Het idee
Soms spookt een idee voor een film al langere tijd door je hoofd, maar meestal begint het idee van een film bij een brainstormsessie. Dit kun je alleen doen, door steekwoorden op een A4 te schrijven, maar het is vaak prettiger om met anderen te brainstormen. Zorg ervoor dat je voor alle ideeën openstaat en deze noteert. Soms lijken dingen in eerste instantie niet relevant voor je film, maar wanneer je het idee gaat uitwerken kunnen ze van groot belang zijn. Probeer het aantal locaties en acteurs zoveel mogelijk te beperken (tenzij je veel draaidagen hebt en het om een langere film gaat).
Synopsis
Een synopsis is een korte samenvatting van het verhaal dat je wil gaan verfilmen. Hierin geef je ook via een karakterschets aan wie je personages zijn. In de synopsis staan geen regie of camera-aanwijzingen. Probeer je synopsis zo kort mogelijk te houden.
Scenario
Het scenario is de volledige tekst van je film. Je
scenario is (net als je film) opgedeeld in scènes. Een
nieuwe scène begint wanneer je locatie of het tijdstip
verandert.
Bovenaan de scène vertel je of deze zich op een binnen-
(INT) of buitenlocatie (EXT) afspeelt, waar de locatie
zich afspeelt (bijv. Slaapkamer David) en of deze zich
overdag of ’s nachts afspeelt. Deze gegevens zijn
belangrijk voor de productie.
INT. Slaapkamer David – nacht
Vervolgens geef je een omschrijving van de locatie en wat je in de openingshots wil laten zien:
De slaapkamer van DAVID is rommelig. Vuile was slingert rond, pizzadozen liggen verspreid over de vloer. EMMA komt de kamer binnen.
Je kan nu beginnen met de teksten die je personages uitspreken. Geef eerst de naam van het personage. Achter de naam kan je een kort steekwoord zetten om de toon van de tekst te benadrukken. Voice-overs kun je ook hier aangeven met de afkorting ‘V.O.’
EMMA: (zucht)
Wat een bende…
Wanneer de personages een handeling plegen, of er iets verandert in de scène zet je dit tussen de dialoog:
DAVID verschijnt achter EMMA. Hij heeft een mes in zijn handen en zet deze op haar keel.
Wanneer de scène overgaat in de volgende geef je dat aan met: FADE TO, FADE IN of FADE OUT
De scène komt er dan als volgt uit te zien:
INT. Slaapkamer David – nacht
De slaapkamer van DAVID is rommelig. Vuile was slingert rond, pizzadozen liggen verspreid over de vloer. EMMA komt de kamer binnen.
EMMA: (zucht)
Wat een bende…
DAVID verschijnt achter EMMA. Hij heeft een mes in zijn handen en zet deze op haar keel.
FADE OUT
Storyboard

Een storyboard is een soort stripverhaal waarmee je voor de acteurs en de crew aangeeft hoe jij de film voor ogen hebt. Zo weet de cameraman precies hoe hij zijn shots moet kiezen en weten de acteurs hoe ze straks in beeld komen.
Shotlist
De shotlist is een lijst waarin je een opsomming geeft van alle shots. Zet erbij om welke scène het gaat en om wat voor shot het gaat (Wide, medium, close) en wat er in beeld te zien is. Je hoeft je film niet chronologisch op te nemen (bijv. wanneer een locatie 2 keer in je film voorkomt is het verstandiger om dit op dezelfde dag te filmen). De shotlist helpt je om een goed overzicht te krijgen in de planning en is een mooi lijstje om je shots op de draaidagen op af te vinken.
Callsheet
Een callsheet is een overzicht waarop alle afspraken van de draaidag zijn terug te vinden. Zorg ervoor dat de telefoonnummers van alle medewerkers, acteurs en locaties op je callsheet staan. Daarnaast geef je een overzicht van alle afgesproken tijden op de draaidag. Maak ook een lijstje met apparatuur die je meeneemt en wie voor welke spullen verantwoordelijk is.

scène zich afspeelt. Naast de afstand van de camera kun
je ook de hoek van de camera aanpassen. Zet je de camera
laag bij de grond dan noemen we dat een
kikvorsperspectief. Je acteur lijkt op het beeld veel
groter waardoor hij dreigender overkomt. Plaats je de
camera boven de acteur dan film je vanuit een
vogelperspectief en kijk je als het ware op de acteur
neer. 



Acteurs