Agnosticisme

Hieronder  staan wat gedachten ter introductie van het agnosticisme. Ben je met bepaalde uitspraken niet eens, of wil je aanvullingen, stuur dan een e-mail Voor wie meer wil weten zijn er links naar andere informatieve websites.

Gnoosis is Grieks voor 'kennis'. Het voorvoegsel a staat voor 'niet'.
Agnosticisme is een levensbeschouwing en de leer van het 'niet-weten'.
Een agnost gelooft niet in
denkbeelden die geen betrekking hebben op de feitelijke werkelijkheid en verkondigt die dan ook niet.
D
e tegenhanger die de boventoon voert en dat principe aan zijn laars lapt is het theïsme. Het doet zonder enige betrouwbare kennisbron talloze uitspraken over god(en). Agnosticisme richt zich vooral daarop en wordt daarom algemeen gezien als de leer van het niet weten of god bestaat.

Maar wat  is de definitie van 'god'? Hier duikt meteen een probleem op voor zowel godsgelovigen, atheïsten en agnosten. Helaas is er geen eenduidige definitie van god, er zijn wel talloze godsbeelden. Vaak wordt god allerlei superieure eigenschappen toegeschreven, zoals almachtig, alomtegenwoordig, alwetend en eeuwig. Maar waarom kwam de theïst met god op de proppen? De theïst geeft zijn visie op het grootste mysterieuze vraagstuk aller tijden, door wie of door wat zijn wij en de wereld veroorzaakt, wat is de zin van het leven en wat is onze bestemming. Theïsten beweren dat de natuur door een bovennatuurlijke macht of wezen, aangeduid met god, is geschapen (of door een godendom). De vervolgvraag is dan 'wie heeft god gemaakt?'. Het standaard antwoord van de theïst is dat god altijd bestaan heeft. Deze bewering impliceert dat er dingen kunnen bestaan zonder schepper. Waarom zou dat niet gelden voor de natuur? Tenslotte is de natuur veel minder complex dan een schepper die een natuur kan scheppen. De hypothese van 'de eerste oorzaak' faalt. De theïst verlegt enkel het probleem, dekt het toe, maar biedt geen echte oplossing.

Waar staat de agnost?
Niemand heeft sluitende bewijzen dat god wel of niet bestaat. Door mensen geschreven boeken, algemene opvattingen, gevoel, ervaring, inspiratie, menen te weten, het zijn allerminst bewijzen. Maar als je iets niet kent of niet zeker weet, kan je er nog wel in geloven. In feite zijn alle theïsten agnostische theïsten en alle atheïsten agnostische atheïsten, ook al beweren ze te weten, want geloven impliceert niet te weten.
De agnost vindt het echter niet van integriteit getuigen als je bij het ontbreken van bewijs of deugdelijke informatie toch partij trekt. Een rechter die zo handelt hoort ontslag te krijgen.

Atheïsten en agnosten zijn beide geen theïst, maar wat is het verschil? Dat hangt helemaal af van welke definities je hanteert. 'Atheïst' betekent 'niet-theïst' en wie geen enkele theïstische leer aanhangt kan daarom gezien worden als atheïst. Soms wordt er een onderscheid gemaakt tussen "sterk"en "zwak" atheïsme. Hierbij wordt sterk atheïsme gekenmerkt door de stellingname dat god of goden niet (kunnen) bestaan. Zwak atheïsme wordt gekenmerkt door de afwezigheid van het geloof in het bestaan van god(en). Het laatste is ook van toepassing op agnosten, maar niet alleen waar het god(en) betreft. De agnost neemt in geen enkele aangelegenheid stelling als er geen deugdelijke bewijzen zijn.

In het van Dale woordenboek staan de navolgende definities:
athe•ïs•me (het ~)
1 levensbeschouwing die uitgaat van niet-bestaan of niet-bestaanbaarheid van een god
ag•nos•ti•cis•me (het ~)
1 [fil.] levensbeschouwing die ervan uitgaat dat men de eerste oorzaak der dingen (God, het absolute) niet kan kennen

Deze definities zijn niet bepaald zuiver, omdat ze betrekking hebben op een god als iets waarover gesproken kan worden en dat kan alleen maar over godsbeelden. Het woordje 'niet' wijst echter wel het onderscheid tussen de levensbeschouwingen aan. Een agnost is een niet-kenner. Hij zegt 'ik weet het niet'. Ieder overtuiging ontbreekt daarom. Een atheïst is iemand die overtuigd is van het niet-bestaan of kunnen bestaan van god(en) en heeft daar zijn argumenten voor.
Hoe de soorten levensbeschouwingen exact geclassificeerd moeten worden blijft een punt van diepgaande discussies. Om begripsverwarring te vermijden kan de onderstaande en algemeen gehanteerde classificatie aangehouden worden.

 Levensbeschouwing  God bestaat? Stellingname?
 Theïsme  Waar  Ja
 Atheïsme  Onwaar
 Agnosticisme  Onbekend  Nee

In het algemene beeld van theïsten en atheïsten is er een stellingname t.a.v. het wel of niet bestaan van god. Alle beweringen zijn echter oncontroleerbaar. Steeds weer komen theïsten en atheïsten met de omgekeerde bewijslast. Ze roepen allebei 'Bewijs maar dat ik ongelijk heb', maar dat lukt nooit en daarmee volharden ze beide in hun standpunt.
Maar het is wel de theïst die het eerst met god op de proppen kwam, de bewijslast ligt daarom bij hem.

Iemand die zichzelf op rationele gronden agnost noemt wijst alle vormen van geloof af en is daarom een ongelovige. Er zijn critici die ongeloof ook een vorm van geloof noemen, maar dat is het net zo min als het niet verzamelen van postzegels een hobby is. Iedere definitie waarin staat 'een agnost gelooft ....' klopt daarom niet. Het standpunt en zelfbeeld van een agnost zijn duidelijk en correct. Een agnost neemt geen willekeurige stelling in. Dat is geen kwestie van twijfelen, niet durven of de deur op een kiertje laten.  Agnosticisme is ook geen tussenweg. Het is een zich buiten de discussie stellen als er door het ontbreken van kennis geen discussie mogelijk is.

Waar men niet over spreken kan,
daarover moet men zwijgen.
(Ludwig Wittgenstein 1889-1951)

Er zijn theïsten die hun god zien als de 'Onkenbare', maar wat voor zin heeft het te geloven in iets waar je helemaal niets van weet, b.v. in 'hupperdeflup'?

God en godsbeelden
Ook wordt de agnost verweten te praten over god, terwijl hij zegt niets te weten. De agnost zal ook geen beweringen over god doen, wel kan hij meepraten over religies, gelovigen, godsbeelden en over wat hij wel of niet geloofwaardig vindt, b.v. wegens tegenstrijdigheden. Het strikte onderscheid tussen god (waar wij totaal niets van weten, zelfs niet of zoiets bestaat) en godsbeelden (waar wij wel het e.e.a. van af weten) is belangrijk om de essentie van het agnosticisme te begrijpen. In de praktijk worden de termen god en godsbeeld veelal door elkaar gebruikt. Ook laat de agnost als hij over god praat de toevoeging 'als hij bestaat' doorgaans achterwege.

Godsbewijzen
Wie met sterke beweringen komt moet ook met sterke en controleerbare bewijzen komen.
Wat zijn de bewijzen waarmee theïsten komen?

1) Een van de meest aangevoerde argumenten is de complexiteit en intelligentie in de natuur. Dat kan niet anders betekenen dan dat er een intelligente ontwerper/schepper is.
Weerwoord: Ontwerp vereist een ontwerper. Dat klopt, maar is er wel sprake van een ontwerp? Het is wetenschappelijk aangetoond dat de bouwstenen van het leven, de aminozuren, spontaan kunnen ontstaan. Als je een oceaan vol moleculen en chemische reacties hebt en miljarden jaren tijd dan komt vroeg of laat het moment dat er een primitief zichzelf reproducerende cel ontstaat. Vanaf dat moment gaat het razendsnel. Bij de talloze reproducties ontstaan er varianten. Vrijwel allemaal kunnen gezien worden als mislukkingen, maar soms zit er een variant tussen die beter aangepast is op zijn leefomgeving. Die succesvolle variant heeft betere overlevingskansen. Je kan die varianten slimmer noemen dan de mislukte varianten die in de strijd om het overleven steeds weer het onderspit delven en uiteindelijk verdwijnen. M.a.w. de degeneratieve stroming gaat ten onder en raakt uit zicht, alleen dat wat succesvol is en wij intelligent noemen overleeft. Het lijkt daardoor of er een scheppende kracht in de natuur werkzaam is, maar nog meer speelt mislukking.

Aanhangers van 'Intelligent Design' verkondigen dat de natuur verbazingwekkend complex is en dat zij zich niet kunnen voorstellen dat het zonder een intelligente ontwerper tot stand is gekomen. Maar sinds wanneer is het ontbreken van het voorstellingsvermogen een bewijs? Als onze natuur echt een intelligent ontwerp is, dan zouden al die fouten en mislukkingen in de natuur niet nodig zijn. Dan waren er geen miskramen en werden er geen mensen met een handicap geboren, dan krijgen mensen geen kanker of een van de vele honderden andere slopende ziektes. De theïst wijst naar de bloem, mooi ja, maar waarom niet naar de andere 'creaties' zoals de lintworm, de malariamug, de teek, de aarsworm, de luis, de vlo, mijt, schimmel, schurft, etc.?

De evolutionisten hebben talloze harde bewijzen, zoals fossielen en aardlagen. Creationisten hebben alleen mythische verhalen en onbewezen theorieën. Ze beweren ook dat alle soorten dieren gelijktijdig geschapen zijn en dat soorten niet kunnen overgaan, maar er zijn wel degelijk tussenvormen, zoals vissen met pootjes.

Een ander weerwoord: Creationisten menen dat complexiteit en intelligentie een ontwerper behoeven. Iets anders vinden ze onvoorstelbaar en wijzen ze daarom van de hand. Maar vraag hen wie hun intelligente ontwerper ontworpen heeft, dan opeens menen ze dat er geen ontwerper nodig is. Hoe komisch is hun logika.

2) Gebedsverhoring behoort ook tot de meest aangevoerde godsbewijzen.
Weerwoord: Er wordt voor van alles en nog wat gebeden. Wensen komen wel of niet uit, ongeacht of daar wel of niet voor gebeden is. Als een god daar de hand in heeft, dan valt daar geen pijl op te trekken. Als er een wens waarvoor gebeden is uitkomt, dan wordt dat door theïsten algauw toegeschreven aan gebedsverhoring. Zo ook worden succesvolle ingevingen vaak gezien als goddelijke ingevingen en de rest als gewone. Theïsten praten met enthousiasme over verhoorde gebeden en liever niet over alles wat niet verhoord is. Zij, die je anders met grote stelligheid van alles over hun god weten te vertellen, komen dan met het excuus dat gods wegen ondoorgrondelijk zijn. Of ze opperen dat er niet hard en/of lang genoeg gebeden is. Maar kan je daarmee ouders troosten waarvan, ondanks vurige gebeden, een kind overlijdt?

2a) Een bijzondere gebedsverhoring is gebedsgenezing. Ja, er zijn inderdaad theïsten die op spectaculaire wijze van o.a. levensbedreigende aandoeningen genezen. Theïsten schrijven dat toe aan een goddelijk ingrijpen voortkomende uit een diep geloof.
Weerwoord: Dat roept veel vragen op. Waarom genezen ook niet-gelovigen? Waarom genezen niet alle gelovigen, ook al bidden ze mogelijk nog harder dan zij die genezen? Worden zij die niet genezen door god afgewezen? Waarom geneest god hier en daar iemand, maar laat miljoenen mensen links liggen in hun ellende? Waarom geneest god alleen ziektes waarvan je kan genezen, waarom groeit b.v. een afgezet been niet meer aan?

3) De Joden beweren dat ze gods uitverkoren volk zijn. Ondanks de diaspora, de Holocaust, de aanvallen op Israël, etc. bestaat het joodse volk nog steeds. Dat kan niet anders zijn dan goddelijke bemoeienis.
Weerwoord: Ook hier geldt wat in de natuur geldt, alles wat niet op overleven gericht is verdwijnt. Kennelijk zijn er in succesvolle geloven factoren die zeer effectief blijken te zijn voor het overleven ervan. Die factoren zijn gericht op de verbondenheid met de groep. Ook bij het wegvallen van een of meerdere gemeenschappelijke factoren, zoals land, taal, levenswijze, tradities en geloof, kan de groepsverbondenheid blijven bestaan. Met name het gemeenschappelijke geloof is bepalend voor de samenhang en het behoud ervan. Uiteraard verbiedt het vermenging met andere groepen of wijst het tenminste af. Zo hoort men met iemand met hetzelfde geloof te trouwen. Deze richtlijn is in iedere religie terug te vinden, tenminste horen de kinderen in het geloof te worden opgevoed (kijk b.v. maar naar onze kroonprins). En natuurlijk zijn er in ieder geloof de nodige waarschuwingen tegen afvalligheid. Niet alleen zal de groep je negeren en bespotten, ook stellen ze dat hun god  je zeer zwaar zal straffen voor het verwerpen van zijn geschenk, de uitverkorenheid tot het ware geloof. Mohammed stelde zelfs de doodstraf in voor het verlaten van de door hem gestichte religie.

4) Het overgrote deel van de mensen gelooft in god. Dat godsbesef is alleen mogelijk doordat god het (als een soort zesde zintuig) in de mens heeft geplant. De ongelovige is geestelijk blind en doof en heeft een gebrekkig gevoelsleven.
Weerwoord: Wijdverspreide denkbeelden kunnen de indruk geven dat degenen die ze niet aanhangen betreurenswaardig ongevoelig zijn voor de waarheid ervan. Maar heeft de meerderheid altijd gelijk? Kijk maar eens naar het nationaalsocialisme, hele volkeren kunnen foute denkbeelden aanhangen. En er was zelfs een tijd dat de hele mensheid meende dat de aarde plat was en dat de zon om de aarde draaide.
Godsgeloof berust op een onbewezen aanname en niet op weldenkendheid.
Dat miljarden mensen in god(en) geloven betekent niet dat ze weldenkend zijn, want weldenkendheid betreft kwaliteit en niet kwantiteit.

5) Godsgelovigen hebben 'godservaringen' en 'het gevoel van gods nabijheid'. Ze zeggen dat als je je openstelt voor god je dat ook zal ervaren.
Weerwoord: Ook al spelen die ervaringen zich af in de grijze hersenmassa, ze zijn een feit, maar dat bewijst nog niet dat ook god een feit is,
temeer daar de godservaringen sterk cultuurgebonden zijn. Intense devotie roept dat soort emoties (trance en zelfs extasegevoelens) op.  Met zintuiglijke ervaringen heeft het niets van doen, want anders zou het mogelijk zijn om foto's en video's van god(en) te maken. Je hoeft niet geestelijk blind te zijn om geen god(en) te zien.

6) Het christendom heeft een enorme vlucht genomen, dat moet wel gods werk zijn.
Weerwoord: Hoe komt het dat momenteel de Islam de snelst groeiende godsdienst is?

Atheïsten hebben ook zo hun redeneringen. Een aardig is dat de menselijke geest enkel materie is, want chemische stoffen (medicijnen, drugs) beïnvloeden de gemoedsstemming en de persoonlijkheid. Als alles alleen maar stof is, dan zouden computers ooit een menselijk bewustzijn en gevoelsleven kunnen krijgen, mogelijk zelfs op een hoger niveau. Voorlopig blijven dat speculaties. Kortom, er zijn geen godsbewijzen evenmin als bewijzen dat er geen goden bestaan. Als er een deugdelijk bewijs verschijnt dan is dat groot wereldnieuws.

Het lijden
Agnosten en atheïsten vinden het onbegrijpelijk dat als er een goede almachtige god bestaat deze alle ellende op aarde laat voortduren. Geen enkele goede vader zal gelaten toekijken als zijn kinderen in de tuin elkaar met een hark de kop inslaan. Theïsten beweren vaak dat dit leven een leerproces is en dat je niet kan leren als god voortdurend ingrijpt. De helft van alle kinderen op deze wereld lijdt door honger, ziekte, verwaarlozing, oorlog, geweld, kinderarbeid en misbruik. Talloze  kindertjes sterven op miserabele wijze door o.a. ziekten als aids. Wat voor een lesje moeten die onschuldige kindertjes leren? Kan of wil god niet ingrijpen, beide opties zijn hoogst bedenkelijk. Hoe aannemelijk is het dat er een liefdevolle god bestaat?

 

Wil god het kwaad voorkomen, maar kan hij het niet? Dan is hij niet almachtig.
Kan hij het wel, maar wil hij het niet? Dan is hij kwaadwillig.
Kan hij het wel en wil hij het ook? Waar komt dan het kwaad vandaan?
Kan hij het niet en wil hij het niet? Waarom noemen we hem dan God?

Epicurus (341-270 v.C.)

De vrije wil
Stel aan godsgelovigen de vraag waarom er zoveel leed en ellende is. Steevast komen ze met het (niet in de bijbel te vinden) antwoord dat god de mens  een vrije wil heeft gegeven.
Maar als god de mens een vrije wil gaf, waarom staan er in de 'heilige' boeken zoveel leefregels, ge- en verboden? In de bijbel staan zelfs straffen voor overtreders, waaronder steniging.
Kortom, je hebt  een vrije wil maar je mag hem niet gebruiken, want anders word je zwaar gestraft, evenzo als je met je vrije wil ervoor kiest om geen geloof aan te nemen.
Waarom beschermt hun god liever de vrije wil van de misdadigers en niet de weerlozen en slachtoffers? Wat is er zo belangrijk aan de mogelijkheid om slecht te handelen? Wie wil vasthouden aan de keuzemogelijkheid om onheil aan te richten?
Geen misdadige neigingen meer, dat hoeft toch niet te betekenen dat je wil volledig verdwijnt en je een robot wordt? Ook veel godsgelovigen hebben een ideaalbeeld van een zo'n goedwillende mens in een toekomstige vreedzame wereld, een waarin de wolf en het lam vreedzaam naast elkaar liggen en niemand onheil sticht (Jes 65,25). Er is niets mis met de vrije wil die god (ahb) gegeven zou hebben, het zijn de misdadige neigingen.
Het is de producent die verantwoordelijk is voor het goed functioneren van zijn producten. Als god onze schepper is, waarom zit er in ons nog steeds zondigheid als een enorme productiefout? Zou dat niet met spoed door de producent verholpen moeten worden? Maar god geeft geen thuis. Is zo'n god niet volledig verantwoordelijk voor de daardoor ontstane ellende?

Wat is het nut van geloven?
In ieder geval is het belangrijk voor het geloof zelf. Ieder geloof dat zegt dat je niet moet geloven is verdwenen. Een succesvol geloof gaat te werk als een virus. Het moet gastheren zoeken, zich nestelen, repliceren en weer verder uitwaaieren. Groepsgeloven zijn het meest succesvol. Het tot een groep behoren heeft voordelen, zoals betrokkenheid, samenwerking, aanmoediging en bescherming. Een gemeenschappelijke cultuur bakent de eigen groep af. Daarom bemoeit het geloof zich met de cultuur, de leefregels, de normen en de waarden.
Ieder geloof bedient zich van methodes als beloning, straf, uitsluiting, het aanpraten van gevoel van zondigheid, nietigheid, angst en de gezaghebbers doen dat met veel indrukwekkende rituelen en retoriek (ze vonden dat zelf zo mooi).
Maar waarom zou god (als die bestaat) zich verstoppen en van ons verlangen dat wij in hem geloven of erger nog de enige ware godsdienst kiezen? Wat is dat voor bizar spelletje waarbij de keuze van de in het ongewisse gelaten mens tot eeuwige beloning of verdoemenis leidt?
En dan is er nog het probleem van gods vermeende alwetendheid. God weet volgens gelovigen alles, ook van zaken die in de toekomst liggen, voorzienigheid dus. De mens wikt, god beschikt. Als dat waar is dan hebben wij weinig te beslissen, alles is reeds voorbeschikt (predestinatie, Spr 16:4, 20:24, Matt.10 : 29-30). Onze standpunten en ons geloof, en daarmee ons eeuwige lot, is al bekend en bepaald.

Wat is het nut van praten over geloven?
Heeft het enig nut om over iets uit te weiden als de uitgangspunten nergens op stoelen, b.v. over de verblijfplaatsen, vervoersmiddelen, communicatiemiddelen, wapens en invasieplannen van de groene marsmannetjes zolang deze nooit zijn aangetoond? Wie bouwt er schuilkelders, omdat je maar nooit kan weten met die marsmannetjes en beter goed voorbereid kan zijn?

De weddenschap van Pascal
Pascal vond dat je maar beter voorbereid kan zijn op het mogelijke bestaan van god.
In het hiernamaals zijn er de navolgende mogelijkheden.

  God bestaat God bestaat niet
Ik geloof Beloning (hemel) Niets
Ik geloof niet Straf (hel) Niets

Maar waarom zou je dit Hiernumaals, de realiteit en mogelijk het enige leven wat je krijgt, richten op het verkrijgen van een onzeker en onbekend hiernamaals of Hiernogmaals? Bovendien, zelfs als je gelooft, geloof je dan wel in de ware god of het ware godendom? Als je een verkeerde god aanbidt dan krijg je als afgodendienaar mogelijk alsnog eeuwige straf. Een ongelovige loopt niet het risico een afgodendienaar te zijn. Is het niet praktischer om deze wereld voor iedereen tot een beter oord te maken? Als er een god is, zou hij dan enkel degenen die het juiste geloof aanhangen belonen en anderen, hoe goed en onbaatzuchtig ze ook mogen zijn, minder of niet of zelfs afwijzen en onbarmhartig straffen? Als die god echt zo bekrompen is, wie wil dan nog bij hem horen?

Een best leuke opmerking over agnosten is het volgende: "Volgens een agnost kunnen we niets zinvols zeggen over het bestaan van kabouters. Dus lopen ze voorzichtig door het bos, uit angst er een dood te trappen."
Agnosten geloven niet in het bestaan van goden, kabouters en andere sprookjesfiguren. Ze houden er daarom in de praktijk geen rekening mee.

Gezegend zij die de waarheid niet zoeken,
want zij zullen zich met de dagelijkse dingen bezig houden
en verliezen zo geen tijd aan het zoeken naar het onvindbare.
Vrede en blijdschap zal hun deel zijn.
Het leven zal hen genoeg zijn.

(Jager)

Tegenstrijdigheden in godsbeelden
Almacht (Jer 32,17, Sir 19:20, Luc 1:37, Mat 19,26) en alwetendheid (1 Kron 28:9, Ps 44:22, Luc 16:15, 1 Joh 3,20) zijn enkele van de eigenschappen die god vaak wordt toegeschreven. Ben je alwetend, dan kan je niet bijleren en wie niet kan bijleren is niet almachtig. Maar als god wel kan leren, dan was hij vroeger een mindere god dan dat hij nu is. Maar kan zoiets 'volmaakts' als de Here vroeger minder zijn geweest?

Kan god fietsen? Mogelijk kan god niet fietsen, maar als hij er een poosje op oefent dan misschien wel. Of betekent almacht dat god het meteen moet kunnen? Dat laatste biedt wel interessante theologische aspecten, want christenen zien god nog wel eens als iemand die verandert en een steeds betere god wordt, kortom, een god die leert.
Dat god verandert zou ook moeten volgen uit Jesus zoenoffer dat god verlangde. Christenen beweren dat gods ontstemdheid over de zondeval hierdoor geneutraliseerd werd, of te wel zijn humeur en vergevingsgezindheid zou ermee zijn opgekrikt. Helaas merken wij daar niets van. Ziekte, dood, honger, armoede, verdriet, leed, gruwelijkheden, etc. duren gewoon voort.

Kan god een machtiger wezen scheppen dan zichzelf? Kan god zondigen? Kan god zelfmoord plegen? Kan god niet bestaan? Kan god een steen maken die zo zwaar is dat hij die niet kan optillen?
Een allesvermogend wezen kan niet bestaan.

Gods eigenschappen en prestaties zijn niet meer dan die van een denkbeeldig persoon. Van toepassing zijn enkel woorden, beloftes en een waaier van gevoelens van angst en zondebesef tot euforie en uitverkorenheid. 
Gelovigen moeten kunnen begrijpen dat ongelovige hun godsbeeld afwijzen, ze doen het zelf met talloze andere, de ongelovige met eentje meer.

Heidendom
De mens is afhankelijk van de grillen van de natuur. De natuur geeft leven, voedsel en alles wat de mens nodig heeft. Maar de natuur brengt van tijd tot tijd ook rampspoed, zoals misoogsten, orkanen, aardbevingen,  tsunamis, overstromingen, droogte, bosbranden, vulkaanuitbarstingen en epidemieën. De mens heeft altijd gezocht naar de oorzaak van voor- of tegenspoed. Was het beloning en straf van een hogere macht? Vanuit onwetendheid en de vrees voor deze wispelturige macht wist de mens niets anders te doen dan die hogere macht goedgunstig te stemmen, zodat er beloning zou zijn in plaats van straf. Dit paaien gebeurde o.a. met offers en lofprijzingen. De moderne mens weet nu meer over de natuur, b.v. dat aardbevingen komen door botsende aardschollen en dat bliksem een elektrische ontlading is en geen uiting van toorn van de god Donar. Natuurrampen zijn geen bovennatuurrampen meer, maar de oeroude heidense denkbeelden, het paaien, de lofprijzingen en de rituelen zijn er nog steeds. Kijk maar wat er in de gebouwen gebeurt die theïsten voor hun goden en bijeenkomsten hebben opgetrokken.

Is de theïst dom of achterlijk?
Nee, de theïst is een normaal mens die uitgaat van de stelling dat er goden bestaan. Goden die de natuur geschapen hebben, die je doen en laten controleren (hun privacy inbreuk vinden ze toelaatbaar), die je zullen belonen en straffen en/of alles op aarde in de hand hebben. Zij richten hun leven daarop in. Dat is hun goed recht, maar ze worden wel vervelend als zij vergeten dat hun geloof slechts een aanname is en vervolgens hun denkbeelden als waarheid gaan verkondigen. Erger nog is het wanneer ze fanatisch worden, andersdenkenden verdorven vinden, willen bekeren en zelfs hun denk- en levenswijze willen opleggen. Kijk maar eens naar de strafwetten voor overtredingen van de religieus gebaseerde sluitingswet of die voor godslastering.

Geloof
Welke redenen zijn er nog meer dan angst en het bezweren van onheil om in een god of godendom te geloven? Is het:
- een toedekking van het onbegrijpelijke,
- het rechtvaardigheidsgevoel (straf en beloning moeten plaats vinden, zo niet in dit leven dan in het hiernamaals),
- de wens om na de dood te blijven leven,
- het verlangen naar een ander of beter leven,
- behoefte aan leiding en minder eigen verantwoordelijkheid,
- de wens tot verbondenheid met een grote macht,
- de wens tot begunstiging,
- een uitlaatklep voor emoties,
- behoefte aan een altijd aanwezig luisterend oor,
liefde, vergeving en troost,
- iemand om te danken als iets goed gaat,
- iemand om als iets fout gaat te vragen dat het beter gaat,
- een verslaving aan gelukzaligheidsgevoel,
- een verankering van denkbeelden uit de eigen cultuur en/of opvoeding,
- en/of een identiteit?
De meeste mensen kunnen de verleidingen van het geloof niet weerstaan. En eerlijk is eerlijk, het geloof heeft ook veel positieve kanten. Zo is het een enorme inspiratiebron in o.a. de kunst, bouwkunde en muziek.

Hoop
Wij kunnen van alles hopen en willen dan graag horen dat het inderdaad zo is, maar zolang je niet eerlijk bent ten opzicht van jezelf en je doet aan wensdenken, van hoop geloof maakt, zolang zal je nooit de waarheid kunnen aanvaarden, dat wij onwetend zijn.

Geloof is een hoop te ver.

Moraliteit
Er heerst bij theïsten vaak de misvatting dat ongelovigen een minder goed ontwikkeld ethisch besef hebben, omdat die geen boodschap hebben aan goddelijke regels, beloning en straf in het hiernamaals. Maar gruwelijkheden, zoals de inquisitie, kruistochten, slavenhandel en Holocaust, duiden er niet op dat theïsten nou zoveel beter goed en kwaad kunnen onderscheiden. Uit een Amerikaanse studie bleek zelfs dat er verhoudingsgewijs amper ongelovigen in de gevangenissen zitten. Wellicht komt die ondervertegenwoordiging omdat ongelovigen gewend zijn om altijd alle verantwoording zelf te dragen. Religies stellen daarvoor in de plaats de moraliteit uit achterhaalde culturen, waarin b.v. steniging, erewraak, homohaat, achterstelling van vrouwen en uitroeiing van ongelovigen beantwoorden aan gods wil en hem dus plezieren. Religies kunnen hun regels echter niet moderniseren, omdat zij willen doen geloven dat het om goddelijke voorschriften gaat. Omdat god niet gecorrigeerd kan worden, hinderen ze liever de maatschappelijke ontwikkelingen (denk b.v. aan het pauselijk verbod op condoomgebruik in relatie tot aids en overbevolking). Het christendom belooft zelfs dat je zonden niet worden aangerekend als je maar in Jesus gelooft, dus ga je gang maar.
En is een goede daad die een ongelovige verricht niet zuiverder en ontbaatzuchtiger, dan die van een gelovige die op een hemelse beloning rekent?

Naast de bovenstaande externe (opgelegde) moraliteit is er nog de interne moraliteit. Interne moraliteit wordt bepaald door de interactie met anderen. Je kan anderen behandelen zoals zij jou behandelen (het oog om oog, tand om tand principe) of behandelen zoals jij behandeld wil worden. Je zal dan merken dat in het eerste geval zaken als dualiteit, strijd, wraak en beschadiging heerst en in het tweede geval verbondenheid, vrede, rust en nut, noem het innerlijke beschaving of liefde. Innerlijke beschaving is universeel, niet gebonden aan cultuur, tijd en plaats. Wie die verlichting in zichzelf kan bereiken behoeft geen externe regeltjes meer. Religies stellen dat niet op prijs, zij menen dat zij de aangewezen heilbrengers zijn. Zo heeft de R.K. Kerk het credo "Extra ecclesiam nulla salus" (buiten de kerk geen heil en zaligheid) nooit herroepen. Religies menen zelfs te kunnen vertellen wat de zin van het leven is.

De zin van het leven
Het woord 'religie' betekent 'herverbinden met god' (ligare (latijn) = binden, re = her/opnieuw) en religies zien dat als de zin van het leven.
O.a. Soefies streven naar het opheffen van de afgescheidenheid (dualisme), het opgaan in god, met verlies van eigen identiteit (fana’).
De mysticus al-Halladj (gest. 922) drukte deze ervaring uit met de volgende versregel:
Ik zag mijn Liefde met de ogen van mijn hart.
En Hij zei: ‘Wie ben je?’ Ik zei: ‘Jij!'

Hoeveel gelovigen zien 'de eenwording' als de mooiste beloning voor hun intense passie voor god i.p.v. een egocentrische, zoals een comfortabel plaatsje in de hemel? Maar wat is de zin van hun leven als ze daar zitten? En heeft eeuwige rust ook niet wat?

Net zomin als met het bestaan van god is er geen deugdelijke bron over de zin van leven. Dat wil niet zeggen dat wij geen zinvolle invulling aan ons leven kunnen geven. De meest zinvolle invulling is het leven voor onszelf, onze omgeving en de maatschappij zo aangenaam mogelijk te maken.  Waar de morele balans ligt tussen egoïsme en altruïsme wordt ook hier bepaald door de algemeen geaccepteerde leidraad:
'bejegen anderen zoals jij wil dat anderen jou bejegenen', ook wel bekend als de gouden regel.

Opvoeding
Religies hameren met alle hun ter beschikking staande pressiemiddelen op blinde volgzaamheid. En zo voeden theïsten al duizenden jaren hun kinderen op met hun verstarde doctrines, totdat ook zij niet beter weten dan dat het zus en zo is en niet anders, en net zo geestesdood worden als hun opvoeders. Ze zien het zelfs als gods genade. Theïsten wijzen kinderen er niet op dat ze intuïtie en gezond verstand in zich dragen, dat ze die kunnen aanwenden om eigen standpunten te bepalen en die te herzien als ze dat nodig achten
.

Nieuwe inzichten
De meeste theïsten vinden het onvoorstelbaar dat ze van hun geloof kunnen afvallen. Men zoekt liever bevestiging van de eigen denkbeelden dan bestrijding en afbraak. Maar als vertrouwde denkbeelden uiteindelijk niet meer houdbaar blijken te zijn dan moeten ze wel losgelaten worden. Dat gaat vaak gepaard met pijn in het hart, want iets in je persoonlijkheid sterft af, maar het maakt ook plaats voor nieuwe betere inzichten. Achteraf betreurt niemand dat een overgangsproces heeft plaatsgevonden, je komt er altijd beter uit.

Deïsme
Soms is de stap van theïsme naar agnosticisme te groot. Veel agnosten kwamen er via het Deïsme.
Deïsten geloven in 1 god berustende op de rede, niet op openbaring (Van Dale)
Deïsten zijn godsgelovigen en gaan uit van het navolgende:
- De meeste Deïsten geloven dat god het universum schiep en vervolgens zichzelf daarvan los maakte. Sommige Deïsten (de z.g. Semi-Deïsten) menen dat god in enkele gevallen wel kan bijsturen.
- God heeft niemand en geen enkel volk uitverkoren (Joden, Christenen, Moslims, Mormonen, e.d.) als zijn begenadigden van een speciale openbaring of gave.
- Deïsten ontkennen het bestaan van de drie-eenheid, zoals de opvatting van Christenen. Zij zien Jezus als een filosoof, leermeester en genezer, maar niet als een goddelijk persoon
- Deïsten geloven niet in wonderen. De wereld volgt de natuurwetten en de wetten van de Schepper.
- Een praktische moraliteit kan worden afgeleid door redenatie zonder een beroep te doen op religieuze openbaringen en kerkelijke dogma’s.
- Deïsten bidden, maar uitsluitend om uitdrukking te geven aan hun waardering voor gods werken. Ze vragen niet om bepaalde voorrechten.

Deïsme veronderstelt dat god de materie heeft gemaakt en het onder wetten heeft gesteld waardoor de wereld en al zijn inwoners zijn gemaakt volgens het oorspronkelijk voorzien plan. Sommige denken dat god nog altijd de boel controleert, anderen vinden dat overbodig. Het maakt niet veel verschil, de natuur volgt zijn loop zonder onderbrekingen. Het plan der natuur is gemaakt door een intelligente denker.
 

Deïsten komen vaak met de volgende vergelijking.
God is de grote klokkenmaker die het mechaniek van het heelal heeft uitgedacht en in werking gezet om daarna zijn handen ervan af te trekken.
Aldus zou de natuur een product van god zijn. Vervelend is dat de natuur wreed is, dieren verscheuren en verslinden elkaar. Als de natuur een afspiegeling van god is geeft dat te denken. Maar zegt een klok wel iets over de arbeid en het bestaan van een klokkenmaker? Mogelijk is de klok in een fabriek door een stelletje robots in elkaar gezet.

Er zijn atheïsten die het agnosticisme zien of hebben ervaren  als een overgangsfase naar het atheïsme. Zij stellen dat de kans dat goden bestaan verwaarloosbaar klein is, net zo klein als dat iets omhoog zal vallen of dat er theepotten door het heelal zweven. Maar agnosticisme berust niet op kansberekeningen, de basis is het niet weten.

Godslastering
Veel godsgelovigen zien zichzelf geschapen naar gods beeld en gelijkenis. God zien met alle bijbehorende menselijke eigenschappen, zoals toorn en vergelding, is niet erg flatteus. Logischer is het om een goede god te zien als een dier, want die zijn zonder zonden.
De bijbel is wel het meest godslasterend, want die schildert god af als een moorddadige booswicht die o.a. steden plat brandde, de hele mensheid (op Noach's gezin na) verzoop, de joden toestemming gaf tot het uitroeien van talloze volkeren en zich bedient van leugens (2 Kron. 18:18). Pure blasfemie. Het is toch onvoorstelbaar dat iemand bestaat die zo'n negatieve en bloeddorstige biografie over zichzelf laat schrijven.
Waarom mogen godsgelovigen van alles zeggen wat hun geloof stelt, hoe kwetsend dan ook, en anderszijds respect van anderen voor hun geloof verlangen? Natuurlijk hoef je geen respect voor alle opvattingen te hebben, denk maar aan het nazisme, maar je moet wel respect voor  je medemens en zijn rechten hebben. Hoe vaak kwetsen godsgelovigen niet de ongelovigen door ze te bestempelen als moraalloos, geestelijk blind en doof, verdoemd en dusdanig zondig dat ze alleen goed zijn voor het eeuwige hellevuur? En waarom heeft de religiepolitie nog steeds artikel 147 ter bestrijding van de ketters ter beschikking? Smeulen de brandstapels van de inquisiteurs nog steeds na? Als god zich gekwetst voelt, laat hij dan zelf naar de rechter stappen. 

Bidden
-
De vragende of klagende bidder gaat er vanuit dat zijn god niet weet wat het beste voor hem is. Hij berust niet in god's wijsheid, maar tracht hem bij te sturen in zijn gedrag. Hij stelt zich zodoende boven god.
- De dankende bidder paait zijn god. Het kan de relatie alleen maar goed doen en mogelijk stelt god daar begunstigingen tegenover.
- De mediterende bidder herhaalt gedachteloos dezelfde teksten (b.v. de rozenkrans). Het is rustgevend en de bidder meent dat god zijn geprevel op prijs zal stellen.
Heeft het enig nut om god te paaien, te bidden en te smeken? Uit statistische onderzoeken blijkt dat bidders en niet-bidders evenveel voor- en tegenspoed hebben. Verzekeraars geven daarom geen lagere premies aan bidders.
Zie ook: www.xs4all.nl/~maartens/philosophy/multatuli/ideen1/i138.htm paragraaf 2.

Gebed van de agnost

Beste God
Als je bestaat (ik weet het niet)
als je mij kan horen (ik hoop het)
als je almachtig bent (die schepping was niet niks)
als je engelen hebt om voor je te werken (ze hebben anders niets te doen)

Waarom heb je ons verlaten,
waarom lijdt de mensheid zo?
Is het niet je wil, gebruik dan je almacht.

Laat het regenen waar de velden verdorren,
Laat de zon schijnen waar mensen doodvriezen
Haal de haat uit de mens weg, zodat oorlogen beëindigen
Breng ons wijsheid, zodat wij de wereld goed beheren

Ik hoef geen eeuwig leven, geen vergeving van mijn zonden
Ik hoef geen heilige geest om de heilige boeken te begrijpen
Ik hoef geen heilige boeken
Ik hoef geen profeten
Ik hoef je beloftes niet
Doe liever iets NU !!
(Anoniem)

Het middelpunt dat ik niet kan vinden
is bekend aan mijn onderbewuste.
Ik heb geen reden te wanhopen,
want ik bevind me daar al.
(
Auden, 'The Labyrinth')

Gevoel is als een onstuimig paard, het verstand is de ruiter.
Als
het gezonde verstand de leiding heeft
zouden de gevangenissen en kerken niet zo vol zitten.

Scepticisme t.a.v. agnosticisme
Regelmatig proberen zowel theïsten als atheïsten de agnost in de tang te nemen. Een agnost wordt een makkelijke prooi voor de sceptici als hij gelooft dat:
- er is meer tussen hemel en aarde dan wij weten (zie ook het ietsisme),
- er een voor de mens niet waarneembaar (bovennatuurlijk) gebied is,
- wij mensen geen kennis over god(en) of gene zijde hebben of kunnen verwerven *.
Deze beweringen zijn strijdig met het niet weten. Zij die hun geloof willen verdedigen schuiven graag het agnosticisme in de richting van de bovenstaande beweringen om vervolgens tot de conclusie te komen dat het  agnosticisme zichzelf weerlegt. Ze kunnen hooguit beweren dat de agnost niet weet omdat hij mogelijk niet, niet goed of niet lang genoeg gezocht heeft. Veel agnosten hebben wel degelijk zeer intensief en jarenlang gezocht (en zoeken mogelijk nog steeds), maar ze hebben niets gevonden. Ze blijven nog steeds open staan voor een deugdelijk bewijs (en dagen vaak degenen uit die menen dat te hebben),  maar de hoop daarop is meestal vervlogen.

* De bewering dat het onmogelijk is om bovennatuurlijke zaken te bewijzen wordt ook wel 'sterk agnosticisme' genoemd. Je kan dat geloven, maar dan ben je geen agnost. Agnosticisme is het enige ware ongeloof.

Laatst opende ik mijn ogen
Ik zag de aarde om mij heen
Vanwaar ik kwam was niet bekend
Waarheen ik gaan zou evenmin

"Mijn God" sprak ik, wat zal ik doen?
Waar wilt Gij dat ik ga?
Wat is de zin, wat is het doel?
Of bent U heel niet daar?

Er volgde stilte
Zwijgen als het graf
Slechts echo van mijn bede
En verder alles zwart.

Ik zocht in dikke boeken
Vertrok naar India
Slechts mensen gaven antwoord
Maar God? Ik trof Hem niet.

Ik houd niet van een monoloog
Dus ben ook ik gaan zwijgen
Hiernamaals is niet boeiend meer
Hiernumaals is de kern.

Wat later komt het is mij worst
Mijn leven is op aarde
Met bomen, bloemen en een bij
En mooie meisjes soms.

(Jager)

En er zijn inderdaad agnosten die zeggen dat het hen niets kan schelen of er wel of niet goden bestaan (sommige noemen zich apathische agnosten). Het wekt bevreemding als zij wel tijd en aandacht aan de verbeiding van hun agnostische ideeën besteden. Zij berusten erin dat er geen bewijzen en aanwijzingen zijn dat er meer is dan het  hiernumaals, maar niet in de opdringerigheid en negatieve invloeden van de religies.

Ik weet niets, dat erken ik,
maar dat is meer dan anderen weten,
want die denken iets te weten en zij weten niets.
(Socrates)

Te weten dat je niet weet, is het beste.
Te doen alsof je weet wanneer je niet weet, is een ziekte.
Wanneer je deze ziekte als een ziekte herkent, zal je er vrij van zijn.
De wijze is vrij van deze ziekte;
omdat hij deze ziekte als een ziekte herkent, is hij er vrij van.

(Lao-tse, Tao Te King)

Materie en energie
Godsgelovigen dagen ongelovigen vaak uit om te komen met een betere verklaring dan zij hebben voor de oorsprong van de natuur en de materie. Voor de natuur is er de evolutietheorie en die stoelt op talloze bewijzen terwijl de scheppingsleer geen enkel bewijs heeft. Nu was er nooit niets, b.v. de  wiskundige formules en alle feiten waren er al voor ieder begin en blijven na ieder einde. Maar met materie en energie ligt het wat anders. Wiskundig gezien is plus-1 en  min-1 samen 0. Dit geeft grond aan de theorie van antimaterie. Dat materie en antimaterie bij een botsing verdwijnen lijkt logisch. Hoe het trekken van materie uit het niets in zijn werk gaat kunnen wij ons niet voorstellen. Het is dan wel heel gemakkelijk om er een bovennatuurlijk wezen bij te slepen die ons vraagstuk dan maar verder moet oplossen.
Wellicht is ons brein, dat alleen in ruimte en tijd kan denken, te beperkt om meer complexe zaken te begrijpen. Flatlanders, die in een 2-dimensioneel vlak leven (zie http://wiskunde.arachnion.nl/flatland/ ), hebben eenzelfde probleem met het ruimtelijk denken. Als bollen hun leefvlak doorkruisen zien zij eerst groter en vervolgens weer kleiner wordende cirkels (zie http://wiskunde.arachnion.nl/flatland/flatland-2.html ). Ze kunnen zelfs een grafiek maken waarin de diameter wordt afgezet t.o.v. de tijd. Die grafiek zullen zij wel nooit doorgronden, want hun hersenen zijn ook plat en ze kunnen zich daarom geen voorstelling maken over het bestaan van  bollen.
De middeleeuwers dachten dat de aarde plat was, ze ervaarden dat zo en wisten niet beter. Wij menen dat de tijd een constant voortschrijdend gegeven is, gebeurtenissen volgen elkaar op als wasgoed aan een lijntje. Maar dat is zoals wij dat ervaren
, de werkelijkheid is wellicht vele malen complexer. Zullen wij het mysterie van 'het zijn' ooit kunnen doorgronden?

De maan weet niet dat ze stil en helder is,
heeft van haar maan-zijn zelfs geen weet;
het zand weet niet dat het zand is. (…)
Misschien is het menselijke lot
van kort geluk en lang verdriet
het instrument van een Ander.
Dat weten we niet;
hem God noemen helpt ons niet…

(Jorge Luis Borges. 1899-1986, 'Waar we niets van weten')

MAAR TOCH....
Er zijn geen bewijzen en logisch argumenten aan te voeren dat god staat. Mogelijk is uw ratio het daarmee eens, maar toch zegt uw gevoel dat er een god bestaat. Misschien heeft u zelfs godservaringen. Die ervaringen zijn feitelijke realiteit, maar dat wil nog niet zeggen dat god een feit is. Pas als god verifieerbaar is kan er over feitelijke realiteit gesproken worden, anders ontstijgt de godservaring niet de eigenschappen van illusies. En waarom geloven zoveel mensen dan toch zo graag? Wat biedt het? Is het geloof heilzaam voor het hier en nu? Godsgelovigen zeggen vaak dat ze kracht en troost putten uit hun geloof, maar dat berust toch weer op de verwachting dat in het hiernamaals alles goed komt.
Zo'n vooruitzicht is prettig, maar ook zelfbedrog. Is het zo'n onverteerbare gedachte dat er na de dood geen leven en rechtvaardigheid is? Of geeft het na volgende een verklaring?

Het verloren paradijs
Eens, toen je nog een jong kind was, was je leeg en onbevangen. Je was blij en elke dag was een nieuw avontuur waarbij je zelfs om elk geluidje kon lachen. Je leefde in het hier en nu, van moment tot moment, zonder je te bekommeren over de toekomst, zonder stil te staan bij het verleden. Je had geen zorgen, er werd voor je gezorgd. Je ouders/opvoeders konden elk pijntje en verdrietje met een kusje wegnemen. Zij waren jouw goden die in al je behoeftes voorzagen. Wat een schitterende tijd was dat.
Maar toen er kwam een moment dat je besefte dat aan het leven een eind zou komen, b.v. toen je lievelingsdier dood ging. Niemand kon dat voorkomen. Je jonge onbezorgde eeuwige leventje liep een flinke deuk op toen je besefte dat ook jouw leven op de dood zou uitlopen. En je kreeg te maken met goed en kwaad, beloning en straf. Angst voor straf en dood namen plaats in je zuivere leegte. Je onbevangenheid was voorbij, je werd a.h.w. uit het paradijs gezet.
Gedreven door heimwee klampte je je vast aan het idee dat er toch een eeuwig leven in een paradijs moest zijn, weliswaar niet hier en nu, maar later in het hiernamaals. God werd als pleister op je wonde aangereikt. Ja, god, de alleskunnende liefdevolle vaderfiguur, dat was de oplossing, dat alternatief liet je je niet meer afpakken. Het leven is hard, koester je zoete illusies.

Rouwverwerking
Woorden kunnen leed niet wegnemen, hooguit wat verzachten.
Toen T.H. Huxley (de bedenker van het woord 'agnosticisme') zijn zoontje verloor, werd hij getroost door zijn religieuze vrienden met het vooruitzicht dat hij zijn kind in de hemel zou ontmoeten. Huxley antwoordde; 'Het is mijn taak mijn strevingen te leren zich naar de feiten de voegen, niet te trachten de feiten in overeenstemming te brengen met mijn strevingen.'

De godsgelovigen zijn zelf niet erg geloofwaardig, want ondanks de blijde boodschap die zij verkondigen zie je niemand blij omdat de overledende naar een betere wereld gaat. De rouwplechtigheden zijn gedompeld in droefheid en veel godsgelovigen vragen zich af wat de reden is dat god hen zoveel leed aandoet. Zou er soms iets misdaan zijn, wat is de zin ervan of de les die getrokken moet worden?. Die overwegingen kwellen de agnost niet en hij hoeft geen steun te zoeken bij een god die je laat lijden. Aan het medeleven en de hulp van familie, vrienden en kennissen heb je veel meer.

Theïsten zeggen steun en troost aan hun geloof te kunnen ontlenen. Maar er zijn ook mensen die vinden dat geloof je brengt in een imaginaire wereld. Zij kiezen liever voor de kenbare realiteit. Die geestesgesteldheid lijkt misschien koud, kil, kaal en leeg, maar voor hen is het een zuivere ruimte waar geen plaats is voor illusies, zelfbedrog en zelfhypnose. Alleen daar kan je je eigen integriteit en onbevangenheid terugvinden die je als kind ooit bezat. En reken maar dat dat weer te ervaren veel waard is, noem het een wedergeboorte.

Ga zitten voor 'n feit zoals een klein kind,
wees bereid elk vooroordeel op te geven,
volg ootmoedig naar waar of wat dan ook de peilloze natuur je leidt,
want anders zal je niets leren.

(Thomas Henry Huxley)

Waarom deze website?
De leden van godsdienstige groeperingen aanvaarden het gezag van geestelijke leiders en de leer van 'heilige' boeken. Zelden vraagt men zich af waarom men dat doet en scepticisme naar de eigen doctrine afwijst.  Voor het verbreiden en bestendigen van het geloof zijn er volop religieus gebaseerde organisaties. Omroepverenigingen, scholen, ziekenhuizen, zorginstellingen en vakbonden zijn voor een groot deel in handen van religies. Je ontkomt niet aan de christelijke visie, zelfs op openbare scholen wordt god als een vaststaand feit gepresenteerd. Het christendom heeft  strafwetten die ook voor ongelovigen  gelden, zoals boetes voor het niet eerbiedigen van hun verplichte feest- en rustdagen. Godsgelovigen bepalen met de winkelsluitingswet wanneer bedrijven en winkels gesloten moeten zijn, wat voor veel mensen maar saaie dagen oplevert. Op blasfemie staat zelfs gevangenisstraf. Op munten  staan religieuse teksten. Kerk en staat zouden gescheiden moeten zijn, maar er zijn nog steeds op religie gebaseerde politieke partijen. De hele samenleving wordt doordrenkt met religie. Georganiseerde hulp bij het loslaten van ingeslepen doctrines is echter nauwelijks te vinden. Agnosten en atheïsten vormen een groot deel van de mensheid, maar hebben weinig tot geen behoefte tot groeperen. Juist het degroeperen maakt het mogelijk zich verbonden te voelen met de hele mensheid en de eigen denkbeelden sceptisch te benaderen. Dat ontbreken van organisaties van ongelovigen is jammer voor wie een alternatief zoekt voor twijfels over god en geloof. Deze website wil een helpende hand bieden.

Luisterend naar het monotone luiden van de klokken
In stoffige torens van kerken, maar half zo hoog als vroeger
Zie ik zombies hun huizen verlaten
Verstand op nul met strakke gezichten verstard door schuld
Om steeds opnieuw versleten woorden aan te horen
Van mensen die slechts anderen citeren
Om daarna opgelucht doch onveranderd naar huis terug te keren
Oh mensenkind, ontwaakt!
Wordt het eindelijk niet eens tijd
Dat gij uw godsdiensten verzaakt?