recept januari2007
appelflappen
altijd lekker
Appelflappen horen samen met
oliebollen tot het traditionele oudjaarsgebak. Volkomen willekeurig heb ik nu
eens een recept uit een Engels manuscript uit de vijftiende eeuw gekozen voor
dit appelgebak.
Er heerst verwarring over wat nu een appelflap is. Er zijn namelijk twee soorten
gebak met deze naam. De ene appelflap bestaat uit gehakte appel met suiker,
kaneel en eventueel rozijnen die in een driehoekje bladerdeeg in de oven wordt
gebakken, de andere is de appelflap waar het hier over gaat, een schijfje of
partje appel dat door beslag wordt gehaald en daarna gefrituurd. In mijn
ouderlijk huis was de appelflap de gefrituurde variant. Overigens wordt deze ook
wel appelbeignet genoemd (volgens Van Dale is dit zelfs de officiële
naam). Meer over deze spraakverwarring is te lezen op de
Beignets pagina van Henk Werk, waar je ook meer over de geschiedenis van
appelbeignets en -flappen kunt vinden. Bij AH zag ik appelbeignets liggen, en
dat waren dan weer stukjes appel in bladerdeeg, officiële "appelflappen" dus. .
Appels zijn het meest bekende en
gegeten fruit in onze contreien. Er zijn duizenden appelrassen, maar dat wil nog
niet zeggen dat je ze allemaal kunt kopen. Sommige appelrassen zijn erg locaal,
andere zijn in de vergetelheid geraakt, en een aantal rassen hebben een te
kleine opbrengst of zijn te kwetsbaar voor ziekten om commercieel interessant te
zijn. De"oerappel" was klein en zuur, met verhoudingsgewijs véél klokhuis en
weinig vruchtvlees.
In de oudheid was er nog geen onderscheid tussen appels en kweeën. De "appel van
Paris" die de indirecte aanleiding tot de Trojaanse oorlog was, en de verboden
vrucht in het Paradijs zal eerder een kwee zijn geweest.
Tegen de tijd dat het onderstaande recept werd opgeschreven waren er al
verschillende appelrassen. Alan Davidson noemt voor Engeland de Costard (grote
kookappel) en de Pearmain (groenrode appel), die beide al in de dertiende eeuw
bekend waren, en de Nonpareil, White Joaneting (een hele vroege, gele appel) en
Royal Russet (roodbruine hand- en kookappel). Via kwekers van oude fruitrassen
is er met wat moeite nog aan vruchtbomen van deze appels te komen.
Overigens kwam er een ware explosie in nieuwe appel- en peerrassen vanaf de
zestiende eeuw, door de herontdekking van de enttechniek (die was na de val van
het Romeinse Rijk in Europa in vergetelheid geraakt). Bekende "nieuwe" rassen
zijn pippelingen en reinetten.
Over de appel op de afbeelding: Dit is weer een heel ander appelras, de zgn. "Winter-Borsdorfer
Apfel", een variant van de Edelborsdorfer die al in 1175 in een Duitse oorkonde
wordt vermeld. Het was een heel populaire appel in Duitsland en Oostenrijk. Het
plaatje staat niet ondersteboven (kijk maar naar de schaduw op de twijg), ik heb
geen idee wat de artiest heeft bezield om de appel zo af te beelden. Het plaatje
komt uit Der teutsche Obstgärtner uit 1795.
Welke appels je voor dit gerecht gebruikt hangt af van je smaak en de mogelijkheden. Een zurige appel verdient de voorkeur. Kijk maar welk ras er op het moment dat je de appelflappen wilt bereiden verkrijgbaar is. Voor de volledigheid, een lijst met oude Nederlandse appelrassen.
Dit recept voor appelflappen is al
vaker gepubliceerd (zie bibliografie), en dat is niet vreemd. Het recept is
makkelijk te maken, en lijkt sterk op moderne beignets zodat ook minder
avontuurlijke kokers zich eraan zullen wagen.
Dit soort gebak was geliefd op middeleeuwse tafels. Behalve appelflappen en
andere zoete beignets zijn er ook recepten voor hartige beignets met
bijvoorbeeld een vulling van vis, vijgen en rozijnen (ms Harleian 279, recept
2.48).
Overigens is dit recept geschikt voor de Vastentijd die er weer aankomt,
aangezien er geen eieren en melk in het beslag worden gebruikt, en de flappen in
olie worden gebakken. Het recept dat direct voorafgaat aan het onderstaande
recept is voor "Fretoure owt of lente", ook met appels. Het beslag wordt gemaakt
met bloem, melk, eieren, saffraan en peper.
|
Fretoure. Take whete floure, Ale 3est, Safroun, & Salt, & bete alle to-gederys as þikke as þou schuldyst make oþer bature in fleyssche tyme; & þan take fayre Applys, & kut hem in maner of Fretourys, & wete hem in þe bature vp on downne, & frye hem in fayre Oyle, & caste hem in a dyssche; & caste Sugre þer-on, & serue forth. |
Beignets. Neem tarwebloem, biergist (of bier en gist?), saffraan en zout, en klop dit alles zo dik als je ander beslag zou maken op vleesdagen. Neem dan goede appels en snijd ze zoals voor beignets. Haal ze op en neer door het beslag en bak ze in goede olie. Leg ze op een schotel, strooi er suiker over en dien op. |
De moderne bewerking van het recept:
Het bier dat we nu kunnen kopen
bevat niet genoeg actieve gist meer, daarom moeten we extra gist toevoegen aan
het beslag. Gebruik in ieder geval een bier met bovengisting. Westmalle en La
Chouffe hebben nog levend gist in de flesjes. De meeste bieren worden
gepasteuriseerd, waardoor de meeste gistcellen het loodje leggen.
Met Jopen Koyt bier had ik ook goede resultaten. Het is een Haarlems gruitbier,
waaraan toch een klein percentage hop is toegevoegd. Het recept is uit1407, toen
in Nederland al volop hopbier werd gebrouwen.
Overigens lijkt het mij dat deze bieren ook voor modern bierbeslag het beste
zijn. Bier wordt in het beslag gedaan vanwege de gistende werking, en met dood
biergist kom je niet ver.
Voor 12 tot 16 appelflappen van hele schijven appel.
Ingrediëntenlijst:
150 gram bloem
2 deciliter bier (ik heb o.a. geëxperimenteerd met Westmalle dubbel en tripel,
Hoegaerden, Jopen Koyt, allemaal bovengistend)
½ theelepel droge
gistkorrels of ½
eetlepel verse gist
¼ theelepel
saffraan, gekneusd in 1 eetlepel verwarmd bier
¼ theelepel zout
2 appels
olijfolie of neutrale olie (zonnebloem-, soja-, sla-) om te frituren
poedersuiker en eventueel wat kaneelpoeder om te strooien
Voorbereiding:
Maak het beslag: verwarm een halve deciliter van het bier tot lauw (klein
pannetje op het vuur, ik weet niet of gist de magnetron overleeft), strooi de
droge gist erin en laat een kwartiertje staan. Verhit een eetlepel bier
(magnetron) en kneus de saffraandraadjes hierin.
Meng dan de rest van het bier door het bier met gist, de bloem, het zout en de
gekneusde saffraan met de eetlepel bier. Roer tot een glad beslag, zet een half
tot heel uur warm weg om te laten rijzen. Het beslag moet dikvloeibaar zijn,
geen deeg.
Bereiding:
Schil en snijd de appels pas vlak voor het bereiden om verkleuring tegen te
gaan. Schil de appels, haal het klokhuis eruit, en snijd ze in partjes of
schijven.
Verhit de frituurolie tot 180ºC. Haal de appelpartjes of -schijven door het
beslag en frituur ze met enkele tegelijk in de olie tot ze mooi goudbruin zijn,
een minuut of vijf. Keer ze halverwege. Laat ze uitlekken op keukenpapier, houd
ze warm in de oven (100ºC) tot alles klaar is.
Je kunt de flappen ook opwarmen in de oven op 150ºC, op een rooster naast
elkaar.
Serveren:
Warm, bestrooid met suiker. Het is helemaal niet anachronistisch om wat
kaneelpoeder door de strooisuiker te mengen.
Bier: Oorspronkelijk was het Engelse ale net
als alle middeleeuwse bieren bovengistend bier dat zonder hop werd gebrouwen.
Bier zonder hop gemaakt is beperkter houdbaar. Hop conserveert het bier, en
geeft er de nu zo karakteristieke bittere smaak aan. Vóórdat hop een vast
bestanddeel van de gruit werd bestond dit kruidenmengsel uit gagel (Myrica Gale,
zie plaatje) met andere kruiden als rozemarijn, salie. Dit bier had minder
bubbels dan het moderne bier, het meeste koolzuurgas ontsnapte tijdens de
gisting. De smaak van het bier kon zurig of zoetig zijn, afhankelijk van de
samenstelling van de gruit en de brouwmethode.
Hop werd vanaf begin veertiende eeuw in Nederland gebruikt bij het bierbrouwen.
Pas in de loop van de vijftiende eeuw werd het toevoegen van hop aan het bier
vanuit Nederland geïntroduceerd in Engeland. De term ale bleef lange tijd
exclusief in gebruik voor bier dat zonder hop was gebrouwen, bier met hop heette
beer. Vanaf de zestiende eeuw werd ale ook met hop gebrouwen. Nu betekent
ale vooral "bovengistend bier", in tegenstelling tot lager, dat
ondergistend bier betekent. Het manuscript waar bovenstaand recept uit komt
stamt uit de eerste helft van de vijftiende eeuw, ik ga er dus vanuit dat er met
"ale" inderdaad bovengistend hoploos bier wordt bedoeld..
Middeleeuws bier was dus bovengistend en zonder hop. Bier was de volksdrank bij
uitstek, in een periode waarin wijn duur was en koffie en thee nog onbekend.
Omdat het water tijdens het productieproces werd gekookt was het drinken van
bier veiliger dan het drinken van water. Over het alcoholpercentage van het bier
kan ik niets met zekerheid zeggen. Van wijn is bekend dat het verdund met water
werd gedronken, onversneden wijn drinken was een teken van onmatigheid.
Aangezien bier door nog méér mensen, jong en oud, werd gedronken vanaf het
ontbijt af, is het aan te nemen dat dit bier ofwel een laag alcoholgehalte had,
of net als wijn werd aangelengd met water.
Het is me -nog- niet gelukt om gruitbier te vinden. Het beste alternatief is
een bovengistend bier met een laag alcoholpercentage, en de hop maar voor lief
te nemen. Ik heb nu Westmalle gebruikt, en een eetlepel suiker toegevoegd aan
het beslag om de bitterheid van de hop iets tegen te gaan. De appelflappen waren
lekker, maar je proeft dat er hopbier is gebruikt. Ik ga zeker verder zoeken.
Een heel informatieve site over bierbrouwen:
Brouw Bier. Zij hebben mij ook
geholpen met enige vragen over biergist. Wie zelf gruitbier wil gaan brouwen zal
geïnteresseerd zijn in
deze
pagina van Sean Sweeney.
In mijn zoektocht naar het meest geschikte bier ben ik verder geholpen door de
discussie op het Fok-forum, mijn
hartelijke dank aan alle raadgevers. Daar staan ook een aantal links naar
interessante pagina's over bierbrouwen.
Edit: Dankzij Komos
en de vriend van iemand op FokForum weet ik nu een Nederlands (licht gehopt)
gruitbier te koop: Jopen Koyt (zie
ook hier).
Olie: Behalve dierlijk vet en boter werd er ook olie in de
middeleeuwse keuken gebruikt, en niet alleen in de landen rond de Middellandse
Zee. Die olie kon olijfolie zijn (zelfs in vijftiende-eeuws Engeland, in een
ander recept ms Harleian 279, 1.135, voor "Applade Ryalle", een appelmoes met
runderbouillon en rundvet, of amandelmelk en olie op visdagen, wordt in dat
laatste geval "oyle of Olyff" gebruikt), maar je had ook andere plantaardige
oliën, zoals notenolie en raapolie. Raapolie is nog steeds te koop. Het is ook
een grondstof voor margarine.
In middelnederlandse manuscripten worden olijfolie (UB Gent 476, recept 142) en
raapolie (KA Gent 15, diverse recepten in de drie culinaire delen van het
convoluut, bijvoorbeeld
roerei van
viskuit voor in de vastentijd) met name genoemd. Meestal echter beperken de
kookteksten zich tot het noemen van olie zonder nadere aanduiding.
Eerlijk gezegd heb ik geen idee welke olie er gebruikt werd voor het frituren
van de beignets. Ik heb daarom maar gekozen voor olie met een neutrale smaak.