 Een
normale bevalling vindt plaats bij een zwangerschapsduur tussen de 38e
en de 42e week. Een kind is meestal levensvatbaar vanaf een
zwangerschapsduur vanaf 26 weken. Dat betekent echter wel dat een kind
nog heel kwetsbaar is en een flinke tijd in de couveuse verder moet
groeien.
Het begin van de bevalling
Een normale bevalling start met één van de volgende kenmerken:
- verlies van de slijmprop (tot 2 weken voor de bevalling)
- breken van de vliezen
- op gang komen van de weeën
Waar bevallen?
Er zijn veel plaatsen waar je kunt bevallen: thuis, ziekenhuis,
kraamkliniek, kraamhotel.Informeer bij je verloskundige naar de
mogelijkheden in jouw omgeving. Ook als je er niet voor kiest om in het
ziekenhuis te bevallen, is het slim om er toch een keer te kijken
tijdens een voorlichtingsavond. Er kunnen zich altijd complicaties
voordoen, bekendheid met het ziekenhuis zorgt er dan voor dat je iets
minder stress hebt.
Hoe bevallen?
Er zijn veel manieren om te baren. Lees er
hier meer over.
Naast de natuurlijke bevalling zijn er allerlei hulpmiddelen voor als
het wat minder voorspoedig verloopt:
- inleiden van de bevalling
- pijnbestrijding
- tangverlossing
- vacuümverlossing
- ruggenprik
- keizersnede
Hoe jouw bevalling zal verlopen
is niet te voorspellen. Iedere vrouw reageert anders.
Kunstverlossingen
Als de bevalling niet voorspoedig verloopt of als verwacht wordt dat de
bevalling niet natuurlijk kan verlopen, kan er besloten worden om de
natuur een handje te helpen.
De tangverlossing en de vacuümextractie zijn de meest voorkomende
kunstverlossingen. De baby wordt dan wel via de natuurlijke weg geboren,
maar met wat extra hulp van de verlostang of de vacuümpomp. Dit kan
bijvoorbeeld nodig zijn als de baring te langzaam verloopt of wanneer
wordt geconstateerd dat de baby een zuurstoftekort heeft. De keuze voor
tang of vacuümpomp hangt af van meerdere factoren en wordt bepaald door
de gynaecoloog of verloskundige die de bevalling begeleidt.
Een keizersnede is een veel ingrijpendere kunstverlossing. Dit wordt
gedaan als het bekken te nauw is, het kindje in een verkeerde houding
ligt (stuit- of dwarsligging) of als de moeder of het kind fysiek niet
in staat zijn een zware bevalling te doorstaan.
Een kunstverlossing wordt altijd in het ziekenhuis uitgevoerd.
Met wie bevallen?
Verder moet je bedenken wie je graag bij je bevalling erbij wilt hebben,
je hebt immers geen partner. Vanzelfsprekend kun je er ook voor kiezen
om zonder gezelschap te bevallen. Een bevalling kan echter lang duren en
dan is een beetje hulp erg prettig. Natuurlijk is er wel een
verloskundige of verpleegkundige om je steun te bieden, maar die zijn
niet aldoor aanwezig.
Belangrijk is het om te zorgen dat die bewuste persoon in staat is om
jouw wensen en behoeften te vertalen.
Ziekenhuiskoffertje
Wat is handig om in te pakken in het ziekenhuiskoffertje?
- toiletartikelen
- pyjama of nachtjapon (evt. met opening voor borstvoeding)
- paspoort (nodig voor aangifte)
- fototoestel, filmpjes, batterijen etc.
- kleding voor je baby (een paar verschillende maten)
- iets om te lezen
- verzekeringspapieren
- badjas
- slippers of pantoffels
- slipjes (vlak na de bevalling zijn een paar oerdegelijke supergrote
onderbroeken in maat XXL een handig voor je kraamverband, want in je
strings blijven die namelijk niet zitten!)
- beha’s (evt. voedingsbeha’s)
- naam en telefoonnummers van mensen die je direct wilt bellen
- mobiele telefoon (is in sommige ziekenhuizen toegestaan)
Inventaris thuis
Wat heb je thuis nodig voor je bevalling?
- een kraampakket (kun je vaak via de ziekenfonds/ ziektenkosten
verzekering krijgen en hier zit een aantal van de hierondergenoemde
dingen in)
- een rolletje tape
- twee pakken maandverband
- twee pakken kraamverband
- een flesje alcohol (70%, bij de drogist verkrijgbaar)
- een pak steriele gaasjes
- vijf celstofonderleggers
- wanneer je borstvoeding wilt geven: tenminste twee voedingsbeha’s en
twee dozen zoogkompressen (zonder plastic erin) of uitwasbare
zoogcompressen (vonden wij veel fijner!!!)
- klossen voor onder het kraambed. Er geldt dat je kraambed op ongeveer
72 cm. hoogte moet staan, om rugklachten bij de kraamverzorgster te
voorkomen
- thermometer
- kruiken (kun je ook vaak lenen)
Regelen
Na de bevalling zijn er een aantal zaken die moeten gebeuren:
- Geboorte-aangifte: dit moet gebeuren door een
persoon die bij de bevalling is geweest. Deze persoon heeft er jouw
paspoort voor nodig. Hieronder vind je hier meer over.
- Hielprikje: bij de aangifte krijg je de
benodigdheden mee voor de hielprik. Deze prik screent baby’s op een paar
stofwisselingsziekten en wordt meestal op de vijfde dag uitgevoerd. De
kraamhulp zal de prik uitvoeren of anders iemand van het
consultatiebureau (als je nog in het ziekenhuis verblijft, het
ziekenhuispersoneel).
- Kinderbijslag: de papieren om deze aan te vragen
ontvang je automatisch na aangifte van je kind.
- Geboortekaartjes: je kunt er voor kiezen om ze zo
snel mogelijk na de geboorte te versturen zodat het meeste kraambezoek
de eerste week komt, wanneer je nog kraamhulp hebt.Als je ze later
verstuurt, heb je wel een rustige kraamtijd, maar loop je de kans om nog
maandenlang allerlei bezoek te krijgen. Je kunt dit gedeeltelijk
ondervangen door een kraamfeest. Als je wilt, kun je een e-mail (evt.
met foto) aan je adressenbestand sturen en/of foto’s op een website
plaatsen.
- Kraamzorg en nazorg door de verloskundige. Verder
kun je een thuisbezoek van je huisarts/wijkverpleger verwachten voor
controle van jou en de baby.
Geboorte-aangifte
Als je kindje geboren wordt, moet er binnen drie werkdagen aangifte
worden gedaan. De ambtenaar van de Burgelijke Stand maakt dan een
geboorteakte op. Deze akte vormt het bewijs dat je kindje is opgenomen
in het geboorteregister. Niet iedereen mag aangifte doen. Eén van de
volgende personen is verplicht het te doen:
- de vader van het kind (mits aanwezig bij de geboorte)
- iemand die tijdens de geboorte aanwezig was
- degene in wiens huis het kind is geboren
- het hoofd van de instelling waar het kind geboren is
- de burgemeester
- de moeder zelf mag natuurlijk ook aangifte doen
De ambtenaar van de Burgerlijke Stand heeft een
aantal gegevens nodig om je kind te registreren. De dingen die je nodig
hebt zijn:
- voornaam, achternaam, woonplaats en beroep van de moeder (en evt. de
vader)
- plaats, dag en tijd van geboorte
- voornaam, achternaam en geslacht van het kind
Je mag je kindje bijna elke voornaam geven, maar er wordt natuurlijk wel
gelet op eventuele kwetsende namen. De ambtenaar kan weigeren dit soort
namen te registreren.
Sinds 1 januari 1998 mag je kiezen of je kind de achternaam van de vader
of van de moeder krijgt. Als je niet getrouwd bent, krijgt je kindje
automatisch jouw achternaam. |