Communisme en Socialisme is dicht tegen facisme

 

Communisme is een klasseloze maatschappijvorm met een economisch systeem gebaseerd op gemeenschappelijk eigendom van productiemiddelen, waarbij eenieder produceert naar vermogen en neemt naar behoefte, of een politieke en ideologische stroming die streeft naar een dergelijk systeem.

In de praktijk wordt met communisme vooral de stroming bedoeld die teruggaat op de ideeën van Karl Marx (marxisme) en Vladimir Lenin (leninisme), en de uitwerking van die ideeën in de Sovjet-Unie en andere socialistische staten

 

De term communisme raakt echter weer in onbruik, en wordt vervangen door socialisme of sociaaldemocratie. Het zijn de Bolsjewieken onder Vladimir Lenin die in 1917 opnieuw aansluiting zoeken bij de radicale tradities van een halve eeuw eerder door hun Russische Sociaaldemocratische Arbeiderspartij om te dopen tot Russische Communistische Partij.

Deze communistische  partij heeft door het vermoorden van de Czaar en zijn familie, later meer mensen vermoord in eigen land,
dan  Hitler ooit heeft gedaan. Ook de Joden werden vervolgd net als in Hitler Duitsland....
Joden moesten in Rusland een speciaal paspoort hebben en kregen daardoor geen werk.. en andere  nadelen.
Ze moeten de oorlog winnen van Hitler maar hebben daarna half europa onderdrukt en jaren ellende gebracht,
en werden door Moskou de CPN in Nederland aangestuurd hun politiek kenbaar te maken.
Er was weinig verschil met de NSB partij en de CPN partij, het waren beide landverraders.

 

Prins Bernard en de CPN

Bernhard kende een zekere onverschilligheid voor de staatkundige en staatsrechtelijke realiteit waarin hij leefde. Hij dacht er boven te staan. Hij maakte immers deel uit van zekere internationale kapitalistische netwerken, waarvan de deelnemers zich verrijken, ongeacht de politieke situatie. Hitler werd ook in het zadel geholpen door het Duitse kapitaal. Zijn geheime missies voor IG Farben brachten de prins in internationale ondernemerskringen. Ondanks oorlogen en politieke tegenstellingen, bleven de kapitalistische netwerken bestaan. In zulke - soms zeer louche - netwerken voelde Bernhard zich thuis. Bernhard in Wonderland.

Wim Klinkenberg, die in 1979 de 539 pagina's dikke biografie 'Prins Bernhard - Een politieke biografie' publiceerde, legde zo'n netwerk bloot. Dit boek is door de meeste historici genegeerd omdat Klinkenberg het met een communistische invalshoek zou hebben geschreven. Maar Klinkenberg bracht als eerste een enorme vracht aan informatie over het geheime leven van Prins Bernhard naar boven. Daarmee kan dit boek worden gezien als het monumentale standaardwerk over het geheime leven van Prins Bernhard.

Huwelijk

Bernhard zou prinses Juliana in 1936 tijdens een skivakantie in het Duitse Garmisch-Partenkirchen hebben leren kennen. Volgens sommige bronnen was de relatie echter al eerder beklonken, tijdens een geheime ontmoeting in Amsterdam. Kort na de ontmoeting in Garmisch-Partenkirchen maakten zij hun verloving bekend. Het huwelijk vond op 7 januari 1937 plaats in Den Haag. Tijdens een gala-concert op de avond voor het huwelijk werd het Horst Wessel-lied gespeeld en brachten diverse aanwezigen de Hitlergroet. De Duitse banden van de Oranjes zijn altijd stevig geweest en gebleven, maar steviger nog zijn de banden met het grootkapitaal.

De prins in de Tweede Wereldoorlog

De Tweede Wereldoorlog is een belangrijke periode voor Bernhard. Van meet af aan wil hij de Britse en later de geallieerde zaak dienen. Hij biedt zijn diensten aan bij de Britse geheime dienst. De prins is, in tegenstelling tot veel andere uitgeweken Nederlandse hoogwaardigheidsbekleders in Londen, overtuigd van de geallieerde overwinning. En hij gokte goed! Tijdens de oorlog wist de prins goede contacten te leggen met de stafchef van het hoofdkwartier van Dwight D. Eisenhower, generaal Walter Bedell Smith. Ook na de oorlog bleven de prins en Bedell Smith vrienden.

Na de oorlog heeft de prins in sommige kringen van het voormalig verzet een goede naam weten te verwerven. Langzaamaan veranderden zijn banden met 'het' verzet in banden met alle (oorlogs-)veteranen. Dit proces verliep parallel aan de verwatering van de 4-mei vieringen in ons land, die ook steeds meer verworden zijn tot eerbetoon aan alle (gesneuvelde) militairen. Het is van belang om vanaf volgend jaar, als de bevrijding van het fascisme, dan 60 jaar geleden, wordt gevierd en de slachtoffers ervan worden bedacht, weer te gaan werken aan het herstel van de oorspronkelijke doelstelling.

IG Farben NW7

Aangetoond is dat Bernhard een geheim agent was toen hij sinds 1935 bij het NW7-bureau van de Duitse vooroorlogse chemie-multinational IG Farben werkte. Intussen was de prins lid geworden van de Sturm Abteilung (SA) van de NSDAP en van de Reiter-SS. IG Farben produceerde het Zyklon B-gas dat Hitler grootschalig inzette in de vernietigingskampen. Bernhard sprak zich uiteindelijk wel uit tegen Hitler, maar niet tegen zijn baas: kenmerkend voor lieden die boven de wet denken te staan en alleen uit zijn op eigen voordeel.

Klinkenberg diepte de IG Farben-connectie van de prins uit. IG Farben NW7 had wereldwijd bureaus en agenten die niet alleen aan industriële spionage deden maar ook aan spionage voor nazi-Duitsland. Daarbij werd inderdaad feilloos samengewerkt met bijvoorbeeld de Duitse militaire inlichtingendienst Abwehr onder leiding van admiraal Canaris. Het Berlijnse hoofdkantoor van IG Farben NW7 en de Abwehr zaten in hetzelfde gebouw. Bernhard werkte in de IG Farben vestiging te Parijs onder dr. Willibald Passarge.

Zelfs nadat hij zich bij Hitler had afgemeld ging hij na 1936 als geheim agent ('Gewährsmann') werken en gaf zeer waarschijnlijk informatie door aan de Generale Staf in Berlijn. Pas toen het voor hem echt duidelijk werd dat het mis ging koos hij eieren voor zijn geld. Het netwerk van IG Farben-spionnen zou gedurende de Tweede Wereldoorlog zeer succesvol opereren. Formeel zou Bernhard na zijn huwelijk in 1937 met Juliana niet meer bij IG Farben werken. De werkelijkheid is dat Bernhard na zijn huwelijk in de vooroorlogse jaren wel contact onderhield met deze mensen.

In het Lockheed-schandaal duikt zelfs de naam van een IG Farben-man weer op. In het in 1976 gepubliceerde 'Rapport van de Commissie van Drie', dat het verslag was van een onderzoek naar smeergeldbetalingen van de vliegtuigfabrikant Lockheed aan prins Bernhard, komt de agent dr. Frank-Fahle voor (Zuid-Amerika specialist van IG Farben NW7). Een aanwijzing dat de prins zijn oude vrienden van IG Farben nimmer vergeten is.

Contacten met Zorreguieta in 1943

In een artikel in het 'Vierde Bulletin Tweede Wereldoorlog' beschrijft de Oranje-historicus J.G. Kikkert een bezoek van de prins aan Zuid-Amerika waar hij midden in de oorlog (1943) in Brazilië mogelijk gesproken heeft met zijn oude IG Farben NW7-baas uit Parijs, dr. Willibald Passarge. De prins bezocht toen Zuid-Amerika per Mitchell-bommenwerper. Volgens Kikkert bezocht Bernhard zelfs in 1943 Argentinië waar hij te gast was op het landgoed van een zekere Juan Zorreguieta.

Argentinië was in de Tweede Wereldoorlog en daarna onder het bewind van Juan en Evita Peron een vriend van nazi-Duitsland. Peron en zijn vrouw zouden samen met Argentijnen van Duitse afstamming na 1945 zorgen voor een veilige thuishaven in Argentinië voor de vele Duitse en andere Europese nazi's (de zogenaamde Odessa-lijn of rat lines). Ook zijn er bewijzen gevonden dat de prins betrokken was bij het betalen van steekpenningen aan de Argentijnse junta, opdat men Nederlands railmateriaal zou kopen.

De Bilderbergconferenties

Het is niet verwonderlijk dat Bernhard medeoprichter was van de Bilderbergconferenties. Hij hoefde zijn geheime netwerk alleen maar te formaliseren. Als voorzitter van de Bilderbergconferentie haalde prins Bernhard periodiek een groep toonaangevende industriële en politieke figuren uit heel de wereld naar Nederland. Hij werd als zodanig het middelpunt van een invloedrijke 'Atlantische' club, een internationale expert in goodwilldiplomatie, die op zijn beurt overal werd uitgenodigd om de bijeenkomsten van de groten der aarde op te luisteren.

Lockheed-affaire

De Lockheed-affaire was een affaire die aan het licht kwam in 1976. Prins Bernhard ontving 1,1 miljoen dollar aan steekpenningen van de Amerikaansevliegtuigbouwer Lockheed. De affaire kwam naar buiten door hoorzittingen in de Amerikaanse Senaat, die onderzoek deed naar smeergeldaffaires waarin de vliegtuigbouwer betrokken zou zijn. Tijdens die verhoren kwam opeens een "very high Dutch official" naar voren, die - naar men later begon te vermoeden - prins Bernhard zou zijn. Het kabinet Den Uyl besloot op grond van de ernstige geruchten een commissie in te stellen. Deze commissie heeft vastgesteld dat om en nabij 1959 binnen de top van Lockheed de gedachte ontstond om aan prins Bernhard een JetStar vliegtuig van eigen makelij aan te bieden. Uiteindelijk zag men daarvan af en besloot men prins Bernhard een som van 1 miljoen dollar aan te bieden. In 1968 deed zich iets soortgelijks voor waarbij besloten werd om 100.000 dollar uit te trekken voor de prins. De commissie vond ook twee brieven van prins Bernhard uit 1974, waarin hij aandrong op spoedige betaling van aan hem verschuldigde bedragen omdat hij zich in de afgelopen tijd "with a lot of pushing and pulling" ten gunste van Lockheed had ingezet.

Prins Bernhard heeft in een gesprek met de in 2002 overleden journalist Martin van Amerongen toegegeven dat hij smeergeld van de Amerikaanse vliegtuigfabrikant Lockheed heeft ontvangen. "Ik heb inderdaad plenty geld. Mijn geld is verdeeld over drie landen: Nederland, Amerika en Zwitserland. Alleen in Zwitserland heb ik al ruim 6 miljoen op de bank staan." "Ik heb altijd veel geld verdiend, dus dat miljoen van Lockheed had ik niet nodig. Hoe heb ik zo stom kunnen zijn?" Aldus Berhard. De arrogantie van een bon-vivant die zich beschermd achtte door zijn rijke vrienden.

CPN-connectie

Met een aantal Nederlandse CPN-ers, zoals Joop Wolff, onderhield prins Bernhard de beste betrekkingen. Hoe kon een hardgekookte communistenhater (pro-NAVO, pro-Washington en anti-Moskou) zo dik zijn met kamerleden van de CPN? Bernhard: "Het zijn mijn vrienden, en het maakt niet uit welke politieke overtuiging mijn vrienden hebben." Voor iemand die de dingen 'breed zag' wel begrijpelijk, zeker als die vrienden het niet zo nauw namen met hun politieke opvatting. De vriendschap dateerde uit de oorlog. Onder het mom van gemeenschappelijke verzetsbanden, waren sommigen, zich communist noemende lieden, bereid om banden aan te gaan en te behouden met een fervente klassentegenstander. We weten nu waarom. Deze Joop Wolff was zeer waarschijnlijk een agent van de BVD. Waar Wim Klinkenberg moest boeten voor zijn publicaties, bleven de 'Wolven' goede maatjes met Bernhard, het hoofd van de Johanitter-orde in Nederland, een anticommunistische organisatie.

Wim Klinkenberg wordt nog steeds met modder overgoten of terzijde geschoven. Op allerlei manieren werd hij tegengewerkt en werd geprobeerd hem te intimideren. Wim Klinkenberg werd begin jaren vijftig lid van de CPN en werkte als redacteur van De Waarheid, tot hij begin jaren zestig werd ontslagen door de nieuwe hoofdredacteur en sterke man in de CPN, Joop Wolff! Klinkenberg is één van de pioniers van de Nederlandse onderzoeksjournalistiek. Onder meer door hem werden veel collaboratie-affaires blootgelegd, die van hogerhand waren toegedekt. Toen hij te hoog kwam werd hij door Joop Wolff gedwarsboomd. Dit klimaat in de leiding van de CPN kon niet anders dan leiden tot de opheffing van de CPN.

Mening bevolking wordt 'getelevisioneerd'

Van dit alles wordt nauwelijks melding gemaakt in de media. Maar de rijke en invloedrijke vrienden van Bernhard blijken in staat om een geweldig mediacircus te bouwen, waarin de ex-prins wordt opgevoerd als een gevierde held. Dat was hij natuurlijk ook in die kringen, maar het televisiebeeld van de man staat in schril contrast tot het belang van Bernhard voor de bevolking. Zijn opvattingen over de bevolking waren die van de verwendeheersende klasse. De bevolking voelt dit contrast zeer goed aan. Op 17 november 2004 is prins Bernhard door de lezers van HP/De Tijd verkozen op de derde plaats in de verkiezing tot ergste Nederlander. Vandaar dat de campagne 'maak een held van Bernhard' zo hevig is.

Maar uiteindelijk kwam er ook voor hem een olifant met een lange snuit en die blies zijn verhaaltje uit.

 

Zolang als de CPN heeft bestaan, deden geruchten de ronde over financiële steun uit Moskou. Lange tijd was daar geen bewijs voor te leveren, maar na de ondergang van de Sovjet-Unie in 1991 veranderde dat. De door Moskou geleide Communistische Internationale opende toen haar archief. Ofschoon Radek, een van de bazen van de Comintern, sprak over 'Hollandse ezels' blijkt de Nederlandse tak in ieder geval tijdens de vooroorlogse periode stevige steun te hebben genoten.

 

 
SEPTEMBER 1919. Bijna twee jaar na de Oktoberrevolutie die de bolsjewieken in Rusland aan de macht had gebracht, kwam in Moskou het Uitvoerend Comité van de pas opgerichte Communistische Internationale (Comintern) bijeen. Op de agenda stond de vestiging van een internationaal verbindingsbureau in Amsterdam. Vanuit het Nederlandse filiaal zou de Westeuropese communistische beweging worden gecoördineerd. Al te veel contanten bezat de Comintern echter niet. Wel beschikte ze over de rijkdommen van de Russische adel, die de bolsjewieken tijdens de revolutie hadden onteigend. Uit deze schat werd voor twintig miljoen roebel diamanten en edelstenen meegegeven aan de Nederlandse ingenieur Sebald Rutgers, een vertrouweling van Lenin. Hij nam bovendien een half miljoen roebel in kostbaarheden mee voor het partijwerk van de CPN.

De meeste kostbaarheden zouden Amsterdam nooit bereiken. Op de reis naar Nederland verbleef Rutgers enkele dagen in Berlijn. Tijdens deze tussenstop maakte de in grote financiële nood verkerende Duitse communistische partij zich op listige wijze van de rijkdommen meester. Rutgers was zeer ontdaan. Hij waarschuwde zijn opdrachtgevers in Moskou geen koeriers meer over Berlijn te laten reizen, vanwege het 'plundergevaar' van de kant van de Duitse kameraden.

Door de streek van de Duitse zusterpartij stond de CPN met lege handen. De partij had dubbel pech. Eerder dat jaar had een financiële missie Nederland wèl bereikt. Begin februari passeerde Bartha Rutgers, de vrouw van Sebald, in Oldenzaal de grens met vele kostbare sieraden in haar koffers. Ze moesten in Nederland verkocht worden. De opbrengst was niet voor de CPN bestemd maar voor de Westeuropese communisten die waren uitgenodigd op het eerste congres van de Comintern. Bartha Rutgers reisde door naar Bussum, waar de dichter en communist Gorter zich over de juwelen ontfermde.

De Comintern staakte al snel deze ongeregelde verzending van juwelen naar geestverwante groeperingen elders in de wereld. De risico's waren te groot: ettelijke keren maakte een koerier zich met de kostbaarheden uit de voeten. Een budgetcommissie werd ingesteld, die de financiële ondersteuning moest stroomlijnen. De revolutionaire romantiek maakte plaats voor een bureaucratische aanpak. Vanaf het begin van de jaren twintig kregen de communistische partijen een jaarlijks vast te stellen subsidie, uitbetaald in vier termijnen.

De CPN werd zo op haar wenken bediend. Begin 1920 klopte partijpenningmeester Ceton bij Rutgers aan om 'geregelde hulp van onze Russische vrienden'. De financiële toestand van het partijblad De Tribune was kritiek, aldus Ceton. 'Zonder een geregelde hulp van een paar duizend gulden per maand zullen we er niet meer komen.' Sebald Rutgers was doordrongen van de ernst van de zaak, maar vond het gevraagde bedrag te hoog gegrepen. Op zoveel geld uit Moskou viel niet te rekenen, 'behoudens een wonder'. Hij zegde toe zich sterk te maken voor een wekelijkse bijdrage van honderd gulden.

De geldstroom kwam nu goed op gang. In augustus 1921 kreeg de CPN 10.000 gulden (tegenwoordig zo'n 70.000 gulden), zo valt op te maken uit een brief die Thomas, het hoofd van het West-Europees Bureau van de Comintern te Berlijn, stuurde aan Piatnitski, de penningmeester in Moskou. Een half jaar later pakte de budgetcommissie, bestaande uit de Fin Kuusinen en de Hongaren Bela Kun en Rákosi, weer uit. Besloten werd de CPN maar liefst 24.000 gulden (ruim 170.000 hedendaagse guldens) toe te kennen. Het geld was bedoeld voor De Tribune en voor de campagne voor de op handen zijnde Tweede-Kamerverkiezingen. Het royale gebaar ging vergezeld van de waarschuwing dat dat alles was waarop de Nederlandse communisten konden rekenen.

NIET VEEL LATER was de financiële nood alweer nijpend. In april 1923 trok partijvoorzitter Wijnkoop aan de bel bij Radek. Die maakte deel uit van de leiding van de Comintern. Moskou moest de tekorten van De Tribune voor zijn rekening nemen, anders zouden de persen stil komen te staan. Radeks antwoord is onbekend, maar bij de Russische communist was Wijnkoop niet aan het goede adres. Radek had bepaald geen hoge dunk van zijn Nederlandse geestverwanten, die hij ooit 'Hollandse ezels' had genoemd. Ook bij andere leidende Comintern-functionarissen had Wijnkoop weinig krediet.

Piatnitski was uitermate ontevreden over de Nederlandse partijvoorzitter. De CPN vroeg steeds maar geld, dat dan vervolgens in de bodemloze put van het partijblad verdween, aldus de Comintern-penningmeester.

Naar alle waarschijnlijkheid is de Comintern Wijnkoop en de CPN niet tegemoetgekomen. Mochten Radek en Piatnitski toch de hand over het hart hebben gestreken, dan was de steun in elk geval niet voldoende. In september 1924 belandde namelijk opnieuw een Nederlandse bedelbrief op de Comintern-burelen. Misschien omdat Wijnkoop niet zo goed bij de top lag, was partijpenningmeester Ceton dit keer de afzender. Hij vroeg 10.000 gulden voor De Tribune, waarvan de helft binnen drie weken moest zijn overgemaakt. Mocht ondersteuning uitblijven, dan zou het partijorgaan ten onder gaan.

Het verzoek werd ondersteund door Neumann, toentertijd de Comintern-vertegenwoordiger in Nederland. 10.000 was wat veel, maar 5.000 gulden was dringend nodig, aldus het advies van deze Duitse communist. In Moskou dacht men daar anders over. Het secretariaat van de Comintern wees het verzoek resoluut van de hand. De CPN had de gehele bijdrage voor 1924 al gekregen. De Nederlandse communisten moesten hun organisatie maar eens omvormen tot een 'proletarische, revolutionaire massapartij', meende Moskou, dan zou het met De Tribune ook wel goed komen.

Inmiddels was Wijnkoop het wachten moe. Om het bankroet van de partijkrant te voorkomen, had hij op eigen houtje 2.000 gulden (circa 18.000 gulden) uit de kas van de Nederlandse afdeling van de Internationale Rode Hulp gehaald. Dit geld was eveneens uit Moskou afkomstig, en bestemd voor de Indonesische kameraden op Java. Ongeduldig zonden zij op hun beurt telegrammen naar Amsterdam met de vraag waar hun geld bleef. Ook Ceton gebruikte gelden van de Comintern die waren bedoeld voor hulp aan de koloniale zusterpartij, ruim 500 dollar. Het hoofd van het Java-bureau in Amsterdam, de Indonesische communistenleider Semaoen, schreef een woedende brief aan de Comintern-vertegenwoordiger in Berlijn. Hij verlangde dat Ceton tot de orde zou worden geroepen.

Nadrukkelijk vroeg Semaoen om het het geld direct naar hem te sturen, en 'niet meer via de kameraden van de Nederlandse partij. . .' De Comintern nam de zaak hoog op. Ceton ontving direct de opdracht om het geld meteen terug te geven. Deze affaires deden de CPN geen goed. Toen Moskou in september 1925 770 dollar overmaakte voor de reis van vijf studenten naar een opleidingsinstituut van de Comintern, werd de CPN dringend meegedeeld het geld niet voor andere doeleinden aan te wenden. Mocht de partij het niet kunnen laten, dan zal 'de door u gebruikte som afgetrokken worden van uw budget'.

De partijkrant De Tribune hing de CPN als een molensteen om de nek. Aan het begin van de jaren twintig had het dagblad 5.000 abonnees. De redactie bestond in die tijd uit negen personen. Voor Wijnkoop, Ceton en hun opvolgers was het blad heilig. Het politieke prestige van de CPN zou er onder lijden wanneer het mes in het aantal pagina's werd gezet. Daarom werd de gehele financiële steun van Moskou aan het partijorgaan gespendeerd. Voor andere zaken bleef weinig meer over.

Tijdens de verkiezingscampagne van 1925 vroeg de CPN aan de Comintern-vertegenwoordiger in Nederland, Humbert-Droz, speciale hulp ter hoogte van 15.000 gulden. De Zwitser vond dit bedrag nogal aan de hoge kant en adviseerde de budgetcommissie 5.000 gulden ter beschikking te stellen. De commissie ging dit ook nog te ver en hield het op 3.000 gulden (nu ongeveer 27.000 gulden), uit te betalen bovenop de reguliere subsidie.

Aan het einde van dat jaar meldde de CPN zich weer voor een extra bijdrage. De Nederlandse communisten wilden graag de tekorten van de partij, de drukkerij en - uiteraard - De Tribune met de Comintern verrekenen. Van de in totaal bijna 5.000 gulden die nodig waren, nam Moskou de helft voor zijn rekening.

DOORDAT De Tribune vrijwel alle voor de CPN bestemde gelden uit Moskou opslokte, moest de partijorganisatie zich alleen met de lidmaatschapsgelden tevreden stellen. Deze inkomstenbron was niet groot, aangezien de CPN in de jaren twintig door de bank genomen slechts 1500 leden telde. Voorzover zij al niet werkloos waren, behoorde de overgrote meerderheid tot de laagstbetaalden.

Voor het organisatorische werk moest de partij het doen met de schamele 300 gulden die de leden maandelijks opbrachten. Hiervan moest ook de partijsecretaris worden betaald, de enige vrijgestelde in de partij. In 1930 werd Schalker in deze functie benoemd. Hij verzocht de budgetcommissie om de reguliere bijdrage voor 1931 met 6000 dollar te verhogen (in die tijd ongeveer 15.000 gulden; tegenwoordig het tienvoudige). Het geld wilde hij gebruiken voor de aanstelling van vier partijfunctionarissen.

De reactie van de budgetcommissie is onbekend. Het lijkt er echter op dat Schalker nul op het rekest heeft gekregen. Naar het zich laat aanzien, ontving de CPN in de jaren dertig van de Comintern een subsidie van ruim 500 gulden per maand (nu ruim 6.000 gulden). Bovenop deze som kwamen nog wel wat extraatjes. Voor het onderhouden van de verbindingen met Nederlands-Indië en voor de uitgave van een Indonesisch informatiebulletin ontving de CPN maandelijks dertig dollar. Ook de jongerenorganisatie kreeg regelmatig geld toegestopt. Verder verleende de Comintern incidenteel forse steun aan de immer noodlijdende drukkerij en kwam zij bij de verkiezingen vaak met extra geld over de brug. Bij de raads- en statenverkiezingen van 1931 bijvoorbeeld kreeg de CPN 300 dollar.

Voor 1934 en 1935 zijn de exacte bijdragen van de Comintern bekend. Per jaar kon de CPN toen ongeveer 11.000 gulden vanuit Moskou op haar saldo bijschrijven (omgerekend meer dan 130.000 gulden). Het geld werd in Amsterdam uitbetaald door Goulooze. Deze verbindingsman stond niet alleen in radiografisch contact met Moskou, maar beheerde ook een van de goedgevulde kassen waarover de Comintern in West-Europa beschikte. Soms nam partijvoorzitter Beuzemaker na een bezoek aan zijn broodheren in Moskou geld mee. In mei 1936 bijvoorbeeld had hij 2600 dollar in zijn portefeuille (ruim 80.000 hedendaagse guldens), grotendeels bestemd voor de op het randje van faillissement verkerende partijdrukkerij.

De geldelijke ondersteuning was voor de CPN van levensbelang. Wanneer de Comintern de geldkraan wat dichtdraaide, brak al snel paniek uit. In de eerste helft van 1936 pakten de maandelijkse bijdragen lager uit dan verwacht. Verontrust telegrafeerde Schalker aan Moskou dat er 945 gulden te weinig was overgemaakt. Nog groter was de schok toen bekend werd dat de Profintern, de communistische vakbondsinternationale, haar bijdragen zou staken. Schalker droeg de CPN-vertegenwoordiger in Moskou, Struik, op om zijn uiterste best te doen om per maand 150 gulden voor het vakbondswerk in Nederland en 75 gulden voor dezelfde activiteiten in Indonesië veilig te stellen.

De hulp aan de CPN liep door tot aan de Tweede Wereldoorlog. Aan het einde van 1939 telegrafeerde Goulooze dat de drukkerij en de krant in 1940 7.000 mark nodig hadden. Voor scholingsarbeid werd 2.000 mark gevraagd. 'De nieuwe situatie vereist een versterkte scholingsarbeid', zo deelde hij mee. Goulooze doelde hiermee op het niet-aanvalsverdrag tussen Stalin en Hitler, dat aan de partijleden moest worden uitgelegd. Voor het blad van de jonge communisten was 1.000 mark noodzakelijk.

Al met al liep de financiële steun van Moskou aan de CPN behoorlijk in de papieren. In de jaren tussen de beide wereldoorlogen verdwenen naar schatting enkele honderdduizenden guldens in de Hollandse partijkas. De huidige waarde van deze donaties bedraagt een paar miljoen. Deze hulp van de Comintern was voor de CPN van levensbelang. Zonder deze bijdragen had de partij amper kunnen functioneren. In ieder geval had De Tribune niet als dagblad kunnen blijven uitkomen. Uiteraard kende de financiële hulp uit Moskou een keerzijde. De geldstroom ondermijnde de onafhankelijkheid van de partij. Voor wat hoort wat, en de CPN liep steeds meer aan de leiband van Moskou.

VOOR Nederlandse begrippen was de steun erg hoog. Vergeleken met de donaties van de Comintern aan andere partijen stelde het echter niet zoveel voor. De Franse Communistische Partij bijvoorbeeld ontving tussen de beide wereldoorlogen bedragen die in de tientallen miljoenen guldens liepen. Ook de Duitse kameraden konden grote bedragen innen. Het was Lenin zelf die de basis had gelegd voor deze douceurtjes. Royale financiële bijstand vond de aartsvader van het communisme gerechtvaardigd zolang het de revolutie maar bevorderde. In oktober 1918 schreef hij aan zijn mede-revolutionair Berzin, die vanuit zijn standplaats Zwitserland het illegale partijwerk in Frankrijk financierde: 'U beschikt over veel geld. . . Wij zullen u nog meer geven, zonder het te tellen. . .'

Of de financiële bijstand na de Tweede Wereldoorlog werd voortgezet, is nog duister. De archieven van de internationale afdeling van de CPSU, die na de opheffing van de Comintern in 1943 de betrekkingen met de zusterpartijen onderhield, zijn tot dusverre hermetisch gesloten. Pas wanneer deze deuren open gaan, valt mogelijk het tweede hoofdstuk te schrijven.

 

DE waarheid dagblad in Nederland

De waarheid nu in 2010 is er nog, jawel..
 

Hoewel je meeste oud gediende zitten nog in Groen Links
 

Oude Communisten

Iedere week is er bij ons op het departement een lunch lezing van een van de leden van het departement over de politiek in zijn of haar land van herkomst/specialisatie. Deze week kwam de Leidse politiek onder de aandacht. In de lezing kwam onder andere Jan Laurier ter sprake, die werd geintroduceerd als de voormalig communistische wethouder. Er wordt wel meer gesproken over een grote communistische stroming in de Leidse GroenLinks afdeling. In hoeverre is dat realistisch?

Laten we eens beginnen met de feiten: in hoeverre hebben en hadden Leidse GroenLinksers hun wortels in de CPN of een van de andere oprichters van GroenLinks? In het bijgaande figuur kan je de politieke achtergrond zien van alle GroenLinksers in de leidse gemeente politiek actief waren. De data is afkomstig van de site Leids Pluche. Raadsleden, duo-raadsleden en wethouders tellen hier allemaal gelijk: het figuur laat gewoon het percentage van raadsleden, duo's en wethouders zien met een bepaalde achtergrond.

  • Rood CPN: In de eerste jaren zijn alle drie de stromingen even groot. Daarna groeit de CPN tot ongeveer 50% in de periode 1990-1998. Dan valt de CPN tot 6%-14% in de periode 1998-2007. In de laatste jaren valt dat naar 0%.
  • Groen PPR: in de eerste jaren heeft de PPR ook 33% van de vertegenwoordigers. Dat valt naar 0% in 1995. In 2003 keren ze echter plotseling weer terug, onder andere omdat oud-PPR'er Wim de Boer wethouder wordt, hij wordt opgevolgd door bloedgroepgenoot John Steegh.
  • Paars PSP: de PSP blijft vrij lang in de raad met "eigen" vertegenwoordiging maar in 2000 is dat afgelopen, zonder perspectief op terugkeer.
  • Blauw zonder achtergrond: dat is de groep die het snelste groeit. Van 0% in 1994 naar 87% in 2001. Nu nog steeds zijn by far de grootste "stroming".

Feitelijk, cijfermatig kan je dus wel stellen dat GroenLinks Leiden sterk communistisch gekleurd is geweest. Dat is nu echter wel anders. De PPR neemt nu een veel prominentere plek in. De aanwezigheid van een communistische stroming duidt echter meer op politieke stijl, inhoudelijke orientatie en de plek in de stad.

Inhoudelijk gezien kernmerkt het CPN profiel zich door twee idealen: solidariteit en non-discriminatie. Dat waren ook de twee grootste thema's in de portefeuille van Jan Laurier. Hij was verantwoordelijk voor sociale zaken, en inburgering. De huidige wethouder, John Steegh, heeft een inhoudelijk  profiel dat veel dichter bij de PPR zit: met een sterke nadruk op milieu en klimaat. Een verschuiving van een CPN naar een PPR profiel dus.

De stijl van CPN wordt in het onvolprezen geschiedenisboekje omschreven als volgt beschreven in de woorden van Panc Batelaan "[je ziet] bij de CPN'ers aanhangers van de strakke lijn. Ze zijn bijna autoritair - dat is te veel gezegd wat betreft Laurier, maar het is wel een machtspoliticus geweest." Het politieke proces staat voor CPN'ers centraal, het spel om de macht. Het is lastig om te bepalen of de huidige fractie meer bestaat uit machtspolitici dan de vorige.

Al met al duiden de trends erop dat GroenLinks in Leiden minder en minder CPN-achtig wordt en meer en meer PPR-achtig.

Hoewel ook oud CPN  kiezers ook wel SP stemmen...

 

GroenLinks: een partij van schandalen

 


Het partijbestuur van GroenLinks heeft al weer enige tijd geleden het vertrouwen in senator Sam Pormes opgezegd. Pormes heeft veel zaken uit zijn verleden voor de partij verzwegen, waaronder de guerrillatrainingen in Jemen waaraan hij in de jaren zeventig deelgenomen zou hebben. Het was niet het eerste schandaal rondom een GroenLinks-politicus, een kort overzicht.
       
Tara Singh Varma

 

Het bekendste voorbeeld is voormalig Tweede-Kamerlid Tara Oedayraj Singh Varma die maandenlang veinsde aan een terminale vorm van kanker te lijden. Ze liet zich zelfs huilend voor de camera's door het Tweede-Kamergebouw rondrijden in een rolstoel, Femke Halsema duwde haar, met alle ernst die zij in zich had, voort. Het Tros-programma Opgelicht onthulde in juni 2001 echter dat Singh Varma helemaal geen kanker heeft en dat haar aandoening uitsluitend psychisch was.
    Het bleek niet de enige rel rond Singh Varma te zijn. Vanaf de oprichting van GroenLinks in 1989 bekleedde de Hindoestaanse politica diverse vooraanstaande posities in de partij en volgens een artikel in De Groene Amsterdammer heeft er 'al die tijd een zweem van leugen en bedrog rond haar gehangen'. Affaires waren er aan de lopende band, maar de partijleiding bleef als één blok achter het ‘multiculturele boegbeeld’ staan.
     Zelfs toen bleek dat Singh Varma ook nog eens 250.000 dollar had beloofd aan de Ninash-stichting die projecten in India beheert, bleef de linkse partij haar steunen. Ook al beschikte ze in het geheel niet over het geld en maakte ze ongeoorloofd gebruik van alle faciliteiten van GroenLinks.
    De partij had op haar hoede moeten zijn omdat Singh Varma in 1985 ook al in opspraak raakte door het voeren van een creatieve boekhouding bij het Grenada-komité.
 

    
Farah Karimi

          
 

Een ander Tweede-Kamerlid van GroenLinks, Farah Karimi, kwam vorig jaar in opspraak nadat ze in haar boek ‘Het geheim van het vuur’ onthulde in haar geboorteland Iran, maar later ook in Duitsland en Frankrijk, actief te zijn geweest voor de terreurbeweging volks-Mojahedien.
    Karimi had dit gegeven nog verzwegen toen ze in 1998 een verkiesbare plaats kreeg toebedeeld. 

  
Paul Rosenmöller

 

Voormalig partijleider Rosenmöller had een voorliefde voor communistische massamoordenaars als Stalin en Pol Pot, zoals blijkt uit het HP/De Tijd-artikel ‘van bloedrood naar GroenLinks’ maar heeft daar nooit openlijk afstand van gedaan.
    De in november 2002 afgetreden Rosenmöller was in zijn jongere jaren zes jaar lang actief lid van een extreemlinkse splintergroep die Nederland door middel van een gewapende revolutie wilde veranderen in een orthodox-communistische heilstaat. In de jaren zeventig werd Rosenmöller maoïst, ook al waren volgens HP/De Tijd toen al genoeg feiten bekend over de ‘tientallen miljoenen mensen die door toedoen van communistische dictators waren afgeslacht, doodgehongerd of doodgemarteld.’
    De club waar Rosenmöller toebehoorde, de Groep Marxisten-Leninisten, ontving in 1979 een brief van Pol Pot. De Nederlandse kameraden werden daarin bedankt voor hun ‘militant solidarity and support’. Van voorjaar 1981 tot voorjaar 1982 maakte hij zelfs deel uit van de 'Centrale Leiding', het bestuur van de partij.
    In een interview uit 1979 in de Haagse Post liet Rosenmöller zich ontvallen: “van Mao kan je gewoon ontzettend veel leren. Van wat-ie geschreven heeft ook. Wat hij in de praktijk heeft gebracht in China - dat is gewoon een voorbeeld, en nog steeds, vind ik. Er zijn bij ons ook contacten met China en Chinezen, en wat je van die mensen hoort, dat is toch geweldig?".
    Aan het slot van zijn memoires ‘Een mooie hondenbaan’ noemt Rosenmöller die tijd 'een jeugdzonde, niets meer dan dat', ook al was hij al 26 toen hij de partij verliet. Verder weigert hij zich in interviews voor deze periode te verantwoorden en neemt hij geen afstand van het maoïsme.
    Ook andere GroenLinks-coryfeeën als Ina Brouwer hebben moeite om afstand te nemen van het communistische gedachtengoed. In 1983 reisde ze naar Moskou voor een onderonsje met de Russische partijtop en in 1989, vlak voor de val van de Muur, vierde ze samen met Erich Honecker, het veertigjarig bestaan van de DDR.
   

   
Wijnand Duyvendak

 

Voormalig partijleider Rosenmöller had een voorliefde voor communistische massamoordenaars als Stalin en Pol Pot, zoals blijkt uit het -artikel ‘van bloedrood naar GroenLinks’ maar heeft daar nooit openlijk afstand van gedaan.     De in november 2002 afgetreden Rosenmöller was in zijn jongere jaren zes jaar lang actief lid van een extreemlinkse splintergroep die Nederland door middel van een gewapende revolutie wilde veranderen in een orthodox-communistische heilstaat. In de jaren zeventig werd Rosenmöller maoïst, ook al waren volgens toen al genoeg feiten bekend over de ‘tientallen miljoenen mensen die door toedoen van communistische dictators waren afgeslacht, doodgehongerd of doodgemarteld.’     De club waar Rosenmöller toebehoorde, de Groep Marxisten-Leninisten, ontving in 1979 een brief van Pol Pot. De Nederlandse kameraden werden daarin bedankt voor hun ‘militant solidarity and support’. Van voorjaar 1981 tot voorjaar 1982 maakte hij zelfs deel uit van de 'Centrale Leiding', het bestuur van de partij.     In een interview uit 1979 in de liet Rosenmöller zich ontvallen: “van Mao kan je gewoon ontzettend veel leren. Van wat-ie geschreven heeft ook. Wat hij in de praktijk heeft gebracht in China - dat is gewoon een voorbeeld, en nog steeds, vind ik. Er zijn bij ons ook contacten met China en Chinezen, en wat je van die mensen hoort, dat is toch geweldig?".     Aan het slot van zijn memoires ‘Een mooie hondenbaan’ noemt Rosenmöller die tijd 'een jeugdzonde, niets meer dan dat', ook al was hij al 26 toen hij de partij verliet. Verder weigert hij zich in interviews voor deze periode te verantwoorden en neemt hij geen afstand van het maoïsme.     Ook andere GroenLinks-coryfeeën als Ina Brouwer hebben moeite om afstand te nemen van het communistische gedachtengoed. In 1983 reisde ze naar Moskou voor een onderonsje met de Russische partijtop en in 1989, vlak voor de val van de Muur, vierde ze samen met Erich Honecker, het veertigjarig bestaan van de DDR.
Tweede-Kamerlid Wijnand Duyvendak was volgens onder andere het Reformatorisch Dagblad jarenlang het brein achter een extreem links milieu dat steeds gewelddadiger werd. Hij was in de jaren tachtig een van de belangrijkste redacteuren van het extreemlinkse actieblad Bluf!, Dit tijdschrift zette uiteen hoe brandbommen konden worden gemaakt, hoe ingebroken kon worden en hoe gas- en elektriciteitsmeters konden worden gesaboteerd.
    Ook werd via Bluf! vijftienduizend gulden uitgeloofd voor het vermoorden van de paus.
    Daarnaast was Duyvendak lid van de antimilitaristische groep Onkruit. Deze groepering stal bij diverse inbraken geheime documenten van de krijgsmacht. In 1984 werd Duyvendak aangehouden na een inbraak in een militaire complex in Dubbeldam. De Dordtse rechtbank veroordeelde hem tot zes weken gevangenisstraf.
    Ook zijn er, nog onbewezen, aanwijzingen dat hij betrokken is geweest bij RaRa, de terroristische organisatie die onder meer voor brandstichtingen bij Makro-vestigingen en het huis van toenmalig staatssecretaris Aad Kosto verantwoordelijk is.

Redenen
De relatief vele schandalen zijn volgens HP/De Tijd deels te verklaren door het idealisme van veel GroenLinksers. Zij geloven in de goedheid van de mens en ‘kunnen zich niet voorstellen dat iemand liegt’. Daarnaast is van belang dat GroenLinks als politiekcorrect verdediger van de multiculturele samenleving dringend behoefte heeft aan allochtone politici.
    De partij raakt dan nogal snel onder de indruk van een politicus en hanteert andere maatstaven dan bij de keuze voor autochtone Kamerleden. Wellicht een reden dat een aantal (Karimi, Pormes, Singh Varma) later door de mand is gevallen.
    Het weekblad schrijft ook dat de partij er bij gebaat is de politici niet te uitvoerig te screenen omdat het ‘duistere verleden van andere partijcoryfeeën dan ook onderzocht moet worden.’ “Als het verleden van Sam Pormes wordt uitgezocht, waarom dan niet die van Paul Rosenmöller? Of die van Wijnand Duyvendak?”


IRP:   Drie van die gevallen, Pormes, Karmi, en Singh Varma, en de drie meest opvallende, zijn allochtonen. GroenLinks kan en wil niet ook maar iets fout zien in allochtonen, ook al zijn de bewijzen van het tegendeel onweerlegbaar.

Bron: www.planet.nl (22-11-2005)

Lees hier meer over de voormalig pacifistische en communistische partijleden:

 

 

 

 



 


 

 

 

Jos Dinkelaar  journalist ,schrijver,fotograaf,filmproducent http://www.ultrascan.nl/html/pinfraude_card_fraud.html#Google map met de dreiging per gemeente  

CPN
De Communistische Partij van Nederland (CPN) werd in 1909 opgericht als de Sociaal-Democratische Partij na een breuk binnen de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Voor de Tweede Wereldoorlog was de CPN geen grote partij. Na de oorlog kreeg de CPN duizenden nieuwe leden, bij de eerste Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen was het de grootste partij en in 1946 kocht de CPN een prestigieus nieuw onderkomen: Felix Meritis. Het kwam bekend te staan als een fort en symbool van het Nederlandse communisme. Dat beeld staat sinds de massale bestorming van het pand op zondag 4 november 1956 in het collectieve geheugen gegrift - een van de meest dramatische voorvallen uit de geschiedenis van het gebouw. Vanaf de jaren ‘60 nam de welvaart toe, eisten arbeiders hogere lonen en nam het respect voor het gezag af. Voor de CPN werd het steeds moeizamer Felix Meritis aan te houden en in 1980 verkocht de CPN het gebouw. In 1991 ging de CPN op in GroenLinks.

Het geld voor het  gebouw Felix Meritus is met hulp van aandelen/deelnmers bewijzen  bijeengebracht,
Later is aan de aandeelhouders/leden van de ex CPN nooit een cent terug betaald.
Het is door corruptie verdwenen of anderzins, wie weet nog hoe dat is gegaan?
info Bart Aalbers  Almere.
De deelnemers bewijzen zijn nog steeds bij hem aanwezig.

Vanaf het begin was het al list en bedrog


Het Spoor terug - De koeriers van Moskou 1- Sebald Rutgers Fragment OVT 6 januari 2002 uur 2 (40,5 min.) De domineeszoon Sebald Rutgers wilde zijn leven in dienst van de wereldrevolutie stellen. De ingenieur meldde zich dan ook kort na de oktoberrevolutie van 1918 in Rusland. Hij kreeg in 1919 de geheime opdracht van de Communistische Internationale om de wereldrevolutie in Nederland te verbreiden. Lenin stelde hem twintig miljoen goudroebels aan juwelen ter beschikking. De Nederlandse communisten waren echter te verdeeld en in 1920 keerde Rutgers gefrustreerd terug naar Rusland. Deel 1 van een zesdelige serie klankbeelden over spionage. Samenstelling Hans Olink.

 

lees ander verdraaide zaken (politiek) op deze site
 

http://geschiedenis.vpro.nl/

 

 

lees ook dit  cd CPN v
 

 

Frank Biesboer, de laatste hoofdredacteur, zou niet weten hoe hij de krant had kunnen behouden. Biesboer: 'Het ging gewoon niet meer, met geen mogelijkheid. Alleen heel incidenteel waren we in staat ergens in te duiken. Verder gristen we alles van elders bij elkaar: ANP, Volkskrant, Trouw. Gaf geen lekker gevoel. Gek dat dat blaadje in dat stadium nog zoveel energie losmaakte bij veel mensen. Later heb ik gesolliciteerd naar het hoofdredacteurschap van Delta, een blad van de TU Delft. De redactie zag het wel zitten. Maar het college van bestuur heeft me afgewezen, in verband met mijn Waarheid-tijd. Een stelletje rechtse corpsballen dat me opzij heeft gezet op grond van een hersenschim. Ik heb nóóit iets geschreven dat niet door de beugel kon.'
André de Raaij werd nog in 1989, toen De Waarheid al afgeschreven was, redacteur. Het volksdagblad bracht hem weinig goeds. De Raaij: 'Toen we ermee ophielden, ben ik in een zwart gat gevallen. Het arbeidsbureau noemde mijn situatie uitzichtloos. Ik ben maar een opleiding wetenschappelijk bibliothecaris gaan doen. Heb bij Keesings Historisch Archief gewerkt. Nu ben ik parttime boekhandelaar en ik schrijf nog wel eens een stukje voor vakbladen. Op het moment dat ik het licht op de redactie uitdeed besloot ik een boekje te gaan schrijven over de laatste jaren van De Waarheid. Bij uitgeverij Ravijn waren ze enthousiast. Een zogenaamd communistische krant gemaakt door anarchisten en autonome linksen. Kon niet mooier. "Namen noemen", zeiden ze. "Niemand sparen." Achteraf heb ik er spijt van dat ik dat heb gedaan. Ik heb onnozel openhartig over iedereen geschreven.'
OP 28 APRIL 1990 was het gedaan met De Waarheid. Het abonneebestand was gedaald tot een onmogelijk minimum, advertentie-inkomsten waren er zo goed als niet en ook van de CPN, sinds 1940 uitgever van het volksdagblad, was weinig steun meer te verwachten. Nog geen zesduizend abonnees liet de krant achter. Oudere CPN'ers, opgevoed met vadertje Marx. Maar ook jonge progressieven die geen boodschap hadden aan de CPN maar nu eenmaal een waarlijk links dagblad wilden lezen, al was het nieuws daarin doorgaans geen nieuws meer wanneer de krant eindelijk werd bezorgd.
Eigenlijk liet De Waarheid niets achter behalve een werkloze redactie. Die meende een nieuwe werkgever te hebben gevonden in Forum, de voortzetting van De Waarheid in weekformaat. Maar het noodlot werd niet bezworen door Forum te lanceren op de Dag van de Arbeid, vier dagen na het verschijnen van de laatste Waarheid, want al elf maanden later bleek dat ook het weekblad niet levensvatbaar was. De Waarheid, ooit een bolwerk van rechtgeaarde marxisten, onmisbare bode voor de stakingsbereide arbeidersklasse en nog héél even, toen net na de oorlog het anti-fascisme van de Sovjetunie en het binnenlandse communistische verzet de CPN veel sympathie opleverden, het grootste dagblad van Nederland, had niet eens voetsporen nagelaten om in te treden. Zelfs het hilarische boekwerkje van André de Raaij over de nadagen van de krant is tot de vergetelheid veoordeeld. Er zijn niet meer dan driehonderd exemplaren verkocht. De rest van de (minimale) oplage van duizend stuks wordt binnenkort vernietigd.
ACHTERAF BEZIEN begon de laatste redactie van De Waarheid aan een zinloze levensverlenging van een reeds hersendode krant. Maar dat is die beruchte vorm van wijsheid waar Marx niet aan deed. Dat het niet goed ging met De Waarheid was bekend, maar dat het doek zou vallen was geen dialectische onvermijdelijkheid, meent Frank Biesboer.
Biesboer: 'In 1988 werd ik hoofdredacteur. Paul Wouters, mijn voorganger, vertrok uit onvrede over de bezorging die voortaan grotendeels per post zou gaan. Het waren zware tijden. Doordeweeks waren we acht pagina's dun. We hielden aan abonnementsinkomsten niets over, advertenties liepen voor geen meter. Maar we hadden de Bepenak, de eigen drukkerij die commercieel werk deed en zo de krant in stand hield.
Het was onmiskenbaar een neerwaartse spiraal. Toch nam ik het hoofdredacteurschap op me. Ik was CPN-lid, had een idee van wat ik met de krant wilde. Inzoomen op wat er links en vooral radicaal-links gebeurde. De Waarheid was toch een thermometer voor die hoek. Tegen de mainstream wilde ik inroeien. Als ik nu de krant nog had, zou ik over de bombardementen op Irak anders schrijven dan de meeste kranten. We zijn strijdend ten onder gegaan. Als je de kans krijgt om door te gaan, met hoe weinig middelen ook, waarom zul je dan niet tot het uiterste volhouden?'
André de Raaij denkt daar anders over. 'De lijdensweg van de laatste jaren was gênant en had de krant bespaard moeten blijven. In '83 had er een punt achter gezet moeten worden. Maar dat wist ik nog niet toen ik bij De Waarheid begon. Het was september '89. Ik zat in een café en kocht van een venter een exemplaar. Ik kocht hem nooit, zo'n dun krantje en ook weer niet zo veel goedkoper dan een gewoon dagblad. Ik was geen communist, had me juist altijd tegen CPN'ers gekeerd. Maar toch, er stond een advertentie in: journalisten gezocht. Ik erheen, aangenomen. Ik dacht een normale baan te hebben gevonden. Maar het was onbetaald, met behoud van uitkering. In feite bleef ik een werkloos vod. De troost was dat er daar wel meer werkloze vodden rondliepen. Als je het zo bekijkt is er heel wat overheidssubsidie geweest.
De laatste hoofdredacteuren zagen het als hun missie de krant breder te maken, een krant voor heel links, wat alleen maar lezers gekost heeft. Door die nieuwe koers voelden de lezers uit CPN-kringen zich verraden. Die zegden massaal op. De lezers die we wilden aanboren zaten niet op De Waarheid te wachten. Wel een waslijst aan nieuwe medewerkers, tot Chriet Titulaer aan toe. Er zijn columnisten ingehuurd die geen pen op papier konden zetten. Waaronder Diana Ozon en Cox Habbema. Lag er weer een fax: sorry, vandaag geen inspiratie.'
OUDGEDIENDE Joop Morriën: 'Ik vond dat het met dat brede links in 1983 doorsloeg. Op een gegeven moment kwam je in de krant helemaal niets meer tegen over de CPN. Dat ging me te ver.'
Toen hij in 1945 bij de krant kwam, telde die nog vier edities: een Amsterdamse (landelijk), een Rotterdamse, een Haagse en een Meppelse. Met de communistenjacht na '48 kromp het blad flink in. Ten tijde van de 'geest van Genève', toen Sovjets en Amerikanen in de jaren vijftig met overleg een grote oorlog wilden voorkomen, groeide de steun voor De Waarheid weer. Maar daarmee was het in één klap afgelopen toen de Russen in 1956 een bloedig einde maakten aan de anticommunistische opstand in Hongarije. Morriën had die nacht dienst.
De Waarheid veroordeelde de inval niet. Een fout? 'Nee, een keuze. De dagen ervoor werden communisten opgehangen. Achteraf denk ik dat we één ding over het hoofd hebben gezien: in die revolutie waren natuurlijk ook krachten die zich verzetten tegen onderdrukking. Daar hebben we niet genoeg aandacht aan besteed. Maar strikt gezien was het een keuze waar ik achter sta. We hebben die nacht niet geopend met Hongarije, maar met de Suez-crisis. Die was veel bedreigender voor de wereldvrede. Wie die beslissing nam? Ik niet, ik was maar gewoon partijlid. Maar er waren die nacht twee mensen aanwezig die zitting hadden in het dagelijks bestuur van de CPN. Doorgaans waren de hoofdredacteur en de directeur lid van het dagelijks bestuur van de CPN. Dat duurde tot in de jaren tachtig.'
Morriën werd bij De Waarheid overtuigd marxist. Morriën: 'Niemand wordt als communist geboren, je moet er op een of ander manier mee in aanraking komen. Bij mij ging dat via De Waarheid. Toen ik in 1945 bij de krant kwam, wist ik nauwelijks iets van het marxisme. Toen ik eenmaal aan het werk was op de redactie, heb ik van Marcus Bakker het Communistisch manifest geleend. Dat sprak me enorm aan. Later dat jaar waren er stakingen tegen de troepenuitzendingen naar Indonesië. Twee hectische dagen. Toen ben ik lid geworden, omdat de CPN optrad tegen de oorlog in Indonesië en omdat het gedachtengoed me aansprak. Als redactie onderschreven we de maatschappij-analyses van Marx, daar kon je niet omheen. Stond er boven een artikel over Indonesië: "Een volk dat een ander volk onderdrukt kan niet waarlijk vrij zijn." En vaak werd in de laatste regels van een nieuwsbericht nog eens duidelijk gemaakt hoe slecht het kapitalisme was en dat het tijd werd voor het socialisme. Ik was daar niet altijd gelukkig mee. Maar ik moet wel zeggen dat ik in de laatste jaren Marx miste.'
Volgens André de Raaij waren Marx en het communisme voor het gros van de leden der laatste redactie dood en begraven. De Raaij: 'We waren totaal los van de CPN. Ten burele werd ontzettend gescholden op die kutcommunisten. Logde ik in op het netwerk, vond ik een notitie van de Vereniging Ter Bestrijding Van Het Communisme. Nee, de geest van Marx waarde niet rond op de redactie. Toen de Tros kwam filmen vanwege de opheffing hebben we een portret van Lenin neergezet. Dat was een geintje.'
Frank Biesboer: 'Dat schelden, ach, journalisten nemen nu eenmaal geen blad voor de mond. Maar anticommunistisch vond ik het niet hoor, in die dagen. Oké, in de dagelijkse journalistieke praktijk was Marx niet meer van belang. Zijn idee van de wetmatigheid van de geschiedenis had ik toen al verworpen. Want als je vindt dat je de trend van de geschiedenis belichaamt, dan zijn diegenen die dat niet doen minderwaardig. Gevaarlijke gedachte. Maar Marx' analyse van de samenleving vond en vind ik geniaal.'
Joop Morriën: 'Het is in mijn ogen onvermijdelijk dat er opnieuw een maatschappijvisie opkomt die in de buurt komt van het marxisme. Zolang ik bij De Waarheid werkte, heb ik ondernemers alleen maar horen praten over loonmatiging. Er wordt nog altijd meerwaarde geproduceerd en de tweedeling tussen hen die de productiemiddelen bezitten en degenen die aan die productie werken, bestaat nog steeds. Uit het verschil in inkomen tussen die groepen wordt de winst gegenereerd. Met wat modificaties gaat het marxisme nog wel op.
Ik denk niet dat de grote ideologieën zijn verdwenen. Het kapitalisme is er toch nog? Volgens mij hebben ideologieën zo hun pieken en hun dalen. We leven nu in een tijd van individualisme. Daarop zal weer een reactie komen, let maar op. En dan zul je zien dat er ook weer ruimte ontstaat voor een krant zoals De Waarheid was, waarin het nieuws gebracht wordt vanuit een kritische maatschappijvisie.'
VOOR WIE IN Marx is kan het niet anders, De Waarheid komt weer terug. Theun de Vries in de laatste editie van Forum (maart 1991), het doodgeboren kindje van De Waarheid: 'Als het dode hout is verstoven, de ziektekiemen zijn uitgewoed, de bodem gereinigd, zal men op een dag in de niet eens zo verre toekomst (...) een pasgeboren kind vinden, dat in zijn gebalde vuistje een geboortebewijs vasthoudt: ontstaan uit tijd en noodzaak. Het zal het moment zijn waarop de ontrechten en ontgoochelden van morgen roepen om een wedergeboren linkse pers, de échte: - als mensen de strijd weer opnemen en zich opmaken voor idealen te leven die zij in een gevaarlijk historisch ogenblik in de steek hebben gelaten.'
'Heel links'
1940: Verzetskrant De Waarheid opgericht door de Communistische Partij van Nederland (CPN). Tot in de jaren tachtig is de krant spreekbuis van de communisten.
1946: De CPN behaalt tien zetels bij de Tweede-Kamerverkiezingen. De Waarheid is (heel even) het grootste dagblad van Nederland en wordt zelfs door Wilhelmina gelezen.
1977: De CPN gaat van zeven naar twee Kamerzetels. Hardline-partijleider Paul de Groot stapt op. Bij De Waarheid regent het opzeggingen.
1977-1982: Een generatie vernieuwers probeert een krant voor 'heel links', maar stuit op verzet bij het CPN-bestuur. Hoofdredacteur Gijs Schreuders wordt beschouwd als doorgeefluik van de gestaalde partijkaders.
1982: Schreuders wordt opgevolgd door Bart Schmidt.
1983: Schmidt (vernieuwingsgezind) krijgt een dolkstoot in de rug van het partijbestuur.
1983-1986: Opvolger Constant Vecht pakt de vernieuwing van De Waarheid subtieler aan, maar partijbemoeienissen doen ook hem de das om.
1986: De CPN verdwijnt uit het parlement, het abonneebestand blijft slinken. Paul Wouters volgt Vecht op. De Waarheid is op sterven na dood. Wouters kan zich met harde bezuinigingen niet verenigen. In 1988 stapt hij op, tezamen met vrijwel de voltallige redactie.
1988: De laatste redactie treedt aan onder Frank Biesboer.
1989: De Berlijnse Muur valt.
1990 (28 april): Bijna niemand wil De Waarheid meer lezen. De laatste editie verschijnt. Het volksdagblad wordt per 1 mei als weekblad Forum voortgezet.
1991 (7 maart): Forum heeft geen lezerspubliek en wordt opgeheven.
1991 (31 december): Officiële opheffing van de CPN. De partijresten zijn al twee jaar daarvoor opgelost in GroenLinks.