft gegeven.
Maar als god de mens een vrije wil gaf, waarom staan er in de 'heilige' boeken
zoveel leefregels, ge- en verboden? In de bijbel staan zelfs straffen voor
overtreders, waaronder steniging.
Kortom, je hebt een vrije wil maar je mag hem niet gebruiken, want anders word
je zwaar gestraft, evenzo als je met je vrije wil ervoor kiest om geen geloof
aan te nemen.
Waarom beschermt hun god liever de vrije wil van
de misdadigers en niet de weerlozen en slachtoffers? Wat is er zo belangrijk aan
de mogelijkheid om slecht te handelen? Wie wil vasthouden aan de
keuzemogelijkheid om onheil aan te richten?
Geen misdadige neigingen meer, dat hoeft toch niet te betekenen dat je wil
volledig verdwijnt en je een robot wordt? Ook veel godsgelovigen hebben een
ideaalbeeld van een zo'n goedwillende mens in een toekomstige vreedzame wereld,
een waarin de wolf en het lam vreedzaam naast elkaar liggen en niemand onheil
sticht (Jes 65,25). Er is niets mis met de vrije wil die god (ahb) gegeven zou
hebben, het zijn de misdadige neigingen.
Het is de producent die verantwoordelijk is voor het goed functioneren van zijn
producten. Als god onze schepper is, waarom zit er in ons nog steeds zondigheid
als een enorme productiefout? Zou dat niet met spoed door de producent verholpen
moeten worden? Maar god geeft geen thuis. Is zo'n god niet volledig
verantwoordelijk voor de daardoor ontstane ellende?
Wat is het nut van geloven?
In ieder geval is het belangrijk voor het geloof zelf. Ieder geloof dat zegt
dat je niet moet geloven is verdwenen. Een succesvol geloof gaat te werk als een
virus. Het moet gastheren zoeken, zich nestelen, repliceren en weer verder
uitwaaieren. Groepsgeloven zijn het meest succesvol. Het tot een groep behoren
heeft voordelen, zoals betrokkenheid, samenwerking, aanmoediging en bescherming.
Een gemeenschappelijke cultuur bakent de eigen groep af. Daarom bemoeit het
geloof zich met de cultuur, de leefregels, de normen en de waarden.
Ieder geloof bedient zich van methodes als beloning, straf, uitsluiting, het
aanpraten van gevoel van zondigheid, nietigheid, angst en de gezaghebbers doen
dat met veel indrukwekkende rituelen en retoriek (ze vonden dat zelf zo mooi).
Maar waarom zou god (als die bestaat) zich verstoppen en van ons verlangen dat
wij in hem geloven of erger nog de enige ware godsdienst kiezen? Wat is dat voor
bizar spelletje waarbij de keuze van de in het ongewisse gelaten mens tot
eeuwige beloning of verdoemenis leidt?
En dan is er nog het probleem van gods vermeende alwetendheid. God weet volgens
gelovigen alles, ook van zaken die in de toekomst liggen, voorzienigheid dus. De
mens wikt, god beschikt. Als dat waar is dan hebben wij weinig te beslissen,
alles is reeds voorbeschikt (predestinatie, Spr
16:4, 20:24, Matt.10 :
29-30). Onze standpunten en ons geloof, en daarmee ons eeuwige lot, is al bekend
en bepaald.
Wat is het nut van praten over geloven?
Heeft het enig nut om over iets uit te weiden als de
uitgangspunten nergens op stoelen, b.v. over de verblijfplaatsen,
vervoersmiddelen, communicatiemiddelen, wapens en invasieplannen van de groene
marsmannetjes zolang deze nooit zijn aangetoond? Wie bouwt er schuilkelders,
omdat je maar nooit kan weten met die marsmannetjes en beter goed voorbereid kan
zijn?
De weddenschap van Pascal
Pascal vond dat je maar beter voorbereid kan zijn op het
mogelijke bestaan van god.
In het hiernamaals zijn er de navolgende mogelijkheden.
| God bestaat | God bestaat niet | |
| Ik geloof | Beloning (hemel) | Niets |
| Ik geloof niet | Straf (hel) | Niets |
Maar waarom zou je dit Hiernumaals, de realiteit en mogelijk het enige leven wat je krijgt, richten op het verkrijgen van een onzeker en onbekend hiernamaals of Hiernogmaals? Bovendien, zelfs als je gelooft, geloof je dan wel in de ware god of het ware godendom? Als je een verkeerde god aanbidt dan krijg je als afgodendienaar mogelijk alsnog eeuwige straf. Een ongelovige loopt niet het risico een afgodendienaar te zijn. Is het niet praktischer om deze wereld voor iedereen tot een beter oord te maken? Als er een god is, zou hij dan enkel degenen die het juiste geloof aanhangen belonen en anderen, hoe goed en onbaatzuchtig ze ook mogen zijn, minder of niet of zelfs afwijzen en onbarmhartig straffen? Als die god echt zo bekrompen is, wie wil dan nog bij hem horen?
Een best leuke opmerking over agnosten is het volgende:
"Volgens een agnost kunnen we niets
zinvols zeggen over het bestaan van kabouters. Dus lopen ze voorzichtig door het
bos, uit angst er een dood te trappen."
Agnosten geloven niet in het bestaan van goden, kabouters en andere
sprookjesfiguren. Ze houden er daarom in de praktijk geen rekening mee.
Gezegend zij die de waarheid niet zoeken,
want zij zullen zich met de dagelijkse dingen bezig houden
en verliezen zo geen tijd aan het zoeken naar het onvindbare.
Vrede en blijdschap zal hun deel zijn.
Het leven zal hen genoeg zijn.
(Jager)
Tegenstrijdigheden in godsbeelden
Almacht (Jer 32,17, Sir 19:20, Luc 1:37, Mat 19,26) en alwetendheid (1 Kron
28:9, Ps 44:22, Luc 16:15, 1 Joh 3,20) zijn enkele van de eigenschappen die god
vaak wordt toegeschreven. Ben je alwetend, dan kan je niet bijleren en wie niet
kan bijleren is niet almachtig. Maar als god wel kan leren, dan was hij vroeger
een mindere god dan dat hij nu is. Maar kan zoiets 'volmaakts' als de Here
vroeger minder zijn geweest?
Kan god fietsen? Mogelijk kan god niet fietsen, maar als hij er een poosje op
oefent dan misschien wel. Of betekent almacht dat god het meteen moet kunnen?
Dat laatste biedt wel interessante theologische aspecten, want christenen zien
god nog wel eens als iemand die verandert en een steeds betere god wordt,
kortom, een god die leert.
Dat god verandert zou ook moeten volgen uit Jesus zoenoffer dat god verlangde.
Christenen beweren dat gods ontstemdheid over de zondeval hierdoor
geneutraliseerd werd, of te wel zijn humeur en vergevingsgezindheid zou ermee
zijn opgekrikt. Helaas merken wij daar niets van. Ziekte, dood, honger, armoede,
verdriet, leed, gruwelijkheden, etc. duren gewoon voort.
Kan god een machtiger wezen scheppen dan zichzelf? Kan god zondigen? Kan god
zelfmoord plegen? Kan god niet bestaan? Kan god een steen maken die zo zwaar is
dat hij die niet kan optillen?
Een allesvermogend wezen kan niet bestaan.
Gods eigenschappen en prestaties zijn niet meer dan die van een denkbeeldig
persoon. Van toepassing zijn enkel woorden, beloftes en een waaier van gevoelens
van angst en zondebesef tot euforie en uitverkorenheid.
Gelovigen moeten kunnen begrijpen dat ongelovige hun godsbeeld afwijzen, ze doen
het zelf met talloze andere, de ongelovige met eentje meer.
Heidendom
De mens is afhankelijk van de grillen van de
natuur. De natuur geeft leven, voedsel en alles wat de mens nodig heeft. Maar de
natuur brengt van tijd tot tijd ook rampspoed, zoals misoogsten, orkanen,
aardbevingen, tsunamis, overstromingen, droogte, bosbranden,
vulkaanuitbarstingen en epidemieën. De mens heeft altijd gezocht naar de oorzaak
van voor- of tegenspoed. Was het beloning en straf van een hogere macht? Vanuit
onwetendheid en de vrees voor deze wispelturige macht wist de mens niets anders
te doen dan die hogere macht goedgunstig te stemmen, zodat er beloning zou zijn
in plaats van straf. Dit paaien gebeurde o.a. met offers en lofprijzingen. De
moderne mens weet nu meer over de natuur, b.v. dat aardbevingen komen door
botsende aardschollen en dat bliksem een elektrische ontlading is en geen uiting
van toorn van de god Donar. Natuurrampen zijn geen bovennatuurrampen meer, maar
de oeroude heidense denkbeelden, het paaien, de lofprijzingen en de rituelen
zijn er nog steeds. Kijk maar wat er in de gebouwen gebeurt die theïsten voor
hun goden en bijeenkomsten hebben opgetrokken.
Is de theïst dom of achterlijk?
Nee, de theïst is een normaal mens die uitgaat van de stelling dat er goden
bestaan. Goden die de natuur geschapen hebben, die je doen en laten controleren
(hun privacy inbreuk vinden ze toelaatbaar), die je zullen belonen en straffen
en/of alles op aarde in de hand hebben. Zij richten hun leven daarop in. Dat is
hun goed recht, maar ze worden wel vervelend als zij vergeten dat hun geloof
slechts een aanname is en vervolgens hun denkbeelden als waarheid gaan
verkondigen. Erger nog is het wanneer ze fanatisch worden, andersdenkenden
verdorven vinden, willen bekeren en zelfs hun denk- en levenswijze willen
opleggen. Kijk maar eens naar de strafwetten voor overtredingen van de religieus
gebaseerde sluitingswet of die voor godslastering.
Geloof
Welke redenen zijn er nog meer dan angst en het bezweren van onheil om in een
god of godendom te geloven? Is het:
- een toedekking van het onbegrijpelijke,
- het rechtvaardigheidsgevoel (straf en beloning moeten plaats vinden, zo niet
in dit leven dan in het hiernamaals),
- de wens om na de dood te blijven leven,
- het verlangen naar een ander of beter leven,
- behoefte aan leiding en minder eigen verantwoordelijkheid,
- de wens tot verbondenheid met een grote macht,
- de wens tot begunstiging,
- een uitlaatklep voor emoties,
- behoefte aan een altijd aanwezig luisterend oor,
liefde, vergeving en
troost,
- iemand om te danken als iets goed gaat,
- iemand om als iets fout gaat te vragen dat het beter gaat,
- een verslaving aan gelukzaligheidsgevoel,
- een verankering van denkbeelden uit de eigen cultuur en/of opvoeding,
- en/of een identiteit?
De meeste mensen kunnen de verleidingen van het geloof niet weerstaan. En
eerlijk is eerlijk, het geloof heeft ook veel positieve kanten. Zo is het een
enorme inspiratiebron in o.a. de kunst, bouwkunde en muziek.
Hoop
Wij kunnen van alles hopen en willen dan graag horen dat het inderdaad zo
is, maar zolang je niet eerlijk bent ten opzicht van jezelf en je doet aan
wensdenken, van hoop geloof maakt, zolang zal je nooit de waarheid kunnen
aanvaarden, dat wij onwetend zijn.
Geloof is een hoop te ver.
Moraliteit
Er heerst bij theïsten
vaak de misvatting dat ongelovigen een minder goed ontwikkeld ethisch besef
hebben, omdat die geen boodschap hebben aan goddelijke regels, beloning en straf
in het hiernamaals. Maar gruwelijkheden, zoals de inquisitie, kruistochten,
slavenhandel en Holocaust, duiden er niet op dat theïsten nou zoveel beter goed
en kwaad kunnen onderscheiden. Uit een
Amerikaanse studie bleek
zelfs dat er verhoudingsgewijs amper ongelovigen in de gevangenissen zitten.
Wellicht komt die ondervertegenwoordiging omdat ongelovigen gewend zijn om
altijd alle verantwoording zelf te dragen. Religies stellen daarvoor in de
plaats de moraliteit uit achterhaalde culturen, waarin b.v. steniging, erewraak,
homohaat, achterstelling van vrouwen en uitroeiing van ongelovigen beantwoorden
aan gods wil en hem dus plezieren. Religies kunnen hun regels echter niet
moderniseren, omdat zij willen doen geloven dat het om goddelijke voorschriften
gaat. Omdat god niet gecorrigeerd kan worden, hinderen ze liever de
maatschappelijke ontwikkelingen (denk b.v. aan het pauselijk verbod op
condoomgebruik in relatie tot aids en overbevolking). Het christendom belooft
zelfs dat je zonden niet worden aangerekend als je maar in Jesus gelooft, dus ga
je gang maar.
En is een goede daad die een ongelovige verricht niet zuiverder en
ontbaatzuchtiger, dan die van een gelovige die op een hemelse beloning rekent?
Naast de bovenstaande externe (opgelegde) moraliteit is er nog de interne moraliteit. Interne moraliteit wordt bepaald door de interactie met anderen. Je kan anderen behandelen zoals zij jou behandelen (het oog om oog, tand om tand principe) of behandelen zoals jij behandeld wil worden. Je zal dan merken dat in het eerste geval zaken als dualiteit, strijd, wraak en beschadiging heerst en in het tweede geval verbondenheid, vrede, rust en nut, noem het innerlijke beschaving of liefde. Innerlijke beschaving is universeel, niet gebonden aan cultuur, tijd en plaats. Wie die verlichting in zichzelf kan bereiken behoeft geen externe regeltjes meer. Religies stellen dat niet op prijs, zij menen dat zij de aangewezen heilbrengers zijn. Zo heeft de R.K. Kerk het credo "Extra ecclesiam nulla salus" (buiten de kerk geen heil en zaligheid) nooit herroepen. Religies menen zelfs te kunnen vertellen wat de zin van het leven is.
De zin van
het leven
Het woord 'religie' betekent 'herverbinden met god' (ligare (latijn) = binden,
re = her/opnieuw) en religies zien dat als de zin van het leven.
O.a. Soefies streven naar het opheffen van de afgescheidenheid (dualisme), het
opgaan in god, met verlies van eigen identiteit (fana’).
De mysticus al-Halladj (gest. 922) drukte deze ervaring uit met de volgende
versregel:
Ik zag mijn Liefde met de ogen van mijn hart.
En Hij zei: ‘Wie ben je?’ Ik zei: ‘Jij!'
Hoeveel gelovigen zien 'de eenwording' als de mooiste beloning voor hun intense passie voor god i.p.v. een egocentrische, zoals een comfortabel plaatsje in de hemel? Maar wat is de zin van hun leven als ze daar zitten? En heeft eeuwige rust ook niet wat?
Net zomin als
met het bestaan van god is er geen deugdelijke bron over de zin van leven. Dat
wil niet zeggen dat wij geen zinvolle invulling aan ons leven kunnen geven. De
meest zinvolle invulling is het leven voor onszelf, onze omgeving en de
maatschappij zo aangenaam mogelijk te maken. Waar de morele balans ligt tussen
egoïsme en altruïsme wordt ook hier bepaald door de algemeen geaccepteerde
leidraad:
'bejegen anderen zoals jij wil dat anderen jou bejegenen', ook wel bekend als de
gouden regel.
Opvoeding
Religies hameren met alle hun ter beschikking staande pressiemiddelen op blinde
volgzaamheid. En zo voeden theïsten al duizenden jaren hun kinderen op met hun
verstarde doctrines, totdat ook zij niet beter weten dan dat het zus en zo is en
niet anders, en net zo geestesdood worden als hun opvoeders. Ze zien het zelfs
als gods genade. Theïsten wijzen kinderen er niet op dat ze intuïtie en gezond
verstand in zich dragen, dat ze die kunnen aanwenden om eigen standpunten te
bepalen en die te herzien als ze dat nodig achten.
Nieuwe
inzichten
De meeste theïsten vinden het onvoorstelbaar dat ze van hun geloof kunnen
afvallen. Men zoekt liever bevestiging van de eigen denkbeelden dan bestrijding
en afbraak. Maar als vertrouwde denkbeelden uiteindelijk niet meer houdbaar
blijken te zijn dan moeten ze wel losgelaten worden. Dat gaat vaak gepaard met
pijn in het hart, want iets in je persoonlijkheid sterft af, maar het maakt ook
plaats voor nieuwe betere inzichten. Achteraf betreurt niemand dat een
overgangsproces heeft plaatsgevonden, je komt er altijd beter uit.
Deïsme
Soms is de stap van theïsme naar agnosticisme te groot. Veel agnosten kwamen
er via het Deïsme.
Deïsten geloven in 1 god berustende op de rede, niet op openbaring (Van Dale)
Deïsten zijn godsgelovigen en gaan uit van het navolgende:
- De meeste Deïsten geloven dat god het universum schiep en vervolgens zichzelf
daarvan los maakte. Sommige Deïsten (de z.g. Semi-Deïsten) menen dat god in
enkele gevallen wel kan bijsturen.
- God heeft niemand en geen enkel volk uitverkoren (Joden, Christenen, Moslims,
Mormonen, e.d.) als zijn begenadigden van een speciale openbaring of gave.
- Deïsten ontkennen het bestaan van de drie-eenheid, zoals de opvatting van
Christenen. Zij zien Jezus als een filosoof, leermeester en genezer, maar niet
als een goddelijk persoon
- Deïsten geloven niet in wonderen. De wereld volgt de natuurwetten en de wetten
van de Schepper.
- Een praktische moraliteit kan worden afgeleid door redenatie zonder een beroep
te doen op religieuze openbaringen en kerkelijke dogma’s.
- Deïsten bidden, maar uitsluitend om uitdrukking te geven aan hun waardering
voor gods werken. Ze vragen niet om bepaalde voorrechten.
Deïsme veronderstelt dat god de materie heeft gemaakt en het onder wetten heeft
gesteld waardoor de wereld en al zijn inwoners zijn gemaakt volgens het
oorspronkelijk voorzien plan. Sommige denken dat god nog altijd de boel
controleert, anderen vinden dat overbodig. Het maakt niet veel verschil, de
natuur volgt zijn loop zonder onderbrekingen. Het plan der natuur is gemaakt
door een intelligente denker.
Deïsten komen vaak met de volgende vergelijking.
God is de grote klokkenmaker die het mechaniek van het heelal heeft uitgedacht
en in werking gezet om daarna zijn handen ervan af te trekken.
Aldus zou de natuur een product van god zijn. Vervelend is dat de natuur wreed
is, dieren verscheuren en verslinden elkaar. Als de natuur een afspiegeling van
god is geeft dat te denken. Maar zegt een klok wel iets over de arbeid en het
bestaan van een klokkenmaker? Mogelijk is de klok in een fabriek door een
stelletje robots in elkaar gezet.
Godslastering
Veel godsgelovigen zien zichzelf geschapen naar gods beeld en gelijkenis.
God zien met alle bijbehorende menselijke eigenschappen, zoals toorn en
vergelding, is niet erg flatteus. Logischer is het om een goede god te zien als
een dier, want die zijn zonder zonden.
De bijbel is wel het meest godslasterend, want die schildert god af als een
moorddadige booswicht die o.a. steden plat brandde, de hele mensheid (op Noach's
gezin na) verzoop, de joden toestemming gaf tot het uitroeien van talloze
volkeren en zich bedient van leugens (2 Kron. 18:18).
Pure blasfemie. Het is toch onvoorstelbaar dat iemand bestaat die zo'n negatieve
en bloeddorstige biografie over zichzelf laat schrijven.
Waarom mogen godsgelovigen van alles zeggen wat hun geloof stelt, hoe kwetsend
dan ook, en anderszijds respect van anderen voor hun geloof verlangen?
Natuurlijk hoef je geen respect voor alle opvattingen te hebben, denk maar aan
het nazisme, maar je moet wel respect voor je medemens en zijn rechten hebben.
Hoe vaak kwetsen godsgelovigen niet de ongelovigen door ze te bestempelen als
moraalloos, geestelijk blind en doof, verdoemd en dusdanig zondig dat ze alleen
goed zijn voor het eeuwige hellevuur? En waarom heeft de religiepolitie nog
steeds artikel 147 ter bestrijding van de ketters ter beschikking? Smeulen de
brandstapels van de inquisiteurs nog steeds na? Als god zich gekwetst voelt,
laat hij dan zelf naar de rechter stappen.
Bidden
- De vragende of klagende bidder gaat er vanuit dat zijn god niet weet wat
het beste voor hem is. Hij berust niet in god's wijsheid, maar tracht hem bij te
sturen in zijn gedrag. Hij stelt zich zodoende boven god.
- De dankende bidder paait zijn god. Het kan de relatie alleen maar goed doen en
mogelijk stelt god daar begunstigingen tegenover.
- De mediterende bidder herhaalt gedachteloos dezelfde teksten (b.v. de
rozenkrans). Het is rustgevend en de bidder meent dat god zijn geprevel op prijs
zal stellen.
Heeft het enig nut om god te paaien, te bidden en te smeken? Uit statistische
onderzoeken blijkt dat bidders en niet-bidders evenveel voor- en tegenspoed
hebben. Verzekeraars geven daarom geen lagere premies aan bidders.
Zie ook:
www.xs4all.nl/~maartens/philosophy/multatuli/ideen1/i138.htm paragraaf 2.
Gebed van de agnost
Beste God
Als je bestaat (ik weet het niet)
als je mij kan horen (ik hoop het)
als je almachtig bent (die schepping was niet niks)
als je engelen hebt om voor je te werken (ze hebben anders niets te doen)
Waarom heb je ons verlaten,
waarom lijdt de mensheid zo?
Is het niet je wil, gebruik dan je almacht.
Laat het regenen waar de velden verdorren,
Laat de zon schijnen waar mensen doodvriezen
Haal de haat uit de mens weg, zodat oorlogen beëindigen
Breng ons wijsheid, zodat wij de wereld goed beheren
Ik hoef geen eeuwig leven, geen vergeving van mijn zonden
Ik hoef geen heilige geest om de heilige boeken te begrijpen
Ik hoef geen heilige boeken
Ik hoef geen profeten
Ik hoef je beloftes niet
Doe liever iets NU !!
(Anoniem)
Het middelpunt dat ik niet kan vinden
is bekend aan mijn onderbewuste.
Ik heb geen reden te wanhopen,
want ik bevind me daar al.
(Auden, 'The Labyrinth')
Gevoel is als een onstuimig paard, het verstand is de
ruiter.
Als het
gezonde verstand de leiding heeft
zouden de gevangenissen en kerken niet zo vol zitten.
Scepticisme t.a.v. agnosticisme
Regelmatig proberen zowel theïsten als atheïsten de agnost in de tang te
nemen. Een agnost wordt een makkelijke prooi voor de sceptici als hij gelooft
dat:
- er is meer tussen hemel en aarde dan wij weten (zie ook het ietsisme),
- er een voor de mens niet waarneembaar (bovennatuurlijk) gebied is,
- wij mensen geen kennis over god(en) of gene zijde hebben of kunnen verwerven
*.
Deze beweringen zijn strijdig met het niet weten. Zij die hun geloof willen
verdedigen schuiven graag het agnosticisme in de richting van de bovenstaande
beweringen om vervolgens tot de conclusie te komen dat het agnosticisme
zichzelf weerlegt. Ze kunnen hooguit beweren dat de agnost niet weet omdat hij
mogelijk niet, niet goed of niet lang genoeg gezocht heeft. Veel agnosten hebben
wel degelijk zeer intensief en jarenlang gezocht (en zoeken mogelijk nog
steeds), maar ze hebben niets gevonden. Ze blijven nog steeds open staan voor
een deugdelijk bewijs (en dagen vaak
degenen uit die menen dat te hebben), maar de hoop daarop is
meestal vervlogen.
* De bewering dat het onmogelijk is om bovennatuurlijke zaken te bewijzen wordt ook wel 'sterk agnosticisme' genoemd. Je kan dat geloven, maar dan ben je geen agnost. Agnosticisme is het enige ware ongeloof.
Laatst opende ik mijn ogen
Ik zag de aarde om mij heen
Vanwaar ik kwam was niet bekend
Waarheen ik gaan zou evenmin
"Mijn God" sprak ik, wat zal ik doen?
Waar wilt Gij dat ik ga?
Wat is de zin, wat is het doel?
Of bent U heel niet daar?
Er volgde stilte
Zwijgen als het graf
Slechts echo van mijn bede
En verder alles zwart.
Ik zocht in dikke boeken
Vertrok naar India
Slechts mensen gaven antwoord
Maar God? Ik trof Hem niet.
Ik houd niet van een monoloog
Dus ben ook ik gaan zwijgen
Hiernamaals is niet boeiend meer
Hiernumaals is de kern.
Wat later komt het is mij worst
Mijn leven is op aarde
Met bomen, bloemen en een bij
En mooie meisjes soms.
(Jager)
En er zijn inderdaad agnosten die zeggen dat het hen niets kan schelen of er wel of niet goden bestaan (sommige noemen zich apathische agnosten). Het wekt bevreemding als zij wel tijd en aandacht aan de verbeiding van hun agnostische ideeën besteden. Zij berusten erin dat er geen bewijzen en aanwijzingen zijn dat er meer is dan het hiernumaals, maar niet in de opdringerigheid en negatieve invloeden van de religies.
Ik weet niets, dat erken ik,
maar dat is meer dan anderen weten,
want die denken iets te weten en zij weten niets.
(Socrates)
Te weten dat je niet weet, is het beste.
Te doen alsof je weet wanneer je niet weet, is een ziekte.
Wanneer je deze ziekte als een ziekte herkent, zal je er vrij van zijn.
De wijze is vrij van deze ziekte;
omdat hij deze ziekte als een ziekte herkent, is hij er vrij van.
(Lao-tse, Tao Te King)
Materie en energie
Godsgelovigen dagen
ongelovigen vaak uit om te komen met een betere verklaring dan zij hebben voor
de oorsprong van de natuur en de materie. Voor de natuur is er de
evolutietheorie en die stoelt op talloze bewijzen terwijl de scheppingsleer geen
enkel bewijs heeft. Nu was er
nooit niets, b.v. de wiskundige formules en alle feiten waren er al voor ieder
begin en blijven na ieder einde. Maar met materie en energie ligt het wat
anders. Wiskundig gezien is plus-1 en min-1 samen 0. Dit geeft grond aan de
theorie van antimaterie. Dat materie en antimaterie bij een botsing verdwijnen
lijkt logisch. Hoe het trekken van materie uit het niets in zijn werk gaat
kunnen wij ons niet voorstellen. Het is dan wel heel gemakkelijk om er een
bovennatuurlijk wezen bij te slepen die ons vraagstuk dan maar verder moet
oplossen.
Wellicht is ons brein, dat alleen in ruimte en tijd kan denken, te beperkt om
meer complexe zaken te begrijpen. Flatlanders, die in een 2-dimensioneel vlak
leven (zie
http://wiskunde.arachnion.nl/flatland/ ), hebben eenzelfde probleem met het
ruimtelijk denken. Als bollen hun leefvlak doorkruisen zien zij eerst groter en
vervolgens weer kleiner wordende cirkels (zie
http://wiskunde.arachnion.nl/flatland/flatland-2.html ). Ze kunnen zelfs een
grafiek maken waarin de diameter wordt afgezet t.o.v. de tijd. Die grafiek
zullen zij wel nooit doorgronden, want hun hersenen zijn ook plat en ze kunnen
zich daarom geen voorstelling maken over het bestaan van bollen.
De middeleeuwers dachten dat de aarde plat was, ze ervaarden dat zo en wisten
niet beter. Wij menen dat de tijd een constant voortschrijdend gegeven is,
gebeurtenissen volgen elkaar op als wasgoed aan een lijntje. Maar dat is zoals
wij dat ervaren, de
werkelijkheid is wellicht vele malen complexer. Zullen wij het mysterie van 'het
zijn' ooit kunnen doorgronden?
De maan weet niet dat ze stil en
helder is,
heeft van haar maan-zijn zelfs geen weet;
het zand weet niet dat het zand is. (…)
Misschien is het menselijke lot
van kort geluk en lang verdriet
het instrument van een Ander.
Dat weten we niet;
hem God noemen helpt ons niet…
(Jorge Luis Borges. 1899-1986, 'Waar we niets van weten')
MAAR TOCH....
Er zijn geen bewijzen en logisch argumenten aan te voeren dat god
staat. Mogelijk is uw ratio het daarmee eens, maar toch zegt uw gevoel dat er
een god bestaat. Misschien heeft u zelfs godservaringen. Die ervaringen zijn
feitelijke realiteit, maar dat wil nog niet zeggen dat god een feit is. Pas als
god verifieerbaar is kan er over feitelijke realiteit gesproken worden, anders
ontstijgt de godservaring niet de eigenschappen van illusies. En waarom geloven
zoveel mensen dan toch zo graag? Wat biedt het? Is het geloof heilzaam voor het
hier en nu? Godsgelovigen zeggen vaak dat ze kracht en troost putten uit hun
geloof, maar dat berust toch weer op de verwachting dat in het hiernamaals alles
goed komt.
Zo'n vooruitzicht is prettig, maar ook zelfbedrog. Is het zo'n onverteerbare
gedachte dat er na de dood geen leven en rechtvaardigheid is? Of geeft het na
volgende een verklaring?
Het verloren paradijs
Eens, toen je nog een jong kind was, was je leeg en onbevangen. Je was blij
en elke dag was een nieuw avontuur waarbij je zelfs om elk geluidje kon lachen.
Je leefde in het hier en nu, van moment tot moment, zonder je te bekommeren over
de toekomst, zonder stil te staan bij het verleden. Je had geen zorgen, er werd
voor je gezorgd. Je ouders/opvoeders konden elk pijntje en verdrietje met een
kusje wegnemen. Zij waren jouw goden die in al je behoeftes voorzagen. Wat een
schitterende tijd was dat.
Maar toen er kwam een moment dat je besefte dat aan het leven een eind zou
komen, b.v. toen je lievelingsdier dood ging. Niemand kon dat voorkomen. Je
jonge onbezorgde eeuwige leventje liep een flinke deuk op toen je besefte dat
ook jouw leven op de dood zou uitlopen. En je kreeg te maken met goed en kwaad,
beloning en straf. Angst voor straf en dood namen plaats in je zuivere leegte.
Je onbevangenheid was voorbij, je werd a.h.w. uit het paradijs gezet.
Gedreven door heimwee klampte je je vast aan het idee dat er toch een eeuwig
leven in een paradijs moest zijn, weliswaar niet hier en nu, maar later in het
hiernamaals. God werd als pleister op je wonde aangereikt. Ja, god, de
alleskunnende liefdevolle vaderfiguur, dat was de oplossing, dat alternatief
liet je je niet meer afpakken. Het leven is hard, koester je zoete illusies.
Rouwverwerking
Woorden kunnen leed niet wegnemen, hooguit wat verzachten.
Toen T.H. Huxley (de bedenker van het woord 'agnosticisme') zijn zoontje
verloor, werd hij getroost door zijn religieuze vrienden met het vooruitzicht
dat hij zijn kind in de hemel zou ontmoeten. Huxley antwoordde; 'Het is mijn
taak mijn strevingen te leren zich naar de feiten de voegen, niet te trachten de
feiten in overeenstemming te brengen met mijn strevingen.'
De godsgelovigen zijn zelf niet erg geloofwaardig, want ondanks de blijde boodschap die zij verkondigen zie je niemand blij omdat de overledende naar een betere wereld gaat. De rouwplechtigheden zijn gedompeld in droefheid en veel godsgelovigen vragen zich af wat de reden is dat god hen zoveel leed aandoet. Zou er soms iets misdaan zijn, wat is de zin ervan of de les die getrokken moet worden?. Die overwegingen kwellen de agnost niet en hij hoeft geen steun te zoeken bij een god die je laat lijden. Aan het medeleven en de hulp van familie, vrienden en kennissen heb je veel meer.
Theïsten zeggen steun en troost aan hun geloof te kunnen ontlenen. Maar er zijn ook mensen die vinden dat geloof je brengt in een imaginaire wereld. Zij kiezen liever voor de kenbare realiteit. Die geestesgesteldheid lijkt misschien koud, kil, kaal en leeg, maar voor hen is het een zuivere ruimte waar geen plaats is voor illusies, zelfbedrog en zelfhypnose. Alleen daar kan je je eigen integriteit en onbevangenheid terugvinden die je als kind ooit bezat. En reken maar dat dat weer te ervaren veel waard is, noem het een wedergeboorte.Ga zitten voor 'n feit zoals een klein kind,
wees bereid elk vooroordeel op te geven,
volg ootmoedig naar waar of wat dan ook de peilloze natuur je leidt,
want anders zal je niets leren.
(Thomas Henry Huxley)
Waarom deze website?
De leden van godsdienstige groeperingen aanvaarden het gezag van geestelijke
leiders en de leer van 'heilige' boeken. Zelden vraagt men zich af waarom men
dat doet en scepticisme naar de eigen doctrine afwijst. Voor het verbreiden en
bestendigen van het geloof zijn er volop religieus gebaseerde organisaties.
Omroepverenigingen, scholen, ziekenhuizen, zorginstellingen en vakbonden zijn
voor een groot deel in handen van religies. Je ontkomt niet aan de christelijke
visie, zelfs op openbare scholen wordt god als een vaststaand feit
gepresenteerd. Het christendom heeft strafwetten die ook voor ongelovigen
gelden, zoals boetes voor het niet eerbiedigen van hun verplichte feest- en
rustdagen. Godsgelovigen bepalen met de winkelsluitingswet wanneer bedrijven en
winkels gesloten moeten zijn, wat voor veel mensen maar saaie dagen oplevert. Op
blasfemie staat zelfs gevangenisstraf. Op munten staan religieuse teksten. Kerk
en staat zouden gescheiden moeten zijn, maar er zijn nog steeds op religie
gebaseerde politieke partijen. De hele samenleving wordt doordrenkt met religie.
Georganiseerde hulp bij het loslaten van ingeslepen doctrines is echter
nauwelijks te vinden. Agnosten en atheïsten vormen een groot deel van de
mensheid, maar hebben weinig tot geen behoefte tot groeperen. Juist het
degroeperen maakt het mogelijk zich verbonden te voelen met de hele mensheid en
de eigen denkbeelden sceptisch te benaderen. Dat ontbreken van organisaties van
ongelovigen is jammer voor wie een alternatief zoekt voor twijfels over god en
geloof. Deze website wil een helpende hand bieden.
Luisterend naar het monotone
luiden van de klokken
In stoffige torens van kerken, maar half zo hoog als vroeger
Zie ik zombies hun huizen verlaten
Verstand op nul met strakke gezichten verstard door schuld
Om steeds opnieuw versleten woorden aan te horen
Van mensen die slechts anderen citeren
Om daarna opgelucht doch onveranderd naar huis terug te keren
Oh mensenkind, ontwaakt!
Wordt het eindelijk niet eens tijd
Dat gij uw godsdiensten verzaakt?