| I.T.T. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Scenario Alle rechten stichting Marexa , gebruik is verboden
zonder schriftelijke toestemming auteursrecht op in gedachten bij jullie is onder beheer van de Stichting Marexa |
Jos Dinkelaar journalist ,schrijver,fotograaf,filmproducent | http://www.ultrascan.nl/html/pinfraude_card_fraud.html#Google map met de dreiging per gemeente | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Larissa Volodimerova. “In gedachten bij jullie”Een geheel documentair scenario van een tragikomedie voor de Nederlandse en geëmigreerde kijker
Lijst van handelende personen:
De Eerste Handeling –
De Heer des huizes (h.h.) – een Nederlander, eigenaar van een huwelijksbureau. De Koppelaarster – zijn jeugdige Russische vrouw, vertaalster voor het bureau. Karina – Russische weduwe en alcoholiste, zoekt een partner. VH – voortdurend huwelijkskandidaat, behaard, begint stelselmatig een nieuw leven met een Russin. En daarna jaagt hij haar onder verschillende voorwendselen uit huis. Een Bescheiden Russisch meisje. Een Brutale aap – temperamentvolle Nederlandse jongen. Drie Slavische vriendinnen (Russischtalig, maar niet erg serieus)
De eerste handeling
Beelden: de betoverende Maxima en prins Willem-Alexander lopen samen langs de menigte; er worden andere contrasterende paren van verschillende nationaliteiten in Amsterdam getoond, allemaal emigranten.
Het ruim bemeten huwelijksbureau: aan de muur hangt een krant met een artikel van Maxima waarin staat dat alle plaatselijke emigranten in Nederland gelukkig zijn. Een zeer gelukkig gemengd paar werkt in een
huwelijksbureau. Het is ochtend, de vrouw des huizes leest haar man hardop
de nieuwe advertenties voor (bladert door fotoalbums en kijkt naar de
monitor): De koppelaarster: - Uiteraard! (leest): Ik zoek een man. Ben sterk, intelligent, hartstochtelijk, met gevoel voor humor. De heer des huizes lacht: Humor – omdat ze niet al te serieus zoekt? De koppelaarster (leest): “Handelsmerk als voornaamste instrument van “branding”… Uw juristen”. Wat een geleuter. Luister: “Ik zoek weer een man. Ik werk, doe aan sport”. Wat denk je, zal zij daar in d’r eentje aan sport doen…? En persoonlijk aan mij gericht, de koppelaarster: “Help mij alstublieft! Ik zal mezelf in het kort beschrijven: Kromme benen verpesten je figuur niet, als je kaal bent, kwaadaardig en een domme gans bovendien. Helpt u mij niet met het vinden van die ene? Bij voorbaat dank”. Heb jij voor die Russin iemand op het oog?
De heer des huizes: Bekijk jij even de mannelijke aanzoeken.
De k. (zoekt): Kijk eens. De kortste, die zal wel bij d’r passen: “Ik stem overal mee in”. De h.h. (lacht): En wat schrijven de Nederlanders nog
meer? - Student is bereid mee te helpen in seksonderwijs. (Dat is heel zijn wetenschap!) - Ik wil kennismaken met een heet en lief meisje en word dan een betrouwbare standvastige steun, al is het af en toe! (Kijk jij nou eens, en wij geloven in eeuwige liefde! En dit hebben ze naar het forum gestuurd:) – En wat ben jij eigenlijk voor iemand? Zeg me je geslacht. (en geen vragen over gevoelens!) Beide lachen verdrietig, de h.h. loopt naar de monitor, kijkt over zijn schouder, omhelst zijn vrouw en leest hardop voor: Ik ben mooi, intelligent, gezond en een eerzaam mens. Ik ben bescheiden… (waar bestaat zijn bescheidenheid uit? Die zie ik niet). – Ik zoek een echtgenote. Ik beschik over een goed gevoel voor humor. (En hier nog eentje met humor! En het is zo een serieuze zaak, dat ik het vaak verschrikkelijk vind: wij werken aan de toekomst van de mensheid, aan het genofonds!) De k.: Wie wat als beroep heeft. Kijk, hier heb je een advertentie ten antwoord: “Een meisje zonder opleiding zoekt vakgericht werk”. Beide schateren van het lachen, de klok slaat negen uur ’s ochtends, het belletje op de voordeur weerklinkt. Er komen twee voor elkaar onbekende mensen binnen: de Voortdurend Huwelijkskandidaat en Karina – een alcoholiste, weduwe (hangt iedereen voortdurend om de hals, zoekt een man). De voortdurend huwelijkskandidaat (VH) gaat iets terzijde zitten en Karina, badend in dronkemanstranen, gesticuleert en schreeuwt. Karina: Ik kom nu al voor de vijfde keer bij u, maar elke gegadigde weigert mij na de eerste date nog eens te ontmoeten! De k. vult uit gewoonte een “kalmerend” glas water; de VH sist in de richting van Karina: En wat veroorlooft u zichzelf met ze bij de eerste keer? K. huilt, drinkt. De h.h. richt zich van de andere kant van de werktafel tot de VH: Waarom zet u zo’n toon op. Karina was gelukkig en werd weduwe, nu wil ze weer een pretendent vinden. Wij helpen haar daarbij. En hoe vergaat het u samen met… (vergeet de naam)? De PH (zegt het voor): Met Katja? Nou, die heb ik weggejaagd. Heel Nederland eet eenmaal per dag warm, en zij was driemaal gewend, en nota bene ook nog in het weekend! Daar bij hun in Rusland wordt om twee uur warm geluncht en dan gaan ze nog avondeten! Daar ga ik totaal aan ten gronde. De h.h.: Maar dat is… (bladert door een blocnote) de vierde vrouw, aan wie we u voorstellen, en u jaagt ze stuk voor stuk weg! (K. loopt weg, wordt tot de deur begeleid door de vrouw des huizes van het bureau, die haar fluisterend troost en haar iets belooft. Het belletje weerklinkt). De VH: Maar ik betaal toch. Ik wil kennismaken met een Russin… op dit telefoonnummer… de stadscode van No-vo-si-birsk (haalt een papiertje met een nummer te voorschijn en reikt het aan). Ik heb hier een vertaling van nodig. De k. draait het nummer, synchroon vertalend wat ze hoort: - “Goede middag, dit is de raketbasis. Laat na de piep uw coördinaten achter…” De k. legt verbijsterd de hoorn op de haak. - Ik zal het nog eens proberen… - (draait het nummer, is eerst verheugd dat ze ergens anders terecht is gekomen, begint te vertalen en verandert langzaam aan van gezicht): “Goede middag. Helaas is op het moment ons antwoordapparaat kapot. Dit is de koelkast. Dicteert u alstublieft zo langzaam mogelijk uw boodschap – de wand vibreert”… - (Hangt op). – Die uitverkorene van u is een grappenmaakster! …Weet u, ik heb voor u iets interessants (bladert door het blocnote, de h.h. loopt de kamer uit). – “Ik bevind me niet alleen op het Internet, maar ook in het ware leven tracht ik alles te proberen wat maar mogelijk is. Ik ben heel erg veelzijdig”… - Nee, dat is – excuseert u mij – waarschijnlijk niets voor u. Kijk, dit heb ik aangestreept. (Het belletje weerklinkt, het Bescheiden meisje en de Brutale aap komen het bureau binnenlopen, groeten en gaan aan de zijkant zitten). De k. bladert door haar blocnote, maar dan gaat de telefoon. De koppelaarster zet het geluid aan, er is een vrouwenstem te horen die Nederlands spreekt: Hallo, ik zou graag willen doen aan historische dansen. Iets patriottistisch en iets traditioneels. Maar zonder partner gaat dat nou eenmaal niet, weet u. De k. schakelt het geluid uit en geeft geduldig antwoord, op dat moment begint de Nederlandse brutale aap het Bescheiden meisje uit Rusland te kussen: eerst de handjes, dan hoger en verder. Zij zwijgt gehoorzaam. De h.h. keert terug in de kamer met een stapeltje mappen, kijkt verwonderd naar het paar, groet ze, maar zij geven door hun bezigheden geen antwoord. De koppelaarster hangt op, probeert iets in haar blocnote te vinden. De Brutale aap vraagt aan het bescheiden meisje in een poging haar op te porren: Waarom zeg jij de hele tijd niets?! Ze zucht en geeft antwoord: Mijn moeder heeft me geleerd nooit met vreemde mannen te praten! (De koppelaarster houdt zich niet in en lacht terwijl ze door haar blocnote aan het bladeren is). De k.: Kijk hier bijvoorbeeld: “Betoverend katje, teder en gevoelig, ontvangt een waardig en welgesteld heer te gast. Ik garandeer een aangenaam en ontspannen gesprek”… En dan nog een advertentie: “Over mezelf en wie ik zoek: dat komt allemaal bij de kennismaking!” Zal ik u de nummers geven? (ze gaan door te praten met de VH, beide schrijven het op, hij trekt zijn portemonnee). Het belletje rinkelt, drie Slavische vriendinnen komen binnen en gaan aan de zijkant zitten. De VH is niet in ze geïnteresseerd, staat op en loopt op de deur af. De vriendinnen spreken onderling en stoten elkaar aan: Zou zijn lichaam helemaal zo behaard zijn of alleen zijn oren en neus…? (ze giechelen aanstekelijk). De VH gaat weg, de h.h. en de koppelaarster converseren
met de meisjes, zoeken advertenties en praten om het hardst; alle
vriendinnen spreken de wens uit zich een paar te vinden. (De vriendinnen fronzen en gesticuleren). De koppelaarster leest: Adviezen van een ervaren maagd… Dat is het niet, sorry! (Ze bladert door de kris kras volgeschreven blocnotes, bekijkt de bladen ook van de andere kant). De eerste vriendin: Kan uw bureau mij helpen in een film te acteren? Ik zou zo graag een filmster willen zijn! De hele wereld zou het dan over me hebben. De tweede vriendin pareert: Is het niet al genoeg dat de hele straat in Rusland over je sprak… De koppelaarster en de h.h. gaan door met kijken op de computer en in de mappen, de h.h. zegt troostend: We schrijven uw wensen op en zoeken een dezer dagen een paar geschikte aanzoeken uit, want – begrijpt u – er zijn meer mensen van boven middelbare leeftijd… De derde vriendin, ontevreden: U zou kunnen vaststellen of dit een club is voor wie ouder is dan dertig, of voor wie ouder is dan achtentwintig! (De vriendinnen praten onderling, brommen, maar vullen wel de vragenlijsten in). De koppelaarster draait het nummer van het papiertje dat door de VH was achtergelaten. Het geluid staat aan, de kwijnende stem van een antwoordapparaat is te horen: Hallo, dit is Silberta. U hebt gebeld naar een betaalde sekslijn, ik kan u nu geen antwoord geven, ik ben bezig. Maar u kunt uw wensen achterlaten na de piep… De klok slaat, iedereen heft zijn hoofd op, de h.h. en de koppelaarster nemen de vragenlijsten in ontvangst en doen de vriendinnen zachtjes uitgeleide: lunchpauze.
De handelende personen
De tweede handeling – Scène 1 – De Heer des huizes en de Koppelaarster. Karina. Scène 2 – De Heer des huizes en de Koppelaarster. Scène 3 – De Heer des huizes en de Koppelaarster, een Bejaard sentimenteel dametje. Een groot aantal Nederlandse familieleden en Gasten (twee Homo’s, twee Buurvrouwen, Astrid met haar Man; een Jongeling en Jolanda; een Oud dametje).
De tweede handeling
Scène 1.
Diezelfde lentedag. De dronken Karina wacht met een lege fles in haar handen in de nabijheid, aan de andere kant van de deur van het huwelijksbureau; de h.h. en de koppelaarster glippen in rouwkleding weg uit het vertrek en stappen verlicht in de auto. Ze gaan naar een begrafenis in Rotterdam.
Scène 2, in de auto.
De h.h. (zonder zijn handen van het stuur af te halen en naar achteren wijzend): - Daar op dat papiertje heb ik de namen opgeschreven van al onze familieleden, dus hou jij je daar voorlopig maar even mee bezig. De koppelaarster (pakt het en bestudeert beurtelings het lijstje en de landkaart): En kun je in zo’n situatie niet ook je hand uitsteken en “goede middag” zeggen? Ik kan dat lange “gecondoleerd” maar niet onthouden! De h.h.: Dat is niet erg, dat komt wel met ervaring… Ik zal het je ter plaatse wel voorzeggen. De k. – Luister, maar als we nu volgens de kaart rijden – moeten we dan niet naar een begraafplaats, maar naar een crematorium gaan? We zullen zeker te laat zijn! De h.h. (peinzend): - Echt waar…? We moeten er hoe dan ook heen rijden. To see each other. De k. (niet bij machte haar lachen in te houden): - Dat oude tantetje zal je te zien krijgen! (Kijkt op haar horloge). Rij eens wat sneller. De h.h. (nog steeds evenzeer peinzend): Als wij, liefje, te laat komen voor die begrafenis, dan komen we nog wel op tijd voor een andere. (Lachwekkende taferelen passeren de revue: bomen met natuurlijk en heel duidelijk getekende “ogen” (net als die naast het station Diemen Zuid); een enorm blauw zwembad zonder water onderweg van Amsterdam naar Rotterdam; af en toe toetert de h.h. en legt dan uit: Ik wil de zwanen wekken, die beesten horen overdag niet te slapen! De dag van de week is te zien op overal uitgehangen dekens. Maar de kerstbomen zijn ergens nog niet opgeruimd, om de een of andere reden branden er overdag lampjes van kerstguirlandes. Sommige ijverige mensen wrijven hun auto in met papieren servetten: die werken beschermend.
De auto van de h.h. en de koppelaarster haakt op een afgesproken officiële plaats in op een optocht van limousines met hoekige vaantjes, en sluit aan in de staart ervan. De koppelaarster vraagt opgewonden: Honey, weet je zeker dat dit wel onze overledene is? Ze slepen zich ordelijk voort in het ongeschade gelid. Onderweg worden ze opgemerkt en tot de hunne gerekend, met het knipperlicht waarschuwend voor de bochten… zo gezegd naar gene zijde toe. De koppelaarster draait aan het knopje van de radio: Weet je waarom ze hier op het klassieke kanaal het vaakst de muziek draaien, die ze in Rusland alleen op een begrafenis spelen? …De koppelaarster wordt een beetje gerustgesteld, kijkt door het raam en zegt: Wat een onweer komt ons tegemoet, schat! De h.h. (zonder afgeleid te worden): Kijk jij maar naar het andere raam, daar waar de zon is. Er weerklinkt rouwmuziek, iets lyrisch.
Scène 3.
Vanuit het crematorium gaan alle rijke familieleden naar het restaurant en gaan, blinkend van kostbaarheden, zitten aan een lange tafel. Voor iedereen ligt er een stuk stokbrood met gedroogde kaas en ham. Er worden kleine kommetjes met soep geserveerd, de h.h. gooit op z’n plattelands de kom in z’n geheel achterover in zijn opengesperde mond en gaat zo zitten dat hij het laatste druppeltje van de bodem loskrijgt. De koppelaarster dekt gegeneerd haar ogen af: zij is anders opgevoed. (De camera belicht een aantal aan tafel gezeten mensen): 1. Twee oude opaatjes – een standvastig homogezin; er is juist een wet aangenomen die hun toestaat te trouwen, en zij bespreken nu precies dat (met een verbazende zorg en tederheid voor elkaar). De ene spreekt de hele tijd over zijn liefde voor de ander: - Ik aanbid je zo, dat ik bereid ben te sterven, ik kan niet zonder jou leven! De tweede: Dat had je daar in het crematorium moeten zeggen… 2. Hun twee buurvrouwen van dezelfde tafel roddelen met elkaar. De eerste: Kijk, daar in de hoek zit Astrid, zij is uit huis gegaan met haar leraar, eigenaar van een dansschool, toen ze nog pas zestien was! Er is tussen hun een leeftijdverschil van bijna veertig jaar. Tien jaar waren ze zo gelukkig, zij hield zoveel van hem, en daarna raakte de dans uit de mode en is hij failliet gegaan. Wat denk je, is er nog liefde over? Het is juist wat ze zeggen: trouw niet met geld! 3. Een jongeling fonkelt met zijn ogen in de richting van de gaste aan de verste hoek van de tafel. Hij gesticuleert en beeft van hartstocht, en betrekt zijn oude buurvrouw in zijn dromen. Lang het hoofd knikkend uit teken van instemming, spreekt de oude vrouw plotseling: Ik zal u zelf voorstellen, weest u niet bang. Maar weet je dat jouw geliefde Jolanda al drie kinderen heeft? Er volgt een minuut van zwijgen. De jongeling verandert van gezicht, terwijl het oude vrouwtje al begonnen is hem te overreden een relatie te beginnen met Jolanda. Het oude vrouwtje: Die kindertjes hebben zo hard een liefhebbende vader nodig! De jongeling: Waarschijnlijk ben ik voor hen voorlopig niet geschikt…
Lang herkauwt iedereen zijn boterhammen, met opmerkelijk veel moeite en zonder er iets bij te drinken: dat wegspoelen vinden ze maar niets, daar is niet voor betaald. De door de inspanning rood aangelopen rijkelui beraadslagen in stilte of ze thee of koffie zullen nemen; de oudste van het gezelschap begint te hikken en iedereen moet geld bij elkaar leggen. Zo ruig verloopt de lunch. De koppelaarster werpt een zoekende blik over tafel en vraagt aan haar man: Schat, wanneer komt de wodka? De h.h.: In Nederland wordt op begrafenissen nooit alcohol geschonken. De k. (teleurgesteld): Kijk daar wordt niet gehuild, ik heb het zelf gezien. Een Chinees lacht toch ook, als hij het bericht doorgeeft van het overlijden van zijn vader? Maar hoe hard wordt er hier gesnotterd op bruiloften! De h.h.: Wees maar niet bedroefd: in Nederland zijn er meer dan twaalfhonderd hoogbejaarden, die hun honderdste verjaardag gevierd hebben! Op dat moment staat het dichtbij gezeten stokoude tantetje op, steunend op de schouder van haar man en nodigt iedereen ouderwets, sentimenteel uit… voor haar eigen zestigste trouwdag. De koppelaarster vraagt aan de h.h.: Liefje, zal ze ons op haar jubileum ook thuis ontvangen met laarzen aan, op z’n Nederlands?
De handelende personen:
De derde handeling – Scène 1 – De Heer des huizes, de Koppelaarster; haar Moeder Tatjana – een Heldin, bijna invalide; de Oekraïense Svetlana – een prostituee voor valuta. Scène 2 – Twee Masha’s en de rest.
De derde handeling.
Scène 1.
Het huis van de h.h. en De koppelaarster. De h.h. loopt door de kamer, bekijkt aandachtig de grote aantallen mappen met trouwadvertenties, terwijl de koppelaarster met moeder thee drinkt uit een elektrische samowar met boebliki uit de Russische winkel, en praat over haar eigen zaken. De handen van Tatjana zitten vol littekens. De koppelaarster: Mamma, dat kan toch niet zo! Dat komt allemaal uit wanhoop (kijkt naar haar littekens). Medicijnen helpen echt, probeer het nou te vergeten! Tatjana (windt zich op, doet voortdurend of ze glasscherven uit haar haar haalt): Toen ze me met z’n zessen verkracht hadden, is het me gelukt het raam stuk te slaan, en het komt me steeds voor of de scherven hier zijn blijven steken (wijst naar haar hoofd). Kijk je niet? De k.: Mamma, je zult zeker ook de nationaliteit krijgen. Als jouw heldendom er namelijk niet was geweest, dan hadden ze niet alleen vader en zus gedood, maar ook alle kleintjes! Wat een geluk dat je ons uit Kazakstan hebt kunnen wegvoeren door dat ringetje (kust op haar hand het spoor van de trouwring). De bestuurder had ons immers ook niet kunnen meenemen! En jij alleen hebt de geruchtmakende zaak ontdekt van het plegen van ontucht bij minderjarigen in het internaat door de leiding, - dat is iets dat eigenlijk alleen de mobiele eenheid bij machte is te doen! (Probeert door de tranen heen een grap te maken). Tatjana: Maar ik heb maar weinig documenten, en wie zal me geloven? Nederlanders hebben onze districtsagent ondervraagd, en een rechter in Kazakstan. Die waren natuurlijk omgekocht! Jouw broers en zussen zijn ook al bijna meerderjarig, en dan zullen ze ons allen tezamen uitzetten. Zij moeten dan de procedure van het begin af aan beginnen, zij zelf, en dat al zonder mij! Wat een wrede wet. Ik krijg spoedig mijn vijfde oncologische operatie, en dat alles in dit land, en ze denken nog wel dat ik alsof doe… Onze eerlijkheid is van alles de schuld: wij hebben vervalste papieren gekocht. En als jij me eens zou laten trouwen, al was het maar fictief? Ja maar… wie heeft mij nodig? (haalt onzichtbare scherven te voorschijn, haalt haar vlechten uit elkaar). De h.h. laat luidruchtig zijn mappen vallen. De telefoon rinkelt, de koppelaarster loopt erheen, luistert en antwoordt: - Hoezo haalt u haar niet op? Ze is op het vliegveld, een uur geleden geland! Hallo, ik hoor u niet! Draait zich ontzet om naar de h.h. en zegt: - Richard heeft net geweigerd! Wat doen we nu?! (Algehele paniek). De bel aan de deur weerklinkt. De h.h. gaat gedoemd de deur opendoen. Voor de deur staat niemand. De h.h.: Geheel vergeten met dit vervloekte werk… Vandaag is het immers luilak! (Legt uit aan Tatjana): Een jaarlijkse feestdag, waarop het kinderen toegestaan is de hele nacht herrie te schoppen en om vier uur ’s nachts gaan zwembaden gratis open en ook de bloemenmarkt, zodat de lieve kindertjes voor hun moeder bloemetjes kopen en verder geen kattenkwaad meer zullen uithalen. Er wordt aan de deur gebeld. Niemand doet open…. Op de deur wordt kwaad met iets scherps en stekends getrommeld. Op de drempel staat een corpulente, van zichzelf verzekerde Oekraïense, blozend, dreigend en zelfingenomen. Ze heeft geen spullen bij zich. Een scène zonder woorden. Svetlana: En ook nog eens niet opendoen! Jullie hebben een arm meisje van haar stuk gebracht! De taxichauffeur wacht beneden op honderd euro. (Merkt de h.h. op). Kom nou maar betalen. Schiet op, dokken. De h.h. betaalt gehoorzaam en zwijgend. De koppelaarster zegt bezorgd: Weest u maar niet betreurd, hij maakt alles dadelijk in orde. Blijft u hier overnachten, dan bedenken we morgenochtend samen wel wat, we vinden nog wel iemand. En dan orkestreren we een bruiloft. - Een bruiloft?! Vergeet dat maar, jongedame. Dat ook nog. Het is immers mijn business om ten koste van mogelijke huwelijkskandidaten te leven! Erheen met een ontbloot lijf (maakt een wanhopig gebaar), terug met cadeautjes, zoals bij de kerstman. Had jij dat dan werkelijk geloofd?! (Bekijkt de koppelaarster aandachtig, neemt haar openlijk in de maling). Ik heb hier een document, de hoogste kwalificaties (lacht). Een prostituee voor valuta, - heb je misschien wel van gehoord? Svetlana beweegt met haar ellebogen moeder en dochter uit elkaar, richt zich op de tafel: - Het water kookt! Alsof ik niet weggeweest was. De deur slaat open: de h.h. is teruggekomen.
Scène 2.
De ochtend van de volgende dag. Er wordt aan de deur gebeld: op de drempel staan twee Masha’s, de buurvrouwen met katjes in hun handen. Ze dromen ervan om op vakantie te gaan en vragen de koppelaarster om hulp. 1ste Masha: Neemt u me niet kwalijk dat het zo vroeg is. Zijn jullie allemaal al op? Ik heb zestien poezen en Masha heeft er twaalf. Kijk eens wat een lieve schatjes het zijn! 2de Masha onderbreekt: Nou, en Masha en ik zijn al tien jaar niet meer op vakantie geweest! 1ste Masha: noch Masha noch ik! Ze bij niemand achterlaten, die pluisjes van ons (drukt één van de witte katjes tegen haar borst). Masha zet de deur naar haar woning aan de overkant voorzichtig op een kier: daar is het een waar kattenrijk, maar er is geen plaats voor mensen om te wonen. 2de Masha: Dus wij hadden gedacht… Zou u niet een weekje met ze kunnen doorbrengen? Ze verdragen immers geen katteneenzaamheid! Ze worden er zelfs ziek van! …Svetlana veegt, terwijl iedereen weg is en er niemand meer in de kamer is, geld uit een doos in haar tas, kettingen en kostbaarheden – alles wat ze op de planken vindt. Stemgeluid neemt toe. De koppelaarster komt terug met een dienblad, de h.h. met cadeautjes en Tatjana. De h.h. zegt in gebroken taal: Beste Svetlana, wij begrijpen hoe ontstemd u bent, en stemt u daarom in van ons cadeautjes aan te nemen voor u en uw zoontje, we staan er allemaal erg op! Reikt pakjes en doosjes aan, Svetlana grijnst en neemt het onverschillig aan. Een ongemakkelijke scène. De tafel is versierd op z’n paasbest, letterlijk alles is geel. De koppelaarster legt Svetlana plechtig uit: Speciaal voor u hebben we besloten de feestdag te vieren! Zodat u ziet welke tradities de toekomstige pretendent naar uw hand in acht neemt… Svetlana (grof lachend): …en hart! Iedereen gaat aan tafel zitten, De koppelaarster vraagt aan haar man: - Schat, waarom wordt met Pasen aangeraden eieren te kopen van bruine Columbuskippen? Heeft Nederland dan niet zijn eigen donkere eieren? De h.h.: Maar die hebben een zwarte staart, begrijp je dat dan niet? De koppelaarster snijdt de kroontjes van de aardbeien af en smeert de aardbeien als boter voor haar man op bruin brood. Tatjana bekruist zich ongemerkt terwijl ze naar die heiligschennis kijkt. Svetlana eet alles wat ze ziet; ze pakt zonder te vragen. De koppelaarster vertelt aan de vrouwen: - Stelt u zich voor, mijn man heeft onlangs een pakje gestuurd aan mijn oom in Rusland – hij had de straat en ook de achternaam van de geadresseerde niet opgeschreven, alleen de plaatsnaam, - zoals ze bij ons zeggen; “aan opa in het dorp”! Hij had er driehonderd euro ingestopt in een omgevouwen kaart, maar het meest verbazingwekkende is dat het pakje nog aangekomen is ook! De h.h. knippert naïef met zijn ogen: - Liefste, maar jouw oom had me immers zelf gezegd dat hij een grote baas was en dat iedereen in Rusland hem kende, en dat het pakje dus zou aankomen. Tatjana slaat haar handen in elkaar, de h.h. strekt zich uit naar een fles wijn. De koppelaarster vraagt bezorgd: - Liefste, je drinkt bijna als een Russische kerel, wat moet ik nou doen? Moet ik die fles echt voor je verstoppen? De h.h. staat peinzend en schuldig op en loopt weg. Tatjana vraagt weer aan haar dochter: - Ik heb niemand meer om bij te rade te gaan. Dat betekent dat mij alleen nog rest de regering te bedriegen en fictief in het huwelijk te treden, omdat ze ons anders allemaal wegjagen samen met de kinderen? Eerlijke mensen geloven ze niet, maar een willekeurige prostituee kan rustig komen en hier blijven. Het is een schande op m’n oude dag! De h.h. keert terug, gebogen, sleept enkele dozen wijn naar binnen. Vraagt schalks en met een schuldgevoel: - En waar wil je al die zestig flessen voor me verstoppen? …Svetlana haalt een stukje papier uit haar tas, leest en zegt: - Overigens, mijn metgezellin uit de Oekraïne wil graag weten: “Kan iemand mij neuken met m’n man erbij, waarbij hij het op video opneemt? Het mogen er een paar zijn”. Jullie hebben immers vrijheid van seks. Dus stuurt u haar maar een cameraman! Iedereen staat op, de h.h. laat stuntelig zijn stoel vallen.
De handelende personen:
De vierde handeling –
Scène 1 – De Koppelaarster, de h.h., Karina, een Gesteriliseerde Rijkaard ; een Zeer lange ranke Natasja en Henk; een Oude man en een Meisje (met Kaukasische nationaliteit); de lesbiennes Ingrid en Olenka. Scène 2 – Alisa en Sasja, Lia, en Cliënte ; Russen: een Deerne met Negerkind, twee aan de drank zijnde Lesbiennes, twee Alcoholisten, twee Bandieten; een Zieke, een Travestiet, een Turkse, een Marokkaanse, Turkse vrouwen, een Eerlijke Nederlander, Oude mensen, een Zestienjarige caissière, temidden van de kopers – de helft van de handelende personen van dit stuk. De Voortdurend Huwelijkskandidaat, Henk, de Deerne. Een paar, en Ander paar, een Droevige Nederlandse. Een Knorrende Nederlander, een Kerel met klompen aan, het Bekende omaatje, Kees, een Arm omaatje. Scène 3 – Alisa, Sasja, daarna de Koppelaarster, de h.h. en Tatjana. De biseksuele Dinora en Jan. De Burgermeester, Priester, Buurman. De Politie met Svetlana
De vierde handeling
Scène 1.
Hetzelfde huwelijksbureau. Uit het raam is de winkel “Plasman” te zien, dat wil zeggen de “plassende (duidelijk geen kleine jongen)”; dichtbij staat de auto van de discotheek met schuin de naam “Penelope”. Er drijft een geheel vlot voorbij vol met zeer bebaarde en langharige hippies erop, peddelend met een roeispaan; op de achtersteven van het “schip” prijkt het onthoofde beeld van Venus (Amsterdamse taferelen laten zien). Niet ver verwijderd hangen boven een klein afgeperkt stukje land, dat was ondergezet met gewoon water, lampen voor de schaatsbaan: ze konden maar niet wachten tot het koud genoeg was, en juist in dat jaar – zoals het tegenwoordig eenmaal in zes jaar gebruikelijk is – zou het lukken de schaatsen aan te binden… Het belletje weerklinkt. De dronken Karina komt met geschreeuw het bureau binnengestormd: hebben jullie een bruidegom voor haar gevonden? De koppelaarster haalt uit gewoonte een glas water. Het belletje weerklinkt. Er komt een rijkaard binnen; ze groeten elkaar en gaan aan tafel zitten. (Alle binnengekomen aanwezigen geven zich meestal voor iemand anders uit…). De rijkaard: Ziet u, ik zit met een heel pikante situatie. Ik ben te rijk en ik ben al veertig. Ik heb geen kinderen, en ik heb me laten steriliseren, om geen kinderen van mezelf te hebben. Ik vrees dat mijn nalatenschap mijn nakomelingen toe zou komen en er ruzie zou ontstaan… Zou u niet een gehoorzame Russische vrouw voor me kunnen vinden, het liefst met een dochtertje van zo’n jaar of veertien? Nee nee, niet met een zoon… (Maakt een wegwuivende beweging). Het meisje groeit op, en als haar moeder mij niet meer bevalt, dan, begrijpt u wel… Karina is op dat moment dronken aan het koketteren met
de rijkaard, haalt een “stofje” van hem af; met zachte maar zekere druk
wordt zij uitgeleide gedaan. Het belletje rinkelt. De koppelaarster schrijft
iets op dichtbij de rijkaard; de lange Natasja en Henk komen binnen. Ze
groeten de h.h. en schuiven bij hem aan. Natasja is een schoonheid, delicaat,
lui en het is te zien dat Henk haar letterlijk aanbidt. Henk: Ik vraag u om
hulp! Dit is mijn koningin! Wat moet ik doen, zodat ze van me gaat houden?! Het belletje weerklinkt. Een oude man en een meisje verschijnen ten tonele. Het is te merken dat het meisje ervan droomt met de oude man te trouwen, ze vlijt zich tegen hem aan, maar hij begrijpt het allemaal niet meer zo, geeft te onpas antwoord op alle vragen, maar het meisje is heel erg geestdriftig: ze denkt niet aan de werkelijke toekomst, droomt van een zoet leven, en wil de relatie het liefst zo spoedig mogelijk in het formele trekken. Beide gaan aan de zijkant zitten, fluisteren, en gedragen zich overeenkomstig. De telefoon rinkelt, het geluid staat aan: Hallo! Ik ben een zeer intelligente fatsoenlijke jongen en ik zoek een intieme relatie met een gezin! Nou, ben ik geschikt? De koppelaarster antwoordt snel met een afwijzing, hangt op en meteen rinkelt de telefoon weer: - Hallo! Ik heb gehoord dat er van die toeristische vluchten naar een jongedame bestaan, mijn vrienden zijn ook eens zo naar Moskou gevlogen. Maar weet u, ze geven dan een advertentie, u kiest Russische jongedames voor ze uit, - er zijn verschillende ontmoetingen in hotels, restaurants, en vooral dat niemand nergens toe verplicht is! Mijn vrienden zeggen dat er daar een enorme rij klaarstaat, de vrouwen betalen voor alles! Kan ik bij u zo’n tour voor een weekje of twee bestellen? De koppelaarster schakelt het geluid uit, fluistert iets afwijzends. De rijkaard gaat weg, en de oude man en het meisje schuiven bij de koppelaarster aan. De koppelaarster vraagt het meisje recht voor z’n raap, om tijd te besparen: Zeg eens, zou jij werkelijk met die rijke stommeling trouwen? Het meisje: Nee, waarschijnlijk… (Denkt). Hoeveel geld heeft-ie? De onbegrijpende oude man bemoeit zich ermee: Legt u haar alstublieft uit: wat ben ik nou voor echtgenoot? Dat kind is geschikt voor mijn achterkleinkinderen! Het meisje (ratelt zonder te luisteren): Hij meent dat ik Russisch ben. Maar wij, Oezbeekse en Kazakse vrouwen zijn zo trouw als wat! Als een Nederlander een donker meisje ziet en Russisch hoort, dan denkt hij dat we allemaal uit Rusland komen. Ik njekopenhagen. Dat wil zeggen, ik begrijp het niet. Het land is zo klein hier, niet zoals de voormalige Sovjetunie, - maar stelt u hem niet teleur, laat hem maar zo denken. Maar koken doe ik als de beste! Pelmeni en gevulde koolbladeren. Pasteitjes met champignons, kool! Sokken stoppen kan ik in het pikkedonker. Hebt u een sok met gaten erin?! De koppelaarster kijkt hulpeloos om zich heen en maakt een wanhopig gebaar. Dichtbij valt Henk opnieuw op de knieën en smeekt handenwringend in gebroken taal zijn koningin om van hem te houden: Matrosjka! Ik houden van jou! (Zij houdt hem met een gebaar tegen). Genoeg, ik stop ermee! Het belletje weerklinkt. Er komen twee lesbiennes binnengestormd – de te dikke Ingrid en de schriele Olenka, ze schreeuwen vanaf de drempel, onderbreken elkaar, proberen aan elkaars haar te trekken. Ingrid (een typische actieve lesbienne in overeenkomstige kledij): Toen we trouwden, wat heb je me toen beloofd (scheldwoord)? Liefde tot aan het graf? Olenka: Ik ben studente en jij moet mijn opleiding betalen! Het halve huis afgeven en heel je leven alimentatie betalen! Ingrid: Maar jij hield toch van me?! Olenka, snikkend: Je moet niet zo’n domme gans zijn en elk woord geloven! Er vindt een ware vechtpartij plaats met brekend glas en vallende voorwerpen. De koppelaarster schenkt uit gewoonte meteen water in twee glazen. Ingrid en Olenka huilen. Het lint van de fax klappert, de h.h. staat op en leest hardop voor: “Ik geef antwoord op een brief met aantrekkelijke foto”… “Een lesbienne; in het uiterste geval bereid een paar te ontmoeten, maar heb voor eenzame mannen een verzoek: verveel me niet!”… “Alle andere (ook degenen die een ticket/visum aanvragen) verzoek ik mij niet zonder reden te storen”. De telefoon rinkelt. Het belletje weerklinkt. De klok slaat, iedereen verheft het hoofd: lunchpauze.
Scène 2.
Supermarkt C1000. Achter de kassa zit de in dienstkleding gehulde Alisa, een aangenaam Russisch meisje, avondstudente. De eerste werkdag. Soms komt haar broer Sasja van zeventien jaar aangerend, een programmeur in het leven, en in zijn vrije tijd een medewerker van diezelfde winkel, net zo gekleed. De rij eindigt niet.
Alisa: Laat me tenminste de knoppen bekijken! Ik heb nog nooit achter een kassa gezeten! Lia: Kun je tellen? Alisa: Hoe bedoel je…? Lia: Nou gewoon. Alisa lacht: Nou en wat anders dan? Lia: Nou werk jij dan maar, alles komt in orde! Ogenblikkelijk vormt zich een rij. Lia gesticuleert slap, wijst wat knoppen aan, Alisa begint bonnetjes te maken. Nederlanders tellen ogenblikkelijk in gedachten (zij hebben geen computer nodig). Alle klanten zijn heel welwillend en behulpzaam: de papieren rol ging op tijdens de becijfering en een klant zegt: Laat mij hem er maar inzetten, ik werk hier namelijk ook, we zullen elkaar nog wel leren kennen! Ik ga voor de boodschappen gewoon naar m’n eigen winkel. Alisa ziet (hoort) dat er in de rij ook Russen staan: laat een deerne met zwart kindje gaan, nog twee aan de drank zijnde lesbiennes, daarna keren twee alcoholisten een keer of drie terug voor bier, en nog twee bandieten, maar Alisa doet alsof ze geen Russisch begrijpt, ze is bang voor problemen. De camera laat de Nederlanders zien die niets te doen hebben, ze komen een aantal keer terug, nu eens voor melk, dan weer voor brood (gemeenschappelijke eenzaamheid!). Ze hebben in hun handen en mandjes veel vlees en groente, maar nooit chocolade. Een zieke vrouw heeft vanaf acht uur ’s ochtends staan wachten voor het opengaan en koopt elke dag een en dezelfde emmer, zet hem in de kar en rijdt er zo mee voort, en de volgende dag vergeet ze hem en koopt er opnieuw een. Er valt een fles stuk. Voor de aanwezigen is dit een schouwspel, iedereen komt snel kijken, zelfs de baas, alhoewel niemand van de schuldige klant geld vraagt. Een schreeuw door de hele winkel: Er is een fles gebroken! Alisa maakt een bon voor de Travestiet – zij of hij, dat is onduidelijk, maar zonder T-shirt, met een vestje aan over het blote behaarde bovenlijf. Ze slaat aan voor een gesluierde Turkse met een spleet voor haar ogen, waarachter een gesluierde Marokkaanse staat met zwarte handschoenen tot aan de ellebogen. Er komen Turkse vrouwen aan met manicure, die er met oranje viltstiften grof op is aangebracht. Naar de kassa keert een Eerlijke Nederlander terug met klepperende klompen, die zo te zien niet lang daarvoor van Alisa per abuis meer geld terug had gekregen dan behoorde. De eerlijke (zonder in de rij te gaan staan, legt uit aan de andere kant): U heeft me twee euro te veel gegeven, ik hoef andermans geld niet te hebben! (trappelt in zijn klompen alsof hij aan het tapdansen is). Alisa vraagt opnieuw en begrijpt het niet. Daarna telt ze opnieuw en bedankt verbaasd. De kopers (de helft waarvan handelende personen zijn in dit stuk, vaste bezoekers van het kennismakingsbureau) reiken Alisa vaak één cent aan, maar zij heeft moeite met tellen: ze heeft het in een ander land op school geleerd. Een arm omaatje ziet een door iemand bij de kassa vergeten salade en vraagt aan Alisa: Kindje, mag ik dat meenemen, iemand heeft het hier achtergelaten. Ik ben heel arm. Alisa kijkt onzeker om zich heen: Neem het maar, oma, maar doe het snel. (het tevreden oudje loopt weg met de salade). Van tijd tot tijd hebben oude mensen een euro of twee te kort, en dan leeft de hele rij op en betaalt altijd voor hen. Ze betalen zelfs voor elkaar bij om niet de rij en de caissière op te houden. Heel vaak keert iemand na een uur terug voor een vergeten boodschap, Alisa verifieert de bonnen en haalt het benodigde uit de grote stapel vergeten spullen dichtbij de kassa. Alle eerlijke mensen en bijna alle anderen vergeten hun levensmiddelen. Het gaat ook zo: iemand heeft alles betaald en noemt daarbij een product dat hij had willen kopen, maar vergeten was in de kar te doen. Algehele verwarring. Alisa speelt tijdens de rustpauze met de weegschaal, waarop je automatisch de hoeveelheid munten kunt bepalen zonder ze te hoeven tellen. (de vreugde bij het werk, verbazing, herkenning laten zien). Dichtbij zit een zestienjarig meisje achter de kassa. Zij is al een specialiste en werkt hier al een aantal jaar. Het tableau laat voortdurend helder verlicht zien: Goeie morgen! Of – Goeienavond! (Afhankelijk van de tijd van de dag, hoe je de koper moet begroeten). Alisa bekijkt de instructies hoe je zo mooi mogelijk de aan haar gegeven dienstsjaal kunt omdoen (voor een smaragd geblokt hemd en een puur rood vestje, zoals van haar broer). De mannelijke werknemers hebben een stropdas om, maar Sasja heeft daar minachting voor: zijn haar reikt lager dan zijn schouders, zoals bij een punker en dat past hem niet. Een paar werknemers van de winkel halen flessen wijn uit dozen, doen alleen alsof ze de flessen in de schappen zetten (laat de handbewegingen heen en terug zien met voortdurend twee flessen en het over en weer knipogen van de werknemers, de videocamera onder het plafond “slikt” alles op). Een droevige Nederlandse trilt in de rij met een
reclamefolder en klaagt: Twee uur heb ik met de trein gereisd en het
toiletpapier is op! Kan het niet aan de andere kant gebruikt worden? De droevige Nederlandse krijgt het niet voor elkaar om de door haar gekochte goederen op te ruimen, een blikje bier ontlaadt een fontein op de omringende klanten en caissières, Alisa stopt het gat met haar hand. Geluk voor iedereen… De VH tegen Alisa: Wat een mooi meisje! Eindelijk hebben ze er zo een aangenomen! Alisa wordt rood, werkt door. Henk staat achteraan in de rij: Wat, vind je d’r echt leuk? Nou ik heb geen nieuwe vriendin nodig, ik heb al genoeg problemen met m’n oude… Veel mensen praten met Alisa over het weer en zelfs
over hun eigen leven: ze zijn allemaal eenzaam. Een knorrende Nederlander
ademt zo speciaal; Alisa zegt tegen hem: Goede middag! Een beetje verkouden? De kerel met klompen aan zegt bedremmeld: Wat moet ik nu zeggen, nu ze het werkelijk gehoord heeft en me heeft weggejaagd? Het bekende oudje: Op een andere dag zul je wijzer zijn! Heb je gezien (wijst), Kees is in de boekenwinkel geweest? Het gaat met hem nóg slechter: hij heeft als kinderoppas gewerkt, hij is zich gaan bemoeien met het jongetje, en is hem op zijn manier aan het heropvoeden. En toen werd de kinderoppas ontslagen! Achteraan verdringen zich reeds andere klanten… Een paar betaalt ieder voor zich. De man en vrouw zijn verschrikkelijk bang om maar niet voor de ander te moeten betalen. De deerne die achter de man staat (windt zich op omdat hij zich niet voorwaarts beweegt en de rij ophoudt): U bent zo serieus, bedachtzaam – waarschijnlijk komt u net uit de gevangenis? …Een ander paar: een vrouw schreeuwt naar haar man door de hele winkel: Waarom heeft hij veertien cent voor een plastic zak betaald, terwijl hij er geen had hoeven kopen?! Nou, ga nog maar eens boodschappen doen met je eigen man! Het belletje weerklinkt: einde van de werkdag.
Scène 3.
Het is avond, na het werk en een douche ziet Alisa zichzelf in de spiegel en zegt mechanisch “Goeienavond!” Broer Sasja hoort het en lacht: Goed dat het niet “fijn weekend” is! Vijfhonderd klanten op een dag, daarna zullen ze nog voor de geest spoken, zoals gewoonlijk ’s nachts het toetsenbord van de computer… Alisa: Stel je voor, ik heb ze gevraagd aan het eind van de dag mijn opbrengst te tellen, maar zij hebben de kluizen ongeopend staan, voor een hele week! Er is voor niemand werk, beide handen vol en dan nog werknemers inhuren – wie wil ze betalen? Alisa maakt het eten klaar, leest onderweg de gebruiksaanwijzing van de magnetron (uitgave Exmo): “…Aan welke inwendige afstelling geeft u de voorkeur?” (Lacht). Ik?! Goeie god, aan geen enkele. Ik probeer het eerlijk te doen! Sasja pakt een doos uit met een nieuwe koelkast, bekijkt ook de gebruiksaanwijzing, leest en lacht: Kijk nou eens, ze zijn echt overal op bedacht! “Alvorens de koelkast tegen de muur te duwen dient u te kijken of uw kind daar toevallig niet zit?!” Beide lachen, Alisa: Wacht, hier is de instructie hoe je de oven gebruikt voor een sandwich, die bewaar ik voor je (zoekt op de plank), - eerst heel gedetailleerd op twee bladen hoe het brood neergelegd moet worden, hoe en wat er in te stoppen en helemaal aan het einde… (vindt het) staat geschreven: als de boterham klaar is, “dan moet je hem opeten”! Voor het geval je dat zelf niet had geraden. Sasja veegt onderweg met z’n broekspijp het stof van het televisiescherm, draagt een kopje met een afbeelding van een beer met zeven poten. Sasja wijst en bedenkt zich: Ik vraag me af of prinses Maxima ook moet leren dat ‘10:25’ vijf voor half elf is en ‘1800’ achttienhonderd, señora? Wat denk je, zou ze al weten dat een met een pijl doorboord hart hier juist doorstoken wordt van de andere kant? Alisa: Ik kan ook maar niet hardop de juiste hoeveelheid wisselgeld tellen: hier zeggen ze het andersom, en wordt de acht aan de andere kant geschreven, je weet wel. Voor emigranten is het makkelijker anders: uit alle macht moet je eraan trekken, en je moet niet leren maar kunnen (leren, daar hebben we hier geen tijd voor!). Ik zou nu net zo makkelijk met Chinees beginnen als ik het nodig zou hebben… Ze hebben alleen niet de nationaliteit gegeven, en zonder kunnen we geen goed werk vinden. En mamma betreurt dat zo, om te huilen!
Er wordt aan de deur gebeld, De koppelaarster (de zus van die eerlijke jongens) komt binnen, de h.h. en Tatjana. Het wordt duidelijk dat het één gezin is. Ze groeten elkaar, zijn blij elkaar te zien. Sasja neemt de telefoon op: Ze veranderen de lijn, het internet werkt niet. Ik weet gewoon niet wat ik moet doen. En hoe is het daar met mijn forum? De h.h. neemt ook de telefoon op en luistert teleurgesteld naar de stilte. Van tijd tot tijd komt hij aanlopen en probeert zichzelf te bellen. De koppelaarster ziet zijn opwinding, brengt hem een glaasje wodka voor het eten en een gezouten augurk: - Eet jij maar een hapje, liefste. De h.h. (vervreemd): Wat? Een hapje? Nee bedankt, ik heb geen honger. (Drinkt in één teug, zonder de Russische tradities in acht te nemen. Algehele consternatie). De h.h. is vrolijk geworden, pakt een speciale radio met antenne voor het beluisteren van onderhandelingen van piloten (die is legaal in de verkoop). Het gemeenschappelijke gesprek in de kamer wordt vaak onderbroken door de stemmen van piloten in verschillende talen. De h.h. voelt zich alsof hij ook in het juiste gezelschap verkeert – bijna een piloot. Tatjana: Piloot! Goed dat het geen kosmonaut is. Alisa: Hij begint bij ons nog met de televisie te praten van eenzaamheid… Ze schakelen in op een Nederlands programma, de uitzending “Lotto-miljoen” is aan de gang. En er is juist een geluksvogel die wint. Sasja: De vorige keer hebben ze vanwege een weddenschap levende wormen opgevreten: hier wordt gezegd dat geld niet stinkt. Asja, zou jij daar van afzien? Alisa: Vraag je dat nog?! Ik bekeek een programma hoe je met een miljonair trouwt, en daarna bleek dat het een homo was en bovendien een bedelaar. Maar ja, dat moet natuurlijk ook kunnen… (Allen dekken de tafel). Bel aan de deur. Er verschijnt een gelukkige, maar strenge biseksuele vrouw Dinora met een passieve en knappe Jan. Hij verheugt zich luidruchtig en stelt zich aan, grijpt in de keuken naar een schort, doet over zijn heupen kousenbanden van doek, maakt allerlei capriolen (op volledig natuurlijke wijze). Kookt of verwarmt een zeker gerecht, speelt de rol van vrouw des huizes. Dinora gaat betamelijk zitten en kijkt zwijgend naar de televisie. Tatjana: Uitzetten die kist! Laten we toch even normaal leven, als er godzijdank eens geen internet is (slaat een kruis en verheft de klep van de piano): Sasjka, pak de gitaar even! We gaan allemaal zingen! Veel rumoer: ze maken zich klaar voor het avondeten, zingen, halen de gitaar uit de hoes, spelen er van alles op, - een gewone Russische gezinsavond, zoals in de tijden van weleer. Alisa: Mamma, jij gaat ons nog boekjes voorlezen als
het nog lang duurt voor het internet wordt aangesloten! Een bel aan de deur. De politie komt binnen, en juist daar staat de ongegeneerde, volgekliederde Svetlana. Een politieagent: Goedenavond. Kent u dit dametje? De h.h. knikt en legt uit: Ja, de telefoon werkt bij ons niet, begrijpt u. Is er dan iets gebeurd? De politieagent zegt, terwijl hij met iedereen de kamer inloopt: De tolk had ons verteld dat die toeriste kennis had gemaakt in de Rosse Buurt met een negentigjarige Nederlander, dat ze bij hem overnacht had en de volgende ochtend had hij haar geroepen voor een wandeling, had haar in de hoek van ons gebouw gebracht en bedrogen: hij zei dat hij zo terug was. Daarna had die opa ons haar paspoort overhandigd (wijst): hij zegt dat daar bij u in de hoek een Russische hoer staat, dus neemt u haar mee… En in het paspoort staat hier een aantekening – en alleen uw adres. Svetlana lacht losbandig. De koppelaarster snikt en huilt.
De handelende personen:
De Vijfde Handeling –
Scène 1 – De Koppelaarster, de h.h., Karina, de Voortdurend Huwelijkskandidaat, de Travestiet, Twee Georgiërs, een Schuchtere Nederlander, een Dommerdje. Scène 2 – De Koppelaarster en de h.h. in de auto (en degenen die ze door het raam zien). Dezelfde personen in een club, een Bekende homo, een Bekend hondje, een Emigrante op proeftijd, Enkele handelende personen uit het huwelijksbureau. De Emigrante op proeftijd en haar Kleindochter, Lora met Dochtertje en Robert, Volodja, de VH, Lovelace en de Echtgenote van Lovelace. De Hoge koningsdochter Natasja (die vroeger met Henk was) en Ton (een goeie lobbes en sporter van korte lengte). Homo’s, een Oud invalide vrouwtje, een Opaatje met katten. Scène 3 – De Koppelaarster, de h.h., de Buurman, Katten.
De vijfde handeling
Scène 1.
Hetzelfde huwelijksbureau. Het is zomer. Het is te zien dat de h.h. en de koppelaarster zojuist op het werk gekomen zijn. Het belletje weerklinkt, een gesticulerende Karina komt binnenrennen met een fles in haar hand: ze zoekt een huwelijkskandidaat. De koppelaarster vult van te voren en machinaal een glas water. Het belletje weerklinkt, de VH komt binnengelopen, zonder te groeten stort hij zich op de tafel: Kunt u nou werkelijk nog steeds geen passend iemand voor me vinden?! Acht Russinnen, en die heb ik allemaal moeten wegjagen! Ik begrijp homoseksuelen: zo begin je vrouwen te haten! Het belletje weerklinkt, het hoofd van de travestiet steekt door de deur: Duizend maal mijn excuses, maar zou u niet ook voor mijn geluk kunnen zorgen? (Begrijpend dat dat in principe zo is vraagt de travestiet koketterend): Mag ik even naar het toilet? Waar is het damestoilet? Het is te zien dat hij kousen aan jarretels heeft en hij een heel gesoigneerd uiterlijk – make-up, manicure. Karina: Mja, nou goed dan, wat raciaal is – dat is niet zo besmettelijk. Als we nu eens in China zouden wonen… De VH, neerslachtig: Van Chinezen denk je om de een of andere reden niet dat ze impotent kunnen zijn… De travestiet keert terug, gaat naast de tafel zitten. De travestiet: Ach, begrijpt u, ik zoek een man met alle hieruit voortvloeiende gevolgen (rolt enthousiast met zijn ogen): Echt waar, ik word zelf makkelijk warm en koel net zo makkelijk af. Maar bedankt dat u zo’n grote toegankelijkheid heef tot uw lady’s! Zou ik nu misschien ook eens geluk hebben?! Karina, droefgeestig: Dat zit, mijn liefste, juist andersom. “De Rus houdt ervan herinneringen op te halen, maar hij houdt er niet van te leven”. De VH: Wat zei u daar? Karina (zelfs iets nuchterder geworden): Tsjechov, “De Steppe”. Ja maar hoe zou u dat kunnen weten? Niemand is in staat het boekje te lezen, in de concertzaal zitten gepensioneerden – en die zitten in koor te dutten! En wij ontmoeten onze vertrokken familie alleen in boeken, muziek, dromen: we lezen en luisteren, intelligente mensen, van generatie op generatie één en hetzelfde. Het hoofd is toch niet om te eten? De VH herinnert het zijne: Dus ik zeg dan ook, een boterham voor haar in de avond en om de koelkast leeg houden! Anders zou de gewoonte aangenomen worden te ontbijten, lunchen en daarna ook nog eens avondeten! Het belletje weerklinkt. Er komen twee Kaukasische
mannen binnenlopen, succesvolle afgestudeerden van het centrum voor
vluchtelingen. Met een Georgisch accent: Worden chier ook gezonde mensjen
aangenomen? Schrijft u me dan maar in, ik cheb mevrouw Chocolade nodig, zij
Russisch kennen, geleerd in Sovjetunie. En voor mijn vriend Nodar – maak een
visum voor Oekraïne, dan hij daar vriendinnetje vinden! (wrijft in zijn
handen). Nationaliteit die verzorgen wij voor ze! “Ik zoek een niet dure architect met een frisse kijk”… Nee, die is voor u niet geschikt. “Voor de bruidegom geen vereisten! Ik stem overal mee in!”. (Gaat door haar lippen te bewegen over zichzelf). Karina: Ze weten niet hoe ze van die emigranten af kunnen komen! Ik zou een voorstel inbrengen nationale kleding te verbieden. Hoeveel volk zou dan weggaan! De travestiet: Ik denk dat ik toch niet alleen zal blijven! Iedereen zoekt zijn helft, noemt haar zijn enige, maar als u immers in de jungle bent, dan zal u evengoed een paar voor zich vinden: dat is Liefde! Karina: In de jungle zeker… Maar hier zijn Russen met twee hogescholen en een proefschrift. Er is dus wel een soort opleiding, maar ze kunnen niets. Zo’n paradox. Voormalige landgenoten, allen als één, leiders uit één
stuk, directeuren…En wie controleert ze nu? De koppelaarster bereidt zich in verlegenheid voor op een telefoongesprek voor de schuchtere Nederlander, maar hij strooit al het geld op tafel en krabbelt plotseling terug met de woorden: Ja-ja ik ben zojuist… Wacht u eventjes. Och, ik maak me zo vreselijk druk! Gaat de deur uit, in plaats van hem komt dadelijk een Dommerdje binnen en glimlacht verwilderd: Zijn dat mijn huwelijkskandidaten hier? (Begint zich tegen de travestiet aan te vleien, hij maakt verschrikt een wegwuivende beweging). Het belletje weerklinkt, de Schuchtere Nederlander komt binnen, duidelijk met een glaasje op… Alles wordt opnieuw herhaald. Hij loopt weg, en slaat achter de deur blijkbaar sterke drank achterover. De travestiet kijkt het dommerdje in de bek, zoals een paard; zij hem in de broekzak waar de portemonnee moest zijn. Ze tracht de Travestiet op het been strijken, en de hele tijd komt de hand machinaal op de zak met portemonnee. Het dommerdje trekt haar handje weg en de travestiet jankt af en toe klagend. De dronken Schuchtere Nederlander komt terug, bellen kan hij al niet meer, zelfs met behulp van de koppelaarster niet, maar hij weeklaagt over zijn grote liefde voor de Wit-Russische. In het bureau is het heel warm. Het dommerdje wijst kinderlijk, vraagt aan de geschrokken Travestiet: Moedertje lief! ken je het verschil tussen tik-tak en pief-paf? (Laat een “geweer” zien). Nodar omhelst het dommerdje met zijn enorme hand, beide Georgiërs gaan samen met haar weg, waarbij ze de struikelende Schuchtere Nederlander met zich meeslepen. De klok gaat, iedereen kijkt naar boven: tik-tak, lunchpauze.
Scène 2.
Buiten is de zomerse hitte, het is woensdag: dat is te zien aan het overal weggegooide meubilair; een autoradio geeft het nieuws: het is verboden buiten te roken, om branden te vermijden. De vertraagde waarschuwing van grappen weerklinkt: een Nederlander had besloten over zijn buurman een emmer water heen te kieperen, en dat vanaf de derde etage. Hij had daarmee zijn dood veroorzaakt. De koppelaarster en de h.h. rijden langs heel grote winkels met een standaard uithangbord: “Geen airconditioners en ventilators meer”. De koppelaarster reageert: Zijn ze in Florida net zo voorbereid op de hitte van de zomer? De schoolvakantie is op tijd afgelopen: de kinderen komen “leren” in zwemkleding en slaan om zich heen voor een plaats onder de waterslang (toon vanuit een langsrijdende auto hoe de kinderen baden in plaats van leren). Ze proberen socks te spelen: een exotische voetbal – een sok met rijst, maar dan heet. De auto komt tot stilstand in het centrum van Amsterdam, in een heel stille, zelfs vervallen plaats tussen de kanalen en grachten, waar tennis- en roeiclubs gelegen zijn. De zomerse natuur van Nederland wordt getoond, de schoonheid en rust. De koppelaarster en de h.h. houden van elkaar.
Er zijn hier veel oude bekenden, waaronder enkele vaste klanten van het huwelijksbureau. De koppelaarster ontvangt een twijfelachtig maar niet gezocht compliment van een bekende homo (toon het lieve tafereel, waarin de homo bloemen vasthoudt en een oprecht compliment geeft: er zal wel zeker geen valstrik in het spel zijn als een vrouw geprezen wordt door een homo). De koppelaarster weet dat Russische vrouwen werklustig zijn, en probeert die reputatie te onderstrepen. Ze probeert het uit alle macht: ze verscheurt haar spijkerbroek met stekels van braamstruiken, maakt haar T-shirt vuil met sap, striemt haar armen en benen, veegt over haar lip, gebeten door een mier, komt maar net niet terecht in een legplaats van ganzeneieren in de wildernis en de koppelaarster haast zich zoveel mogelijk bessen in potten te stoppen, voor de snelheid. Zij eet niet, ze verzamelt alleen (je kunt “Schone meisje” voorzingen uit de opera “Jevgenij Onegin”, waar de lijfeigenen zingen van de verleiding bessen in de mond te stoppen). De koppelaarster kan de tijd reeds niet meer bepalen door de mieren die van de braamstruik eten: ze kijkt naar haar horloge, de mieren kruipen tegen de avond gelijktijdig weg. (Ze kan met zichzelf praten om niet te eten, - liefdesverklaring aan de onzichtbare h.h.). …De bezweet geraakte en uitstekend gewerkte koppelaarster zwemt, speelt daarna op de oever met een hondje en een tennisbal: de hond grijpt hem met zijn tanden en duwt hem weer terug op de helling, en de koppelaarster slaat de klap af, het hondje wint, zo traint ze uren achtereen – het zou een partner kunnen zijn. De emigrante op proeftijd zit met de anderen aan tafeltjes onder zeildoek in het clubcafé bij het water. Ze komt hier gewoon om te klagen: Ik woon dertig jaar met mijn man, we hebben samen kinderen en kleinkinderen, ik gisteren om een chocolaatje vragen en hij zegt tegen me: het is niet van jouw pensioen gekocht, ga er zelf maar voor betalen! Er was sprake van seks – hoe hebben we niet van elkaar gehouden! En al scholden we ons hele leven op elkaar, er was tenminste echte passie. Volodja (een Russische intellectueel): Wat is dat! Ik heb hier in het café gehoord dat een vrouw aan haar man vraagt: geef me eens een sigaret uit je pakje, ah toe! En toen heeft hij geweigerd. Toen ging ze snel haar eigen halen. Dat is me toch ook iets, en dan samen kinderen hebben! Em.: Nou, die Nederlandse van jou is een huisvrouw, een werkezel. En ook zo mild. V.: Hij is met een portemonnee getrouwd: haar vader is fabrikant… Maar hoe kun je zonder gevoel leven? Ik ben immers man, en zij ziet dat. En zo lijden wij heel ons leven. Nu verberg je dat al niet meer, en de jeugd – die krijg je niet meer terug. Dichtbij zit de koppelaarster met het hondje te spelen, iemand is in de gracht aan het zwemmen, niet ver weg wordt met rackets tegen een tennisbal geslagen, - het leven gaat z’n gang, het is alleen wel heet. Natasja verschijnt en zoekt na te groeten met haar ogen
over het water en vraagt aan de koppelaarster: Waar, waar is nou dat schip?! Beide kijken ongemakkelijk, Ton leidt Natasja naar een gewone kotter die daar aangelegd ligt, en Natasja draait zich om naar de koppelaarster, en maakt een dreigend gebaar met haar vuist. Een heel kwaadaardig gezicht. Op Lora komt continu het Dochtertje van twaalf afgerend, jengelend om iets zoets. Het dochtertje (onderbreekt alle volwassenen en kruipt
bij moeder op de hals): Mam, geef nou! Mam, geef een koekje! Kleinkind van de emigrante (verstaat geen Russisch):
Oma, je moet Nederlands praten. Ik kan geen Russisch, wist je dat niet meer? Ton en Natasja dobberen heel dichtbij, de hitte rondom wil letterlijk maar niet smelten. Ton schreeuwt naar de aanwezigen dat het vandaag zijn verjaardag is, hij opent een fles champagne en houdt hem hoog boven zijn hoofd. Gezamenlijk gelach, rumoer. De fles is oververhit geraakt en de hele inhoud stroomt in z’n geheel de gracht in en over de goedige Ton. Het dochtertje van Lora gaat letterlijk op het hoofd van haar moeder zitten en vraagt nu om een snoepje. Robert (slingert woedend een euro op de grond): Ach stik jij maar. Ga liever een ijsje kopen en laat moeder eens met rust! Lora springt overeind: En jij gaat mij ten huwelijk
vragen?! (Raapt zelf de munt op, huilend). Maar hoe leg ik je uit dat het
kind hier op vakantie is, voor het eerst in het buitenland, ze heeft haar
hele leven al vier keer per dag gegeten, dat hebben ze haar zo aangeleerd.
Wat moet ze nu – honger lijden?! Volodja (dromerig): Nee, ik zou van haar houden – en haar niet wegjagen… De h.h.: Een vriendinnetje van Alisa werkt in een winkel, een Oekraïens meisje, dit is wat ze zegt. Tot nu toe werd een Nederlandse echtgenote na een jaar of drie een paspoort gegeven, maar terwijl moeder op de documenten wachtte, is het meisje opgegroeid, achttien jaar geworden en de hele procedure begint van het begin af aan. Hoeveel jaren nog… Ze heeft bedacht: mamma moet fictief scheiden met mijn stiefvader, ze houden toch wel van elkaar en zullen altijd samen zijn, en dan zal ik zelf met stiefvader trouwen. Dat is niet eerlijk, natuurlijk, maar in relatie tot haar heeft de regering iets in de war gebracht, - zo kun je niet met mensen omgaan. En dat is nog niet alles: het was in haar hoofd opgekomen dat ze kon proberen over een jaartje fictief te trouwen met haar eigen broer, hij was nog geen achttien en heeft de nationaliteit als klein kind gekregen met moeder. Em.: Die drommelse wetten! De h.h.: En dat heeft datzelfde meisje bedacht en ze zegt: Mam, hier zijn lesbische huwelijken toegestaan, dus laten we fictief met elkaar trouwen, daarvoor hoef je niet eens het land uit te reizen! – Stelt u voor hoe ver emigranten kunnen gaan? En het is nog wel een echt bestaand, hecht gezin, intellectuelen! Niet een of ander… Dochtertje keert terug met een ijsje, kruipt Lora op de hals – vraagt om een koekje, eist aandacht op… Ton en Natasja komen terug. Natasja komt bij de koppelaarster aangerend en sist heel kwaadaardig door de tanden met gebalde vuisten: Je hebt me bedrogen, hè? Jij zei dat hij een schip had?! Noem jij die wastobbe een schip? (Huilt uit machteloosheid en woede). De VH: Maar ik denk dat het allemaal verloren tijd is: je moet om te beginnen weten dat liefde het ene is en seks iets totaal anders. En dat je niet alles meteen in één mens moet zoeken. De aan tafel gezeten Lovelace werpt de hele tijd kleverige blikken naar Lora. De echtgenote van Lovelace: Ik zal je volschilderen met waterstofperoxide als je achter andere vrouwen aan gaat zitten! Grijs zul je bij mij worden! zult gaan loeien als een mezzosopraan! Volodja: Onze opa begon eens naar de kinderen te schreeuwen en toen viel zijn kunstgebit in de soep. Sindsdien zegt hij niets meer. Ton staat op z’n knieën voor het hondje, ze steunden met hun voorhoofden tegen elkaar, twee volslagen eenzaamheden. Een mobieltje gaat af. Het is de politie: Meneer Dinkelaar? Uw Svetlana is bij ons. Maakt u zich toch niet zo druk… We sturen haar naar Rusland, een vlucht met Pulkovo Airlines, over een uur. We vragen u ook te arriveren en met ons mee te gaan, zoals we hebben afgesproken. Een scène zonder woorden.
Het gewone leven van de stad wordt getoond: een feestdag en een demonstratie van homo’s, die blij zijn met de mogelijkheid officieel te trouwen en nog iets te verlangen (halfnaakt, met feestpruiken en lakschoenen op hoge hakken aan en zingend, een ware plechtigheid, een maskerade, een heus festival!). Over het fietspad haalt nabij de grote weg en invalide oudje in haar racekarretje het hele verkeer in, inclusief trams. Een opaatje laat twee drachtige poezen aan de lijn uit, zelf lacht hij om de situatie. Veel dikke vrouwen en mannen, ze zijn altijd hongerig en ongelukkig. Een “nieuwjaarsauto” is in net zo’n kleur geschilderd als je wel bij nagellak ziet, veelkleurig en met glittertjes erop. Laat op de achtergrond van de feestelijkheden de Algehele Eenzaamheid zien: ramen van villa’s, vanwaar naar ons symmetrisch wordt gekeken – eenzame rijke dames en heren (alles lijkt er wel te zijn, maar de mens blijft alleen achter, en ongelukkig). Het vliegveld. De paspoortcontrole. De medewerkers van de security zijn opgesteld in twee rijen: ze begeleiden Svetlana beladen met dozen tot aan het vliegtuig, zodat ze er zeker van waren. Ze vuilbekt er op los. De h.h. en de koppelaarster zwaaien bedroefd met zakdoeken vanaf de eerste verdieping naar het vliegtuig.
Scène 3.
Diezelfde dag ’s avonds. Het huis van de h.h. en de koppelaarster. Op het balkon hangen dekbedovertrekken en lakens (niemand in hoge flats doet dat nog, alleen de Russische koppelaarster wast nog zo). De koppelaarster strijkt het witgoed en de tafellakens, stoomt herenbroeken, spant zich in. Tegelijkertijd maakt ze de braamstruik winterklaar, kookt ze compotes, jam en bakt ze pasteitjes. In de keuken staat Russisch bier “de hand van Moskou” (reservoirs met lachwekkend opgebolde rubberhandschoenen). Potten van hier met een rubbertje zijn niet geschikt voor aangemaakte bessen. Potten worden gekookt en steriel gemaakt op stoom, waarbij ze in de hals hangen van een uit Rusland ingevoerde theepot. ’s Nachts laten de potten met op die hoogtes niet dichtgeschroefde deksels alle aanmaak bessen eruit… Alles moest weer van voren af aan gedaan worden. ’s Nachts vechten de poezen met elkaar: één stort zich in de gracht en vliegt uit schrik in een tak. Maar de buurman snurkt door het raam heen, hetgeen de muggen en poezen overstemt.
De handelende personen
De zesde handeling –
Scène 1 – de h.h., de K., Karina, de VH, de Schuchtere Nederlander, de Baas, een Dame en Heer, de Rijpe Nederlandse, een Biseksueel. Scène 2 – De koppelaarster, de h.h., daarna Alisa. Bijna alle deelnemers van het stuk. Scène 3 – Sasja, de Zwarte klant, de Leerling, Kinderen met Ouders en Klanten.
De zesde handeling
Scène 1.
Het is winter. Hetzelfde huwelijksbureau. Als eerste komt Karina het vertrek in met een fles, achter haar de h.h. en de koppelaarster, die meteen machinaal een glas water inschenkt. De VH kijkt toe, zwaait wanhopig met zijn hand en gaat meteen weg. De Nuchtere Schuchtere Nederlander, verstopt onder de zoom van zijn jas een fles wodka, loopt zijwaarts langs, knikt nauwelijks merkbaar, groet en gaat bij de telefoon zitten. De koppelaarster pakt machinaal de hoorn van de haak om voor hem naar het GOS te bellen. Aan de telefoon wordt al gesproken: - Hallo! Wij bieden u een enorme keuze aan speciale en gewone gasflessen. De waarde van gas als alternatieve brandstof… De koppelaarster hangt op. En dadelijk klinkt de telefoon weer: - Hallo! Ik zoek een meisje van de andere sekse. De koppelaarster zwaait met haar hand en schakelt het geluid uit, de h.h. leest van het printerlint voor: - “Een jong meisje, slank, aantrekkelijk, met hogere opleiding, beschikt over woonruimte, ik antwoord niet op brieven, verscheur foto’s, stelletje boeren”. Lacht in haar mouw. Probeert zich te concentreren, spreekt serieus: Karina, dit is misschien iets voor u. “Een jongeman zonder schadelijke gewoontes maakt kennis met een meisje die hem die gewoontes aanleert”. Oh nee, excuseert u mij! Maar dàt zijn de verse nieuwtjes… Misschien is er toch wel wat bij: “Een eenzame man ontmoet een eenzame vrouw met als doel het ter wereld zetten van een eenzaam kind”… Ach, dat zal wel niet van pas komen…. “Ik bied vriendschap. Ware, reine, stevige, mannelijke, dierbare vriendschap”… Aan wie hij die voorstelt is niet duidelijk… “Meisjes, als jullie niet tevreden zijn met je lichaam, kom dan bij ons! Wij zijn er wel helemaal tevreden mee!” …Dat is alles, verder niets meer. Maar morgen zeker wel! Karina drinkt water. De schuchtere rent het bureau uit, het belletje weerklinkt, de baas, Evelyne, de dame en de mijnheer komen binnen. De baas zegt zonder te groeten, zonder plaats te nemen en zich op de borst slaand: Ik ben een oude communist! Een burger van Rusland! Ik zal niet toestaan mijn dochter ten huwelijk te geven aan een stelletje boeren! Wat staan jullie jezelf wel niet toe?! Ik zal jullie allemaal laten ontslaan! De koppelaarster probeert uit te zoeken wat er aan de hand is en hem gerust te stellen, hij toont foto’s van zijn dochter en haar huwelijkskandidaat. Verwarring. De dame en mijnheer geven uitsluitend uitleg met hun vingers, alsof ze doofstom zijn. Ze zijn hier gekomen om die gebarentaal te vertalen: ze houden heel erg van elkaar. Evelyne gaat aan tafel zitten, het belletje weerklinkt – de schuchtere Nederlander keert zwaar aangeschoten terug. Karina huilt in de hoek. Evelyne bedekt behaagziek haar gezicht: Ik ben een bekende pianiste. Het lukt me gewoon niet op een waardige partij te vinden. Nou, van dat soort lieden, die bellen wel! Legt foto’s en brieven op tafel. De h.h.: Wij zullen u meteen helpen. Hier zijn de laatste aanzoeken. Leest van de monitor en de printer: “Heeft u de kans met een buitenlander te trouwen? Die vraag zou elk meisje zich stellen. Tienduizenden potentiële huwelijkskandidaten interesseren zich in vrouwen uit de voormalige Sovjetunie. Uw kans is groot, als u alles in het werk zetten voor het bereiken van uw doel. Amerikaanse vrouwen (de h.h. van terzijde: wat hebben Amerikaanse vrouwen hier nou mee te maken?!) hebben in decennia van emancipatie hun kwaliteiten verloren, die alleen vrouwen eigen zijn: warmte, vrouwelijkheid, de kunde de huiselijke haard te beschermen…”. Dat zijn dus mijn concurrenten. De baas schreeuwt: Ik ga de koningin schrijven! Ik ontsla jullie allemaal! Als Stalin nog eens in leven zou zijn! De schuchtere rent naar buiten – en keert niet meer terug. Karina gaat hem achterna. De h.h.: …“Hoewel mannen bij het doorkijken van de vragenlijst eerst aandacht schenken aan het uiterlijk, zoeken ze toch vrouwen uit op menselijke kwaliteiten. Russische vrouwen hebben een voortreffelijke opleiding, die met uitzondering van Rusland in het buitenland zeer op waarde wordt geschat”. (Terzijde: Het is zo moeilijk om hier werk te vinden!). “Als u over kwaliteiten beschikt die u wilt verbergen, schrijft u er dan gewoon niet over…”. Nee, wat raden ze toch allemaal aan?! Wat een cynisme! … “Vertelt u eens gedetailleerd over uw hobby’s, zelfs de meest exotische, probeer een man te intrigeren. De informatie wordt anoniem doorgegeven, dus zult u er niet achterkomen of de door u uitverkorene overeenkomt met de door hem gegeven beschrijving, tot u hem van naderbij leert kennen”. Evelyne staat de hele tijd op en maakt aanstalten te gaan. De h.h. geeft haar een slap gebaar. De koppelaarster doet de Baas uitgeleide. Het belletje weerklinkt. De dame en mijnheer gesticuleren, zonder te horen wat zich afspeelt. De telefoon rinkelt: Goede middag! Kunt u mij verstaan? Ik zoek een levensvriendin, die vis kan kaken en over een motorboot beschikt. Stuur mij beslist de foto van de boot…! De h.h. hangt op: Alsof we in Gabrovo zijn. Hier is het niet toegestaan te lenen van je eigen kinderen! Van de ouders! Evelyne: Ik ben zo beroemd, dat het mij niet past in te stemmen op dat lage niveau dat mij is voorgelegd. Gisteren ben ik naar een restaurant uitgenodigd, niet eens in een Japans, maar in een of ander Chinees restaurant! (Spert haar ogen uitdrukkingsvol open). Het belletje weerklinkt. De dame en mijnheer gesticuleren. De rijpe Nederlandse komt binnen en de biseksueel. De rijpe Nederlandse schreeuwt opgewonden: Wat een geluk, mijn beste mensen! Ik heb uw site “Hartkloppingen” geopend! Daar staan zoveel interessante dingen op! Hier heb ik mijn Josje gevonden! Maar hij schrijft me al een tijd niet meer! Kunt u me niet helpen?! De mijnheer schermt met zijn arm z’n voorhoofd en ogen
af, gaat op een knie staan: Nee, ze zal me nooit begrijpen! Mijn liefste, je
breekt mijn hart! De h.h. leest iedereen meteen voor en alles achter elkaar, waarbij hij overeenkomstig naar de mannen of naar de vrouwen kijkt: “Ik zoek een man die drinkt, rookt, losloopt. Ik meen dat echtgenoten die moeten leven op basis van gedeelde interesses”. “Blauwogige blondine maakt kennis met Australiër voor intieme samenkomsten op zijn territorium”. Het is echter wat aan de verre kant… “Ik ben maar een poesje en ik loop in m’n eentje rond, maar ik wil vriendschap van een kater en ik wil katjes”. Nee, verdorie nog aan toe. “Ik kom zelf uit Kirgizstan, een zeer gemengde nationaliteit: Kirgizisch, Tataars, Russisch, Turks en zigeunerbloed. Ik hou me bezig met modellenbusiness, maar mijn eigen stereotype – (Welk type?) – kan ik maar niet vinden, terwijl ik een goedmoedig, welwillend karakter heb! Dus kwam ik op uw site terecht, misschien zou u zo maar eens kunnen helpen, ik heb de vragenlijst ingevuld, maar… stilte. Ik heb wel zo mijn kerels gehad (De h.h. hoest in z’n vuist), maar het waren allemaal van die… veel geld hadden ze allemaal wel, maar alleen geen verstand, en ik wil van alles wat hebben! Dus helpt u mij!” De h.h. maakt een hulpeloos gebaar: Waar vind ik voor haar passende kandidaten…? De biseksueel vlijt zich zachtjes aan tegen Evelyne, zij deinst terug. De biseksueel: Hé stuk, als je een erotische massage wilt, bel dan met 112, daar wordt op je gewacht! De biseksueel dringt zich op bij de h.h., waarbij hij stoelen en mappen laat vallen. De klok slaat, iedereen heft het hoofd op: lunchpauze.
Scène 2.
De h.h. en de koppelaarster verplaatsen heel het meubilair in het bureau: ze bereiden zich voor op de volgende bruiloft. Ze versieren het vertrek in een Slavisch-Nederlandse stijl.
De h.h. is eindelijk alleen met z’n vrouw, hij verandert: hij is open, heel liefhebbend en teder. Hij probeert haar er overal van te overtuigen, dat hij alles zelf zal doen. Hij geeft haar een lepeltje met iets lekkers, daarna brengt hij sap, een warm vest. Hij laat haar aan tafel zitten, zij kijkt automatisch naar de monitor. De h.h. gaat door met het versieren van het vertrek, doet voor de snelheid zelfs zijn schoenen uit. De koppelaarster: Ik zal je ondertussen wat voorlezen. Voor inwendig gebruik, zogezegd. Outlook zit weer vol… “Ik geef zanglessen voor belangstellenden, en bovendien gitaar- en pianolessen”… Mijn God, willen ze vanuit Rusland via internet hun bezopen lessen geven…? ’t Is genoeg, ik wis het. (Klikt met de muis). – Ik ben gelovig, maar religies erken ik in principe niet… Ik rook, drink, gok, ga uit… Hobby’s: wat voorhanden is bekijk en beluister ik, van lezen hou ik niet… - Een goede kandidatuur! Oh mijn god, wat is dat?! De h.h. komt op de tafel af met één sok aan, met een grote tang en een fles wodka: Trek jij die splinter niet even uit mijn hiel? Heldhaftig bereid tot de operatie. De koppelaarster lacht door de onrust heen, neemt een naald uit haar handtas, gaat ogenblikkelijk tot de “redding” over, blaast op de pijnlijke plek en kust haar geliefde. De h.h. gaat terzijde zitten, maakt een sprong op één been; de koppelaarster leest verder: - Aanspraak tot ons: De moderator! Hij begon het doorkijken van de vragenlijst – vol van prostituees. Ik ben geen schijnheilige, laat ze maar leven, maar waarom alles door elkaar mengen op een stapel? De h.h.: Waarom had hij besloten het op een stapel te doen? Hoeveel oprechte aanzoeken en goede mensen zijn er wel niet! De koppelaarster: Ik ben er niet zo zeker van… Mij komen voornamelijk zulke onder ogen als: “Zoek per direct beschermheer. Peuter”. Of ook vermakelijk, luister: “Slanke, aantrekkelijke rondborstige blondine met lange benen zoekt hoogbetaald werk in het nachtelijk uur. Geen intimiteiten geven”. Beide lachen. Het belletje weerklinkt, Alisa komt binnen met halsdoek van de firma C1000. – Ze had geen tijd het af te doen, ze haast zich. De h.h. verzorgt zijn voet, de koppelaarster staat vol vreugde haar plaats af aan Alisa, zet zich aan het voorbereiden van de feestdag. Hangt slingers uit, terwijl Alisa snel voor iedereen thee zet, drinkt en van het scherm leest: Moedertje lief, wat is dat? Een grap? – Een gezin bestaande uit vijf studenten huurt kamer. Of een ligplaats. Iedereen schaterlacht eendrachtig. De h.h.: Het is tijd om anekdotes te verzamelen! We gaan ze later uitgeven. Maar ze schrijven immers echt! Alisa snuffelt in de brieven en schrijft nogmaals: Ik heb een snor en lang haar, dat van tijd tot tijd in brand staat van de sigaretten, ik doof dat met een glas wijn, waarbij dan weliswaar wat over mijn kaarten heen spettert… (Alisa parodieert het bovenstaande). O jee, hier staat iets onfatsoenlijks: Graag vlieg ik de lucht in door een seksbom, die wenst met mij het einde te delen.
De telefoon rinkelt: Collega’s? Hallo. Stuurt u mij voor een Russisch tijdschrift de adressen en telefoonnummers niet door? Het is aan ons voor reclame natuurlijk. De h.h. antwoordt iets en hangt op. Hardop: Ze hadden kunnen zeggen – voor spionage… Alisa: Toen ik bij een telefooncentrale werkte, belde ik naar Rusland met buitenlandse handelaren en verkocht ik een hoop reclame. Maar als de directeur komt, zal hij zeker tussen neus en lippen door zeggen dat zijn BMW van het laatste type is en dat zijn Mercedes - …Ze weten immers niet dat Mercedessen in Europa gewone taxi’s zijn, of wagens voor de gebroeders uit het Oosten. Maar wat u hier heeft is wel zo vrolijk! De koppelaarster: Helemaal niet altijd. Daar kwam-ie dan en schreeuwt: ik geef voor jou mijn rechterhand af! En dan zet-ie er nog een mesje op. Maar zodra hij het zijne gekregen heeft, vergeet-ie alles meteen. Daarin is de leidende ster intuïtie, snap je? Op ons rust zo’n verantwoordelijkheid, maar hier niks hoor, en ze schrijven nog zoiets als: “Jongeling met defect in het zicht zoekt een meisje dat prettig op het gevoel is”. Al lach je, al huil je. Steekt de kaarsen van de kroonluchter aan, de h.h. helpt haar daarbij, hij is heel zorgzaam. Alles wordt verlicht door een zacht triomfantelijk licht. Het belletje weerklinkt, bijna al onze bekenden komen binnen – in galakleding.
Scène 3.
McDonalds. Sasja in werkkleding – zwart schoeisel, zwarte pantalon, een dun geruit donkerblauw overhemd en een klep. Hij werk in een razend tempo, doet alles meteen – neemt de bestelling op, maakt klaar, laat zich af en toe afleiden om bij bestuurders door het raampje de bestelling op te nemen. Een zwarte klant (expressief): Een milkshake – banaan! Sasja – tegen iemand terzijde: Kip 6, kip 9, kip 20… Legt tegelijkertijd uit aan een Leerling: Hoeveel stuks zitten er wel niet in die zak, Een big mac, een mac chicken, een fish filet; hamburgers, cheeseburgers, - herhaal voorlopig maar even. Big tasty – de grootste. Wat, wil je eten? (Ironisch). Dat kan niet! De leerling: Ik ben pas een maand in dit land, en hier is alles voor het grootste deel Engels… Sasja, geïnteresseerd: Oh ja? En ik ben programmeur met een diploma in Microsoft. Maar er is overal werkeloosheid, en ik ben te jong voor ze: ze vertrouwen me niet… Luister eens en herhaal: een quarter pounder is met vlees. Een happy meal is wat de Afrikanen een kindermenu noemen. Onder de kassa, kijk maar (pakt een stang), is altijd een stevige ijzeren knuppel, het is een hendel voor het openen van een container in geval van gevaar. Vechtpartijen komen ook wel voor…Nederlanders verontwaardigen zich niet, maar emigranten - …Luister nog eens en leer, zo word je nog professor: Eerst doe je een bestelling – daarna neem je geld aan. Een kip kan een jaar of vijf bewaard worden, als het niet acht jaar is, maar jij plaatst evengoed dichtbij het klaargemaakte eten een speciaal kaartje in, zie je? (Laat het zien, werkt razendsnel). Dat kaartje geeft de tijd weer, en als er tien minuten voorbij is en je klant nog zijn geld aan het tellen is, dan moet je het gerecht weggooien, maar niemand leeft die regel na. Een gezelschap van kinderen komt de McDonalds binnengevlogen, de ouders komen achter ze aangelopen: er is gereserveerd voor een verjaardag. De collega’s zijn bezig – ieder met het zijne. Vlaggetjes en ballonnen lichten op. Het gaat er vrolijk en rumoerig aan toe. Iedereen werkt in een verhoogd tempo. Sasja tegen de leerling (die alles maar zwakjes begrijpt): Ken je die mop? Er wordt een koe verkocht van vijf jaar, nog een meisje… (de leerling komt niet mee. Sasja zegt veroordelend:) Nou goed dan, onthoud het verder maar… Er is niemand om mee te praten. Achter het raam vaart en vrachtschip (een aak) die “Tijd is geld!” heet (in het groot tonen). Sasja (reikt zijn hand uit in zijn richting): Het eerste gebod! (hoest bloed op de hamburgers). Er moet een ziekenbriefje gehaald worden… Vat jij geen kou: hier zul je nu eens in de keuken in de hitte werken, dan weer moet je naar de koelkast rennen; en ook nog eens auto’s bedienen… Kijk, een blauwe pleister: dat is speciaal voordat wanneer hij in het eten valt je hem gelijk ziet… (Demonstreert alles, kucht). Van tijd tot tijd komen er klanten; alle zwarten zeggen alleen maar: “Een milkshake. Banaan”. Het is te zien dat door spleten van twintig centimeter achter de afrastering papieren bekertjes en zakken vliegen en dat er ballonnen uit de speelkamer komen. Sasja kijkt droevig: Een mankement… Ik heb een programma voor ze geschreven, om alles hier maximaal te mechaniseren, - wie heeft ons nodig…! (bedient onderweg een klant…). Nou goed, je zult alles snel leren, ze laten je hier niet slapen. Medewerkers krijgen vijftig procent korting op al het eten, maar je mag tijdens het werk niet eten, - en je vrienden uitnodigen. Dat alles moet buiten werktijd. (geeft de bestellingen uit handen). Kijk daar (wijst) staat een videocamera, maar waar de kip wordt bewaard en opgewarmd, daar eten wij allemaal; soms ook patat. Wil je wat drinken – dan vraag je het, maar van de menigte van het weekend kun je niet weggaan. (Klopt de leerling op de schouder, volgt gespannen de wijzers van de wandklok, ontrukt zich van zijn plaats om zich om te kleden: het einde van de werkdag).
De zevende handeling –De handelende personen:
Scène 1 – Dokter, een Menigte, twee Zwanen, een Burger, een Burgeres en een Jongetje, Eenzame inwoners van de stad, een Toeriste en een Reisgenoot, twee Russische toeristes. Sasja en Stefan, daarna Richard. Een Slavische toeriste. Scène 2 – Een Nederlandse arts, een Liefje en bezoekers, de Eerste Slavische bruid, de Tweede Slavische bruid, de derde Slavische bruid, Patiënten. Scène 3 – Bijna alle deelnemers van het stuk, de Koppelaarster en de h.h., Jongelui en hun ouders (Moeder, de baas, en bovendien een Gaste, de Eerste, Tweede en Derde uitgenodigde vrouw. Sasja, Richard. Karina. De Eerste en Tweede uitgenodigde man (Nederlanders), de Voortdurend Huwelijkskandidaat. Een Invalide. Een Kok, een Andere kok. Alisa, de Kleindochter van een oude Emigrante. Tatjana, een Vrouw, een Dikzak met Eenden, buren, een Oud vrouwtje en Anderen in een rolstoel.
De zevende handeling
Scène 1.
Een buitenwijk van Amsterdam. Bij het kanaal is een menigte bijeengekomen, iedereen is rumoerig. Er staat een dierenambulance, een arts plaatst voorzichtig een zwaan in de auto met een band op de vleugel. De tweede zwaan zwemt in het kanaal, slaat verontrustend met z’n vleugels op het onbevroren water. De dokter tegen de menigte: Maakt u zich alleen geen zorgen, ik heb u al beloofd dat ik alles op tijd doe. Een burger (stapt dreigend op de dierenarts af): Je zou het eens moeten proberen vertraging op te lopen! (Draait zich om naar de menigte). Hebben jullie dat gehoord?! Ik zal hem al zijn veren stuk voor stuk uitrekken! Dus onthoud jij goed, als zwanen gescheiden worden, dan gaan ze dood, je hebt precies vierentwintig uur! De burgeres, die iets te laat was gekomen: Wat? Wat is er gebeurd? (Springt op om het beter te zien). Het jongetje: De zwaan heeft haar vleugel gebroken, en het zwanenpaar kan niet langer dan een etmaal gescheiden zijn. Dan gaan ze dood. Kijk ze hebben met spoed een arts laten komen. De burgeres (kwaad): Ja, die ken ik! Heb je gehoord, dokter…? (Tegen de menigte). Hij werkt hier niet ver vandaan! Die zal niet te laat komen: anders slaan we alle vitrines stuk! Onze zwanen leven hier al sinds mensenheugenis, hun kleintjes één jaar – grijs als ze zijn, en in het tweede jaar groeien ze op, en zijn dan ook wit, alleen dan wat kleiner van grootte (spreekt het laatste woord heel lief uit, bijna huilend van ontroering). De menigte is blij met de zwanen, prijst hun trouwheid en schoonheid de hemel in. De verbleekte dokter maakt van het moment gebruik en springt zijn auto in. Ze schreeuwen hem achterna, en waarschuwen zonder grapjes. De menigte beweegt zonder uiteen te gaan in de richting van de pas een week geleden geopende kermis. De camera belicht de Amsterdamse buitenwijk; in een raam van een rijke villa belt iemand zichzelf uit eenzaamheid en beluistert de toon; in een ander raam praat iemand met een televisiescherm; iemand zet voortdurend zijn wekker en belt zichzelf: zo lijkt het toch alsof ze niet alleen zijn. Er ontstaat het gevoel van een feestdag, van beweging. Onderweg is er een kleine bloemenmarkt. Daar worden kennelijk voor toeristen ongewone bollen van zonderlinge planten verkocht, bloemen, grote bomen en bonzaiboompjes van allerlei slag. Een toeriste zegt tegen haar reisgenoot: Ik heb blauwe tulpen gekocht! (Toon de nationale pot van Delfts blauw met bollen). Het konden ook zwarte zijn, maar ze waren heel ongebruikelijk. De reisgenoot knikt onverschillig, bekijkt het hoog opgroeiende bamboe, net ver verwijderd komen de twee Russische toeristes tot stilstand. Ze praten vol enthousiasme. De 1ste: Hoe brengen we het bamboe mee? De 2de: Kunnen we het niet gewoon in een nat doekje doen, het verstoppen en meenemen? De 1ste: En als het ineens uitgroeit in het vliegtuig?! (Beide betasten en wegen het bamboe – of het in de tas past, of het qua gewicht door de douane gaat; uiteindelijk kopen ze het beangstigd, maar ze verstoppen het liefdesvol). De menigte sleept ook deze toeristen met zich mee. De kermis is al te horen en te zien. De menigte verspreidt zich waarheen maar ook; in het groot is een waar kinderfeest te zien – een attractie met basketbal, dat wil zeggen een lange overdekte kar met opengeklapte zijklep, van binnen en van buiten behangen met zachte opblaasspeeltjes – toekomstige prijzen. Sasja, al gewassen en omgekleed in een nogal feestelijke kleren, lacht en praat met Stefan, de baas van de attractie en de broer van de h.h. van het huwelijksbureau (d.w.z. een familielid). Stefan laat zien hoe je klanten kunt bedriegen, hij geeft plaatselijke geheimen: Het is als in een casino: alle trucks zijn in het voordeel. Kijk, hier staat: dertig worpen met een basketbal. Maar wie telt dat? En het zijn er eigenlijk geen dertig, maar slechts tien; en in elke draaimolen draai je geen drie minuten maar slechts drieëneenhalf, wanneer er al veel volk is en iedereen voortjaagt. Maar als je met een hamer moet slaan en je kracht moet tonen, dan kan ik aan het niveau van “kracht” niets veranderen: kijk eens, een hendeltje… Het niveau van een biljartzak kan ook veranderen – en zo is het overal! Sasja staan die bekentenissen niet heel erg aan, hij betrekt, op dat moment komt Richard aangelopen, die soms invalt voor Stefan invalt als gedeelde vriend, en dat voor een appel en een ei. Iedereen spreekt Richard aan met grapjes, maar ze verstomden: hij ziet er geslagen uit.
Niet ver verwijderd de gil van een Slavische toeriste, iedereen draait zich om: de toeriste was zonder het zelf op te merken terechtgekomen naast een gewoon mannentoilet in de vorm van een omgeklapte paraplu, helemaal open, en er stroomt urine onder haar benen en de jongens die al wat op hebben maken onfatsoenlijke grappen, terwijl ze hun gulp dichtdoen… De toeriste gilt en werpt een dreigende blik, en haar wordt een ander toilet gewezen niet ver verwijderd – een groene met patroon, ook voor mannen, die van boven en onder opengaat…
De aandacht keert terug naar de problemen van Richard. Zijn lippen trillen, hij haalt een xtc-pil tevoorschijn en bergt hem op: Morgenochtend komt er een vrachtwagen die alles zal confisqueren. Ik heb een aantal rekeningen niet op tijd betaald, en we zijn al zes keer gebeld, we zijn gewaarschuwd, maar het bedrag groeit, zoals altijd, - maar ik heb nu gewoon niet genoeg! …Stefan, geef je me al was het een duizendje te leen? Je kent me, ik geef het terug, en met rente.
Sasja: Leg jij eens even uit wat er gebeurd is?! (Steekt een sigaret in z’n mond en haalt hem er weer uit, hij rookt niet).
Richard: Ik zeg toch, kind en vrouw brengen ze wel ergens onder, maar ik heb vanaf morgen al nergens meer om te leven: ze gooien me er deze winter uit – en wel op straat: dat is me de rekening wel! Als je niet op tijd betaald hebt, heb je dat aan jezelf te danken. Maar er is gewoon geen geld!
Stefan: Jij zoop je elke avond laveloos in de discotheek, een pilletje kost vijftien euro. Kijk eens op wie je bent gaan lijken!
Richard: Geef je het me niet? Al was het vijfhonderd of zo.
Er klinkt luide muziek. Men moet daardoor over en weer schreeuwen. Het knippert, draait en licht steeds op. Het feest des levens! – Dat van een ander.
Scène 2.
Een kamertje voor het bureau van nu eens de arts, dan weer de psycholoog (voor een tweetalig publiek, Russisch-Nederlands): toekomstige bruidsparen willen vóór de bruiloft elkaars gezondheid controleren… In de rij zitten een aantal paren. De deur van het bureau gaat open, de stem van de arts is te horen, daarna ook een figuur. De Nederlandse arts (die van buiten aan de uitspraak van Lenin doet denken): Griep is hier geen ziekte, het is hier geen Sovjetunie. Houdt u van rode wijn? Nou drink dan wat meer! Het is niet erg, het kan voor ’s nachts, en het is ook weer geen wodka… U stikt, zegt u?! Hebt u al een zak op uw hoofd geprobeerd, van plastic, en hem zo afsluiten (toont het met zijn handen) dat u helemaal geen adem meer kunt halen? Hyperventilatie, liefje. U hebt hoofdpijn? Hebt u al geprobeerd te rennen? Het einde is voor iedereen treurig, dus rent u maar! De volgende!
Een wisseling van bezoekers. De zittende paren wisselen woorden uit.
De eerste Slavische bruid (maakt een wanhopig gebaar): U hebt het zelf gehoord. Ze hebben allemaal hyperventilatie! Door van alles, bij het minste of geringste een zak over het hoofd. Dat heeft-ie me zo gezegd! De tweede Slavische bruid: Eergisteren kwam ik in het ziekenhuis, ze hebben daar gecontroleerd hoeveel stof mijn longen met astma kunnen verdragen! De hele dag heb ik melk gedronken, om tot nu toe nog niet van bij te komen. En onlangs hebben ze bij mijn moeder de “verkeerde” kies getrokken! De derde Slavische bruid: Ik ben bloed gaan afgeven – ik kijk, er zit een jochie, nog heel klein, die werkt er duidelijk de eerste dag, hij kan niets! Ik heb slappe aderen; ik zeg hem – jongen, ik begrijp je problemen, zal ik een andere dag komen, ok? De deur gaat open, diezelfde Nederlandse arts schreeuwt naar de onverstandige patiënt: - Mogelijke diagnoses op basis van de nagels weghalen! Met een veiltje, met schuurpapier! Is de tong beslagen?! Het is te zien dat de patiënt in de deur zijn mond heeft opengedaan en “aaah” zegt, terwijl de arts zijn witte tong bekijkt. De arts: Heb je een tandenborstel thuis? Het liefst een elektrische! Vandaag nog gaan we de aanslag weghalen en bent u weer gezond! Alle “Russische wederhelften” kijken elkaar droevig aan, hunkeren naar de vaderlandse geneeskunde… - Volgende!
Scène 3.
De bruiloft begint in het huwelijksbureau. Het feest van een enorme spanning en kracht; alles blinkt en straalt van geluk. Er is muziek, de jongelui komen binnen, begeleid door hun ouders en officiële vertegenwoordigers (alle vrouwen hebben laarzen aan). De huwelijksinzegening en de registratie zijn net gehouden, de jongelui huilen nog en zijn verschrikkelijk opgewonden (velen vegen met zakdoeken hun ogen af, zoals in Rusland op begrafenissen, maar in Nederland op bruiloften). De gasten worden tegemoet getreden door de koppelaarster, de h.h. en hun familie. Felicitaties, tranen. Bij de mannelijke gasten kijkt het boeketje in het vakje van hun colbertjes omhoog, bij de vrouwen gehoorzaam omlaag. In de hoek van de ruimte begint een Amsterdamse zangeres te zingen, alsof ze vals zingt. Een van de moeders: Drommels, hadden ze al was het voor de bruiloft niet een professionele zangeres kunnen uitnodigen? De koppelaarster: Dat is Amsterdamse stijl, daar bent u nog niet aan gewend. Een zekere gaste brengt een stuk lint naar de koppelaarster: Kijk, daar is het gekomen. Ik dacht dat het misschien spoed vereist? Er zijn hier veel cijfers. De koppelaarster leest het haar hardop voor: Ik wil kennismaken met een jeugdige lange blondine met blauwe ogen, 90-60-90, intelligent en werklustig. Kort over mezelf – 20 cm. (Lacht in haar vuist). - …Ik ruil een vrouw in van 36 voor twee van 18. Variant 4 tot 9 niet voorstellen. (Lacht luid en open, gooit het papier terzijde). – In elk geval, vandaag is onze vrije dag!
De bruid (al echtgenote) heft de zoom van haar trouwjurk op: eronder heeft ze sportschoenen! Zo kan ze beter dansen. De mooi uitgedoste baas met stropdas om en partijspeldje (Een van de vaders) werpt zich op de h.h. met gebalde vuisten: Ik ontsla jullie allemaal! Dit laat ik niet gebeuren! Als Stalin nog eens in leven was geweest… (hij wordt overstemd door felicitaties van een van de jongelui).
De ouders van de jongelui proberen in het geheel niet met elkaar te praten (dit heel duidelijk laten zien). Hier zijn vaak tot nul gereduceerde ouderlijke relaties.
De eerste uitgenodigde vrouw: Als mijn kind een cadeau wil geven aan zijn klasgenote, dan moet hij haar naar de automaat met snoepjes en chocolaatjes brengen, en ze in haar bijzijn kopen, - anders neemt ze die niet aan! Iedereen is bang voor drugs. De tweede uitgenodigde vrouw, dit beamend en de handen in elkaar slaand: Ach, zegt u dat toch niet! Ik heb buitenlandse toeristen gezien in de opnameafdeling, zij hadden de dag ervoor nota bene op straat pasteitjes met wiet gekocht, en konden daarna niet uitleggen wat dat voor gewaarwordingen waren! Ze moesten naar het ziekenhuis. De derde uitgenodigde: Gaan ze ons snel te eten geven? Karina licht op, terwijl ze zich net op het drinken wilde storten. Ze stellen haar voor een glas van het dienblad te nemen, ze weigert bescheiden. Hier is een rolstoel, erin zit de invalide blij met een glas in de hand. Karina tegen de invalide: De eerste normale Russische bruiloft! Hier worden gewoonlijk eerst kinderen ter wereld gebracht – daarna worden ze geregistreerd en dragen een zoontje of twee de sleep achter de bruid aan! De invalide, die Russisch bleek te zijn, zegt met een gezonde stem: Ik wordt er misselijk van als op alle verjaardagen eerst taart gegeven wordt en daarna nog eens haring! Daar zal ik nooit aan wennen. Zal het er vandaag ook zo aan toegaan? Sasja en Richard komen binnen: Sasja brengt hem af van mogelijke rampen: ’t is niks, het komt voor elkaar! Je bent immers geen volledige lamer. Ik word eindelijk eens als programmeur aangenomen. Je kunt niet eeuwen op hamburgers blijven hoesten… De opdringerige service van een Russisch restaurant wordt getoond: de ceremoniemeester pleziert de gasten kunstmatig, matrosjka-poppen lichten op, nationale kleding, wodka, samowars en zelfs schoenen van berkenbast (afgewisseld met klompen), - al wat gewoonlijk door toeristen vergaard wordt. De eerste uitgenodigde man (een Nederlander): …Eerst is mijn vrouw gekomen, en daarna heeft ze ons dochtertje meegenomen. Het meisje heeft thuis een grote coupure meegenomen om in de klas een vriendinnetje in de wacht te slepen. De ouders dachten thuis dat het een kopie was, maar toen ze begrepen dat het een echte was, hebben ze het natuurlijk teruggegeven: misschien heeft uw dochtertje het gestolen?! De tweede uitgenodigde man (een Nederlander): Mijn jongen voelt zich ook een emigrant, paait zijn kameraden met cassettes en computerspelletjes, - zelfs uit huis heeft hij dat zonder te vragen twee keer gedaan. Nou, ik was hem al aan het uitleggen… De VH: Toen ik klein was betaalde ik een meisje zestig cent om een beetje onder haar jurk te kunnen kijken… (Maakt een verduidelijkende geste). Ik had dat altijd in m’n broekzak. Hier gaat de gang van de regisseur: het licht begint zo te knipperen als bliksemflitsen, en er volgt een opeenvolging van beelden – degenen die het bureau binnen komen lopen of de hier aanwezige mannen zien een hun interesserende vrouw, naakt – of in andere vorm – zoals ieder van hen dat graag zou zien. In het bureau dooft het licht, het bordje knippert: eind van de wereld, eind van de wereld (zoals “eind van de film”).
De koppelaarster: Hoezo einde?! Dit is nog maar het begin! We nodigen iedereen aan tafel uit!
Het is vroeg in de lente, en hoewel het nog koud is zijn voor de viering tafels onder de openlucht uiteengezet, en wel onder een gespannen en gebold zeildoek. Boven elk tafeltje staat een opschrift: Amsterdamse tafel (haring en allerlei lekkere vis), een Franse tafel (een massa aan kaassoorten), een Australische tafel (kangaroebiefstuk), Engels (verse aardbei met slagroom en vruchtencocktail) e.d. De kok braadt de biefstuk op een open vuur; dichtbij bereidt de andere kok warme chocolade voor en begiet ermee… stukjes worst: dat is een nieuwe delicatesse. Er lopen gasten met plastic borden om de tafeltjes heen. Sasja tegen Richard, stilstaand bij de Engelse tafel: Een milkshake. Banaan! Dan zul je eindelijk eens je buikje rond eten… Alisa komt aanlopen: Zes jaar kan ik geen oesters of kangaroe eten! Ik kon het nergens leren. De kleindochter van de oude emigrante, eet zijn
escalope op: Kangaroe – om je vingers bij af te likken! Een heerlijkheid. En
weet u, dat dat onder het gat in de ozonlaag opgegroeide ratten zijn? Rondom dansen veel paren. Tatjana kijkt achter de rand van het zeildoek, er wordt leven rondom getoond: ergens is een ononderbroken schoonmaak gaande, urenlang redt een vrouw zich van de eenzaamheid; een dikzak strekt zich uit aan de oever van een klein kanaal, dat nog niet geheel ontdooid was na de winter; en hij helpt de eenden op het ijs met een stok, hij schommelt lachwekkend, maar door het gewicht kan hij niet overeind komen. De buren scheuren in verschillende woningen het behang los en plakken er nieuw behang op, alle stroken zijn in het geel: zij worden verwisseld volgens de mode, in veel huizen zelfs elk jaar. (Tonen hoe schitterend, kwalitatief en snel de Nederlanders werken). Maar eenzaamheid is er rondom! Tatjana zucht over die van haar. Er begint een voorstelling: een dansgroep komt een geïmproviseerd podium op, ze leren de aanwezigen de boogie-woogie te dansen. Iedereen herhaalt de bewegingen. In de rolstoel zit al een geheel ander oud dametje (daar rusten mensen beurtelings in uit). De travestiet dringt zich op bij de manen en zegt aanstellerig: Ik heb een eenzame vrouw als bekende die een kamer wil huren… Of verhuurt!
De h.h. en de koppelaarster kussen elkaar in een hoekje. Eindelijk kunnen ze “alleen” zijn. De koppelaarster: Het is hier zo donker dat je jezelf niet ziet… De h.h.: Maar ik ben toch bij je! (drukt zich steviger tegen haar aan). De h.h. laat de koppelaarster zijn uiteengebarsten massieve trouwring zien, zij schreeuwt: Door mijn naam?! (Neemt het ringetje af en kijkt geconcentreerd, zucht verlicht). Nee, godzijdank. Dat zou een slecht voorteken zijn. De h.h.: Het is toen in een zwembad met zeewater gebeurd, - de massagedouche was van zo’n druk dat het goud gebarsten is. Ik heb het niet meteen gemerkt, daar kwam ik niet toe… De koppelaarster: precies. Je bent daar weggejaagd: in Frankrijk is het verboden korte zwembroeken te dragen, geef die maar aan hen, die te strak zitten. De h.h.: In Amerika is het juist andersom. We vieren deze bruiloft tot het einde, en dan sluiten we de tent? We maken dat we wegkomen naar Miami. Want we komen anders nergens, alleen naar wat dichtbij is – naar de zestigste trouwdag van ons tantetje, of om iemand te begraven… De koppelaarster: Nadat we in Luik anderhalf uur hebben moeten kaarten, terwijl we op de snelweg in de file stonden? …We hebben het hier toch ook goed! De h.h.: Maar we hebben geen zestien katjes, waardoor we nergens heen kunnen gaan. De koppelaarster: En onze “lul-de-behangers” dan?
…Wanneer brengen we hen allemaal onder de pannen?! Het is nacht, de koppelaarster en de h.h. lopen de oprit op en zien dat op zo’n verschrikkelijke tijd er een groep buren bij de voordeur staat: de hele dag hebben arbeiders decoratief uit gekleurde bakstenen twee kleine barrières gemaakt voor vuilnisbakken, waar glas en papier gestort moest worden. De bakken passen hier nooit en te nimmer in, en de buren breken hier in het duister zeker hun nek. Daarover wordt gesproken (een paar regels geven). De koppelaarster tegen de h.h.: Ik weet niet waarom de mensen hier verveeld zijn en niet glimlachen. Is dit dan geen humor?!
De koppelaarster en de h.h. slapen uiteindelijk zoet. De koppelaarster, nog zo jong, danst in haar droom de boogie-woogie. Haar man begint ’s nachts ineens een gevecht te leveren zonder wakker te worden. Hij droomt van bruidegoms en bruiden. Het lijkt hem of het IJzeren Gordijn valt, in plaats van een gewoon theatergordijn (alles laten zien). Uiteindelijk glimlacht de h.h. gelukzalig en slaapt rustig in.
De aftiteling.
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||