|
UITVOERINGSREGLEMENT PUBLIEKSFILM VOOR DE BENELUXMARKT
Algemeen
Realisering
De commanditaire vennootschap
Slotbepalingen
Ter uitvoering van het bepaalde in het bijdragenreglement geldt het
volgende.
Algemeen
Artikel 1. Dit reglement is van toepassing onverminderd en in aanvulling
op het bepaalde in het bijdragenreglement tenzij uitdrukkelijk anders
wordt aangegeven.
Artikel 2. Een publieksfilm voor de Beneluxmarkt:
a) bevat overwegend Nederlandse kenmerken;
b) heeft een lengte van meer dan zeventig minuten en is bestemd voor
exploitatie in een bioscoop- of filmtheater;
c) heeft een commercieel oogmerk en is gericht op een zo omvangrijk
mogelijk publiek;
d) heeft een begroting van ten hoogste vijftien miljoen euro;
e) wordt binnen een commanditaire vennootschap geproduceerd.
Artikel 3.-1. Een aanvraag in de zin van dit reglement kan uitsluitend
worden gedaan door een producent die gedurende ten minste twee jaar
voorafgaand aan de aanvraag in Nederland is gevestigd en wiens beroep
respectievelijk hoofdactiviteit bestaat uit het produceren van films.
-2. De in het eerste lid bedoelde producent verplicht zich één van de
beherende vennoten te worden van de commanditaire vennootschap waarop de
aanvraag betrekking.
-3. De in het vorige lid bedoelde producent heeft ten minste een
meerderheidsbelang in de besloten vennootschap die beherend vennoot is
van de commanditaire vennootschap.
-4. Subsidie wordt uitsluitend verleend aan de beherend vennoten van een
commanditaire vennootschap.
-5. In het geval dat de commanditaire vennootschap zoals bedoeld in dit
artikellid nog niet is opgericht, is de producent verplicht zo spoedig
mogelijk na oprichting ervan de verleende subsidie over te dragen.
Artikel 4.-1. De subsidie bedraagt ten hoogste € 900.000,-.
-2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt de subsidie
voor realisering, promotie en marketing ten hoogste dertig procent van
de begroting.
-3. Onder begroting wordt verstaan: de totale productiekosten inclusief
de kosten voor promotie en marketing zoals opgenomen in het door het
voorgeschreven fondsmodel, exclusief de daarin eventueel opgenomen
kosten voor prints and advertising.
-4. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien en voor zover de
middelen van het Fonds dat toelaten.
Artikel 5.-1. Een aanvraag kan worden afgewezen en een beschikking tot
subsidieverlening kan worden verlaagd, gewijzigd of ingetrokken voor
zover subsidieverlening in strijd zou zijn respectievelijk in strijd is
met ingevolge het EG-verdrag voor de staat geldende verplichtingen.
-2. Verlening van subsidie vindt plaats onder de voorwaarde dat het
totaalbedrag van de Fondsbijdrage(n) - in de zin van artikel 6 - tezamen
met het fiscale voordeel dat door de participanten in de commanditaire
vennootschap terzake van de investering in en de uitbreng en exploitatie
van de film, op basis van de grondslag waarover de
filminvesteringsaftrek is berekend, niet hoger is dan 50% van de totale
werkelijke kosten.
-3. Indien bij vaststelling van de subsidie blijkt dat het in het tweede
lid bedoelde totaalbedrag hoger is dan 50% van de totale werkelijke
kosten, dan wordt de subsidie lager vastgesteld.
-4. De ontvanger van subsidie is verplicht om het Fonds zo spoedig
mogelijk te informeren over de in dit artikel bedoelde overschrijding
met overlegging van alle relevante bescheiden.
-5. Onder totale werkelijke kosten wordt verstaan: de productiekosten,
de aan de commanditaire vennootschap gerelateerde kosten en de kosten
van uitbreng, voor zover deze door de commanditaire vennootschap worden
betaald.
Artikel 6.-1. Eerder aan een bepaald project verleende subsidies worden
in mindering gebracht op de realiseringssubsidie.
-2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor subsidies verleend
voor scenario-ontwikkeling of voor promotie en marketing.
Artikel 7. Subsidie wordt niet verleend voor omzetting van reeds
opgenomen delen van een televisieserie naar een publieksfilm, indien
deze omzetting uitsluitend de vertoning en exploitatie van de filmversie
tot doel heeft.
Artikel 8.-1. Een film komt niet voor subsidie in aanmerking indien
deze, voordat de beslissing op de aanvraag is genomen, geheel of
gedeeltelijk in de openbaarheid is gebracht.
-2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor vertoning van korte
fragmenten die uitsluitend zijn bedoeld voor promotionele doelen.
Artikel 9. Van de begroting dient een bedrag, gelijk aan het door het
Fonds verleende realiseringssubsidie, in zijn geheel in Nederland te
worden uitgegeven.
Artikel 10. De aanvrager neemt in de distributieovereenkomst een
bepaling op waarin de distributeur zich verplicht desgevraagd inzage te
verschaffen in alle bescheiden die het Fonds noodzakelijk acht voor een
juiste vervulling van zijn taak.
Artikel 11. In het geval van een internationale coproductie wordt de
omvang van de deelname van de filmonderneming in de kosten van
ontwikkeling en realisering, alsmede de aard van de Nederlandse inbreng,
betrokken bij de hoogte van de subsidie.
Artikel 12. Het Fonds kan voorschotten op een subsidie verstrekken.
Artikel 13.-1. Subsidies en voorschotten worden uitsluitend verstrekt
aan partijen die bij de Gedragscode voor films-c.v’s zijn aangesloten.
-2. Van het bepaalde zoals bedoeld in het eerste lid moet blijken uit
het Register van Aangeslotenen.
Artikel 14. Een voorschot wordt niet verleend dan nadat de ontvanger van
de subsidie een afschrift van een geldende completion bond heeft
overgelegd waarin het Fonds als medebegunstiger is aangewezen.
Artikel 15-1. Het bestuur stelt de subsidie vast binnen vijf jaar na
verlening dan wel bij staking van de commanditaire vennootschap.
-2. De ontvanger van de subsidie stelt het Fonds onverwijld van het
staken van de commanditaire vennootschap op de hoogte.
Realisering
Artikel 16.-1. Om voor subsidie in aanmerking te komen overlegt de
aanvrager, voor zover van toepassing, ten minste de volgende gegevens:
a. een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
b. een exemplaar van de synopsis en het scenario;
c. een begroting overeenkomstig dan wel gelijkwaardig aan het fondsmodel
van de totale productiekosten inclusief het financieringsplan waarbij
producers fee en overhead in overeenstemming zijn met de door het Fonds
gehanteerde glijdende schaal;
d. een overeenkomst met de rechthebbende(n) op een niet aan een bestaand
werk ontleend scenario, waaruit blijkt dat de producent bij oplevering
van bedoeld scenario een optie op de exclusieve verfilmingsrechten
heeft;
e. een overeenkomst dan wel een optie op een overeenkomst met de
rechthebbende(n) op een aan een bestaand werk ontleend scenario, waaruit
blijkt dat de producent bij oplevering van bedoeld scenario een optie op
de exclusieve verfilmingsrechten heeft voor tenminste twee jaar;
f. een dealmemo tussen aanvrager en distributeur inhoudende de hoogte
van de minimumgarantie, een begroting terzake prints and advertising, de
overeenkomst terzake inkomstenverdeling en de voorgenomen rolverdeling
van de hoofdpersonages;
g. een regieovereenkomst;
h. een marketingplan waaruit blijkt dat een bedrag gelijk aan ten minste
5% van de begroting, met een maximum van € 150.000,-, is gereserveerd
voor prints and advertising;
i. een profiel van de financiers waaruit ten minste de solvabiliteit en
de vermogenspositie blijkt.
-2. In geval van een internationale coproductie overlegt de producent in
aanvulling op het bepaalde in het eerste lid tevens de
coproductieovereenkomst(en), het curriculum vitae van de coproducent(en)
en de financiële dekking dan wel garantie in het land van herkomst.
Artikel 17. Indien de distributieovereenkomst substantieel afwijkt van
hetgeen bij dealmemo is overeengekomen, kan het Fonds de beschikking tot
subsidieverlening wijzigen of intrekken.
Artikel 18.-1. De aanvrager overlegt dagelijks callsheets en
dagrapporten en tweewekelijks een productiekosten- en
bestedingsoverzicht.
-2. Uiterlijk twee weken na uitbreng van de film overlegt de aanvrager
een schone, vertoningsgerede filmkopie.
-3. Binnen drie maanden na uitbreng in het theater levert de aanvrager
een accountantsverklaring over de begroting zoals bedoeld in artikel 4,
derde lid.
-4. Bij overschrijding van de in het derde lid genoemd termijn kan
maximaal 25% van het laatste termijnbedrag worden ingehouden.
Artikel 19. De kosten voor promotie en marketing bedragen ten minste €
60.000,-.
Artikel 20. De post promotie en marketing bevat ten minste de volgende
onderdelen:
a. werkzaamheden van een publiciteitsbureau;
b. EPK-productie en/of de productie van een making of;
c. vervaardiging van een trailer en teaser;
d. ontwerp van een poster;
e. de ontwikkeling en het onderhoud van een website;
f. speciale fotosessies;
g. selectie van scènes;
h. copywriting en vertalingen;
i. externe assistentie voor ontwikkelen marketingstrategie;
j. recruited audience screening (RAS);
k. overige promotie- en marketingactiviteiten.
De commanditaire vennootschap
Artikel 21. In aanvulling op de artikelen 1 tot en met 20 geldt het
bepaalde in deze paragraaf:
a. het bedrag dat particuliere investeerders inleggen is tenminste 20%
van de begroting, exclusief de kosten voor prints and advertising, en
waarbij ten minste één deelnemer gebruik maakt van de
filminvesteringsaftrek (fia);
b. de subsidie vervalt indien binnen twee maanden na verlening geen
Senterverklaring is aangevraagd of indien binnen drie maanden na de
Senterverklaring geen winstvaststellingsovereenkomst (wvo) is verkregen
of indien binnen zes maanden na dagtekening van de Senterverklaring geen
commanditaire vennootschap is gesloten.
Artikel 22.-1. Om voor subsidie in aanmerking te komen overlegt de
aanvrager een mede door de beoogd arrangeur van de commanditaire
vennootschap ondertekende intentieverklaring tot samenwerking die is
gebaseerd op het door de eerste bij de aanvraag overgelegde
financieringsplan.
-2. De in het eerste lid bedoelde verklaring bevat ten minste de
volgende gegevens:
a. de beoogde structuur van de commanditaire vennootschap;
b. de beoogde hoogte van de rendementen voor de participanten in de
commanditaire vennootschap op grond van het bij de aanvraag overgelegde
financieringsplan;
c. de beoogde deelnemende emissiepartijen;
d. de tijdsplanning van financiering;
e. een berekening op basis waarvan door het Fonds kan worden getoetst of
verlening van het totaalbedrag van de Fondsbijdrage(n) - in de zin van
artikel 6 - tezamen met het fiscale voordeel dat door de participanten
in de commanditaire vennootschap terzake van de investering in en de
uitbreng en exploitatie van de film, op grond van het vigerende
belastingplan en het bij de aanvraag overgelegde financieringsplan, niet
hoger is dan 50% van de totale kosten;
f. een terugbetalingsschema op basis waarvan door het Fonds kan worden
getoetst dat een zodanig deel van de verwachte opbrengsten wordt
afgedragen aan het Fonds dat het restant van de Fondsbijdrage(n) - in de
zin van artikel 6 - tezamen met het fiscale voordeel dat door de
participanten in de commanditaire vennootschap terzake van de
investering in en de uitbreng en exploitatie van de film, op grond van
het vigerende belastingplan niet hoger is dan 50% van de totale kosten.
Slotbepalingen
Artikel 23. Afwijking van het bepaalde in dit reglement is uitsluitend
toegestaan met toestemming van het bestuur na een daartoe strekkend
verzoek.
Artikel 24.-1. Dit reglement treedt in werking op de dag na dagtekening
van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
-2. Deze regeling vervangt de voorgaande regeling.
15 mei 2006 |