I.T.T. Berlin verkoop site    
DDR Nostalgie    Het Palasthotel   Berlin DDR Jos Dinkelaar  journalist ,schrijver,fotograaf,filmproducent http://www.ultrascan.nl/html/pinfraude_card_fraud.html#Google map met de dreiging per gemeente  

http://www.ddr-im-www.de/

 

voor in de woning van een van de twee. Rond zes uur ga je samen op weg naar het adres waar je het eerste gerecht nuttigt. Daar ontmoet je vier nieuwe disgenoten. Na anderhalf uur verplaats je je verder door de stad naar de volgende gang, waar je opnieuw vier nieuwe gesprekspartners leert kennen. Een van de drie gangen vindt in jouw huis plaats, waar je ook weer vier mensen op bezoek krijgt. Aan het eind van de avond ken je dertien nieuwe mensen en heb je een goed gevulde maag.
foto
In Berlijn reisde ik van West Berlijn naar het oude Oosten. Tijdens de verschillende gangen ontmoette ik zowaar echte authentieke Berlijners met dito tongval als allerlei import uit oost en west. De vraag aan welke kant van de muur iemand zich bijna twintig jaar geleden bevond, blijft hier de gemoederen bezighouden. Veelal klinkt daar ook een behoorlijke dosis DDR-nostalgie in door. De overzichtelijkheid van de samenleving, de eenvoud en de overzichtelijke keuze aan producten en mogelijkheden maakten het leven ook aangenaam.

Mijn kookpartner was veertien toen de muur viel. Als ik vraag wat zij zich nog herinnert van de tijd voor de val van de muur, dan verhaalt ze met weemoed over de smaak van Block-chocolade, het spelen in de warme zomers bij een meertje, waar in de koude winters op geschaatst werd, de vreugde over één barbiepop, waarvoor je moeder zelf kleertjes haakte en het feit dat in het dorp van haar ouders iedereen elkaar kende. Opmerkelijk, want volgens mij is dit geen DDR-nostalgie, maar een verlangen naar een tijd waarin de wereld, ook in het westen, eenvoudiger was en er bovendien inderdaad nog echte koude winters waren.

Doorvragend komen er ook andere verhalen boven tafel. Over het onderscheid tussen mensen die wel en niet actief partijlid waren en de beperkte studiemogelijkheden. In de tweede klas was al duidelijk welke twee briljante leerlingen een studieplaats zouden krijgen: degenen wier ouders partijconnecties hadden. Ook herinnert ze zich de druk die op haar werd uitgeoefend om deel te nemen aan een soort padvindersclub, waar elke DDR-jongere eens goed gehersenspoeld werd. Ze vertelt dat ze op school net waren begonnen met het vak maatschappijleer, dat vol zat met wetten en regels van de socialistische heilstaat die je diende te kennen. ‘Gelukkig viel twee maanden later de muur', voegt ze daar opgelucht aan toe

 

http://en.wikipedia.org/wiki/Karl-Liebknecht-Stra%C3%9Fe
Das 1979 eröffnete Hotel in Berlin wurde bis 1990 von Interhotel DDR, bis 1992 von der Interhotel AG betrieben. Heute wird an der Stelle gerade ein Neubau errichtet, der wieder von Radisson SAS betrieben werden soll.
aus dem Buch ?Berlin. Architektur von Pankow bis Köpenick�, VEB Verlag für Bauwesen, Berlin, 1987:

Palasthotel, Karl-Liebknecht-Straße 5, Ecke Spandauer Straße. 1976-79 unter der Gesamtleitung von Erhardt Gißke nach Entwurf von Ferenc Kiss errichteter Hotelkomplex an der Spree. Über einem teils vorgezogenen zwei- bis dreigeschossigen Flachbau für öffentliche Einrichtungen sowie einem technischen Zwischengeschoß erhebt sich der stark gegliederte Bettentrakt (600 Zimmer, 1000 Betten) als Dreiflügelanlage um einen Innenhof mit dem Hotelzugang (Walter Bauer, Jerzy Karon) über einer 2geschossigen Tiefgarage für 250 PKW. Neben internen Einrichtungen wie Kongreßsaal mit 760 oder dem Hallenschwimmbad sind 12 gastronomische Bereiche mit 2000 Plätzen zugänglich. Die Bauweise ist monolithischer Stahlbeton mit Stahlkonstruktionen; die wabenartige Fassade mit ausgeglichenem Kontrast von Thermoverglasung zu sandsteinverkleideten Brüstungsfeldern. Die Betonung des Cafés unterstützt die Dominanz von Dom und Palast. In dem zur Spree abgesenkten Fußgängerbereich die Plastik für E. T. A. Hoffmann von Carin Kreuzberg und der Brunnen von Wilfried Fitzenreiter.

Al lange tijd is de Alexanderplatz het ontmoetingscentrum van het oostelijk deel van Berlijn. Dat de stad na de oorlog in tweeën werd gedeeld, met de bekende muur ertussen, heeft de stad enige schade toegebracht. Nu d
at de muur alweer enige jaren is verdwenen, is het oostelijk deel van de stad nog steeds bezig om in een opwaartse spiraal te geraken.

 

http://en.wikipedia.org/wiki/Palasthotel


 

 


Foto's Palast hotel Berlin DDR  

Display: MiniaturenDetails Diavoorstelling
   

stalinallee

Parts of the former Stalinallee, Berlin, 2003
Parte della ex-Stalinallee, Berlino, 2003
Teil der ehemaligen Stalinallee, Berlin,

palasthotel

Demolition of the Palast Hotel (Corner, 2001)
Abriss des Palast Hotels (Ecke, 2001)

palasthotel

Demolition of the Palast Hotel (Facade, 2001)
Abriss des Palast Hotels
 

ph

demolition of the palast hotel, berlin, 2001.
abriss des palast hotels, berlin, 2001.
door soh
geüpload op 21 oktober 2007
 

platz der vereinten nationen, berlin

Die Wohnungen in diesen Hochhaeusern am ehemaligen Leninplatz, direkt am Volkspark Friedrichshain gehoerten zu den exklusivsten Adressen in Ost-Berlin Hauptstadt der DDR.

 
 

marx

The Marx-Engels Memorial, Marx -Engels-Forum, Berlin Mitte

Das Marx-Engels Denkmal auf dem Marx -Engels-Forum in Berlin-Mitte
 
 

palast der republik

The deconstruction of the Palast der Republik, house of parliment of the GDR in Berlin goes on.

Der Rueckbau des Palastes der Republik schreitet voran.
 

 

Algemeen

De bijnaam van dit plein is Alex, en de volledige naam is te danken aan het bezoek van de Russische Tsaar Alexander I. In 1805 bracht deze een bezoek aan Berlijn. Het was ooit de thuisbasis voor veemarkten en militaire oefenterreinen.

Het plein ligt aan de voormalige Stalinallee, de Karl Marx Allee. Deze in het communistische tijdperk aangelegde straat is 90 meter breed en 2,5 km lang.

 

Geschiedenis

In 1882 werd een vestiging van het spoorwegennetwerk van de S-Bahn geopend. De centrale markthal kwam in 1886. Het warenhuis Tietz opende tussen 1904 en 1911 zijn deuren. De ondergrondse is van 1913. Dit alles bij elkaar maakte van de Alexanderplatz het meest belangrijke winkel- en verkeersgebied van Oost Berlijn.

In 1928 werden voorstellen gelanceerd voor een herontwerp van de Alexanderplatz, de rotonde werd vrij snel aangelegd, maar nieuwe gebouwen kwamen alleen in het westelijk deel van de stad. Wel werd tussen 1930-1931 het voormalig administratiegebouw van Karstadt AG gebouwd (na de oorlog vestigde het hoofdkwartier van de politie zich hier).Na de Tweede Wereldoorlog was het plein bijna helemaal verwoest.

In 1960 begon de opbouw van het huidige plein, waarbij een kunstmatig hart werd gecreëerd in het Oostelijk deel van de stad. Tot op de dag van vandaag, terwijl er geen Oost Berlijn meer bestaat, is de fontein nog steeds het ontmoetingspunt van jongeren. In de jaren ’60 van de vorige eeuw was het plein een centrum waar massa demonstraties werden gehouden tegen het DDR bewind. Het hart van het plein is alleen toegankelijk voor voetgangers, verkeer wordt via vier wegen langs het plein geleid.

Tussen 1960 en 1964 werden het lerarengebouw (ontworpen door Walter Womacka) neer gezet, alsmede de koepel van de congreshal (van Hermann Henselmann).

De DDR (het voormalig Oost Duitsland) herbouwde het plein met typische communistische gebouwen, zoals het “Hotel Stadt Berlin” (het tegenwoordige Forum, gebouwd tussen 1967 en 1971) en het grote warenhuis “Kaufhof” (ontworpen door Josef Kaiser en gebouwd tussen 1967 en 1970). Het werd een groot, maar saai plein.

Tegenwoordig is het plein, in het oostelijk deel van de stad, het stadsdeel Mitte. Iedere dag bezoeken meer van 300.000 mensen het plein.

 

Bezienswaardigheden

Fernsehturm
Niet op de Alexanderplatz, maar er vlak bij staat de televisietoren van 365 meter hoog, het wordt ook wel Telespargel (tele asperge) genoemd. Het betreft hier het hoogst bouwwerk van de stad. De lift zoeft met een snelheid van 5 meter per seconde naar de het uitzichtplatform in de zilveren bol, op iets meer dan 200 meter hoogte. Er is een restaurant dat een half uur nodig heeft om helemaal rond te draaien. Wanneer het weer heel helder is, is een uitzicht van ongeveer 40 km mogelijk.

Marienkirche
Aan de voet van de televisietoren staat de St. Marienkirche Berlin. Het is de op één na oudste kerk van de stad. De oudste is de Nicolaikerk. Al in 1294 wordt er schriftelijk melding gemaakt van de Marienkirche. De kerk brandde af in 1380 en werd heropgebouwd, wanneer de wijding in 1405 plaatsvond. De toren die door Carl Gotthard Lamghans werd ontworpen is van 1789.

Andreas Schlüter maakte in 170 de barokke albasten preekstoel. Versierd met reliëfs van Johannes de Doper. Ook staan er personificaties van de deugden op. De vestibule heeft een fresco de “Totentanz” en dateert uit 1490. Deze fresco werd overschilderd en is rond 1860 tijdens restauratie teruggevonden. Ook zijn er interessante 16e en 18e eeuwse grafmonumenten en stenen te bewonderen.

Dat Rote Rathaus
Tegenwoordig is het de zetel van de burgemeester. Tot aan de scheiding van de stad in 1869 was het Rote Rathaus het regeringscentrum van Berlijn.

In 1879 zijn er historische figuren bij het gebouw geplaatst, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ook dit gebouw zo zwaar beschadigd dat het door de DDR in de jaren ’50 volledig is herbouwd. Na 1999 werd dit het officiële gemeentehuis van Berlijn.

 

Alexanderplatz in de film

Model voor de tv-serie “Berlin Alexanderplatz”, stond het gelijknamige boek van Alfred Döblin. Geschreven in 1929, verfilmd in 1980 door Rainer Werner Fassbinder. Het betrof een 13 delige serie met een epiloog, een werk van 15,5 uur. Het verhaal gaat over de crisisjaren van voor de Tweede Wereldoorlog (ten tijde van de Weimar republiek), waarbij hoop op een beter bestaan van de hoofdrolspeler (Günter Lamprecht als Franz Biberkopf) steeds weer de bodem wordt ingeslagen.

Phil Jutzi maakte al in 1931 een verfilming van het boek, het resultaat was een 1,5 uur durende film. Het boek mocht na de machtsovername van Hitler in het begin van de jaren ’30 veertien jaar lang niet worden herdrukt. Niet in Duitsland en niet in het buitenland.

 

 
Markus Wolf: Man zonder gezicht. De legendarische Oost-Duitse spionagechef. Balans, vertaald uit het Engels door Jaap van der Wijk, 436 blz. ƒ 39,50

Voor Helmut Kohl in 1989-'90 aan zijn tweede leven als kanselier begon en van een aangeslagen en bespotte provinciale politieke brekebeen op slag veranderde in een in en buiten Duitsland bejubelde 'eenheidskanselier' die Adenauer en Bismarck naar de kroon stak, is hij vaak bekritiseerd omdat hij, jaargang 1930, openlijk zei dat zijn biografie begunstigd was door de 'genade van de late geboorte'. Ook de Nederlandse politieke elite en de media hadden Kohl, kanselier sinds 1982, toen nog niet collectief ontdekt als 'een Europese staatsman'. De minister van onderwijs bezon zich nog niet op de opzet en de plaats van het Duits in het vakkenpakket van het voortgezet onderwijs. De koningin had nog niet, per kersttoespraak, onthuld dat niet alle landgenoten in de oorlog een rol speelden in het verzet.

Een storm van protest klonk destijds op na Kohls verzuchting. Had hij niet eigenlijk óók gezegd dat de keuze tussen goed en kwaad in de lange, pikzwarte Duitse nacht van 1933 tot 1945 voor velen vooral afhing van hun geboortejaar? Iets als: wie vroeg genoeg geboren was heeft pech gehad? Ja, had hij daarmee de keuzemogelijkheid tussen goed en kwaad niet zó gerelativeerd dat hij zijn landgenoten en zichzelf als het ware een soort algemeen passepartout verstrekt had? Het gegrom uit het buitenland, maar ook van 'goede' Duitsers, zoals van president Richard von Weizsäcker, was aanzienlijk. Kohl, namens de 'gewone' Duitsers, Weizsäcker namens de 'betere'? Het was en is moeilijk, zowel daar als hier.

Niettemin. Het maakt voor een oudere Duitser inderdaad aardig wat uit waar en wanneer hij in deze eeuw geboren is. Zoals het wat uitmaakte wat zijn ouders deden of dachten in zijn jeugd of jonge jaren, en wanneer ze dat duidelijk zichtbaar deden en hoorbaar dachten. Herkenbaar links bijvoorbeeld. Bovenal maakte het gruwelijk veel uit of men zich, ongeacht welk geboortejaar ook, ariër kon noemen of niet.

Bloedhekel

Zulke gedachten moeten wel door het hoofd gaan bij de terugblik die Markus Wolf, de langjarige en roemruchte chef (1952-1986) van de Oost-Duitse buitenlandse inlichtingendienst, in zijn jongste boek geeft van het proces tegen hem voor de rechtbank van Düsseldorf in 1993. Daar zitten ze tegenover elkaar: Wolf als aangeklaagde en Klaus Kinkel, vice-kanselier en minister van Buitenlandse Zaken van het verenigde Duitsland als getuige. Ze zijn allebei geboren in het Zuid-Duitse stadje Hechingen, alletwee als zoon van een arts, Wolf in 1923 en Kinkel in 1936. In een 'later leven' zijn ze een paar jaar collega en concurrent geweest. De FDP'er Kinkel was van 1979 tot 1982 als chef van de middelmatig succesvolle Bundesnachrichtendienst (BND) in het Beierse Pullach de West-Duitse tegenvoeter van Wolfs uitzonderlijk succesvolle Hauptverwaltung Aufklärung (HVA) in Oost-Berlijn. Kinkel heeft een bloedhekel aan me en 'de gerespecteerde staatsman' vermijdt dan ook me rechtstreeks aan te kijken, noteert de dan 70-jarige Wolf in Düsseldorf met zekere tevredenheid.

Hun levenslijnen zijn zó verschillend als levenslijnen in Duitsland deze eeuw maar kunnen zijn. Kinkel is kind van gewone, burgerlijke, Duitse ouders. Hij is negen jaar in 1945 en dus als het ware hors concours. Bij Wolf is dat anders. Zijn uitzonderlijk begaafde joodse vader Friedrich heeft als arts-vrijwilliger in de Eerste Wereldoorlog gediend, zoals meer joodse intellectuelen vrijwillig dienst namen, mede om uitdrukkelijk hun hechte band met het vaderland te demonstreren.

Hij is zwaar gewond geraakt, overleeft en komt gedesillusioneerd terug als humanistisch communist. Hij is een onconventionele man, die vader, in een land waar burgerlijke rancune tegen 'anders zijn' norm zal worden. Hij raakt aanhanger van de natuurgeneeskunst, wordt vegetariër, toneelschrijver en zal bij vier vrouwen vijf kinderen hebben al blijft hij zijn leven lang gelukkig getrouwd met de moeder van Markus en diens jongere broer Konrad. In 1933, wanneer Hitler de macht heeft overgenomen, komt de keus tussen goed en kwaad voor het jonge gezin Wolf praktisch overeen met de keus: uit Duitsland vertrekken of niet. De Sovjet-Unie is dan, ideologisch gezien, de logische vluchthaven. Dat geldt voor meer joodse of linkse Duitsers, en zeker voor joodse én linkse Duitsers.

De in dit levensverhaal bepaald niet erg onzichtbare hand van de geschiedenis zorgt ervoor dat de Sovjet-Unie voor Markus Wolf zijn tweede, vaak zelfs zijn eerste, vaderland wordt. Hij heeft het in eerdere boeken beschreven. Hoe hij gelovig communist werd, hoe weinig hij destijds nog echt begreep van de woeste stalinistische terreur in dat beloofde land, ook onder angstige Duitse linkse immigranten. Hoe hij als 'man van Moskou' na de oorlog in de Sovjet-zone, even later de 'antifascistische' DDR, een bliksemcarrière maakte en al op zijn 29ste chef van de buitenlandse inlichtingendienst wordt. Als 'man zonder gezicht', want het zal nog tot 1979 duren tot hij in het Westen 'toevallig' door een Oost-Duitse overloper wordt geïdentificeerd op een foto die eerder dat jaar in Stockholm is gemaakt. Daarna zou hij de 'Paul Newman' van de inlichtingenwereld gaan heten. Zoals hij allang werd gezien als de man die model had gestaan voor de romantisch-mysterieuze Oost-Duitse superspion uit John le Carrés The Spy who came in from the cold. Toen ik hem eind 1991 in het Oostberlijnse Palasthotel vroeg wat hij daarvan dacht mompelde hij iets als: 'onzin, maar wel bruikbaar in het werk dat ik had'.

Van 1933 naar 1945 en vervolgens van 1945 tot zijn vrijwillige en vroegtijdige pensionering als spionagechef loopt de twijfel over zijn ideologisch bepaalde lot als een rode draad door het leven en de boeken die Markus Wolf sinds 1990 schreef. Hij blijft trouw aan het devies dat men in zijn branche niet achteraf zó moet uitpakken over allerlei kwesties dat vroegere medewerkers er vandaag de dupe van zouden kunnen worden. Dat betekent dat de lezer die hoopt op 'mooi nieuws' of 'grote onthullingen' ook bij lezing van Wolfs jongste boek bedrogen uitkomt. Want wat hij schrijft over zijn agent Guillaume, die na een jarenlang bestaan als 'slapende mol' het in de SPD brengt tot medewerker van kanselier Brandt en wiens ontmaskering in 1974 tot Brandts val leidt, tot verdriet van Wolf trouwens, is allang bekend.

Spectaculaire successen

Dat geldt ook voor wat hij vertelt over andere spectaculaire successen en nederlagen van zijn Oost-Duitse spionage-organisatie. Ook zijn soms rake typeringen van DDR-staatschefs als Ulbricht en Honecker, en de intellectueel vaak evenzeer armlastige leden van het SED-politburo, zijn niet nieuw. Al liegen sommige kenschetsen er desondanks niet om, bijvoorbeeld van zijn oude baas Erich Mielke, de vooroorlogse communistische geweldpleger, die hij beschrijft als een paranoïde man ('een gevaarlijke gek') die in de DDR nochtans minister van Staatsveiligheid alsook vertrouweling van Honecker kon worden.

Soms zijn er wel mooie anekdotes te lezen, die iets zeggen over de moeizame manier waarop de DDR op het oude grondgebied van Pruisen haar plaats in de wereld zocht. Wel vijf gala-uniformen bijvoorbeeld hadden de hogere inlichtingen-collega's van Moskou. Soms was dat nog niet genoeg. Op een plechtige bijeenkomst in Moskou droegen de Duitsers dezelfde smokings als de obers. Wolf, die een Russisch-orthodoxe metropoliet die avond begeleidt naar het toilet, kreeg derhalve een fooi van drie roebel. Komisch is ook de passage over een eigensoortig type instant-bordeel dat de daaromtrent kuise DDR op last van de KGB had ingericht ten tijde van een geallieerde conferentie in Berlijn. De bedoeling was de hoge gasten naar deze malina te lokken om ze wat spraakzamer te maken, af te luisteren en te fotograferen. Maar de enige klant voor dit kortstondige huis van plezier was een journalist, die flink at en dronk maar van de dames afbleef en uiteraard geen bruikbare inlichten kon verstrekken. De inderhaast aangezochte dames hadden de hele avond niets te doen. Voor Wolf, die met zijn Oost-Duitse Romeo's later op afstand furore zal maken bij eenzame West-Duitse secretaresses bij de NAVO en ministeries in Bonn, was dat een rare ervaring. Opmerkelijk is ook hoezeer het intensieve liefdesleven van kanselier Brandt blijkens de rapportage van Wolf betekenis had voor het Oost-Duitse inlichtingenwerk. Wolf brengt bijvoorbeeld in herinnering dat Brandt in de vroege jaren zeventig in een SPD-verkiezingstrein veel tijd inruimde voor een wel zeer exclusief interview met een West-Duitse journaliste. Hij vertelt er niet bij dat in diezelfde trein PvdA-lijsttrekker Den Uyl vergeefs wachtte op de gelegenheid om zich samen met de Duitse Nobelprijswinnaar te laten fotograferen. Mooie anekdotes allemaal, ook die over de gewaardeerde Fidel Castro, die - op bezoek in Oost-Berlijn - trek in van alles kreeg en 's nachts betrapt werd toen hij langs de regenpijp van zijn hotel een weg naar de vrijheid zocht.

Maar de werkelijk interessante vraag in het ideologisch en anderszins bijna gepredestineerde leven van Duitsers als Markus Wolf blijft in dit boek opnieuw onbeantwoord. De vraag namelijk wanneer zij, na hun gedwongen vertrek uit Hitlers onaanvaardbare totalitariteit naar de Sovjet-Unie, in de gaten kregen dat zij van de regen in de drup waren beland, eerst in Moskou en daarna in Stalins creatie die DDR zou gaan heten.

Wolf laat, ook in zijn jongste boek, weten dat hij al vroeg twijfels had of de keus waartoe hij qua communistische opvatting en joodse familiegeschiedenis gedwongen was, op langere termijn wel de juiste is geweest. Hij schrijft dat hij al vroeg, misschien al bij de Oost-Berlijnse arbeidersopstand in 1953, die twijfels kreeg. Met respect voor alle dwangmatigheid die in zijn biografie zit, rijzen hier toch vragen over die nu weer omstandig beschreven twijfels van Wolf. Zijn leeftijdgenoot, gewezen vriend en Moskouse klasgenoot Wolfgang Leonhard bijvoorbeeld, die in '53 naar West-Duitsland was gevlucht, rekende in zijn boek De revolutie laat haar kinderen gaan in 1956 al af met de notie als zou de Sovjet-Unie de moeder van een democratische wereldrevolutie kunnen zijn.

Markus Wolf, in de DDR gezien en gevreesd als 'Man van Moskou', omschrijft Leonards boek in 1989 nog smalend als: 'starthulp voor een succesvol bestaan als Kremlinkenner'. Pas nadat hij kort daarna, tijdens een enorme anti-SED-demonstratie op de Oost-Berlijnse Alexanderplatz, vergeefs heeft gepoogd om een leidend personage van een 'werkelijk socialistische' DDR te worden, schrijft hij over 'het stalinistische systeem dat abusievelijk als socialisme werd aangemerkt'.

Maar dan is het te laat, de joodse dokterszoon uit Hechingen is dan al ingehaald door alweer een nieuwe Duitse tijd.

DDR en Nederland

 

 

Almi-Jogurt für die Gäste aus dem Westen

Das frühere Palast-Hotel wird abgerissen. Frank Raspe war dort vor der Wende Kellner und erinnert sich an sein Kollektiv

Susanne Lenz
Frank Raspe, 37, fing 1986 als Kellner im Palast-Hotel an. Heute leitet er das Radisson-Hotel in Rostock.

Herr Raspe, musste man politisch besonders linientreu sein, um im Palast-Hotel eine Stelle zu bekommen?

Meine Eintrittskarte war die gute Ausbildung im Hotel Neptun in Rostock. Wenn bei meiner Einstellung nach etwas Anderem gesehen wurde, als nach der fachlichen Qualifikation, habe ich das nicht bemerkt. Die Arbeit in dem Hotel hat mich gereizt. Es war interessant, einen Gästekreis vorzufinden, durch den man ein bisschen das Flair der großen weiten Welt mitbekam. Und dann war das Palast-Hotel Vorreiter in der gesamten DDR-Hotellerie. Es war eine Herausforderung und eine Ehre, hier zu arbeiten.

Was die Ausstattung angeht, hätte man das Palast-Hotel als kapitalistische Insel im Sozialismus bezeichnen können.

Wir konnten den Gästen Ware aus dem westlichen Ausland, wie man das früher bezeichnete, anbieten. Weine, Spirituosen, Früchte, aber auch so simple Sachen wie Almi-Jogurt. Alles das, was heute normal ist. Aber in der DDR kannte man diese Sachen nur aus der Werbung oder dem Intershop. Wir hatten auch Küchengeräte, von denen eine normale Gaststätte, ein normales Restaurant, ein normales Hotel nur träumen konnten. Die ganze Kassentechnik war westliches Know-how. Aber auch Geschirr, Platten, Bestecke, Gläser. Die ganze Serviceausrüstung hatte einen anderen Esprit als das in HO-Gaststätten der Fall war. Die hatten eben nicht die Möglichkeit, nach West-Berlin zu fahren um einzukaufen. Bei uns ist das Normalität gewesen, weil das Zielpublikum des Palast-Hotels westliche Geschäftsleute und Touristen waren. Denen wollte man alles bieten, was sie von zu Hause aus kannten. Denn der Gast hat ja bei uns in D-Mark bezahlt, wenn er aus dem westlichen Ausland kam.

Hatte man nicht das Gefühl, dass dieses Hotel ein Zeichen für die Ungerechtigkeit in der DDR war? So ähnlich wie die Intershops, in denen man Ware nur für D-Mark bekam?

Wenn man das aus heutiger Sicht sieht, ist sicher manches konfus gelaufen. Für einen DDR-Bürger ist die Hemmschwelle relativ hoch gewesen in so einem Haus mit internationalem Publikum, wo die D-Mark mit erste Währung war. Aber es gab auch Einrichtungen, in denen man mit Mark der DDR bezahlen konnte. Das Palast-Hotel war kein abgeschottetes Devisenhotel. Der DDR-Bürger konnte schon reingehen und dort Leistungen empfangen. Das asiatische Restaurant "Jade" zum Beispiel war in der DDR einzigartig. Wir haben dort mit original asiatischen Produkten gearbeitet, und die Kellnerinnen trugen Geisha-Kleider. Im "Jade" konnte man auch für Mark der DDR essen. Das Problem war, einen Tisch zu bekommen. Manchmal musste man ein halbes Jahr darauf warten. Auch ins "Märkische Restaurant" konnte man als DDR-Bürger gehen. Das Kuriose war nur, dass es Speisekarten für Mark der DDR und für D-Mark gab. Das Angebot auf diesen Karten war nicht unbedingt dasselbe. Wenn man in der DDR aufgewachsen ist, war es für einen bis zu einem gewissen Grad normal, dass es etwas nur für den einen gab und etwas für den anderen. Man hat damit gelebt, dass die D-Mark sehr stark war und der DDR-Bürger nicht alles konnte. Man hat das nicht mehr als große Ungerechtigkeit empfunden.

Als Kellner bekam man doch sicher auch D-Mark als Trinkgeld?

Sicher, und das war natürlich angenehm. Alles was knapp ist, ist begehrenswert. Das ist wohl in jeder Gesellschaftsordnung so. Nur dass die Gesellschaftsordnungen sich unterscheiden. In der heutigen Zeit ist fast alles Normalität, es gibt eigentlich alles. Heute liegt es oft an einem selber, ob man sich seine Ziele, seine Wünsche, seine Träume erfüllen kann. Damals hatte man genauso Wünsche, aber man konnte nicht alle erfüllen. Mit dem Trinkgeld konnte man wenigstens kleine Wünsche für sich und die Familie verwirklichen. Wir haben die D-Mark aber nicht selber in die Hand bekommen. Das Trinkgeld mussten wir abgeben und dafür gab es dann so genannte Forum-Schecks. Es mussten Protokolle ausgefüllt werden, und am Monatsende hat man die Summe, die man in D-Mark einbezahlt hat, im Kollektiv aufgeteilt.

Manche Zimmer im Palast-Hotel sollen verwanzt worden sein, wenn die Staatssicherheit den dort untergebrachten Gast abhören wollte.

Wenn das so war, ist es geschickt gemacht worden. Denn ich als Mitarbeiter habe davon nichts mitbekommen. Ich kann es weder bestätigen noch dementieren. Das Thema war auch nie Tagesgespräch mit anderen Mitarbeitern, nein.

Prostitution gab es im Arbeiter-und-Bauern-Staat offiziell nicht. Doch in der Sinus-Bar des Hotels war es gang und gäbe, dass Frauen gegen Geschenke oder harte Währung Liebesdienste anboten. Manche Frauen haben dort auch im Auftrag der Stasi Kontakte geknüpft.

Dass Damen in der Sinus-Bar ihren Geschäften nachgegangen sind, kann schon sein. Ich habe nie Kontakt mit denen gehabt. Wir haben da unten in der Sinus-Bar sehr gute Umsätze realisiert, und da war vielleicht noch etwas Anderes interessant, als die gute Stimmung und die Getränke.

Wie haben Sie den Mauerfall erlebt?

Das war der erste Tag, an dem das Jade-Restaurant, das ja sonst immer monatelang vorher ausgebucht war, fast leer war. Jetzt standen andere Träume und Wünsche im Vordergrund. Jetzt war das "Jade" nicht mehr der Hauptschlager. Man fuhr rüber nach West-Berlin oder war mit Freunden zusammen und hat versucht, die neue Situation für sich begreiflich zu machen. Plötzlich war alles anders, alles war vorbei und jetzt sollte was Neues kommen.

 

NORDLICHT Frank Raspe, 37, Hoteldirektor


 

 

 


 
'Design noemen ze dat hotel, maar ik ­begrijp het niet.'Duitsland viert woensdag de 17de verjaardag van de eenwording tussen oost en west. Ondertussen profiteert toeristisch Berlijn van nostalgische gevoelens over 'toen'.
 Alles ademt communisme uit
Slapen in een DDR-stapelbed en wakker worden onder de wakende blik van partijleider Erich Honecker. Het kan sinds kort in het Ostel, een grauw flatgebouw in Berlijn dat in alles Oost-Duitsland ademt. Met gevoel voor spot en design hebben de eigenaren een oase van 'DDR-gezelligheid' gecreëerd. Voor toeristen is het verblijf een bizarre belevenis, voor burgers uit de voormalige DDR een onderdompeling in nostalgie.

,,Het was niet gemakkelijk om alle meubels bij elkaar te sprokkelen,'' vertelt Ostel-eigenaar Daniel Helbig. ,,Maar we zijn erin geslaagd. We hebben zelfs een echt DDR-gastenboek gevonden. Fantastisch, toch? Alles is echt DDR. Behalve de service. Toen we op 1 mei, de Dag van de Arbeid, ons hotel openden, reed een Jaguar uit Leipzig voor. Het was een Ossie met heimwee naar vroeger. Samen met zijn hoogblonde dame heeft hij alle bedden beslapen. Prachtig vond hij het. 'Precies, zoals vroeger', zei hij.''

Na de eerste euforie van de val van de Muur, kwam de werkelijkheid van het kapitalisme bij veel Oost-Duitsers hard aan. De economie stortte in en leidde tot hoge werkeloosheid, armoede en verval. Menigeen keek met warme gevoelens terug naar de tijd waarin de staat er voor zorgde dat je een baan had, een huis en een auto, ook al moest je er een decennium op wachten. En was het ­eigenlijk niet vooral ­gezellig in de Spartaanse vakantiebarakken en bij de massale vlaggenzwaaierijen? De DDR-revival begon met Ostalgie-feestjes, waarop de gasten zich verkleedden als Hon­ecker, niet snel daarna kwamen ­Ostalgie tv-shows en films als Goodbye Lenin. Jeugdclub-insignes, oude blikken worstjes, T-shirts met het DDR-verkeerslichtmannetje, het is alle­maal even hip.

En nu is ook de toeristensector op de DDR-revivaltrein gesprongen. Zo kun je in Berlijn rond­toeren in een Trabant en slapen in het Ostel. In het DDR Museum ­ kun je aan de knoppen van afluisterapparatuur draaien en Oost-Duitse tv-programma's kijken in een nagebouwde woonkamer. Filmfragmenten en foto's tonen - zonder valse nostalgie - hoe diepgaand de staat zich bemoei­de met alle aspecten van het leven van de Oost-Duitsers.

De organisatie Berlin-on-Bike biedt fietstochten langs de Muur en andere belangrijke historische plekken in de tour Osten Ongeschminkt. ,,De meeste toeristen weten alleen dat het vreselijk was in de DDR, maar hebben geen idee hoe de mensen leefden,'' vertelt bedenker Martin Wollenberg.

De fietstocht voert langs DDR-woonblokken, enorme standbeelden en het sportcomplex waar ­atleten werden getraind voor Olympische Spelen en Wereldkampioenschappen.

De groep fietst ook naar Hohenschönhausen, de voormalige ­Stasi-­gevangenis. Ex-gevangenen tonen de cellen en de martel­kamers en vertellen hun verhaal. Zo ook Herbert Pfaff. ,,Ik heb hier twee keer gezeten, een paar maanden in 1953 en twee jaar in de ­jaren '60. De eerste keer vanwege spionage­activiteiten, de tweede keer omdat ik mensen hielp te ontsnappen. Staatsvijanden noemde de Stasi hen. Vrijheidsstrijders waren het!,'' zegt Pfaff geëmotioneerd. De bezoekers applaudisseren. ,,Contact met het westen, elke vorm van kritiek, zelfs een onschuldige grap over een ontsnapping kon je in de gevangenis doen belanden als staatsvijand. Je kon niemand vertrouwen. De Stasi had officieel 91.000 spionnen in dienst. Onofficieel waren er nog eens 180.000. Dat betekent dat één op de tien mensen een verklikker was!''

Officieel bestond de gevangenis niet en de overheid deed er alles aan om de plek van de gevangenis te geheim te houden. ,,Arrestanten werden opgehaald in een celwagen die was vermomd als busje van de visboer,'' vertelt een andere medewerker. ,,We hadden geen idee waar we waren,'' vult Pfaff aan. ,,Geblinddoekt en gedes­oriënteerd kwamen­ we aan om te worden opgesloten in een felverlichte cel. 24 uur per etmaal werden we met camera's in de gaten gehouden. Tegenwoordig is dat een vorm van amusement. Nou, dat was het voor ons echt niet.''

,,Wat vindt u van de opgelaaide Ostalgie?,'' vraag een bezoekster aan het einde van de rondleiding. ,,U bedoelt dat hotel zeker? Op­blazen!,'' reageert Pfaff fel. ,,Retro-­design noemen ze dat. Ik ­begrijp het niet. Ze doen ja ver­dorie alsof het allemaal niet zo erg was. Toeristen moeten vooral ook híer ­komen; dan horen ze hoe het echt was.''

,,Natuurlijk is er ook kritiek op ons,'' weet Daniel Helbig van het Ostel. ,,Maar we ontkénnen helemaal niet dat het ook vreselijk was. Bovendien, het verleden is dichterbij dan je denkt. In deze wijk bijvoorbeeld zit ook de drukkerij van de staatspartijkrant. De omwonenden waren zeer staatsgetrouw. Het Ostel is hun een doorn in het oog, maar dat is ­helemaal niet erg,'' grinnikt hij. ,,Bovendien, spot is de beste ­manier om het verleden te verwer­ken.''

De meeste Ostel-bezoekers lijken dat motto te onderschrijven. Zo schrijft Micha uit Rostock in het gastenboek: 'Het was goed om het verleden te bezoeken. We hebben genoten van de liefdevolle inrichting. Ondanks Honecker goed geslapen. We zien de toekomst met vertrouwen tegemoet.' n Slapen in een DDR-stapelbed en wakker worden onder de wakende blik van partijleider Erich Honecker. Het kan sinds kort in het Ostel, een grauw flatgebouw in Berlijn dat in alles Oost-Duitsland ademt. Met gevoel voor spot en design hebben de eigenaren een oase van 'DDR-gezelligheid' gecreëerd. Voor toeristen is het verblijf een bizarre belevenis, voor burgers uit de voormalige DDR een onderdompeling in nostalgie.

,,Het was niet gemakkelijk om alle meubels bij elkaar te sprokkelen,'' vertelt Ostel-eigenaar Daniel Helbig. ,,Maar we zijn erin geslaagd. We hebben zelfs een echt DDR-gastenboek gevonden. Fantastisch, toch? Alles is echt DDR. Behalve de service. Toen we op 1 mei, de Dag van de ­Arbeid, ons hotel openden, reed een Jaguar uit Leipzig voor. Het was een Ossie met heimwee naar vroeger. Samen met zijn hoogblonde dame heeft hij alle bedden beslapen. Prachtig vond hij het. 'Precies, zoals vroeger', zei hij.''

 
Michail Gorbatsjovs beroemde tekst 'Wie te laat komt, wordt door het leven bestraft' is steeds begrepen als een hint naar DDR-leider Erich Honecker om de macht over te dragen aan een jongere generatie. Maar Gorbatsjov zou in oktober 1989 niet hebben gedoeld op Honecker. Op 1 november 1989 legde hij de nieuwe Oostduitse partijleider Egon Krenz tijdens een bezoek aan Moskou uit: 'Ik bedoelde helemaal niet de DDR. Ik had het over mezelf. Wij zijn veel te laat begonnen met onze hervormingen.'

 

 
Krenz onthult dit in zijn nieuwste en - na Wenn Mauern fallen - tweede boek over de nadagen van de DDR (onder de titel Herbst '89 uitgekomen bij Neues Leben te Berlijn). Als Gorbatsjov Honecker op het oog had gehad, had hij eerder 'wie te laat vertrekt' gezegd in plaats van 'wie te laat komt'. Voor zover zijn woorden van toepassing waren op de DDR-leiders, sloegen ze eerder op Krenz dan op Honecker. Tien jaar geleden, op 17 oktober 1989, werd Honecker afgezet en opgevolgd door Krenz. Diens bewind, dat slechts vijftig dagen duurde, kwam te laat om de DDR nog te redden.

Achteraf heeft Egon Krenz spijt dat hij zo lang heeft geaarzeld zijn politieke peetvader ten val te brengen. De gedachte dat Erich Honecker weg moest, kwam in Krenz al op in november 1986, toen Honecker de publicatie verbood van een rede van Krenz over 'De Wetenschappelijk-Technische revolutie en de DDR'.

Krenz: 'Toen vroeg ik me voor het eerst af of Honecker niet beter van zijn welverdiende pensioen moest gaan genieten.' In februari 1989 stelt SED-politburolid Gerhard Schürer Krenz tijdens een geheime ontmoeting aan de Oostzee kort en bondig voor: 'We moeten Honecker afzetten.' Krenz is het daar grondig mee eens, maar een staatsgreep wil hij niet. 'Intriges zijn mij vreemd.'

Zelfs als Gorbatsjov op 7 oktober 1989 het voltallige politburo van de SED, de Oostduitse communistische partij, maant tot een Wende, blijft Krenz aarzelen, ook al ziet hij Honeckers halsstarrige houding als 'een gevaar voor de DDR' en weet hij zich gesteund door minister van de Staatsveiligheid Erich Mielke.

Concreet gaat het na 7 oktober om de vraag of de Oostduitse staat demonstraties zoals op de avond van zijn 40-jarige bestaan hebben plaatsgevonden, moet dulden of neerslaan. Krenz en zijn medestanders vinden: demonstraties ja, maar geen geweld; Honecker verwerpt dit als 'capitulatie'. De demonstraties zijn een uiting van frustraties over de enorme economische en politieke verstarring in de DDR en de drukkende onvrijheid, die resulteert in de vlucht van tienduizenden burgers.

De vergaderingen van het SED-politburo op 10 en 11 oktober getuigen van grote verdeeldheid, maar een putsch tegen Honecker wordt (nog) niet overwogen. Pas als op 12 oktober Erich Honecker tijdens een bijeenkomst met de partijsecretarissen uit de Oostduitse districten alle kritiek negeert, eist Günther Jahn van de jeugdorganisatie Freie Deutsche Jugend openlijk: 'Ik roep u, kameraad secretaris-generaal, op uw persoonlijke consequenties te trekken. Het geval Walter Ulbricht heeft getoond dat zoiets zonder gezichtsverlies kan gebeuren.'

Op 14 oktober stuurt Krenz vakbondsleider Harry Tisch naar Moskou met een brief voor Gorbatsjov, waarin Krenz om Russische ondersteuning vraagt als hij en zijn 'vernieuwers' Erich Honecker afzetten. 's Avonds spreekt hij met premier Willi Stoph af dat Stoph meteen aan het begin van de bijeenkomst van het politburo op 17 oktober het voorstel zal doen om Erich Honecker af te zetten. Aanvankelijk is Krenz van plan om nog voor de politburo-sessie met zeven man naar Honecker te stappen om bij hem aan te dringen terug te treden.

Maar Stoph is bang dat Honecker dan zal proberen de tweespalt in het politburo uit te buiten. In Wandlitz, het lommerrijke woongebied van de SED-top, maakt Honecker intussen plannen voor politieblokkades in Leipzig om verdere demonstraties te verhinderen.

Op 16 oktober belt Tisch uit Moskou met 'de groeten van Gorbatsjov', die Krenz en de zijnen veel succes wenst met hun plan. Krenz informeert Fritz Streletz, de secretaris van de Nationale Veiligheidsraad, dat hij zijn bevelen vanaf de 17de moet opvolgen. Streletz: 'Ik heb de eed op de DDR afgelegd, ik weet wat ik moet doen.'

Op 17 oktober eist Stoph Honeckers aftreden. Hij stelt tegelijkertijd voor Krenz te benoemen tot secretaris-generaal van de SED. Stophs voorstel wordt unaniem aanvaard; zelf Honeckers trouwste paladijn Günter Mittag zegt zijn vertrouwen in zijn oude strijdmakker op. De gedesillusioneerde Honecker waarschuwt slechts dat zijn afzetting de problemen van de DDR niet zal oplossen. Om zich de schande van een afzetting te besparen, schrijft hij het Centraal Comité van SED, dat op 18 oktober zijn ontslag moet bevestigen, dat hij om gezondheidsredenen is teruggetreden.

Onmiddellijk nadat 's anderendaags het Centraal Comité de beslissing van het politburo heeft bevestigd, staat Honecker op. Met tranen in zijn ogen verlaat hij de bijeenkomst. In een vlaag van medelijden vraagt Krenz zich af: 'Huilt hij omdat hij ontroerd is, of uit teleurstelling, verbittering, onbegrip en machteloosheid?'

Exact vijftig dagen later ondergaat Egon Krenz hetzelfde lot als Honecker.

 
Palasthotel: oder Wie die Einheit über Deutschland hereinbrach
von Matthias Matussek (Autor)
 
 
Kurzbeschreibung
»Reportagen sind Liebesaffären und Haßgeschichten. Nur dann sind sie gut. Sie lohnen sich nur, wenn außer dem Kopf auch Bauch und Poren beteiligt sind.« Matthias Matussek Sechzehn Jahre ist es erst her, und schon vergessen. Was vom Fall der Mauer übrigblieb, sind... Lesen Sie weiter

   
   
   
Sinds de val van de muur, inmiddels zo'n 15 jaar geleden, lijkt Berlijn haast in niets meer op het Berlijn van toen!

Even leek het erop alsof Berlijn een paar jaar na de val van de muur, hoe ironisch ook….., met haar muur ook haar toeristische aantrekkingskracht had verloren. Maar inmiddels zo’n 15 jaar na dato is Berlijn een stad waar de jongste geschiedenis werd geschreven en oefent zij met haar nieuwe identiteit weer een magische aantrekkingskracht uit. Het is een cultuurmetropool van de eerste orde. De stad is populairder dan ooit! Bij jong en oud.
Berlijn heeft een indrukwekkend museumaanbod. Bekend zijn natuurlijk het Pergamonmuseum, Egyptisch Museum, Haus am Checkpoint Charlie. Bovendien wordt het steeds verder uitgebreid met spectaculaire nieuwe museumgebouwen, zoals het Filmmuseum of heropeningen van bestaande huizen zoals de Alte Nationalgalerie. Winkelen kunt u op vele plaatsen in Berlijn. Op de Kurfürstendamm vergaapt u zich in de winkels van de internationale couturiers aan de nieuwste c...
 

Bezienswaardigheden

Berlijn is een stad van symbolen: eerst was er de Muur, nu zijn er nog steeds de Kaiser Wilhelm Gedächtniskirche, de Fernsehturm, het Mercedessymbool, de Ku'damm, Unter den Linden en bijvoorbeeld de Brandenburger Tor.

Het symbool van de scheiding tussen Oost en West, tussen socialisme en kapitalisme. Dat is...
 

Winkelen

Winkelen in Berlijn is verslavend. Zorg dat u niet teveel geld bij u heeft, want het gaat gegarandeerd op!

Berlijn is namelijk een ideale stad om flink geld uit te geven in de vele winkels die de stad rijk is. De meeste zijn tot ’s avonds 20 uur geopend en variëren van exclusieve modewinkels...
 

Uitgaan

Het uitgaansleven in Berlijn staat bekend als trendy en bruisend! Voor iedereen is er wel wat te vinden, van theatercafé tot concerthal, van kroeg tot discotheek.

Er zijn in Berlijn vele discotheken en muziekcafés te vinden waar tot in de late uurtjes kan worden gedanst op allerlei soorten muziek, van hou...

Eten & Drinken

Berlijn heeft op culinair gebied enorm veel te bieden. Vrijwel alle internationale keukens zijn hier wel vertegenwoordigd, zeker na de val van de Muur zijn er ook in het vroegere Oost-Berlijn vele nieuwe etablissementen te vinden.

Maar eenmaal in Berlijn is de Duitse keuken natuurlijk een must! Die valt eigenlijk hel...
Sinds de val van de muur, inmiddels zo'n 15 jaar geleden, lijkt Berlijn haast in niets meer op het Berlijn van toen!

Even leek het erop alsof Berlijn een paar jaar na de val van de muur, hoe ironisch ook….., met haar muur ook haar toeristische aantrekkingskracht had verloren. Maar inmiddels zo’n 15 jaar na dato is Berlijn een stad waar de jongste geschiedenis werd geschreven en oefent zij met haar nieuwe identiteit weer een magische aantrekkingskracht uit. Het is een cultuurmetropool van de eerste orde. De stad is populairder dan ooit! Bij jong en oud.
Berlijn heeft een indrukwekkend museumaanbod. Bekend zijn natuurlijk het Pergamonmuseum, Egyptisch Museum, Haus am Checkpoint Charlie. Bovendien wordt het steeds verder uitgebreid met spectaculaire nieuwe museumgebouwen, zoals het Filmmuseum of heropeningen van bestaande huizen zoals de Alte Nationalgalerie. Winkelen kunt u op vele plaatsen in Berlijn. Op de Kurfürstendamm vergaapt u zich in de winkels van de internationale couturiers aan de nieuwste collecties. Berlijn is altijd vol leven en beweging. Frivool is een woord dat het beste past bij de sfeer die hier heerst. Het uitgaansleven staat er op een hoog peil. Het wemelt er van de gezellige barretjes, ‘Kneipen’ en Weinlokalen. Er is een rijk aanbod aan theatervoorstellingen en shows. Berlin slaapt nooit!

Let op: Vanaf januari 2008 wordt in Berlijn een milieuzone ingevoerd. Deze zone omvat het deel van de Berlijnse binnenstad dat binnen de sneltramring ligt. Langs de toegangsstraten zullen waarschuwingsborden worden opgesteld. Alle voertuigen die zich binnen deze zone bevinden moeten van een plaquette zijn voorzien. Deze plaquettes zijn verkrijgbaar bij alle afgiftekantoren voor kentekenbewijzen, organisaties die bevoegd zijn uitlaatgasonderzoek te doen, zoals TÜV, DEKRA en GTÜ, en geautoriseerde garages. Ook bezoekers van de stad kunnen hier voor hun voertuigen de plaquette voor ongeveer € 5,00 verkrijgen.
    
 
   
   
Winkelen in Berlijn is verslavend. Zorg dat u niet teveel geld bij u heeft, want het gaat gegarandeerd op!

Berlijn is namelijk een ideale stad om flink geld uit te geven in de vele winkels die de stad rijk is. De meeste zijn tot ’s avonds 20 uur geopend en variëren van exclusieve modewinkels met de bekende merken tot winkelcentra en kleine straatjes met boetiekjes, kleding- en antiekzaken en boekhandels. En dan zijn er natuurlijk de grote warenhuizen als KaDeWe, het beroemde Kaufhaus des Westens, dat vooral in de tijd van de muur nog een schril contrast vormde met wat er aan de andere kant (niet) te krijgen was.

Buchhandlung Kiepert

Kiepert is de grootste boekenwinkel van Berlijn.

Kiepert bevindt zich in de Hardenbergstrasse. Hier vindt u alles over alle onderwerpen: wetenschap, kunst, toerisme, antiquariaat etc.
   

Berliner Buch- und Musikantiquariaat Robert Hartwig

Zeer bekende boekhandel in Berlijn.

In de zaak van Robert Hartwig vindt u alles over muziek, theater, film, partituren, autografen enzovoort. Gaat u er eens heen en u zult urenlang snuffelen in deze gerommeerde zaak.
 
 

KaDeWe

Het beroemde Kaufhaus des Westens, als sinds jaar en dag een begrip in Berlijn. Het motto luidt: als ze het hier niet hebben, dan hebben ze het nergens!

Het wereldberoemde Kaufhaus des Westens, in de volksmond gedoopt tot KaDeWe, bevindt zich aan de Wittendorfplatz, ten oosten van de Kaiser Wilhelm Gedächtniskirche. Het is wellicht het grootste warenhuis van het continent en vergelijkbaar met het beroemde Harrods in Londen. Er is hier een reusachtige keus op alle gebieden. Als ze het hier niet hebben, dan hebben ze het nergens.
    

Kaufhaus Schrill

In de Bleibtreustrasse, een zijstraat van de Ku’damm, vindt u schreeuwerige dassen, sokken, hoeden etc.

Kaufhaus Schrill doet u de das om, om het maar eens plastisch uit te drukken. Zoekt u een das, een nieuw paar sokken of een leuke hoed, kom dan eens naar Schrill!
 

Fassbender & Rausch

Bent u een choc-freak??? Bij de gendarmenmarkt vindt u de grootste chocoladewinkel van Europa. Eenmaal binnen komt u niet snel meer weg.

Chocolade, chocolade en nog eens chocolade is het wat hier de klok slaat. Smikkelen en smullen, u zult zich vergapen aan al deze lekkernijen en zeker niet zonder aankopen naar buiten kunnen gaan.
 

 

 
   

Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche

Eén van de meest in het oog springende 'symbolen' van Berlijn, centraal gelegen aan de Ku'damm.

Keizer Willem II gaf in 1891 opdracht tot de bouw van deze kerk, ter nagedachtenis van zijn grootvader Willem I. De kerk is in Neo-Romaanse stijl opgetrokken en weelderig ingericht. Hedentendage is de kerk, vooral in de avond (wanneer hij sfeervol verlicht wordt), een surrealistisch bouwwerk als gevolg van de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog. De kerk werd toen namelijk grotendeels verwoest, hetgeen men zo heeft gelaten (alweer ter nagedachtenis). Rond de ruïne werd in de jaren zestig een nieuwbouwcomplex gebouwd en vormt samen een bijzonder geheel.

 

 
   
 

Es gehört zu den dunkelsten Kapiteln der DDR-Geschichte: Zu Zeiten des Kalten Krieges schreckte die Stasi nicht davor zurück, unbequeme Landsleute töten zu lassen - auch im Westen. Einige spektakuläre Todesfälle sind bis heute ungeklärt. Jetzt wurde das mutmaßliche Mitglied eines solchen Killer-Kommandos aufgespürt

Der mutmaßliche DDR-Auftragskiller Jürgen G. aus Brandenburg schweigt. Zum Verdacht des Generalbundesanwalts, er habe von 1976 bis 1987 mehrere Gegner des DDR-Regimes in Ost und West ermordet, sagt er gar nichts. Nicht einmal die Diensteinheit, in deren Auftrag er für die SED getötet haben soll, gibt er Preis. Aber für die Ermittler erhärtet sich der Verdacht, dass Jürgen G. einer der lang gesuchten mutmaßlichen Auftragsmörder des DDR-Ministeriums für Staatssicherheit (MfS) gewesen sein könnte. Aus ranghohen deutschen Geheimdienstkreisen ist zu hören, dass die Verhaftung des 53-Jährigen am letzten Montag gerade mal der Anfang neuer Enthüllungen über die Machenschaften des MfS ist. "Erkenntnisse darüber haben wir seit Jahren versucht zu bekommen. Wir gehen davon aus, dass nun noch weitere Schandtaten aufgedeckt werden können", so ein Geheimdienstler.

Nach Informationen der WELT steht die Verhaftung von Jürgen G. möglicherweise in Zusammenhang zu Ermittlungen zu den mysteriösen Todesfällen bei der Abteilung Kommerzielle Koordinierung (KoKo) und deren SED-Parteifirmen. In einem geheimen Bericht eines Bundestags-Untersuchungsausschusses zu den Geschäften des KoKo-Chefs Alexander Schalck-Golodkowski aus dem Jahr 1994 heißt es, dass mehrere DDR-Überläufer, die sich dem westdeutschen Bundesamt für Verfassungsschutz (BfV) angeboten hatten, vor der Wende auf ungeklärte Art und Weise ums Leben gekommen seien. "Diese Todesfälle haben wahrscheinlich einen geheimdienstlichen Hintergrund," so steht es in dem Bericht. An anderer Stelle wird die Aussage eines BfV-Mitarbeiters zitiert: "In der DDR war die Arbeit für den Verfassungsschutz mit dem Tode bedroht."

In dem Dokument werden verdächtige "Selbstmorde" von Mitarbeitern des DDR-Außenhandels und acht weitere ungeklärte Todesfälle aufgeführt. So starb 1982 der Geschäftsführer der SED-Parteifirma Intema, Karl-Heinz Noetzel, nach einem Abendessen mit Geschäftsführern und SED-Funktionären angeblich an Herzversagen auf der Toilette im Hotel "Stadt Leipzig". In Zweifel steht auch der "Selbstmord" des Metama-Chefs (ebenfalls eine SED-Firma) Peter Bruns im Jahre 1982. Ebenso ungewöhnlich erscheint den bundesdeutschen Diensten das angebliche Herzversagen von Noetzels Nachfolger bei der Intema, Fritz John Bruhn, im Ost-Berliner Hotel "Metropol".

Ungeklärt ist auch der mutmaßliche Mord an Uwe Harms 1987 in Hamburg, der Geschäftsführer der SED-Firma Ihle war. Seine Leiche war in einem Plastiksack gefunden worden. Am 18. März 1988 stürzte Manfred Pulitzer während der Leipziger Messe angeblich in den Tod. Er war von 1982 bis 86 Generaldirektor der Firma Asimex. Klaus-Dieter Kranz, Inhaber der Firma Humedia, die mit der KoKo-Firma BIEG zwischen 1987 und 1988 Geschäfte mit Blutplasma gemacht hatte, wurde am 21. März 1988 tot in seinem Büro aufgefunden. "Die Beobachtung des Geschäftsführers (...) bildete einen eigenen MfS-Vorgang mit der Bezeichnung OPK 'Exporteur'. Im März 1989 wurde der österreichische Kaufmann Herbert Rübler tot im "Palasthotel" in Ost-Berlin aufgefunden. Er stand beim MfS im Verdacht, Doppel-Agent zu sein. Laut einem Stasi-Bericht soll er durch einen Sturz mit dem Kopf auf die Badewannenkante im Hotelzimmer gestorben sein. Andere Informationen verweisen allerdings auf einen Herzinfarkt. Fragezeichen gibt es auch im Fall des westdeutschen Kaufmanns Horst Bosse, der am 13. März 1972 auf dem Weg zur Leipziger Messe auf einer Autobahn bei Gotha ums Leben kam. Laut U-Ausschuss-Bericht gibt es eine Fülle von Hinweisen, "die den Verdacht nahe legen, dass es sich bei dem Tod Bosses nicht um einen Unglücksfall, sondern um eine geheimdienstliche Operation des MfS handelte."

Der prominensteste Fall, hinter dem lange schon das MfS vermutet wird, ist der Tod des 1979 in den Westen geflüchteten DDR-Fußballers Lutz Eigendorf. Er war vier Jahre nach seiner Flucht bei einem Autounfall ums Leben gekommen. Vermutungen, dass die Stasi Hand an Eigendorf gelegt hat, werden jetzt neue Nahrung bekommen. Hinweise auf eine Beteiligung von Jürgen G. in diesem Fall gibt es bislang nicht.

Dass die DDR ihre "Feinde" notfalls auch durch Mord bereit war auszuschalten, ist sogar in einem MfS-Handbuch ausführlich dokumentiert. In dem MfS-Dokument "Die Einsatz- und Kampfgrundsätze tschekistischer Einsatzkader bei der Durchführung offensiver tschekistischer Kampfmaßnahmen im Operationsgebiet", dass der Birthler-Behörde vorliegt, heißt es, dass die physische Vernichtung von Einzelpersonen oder Personengruppen erfolgt durch "Erschießen, Erstechen, Verbrennen, Zersprengen, Strangulieren, Erschlagen, Vergiften, Ersticken".

Laut einem DDR-Sachbuch mit dem Titel "Einsatzkommandos an der unsichtbaren Front" war die "Arbeitsgruppe des Ministers/Sonderfragen" (AGM/S) die wichtigste Diensteinheit für diese aktiven Vorbereitungen, der die Ausbildung von "tschekistischen" Untergrundkämpfern oblag. Diese Kommandos planten - wie ehemalige Stasi-Mitarbeiter der WELT bestätigten - im Westen Anschläge auf militärische und zivile Einrichtungen. Gezielt sollten auch Persönlichkeiten des öffentlichen Lebens ausgeschaltet werden.

Ein Jahr vor dem Mauerfall wurde aus der AGM/S eine eigene Abteilung bei der Auslandsspionage der Stasi, die im Spannungsfall sogar für Terroraktionen sorgen sollte. Laut Informationen der WELT wurden dafür ein ganzes Waffenarsenal von leichten Maschinengewehre, Handgranaten, Mörser und Scharfschützengewehren angeschafft.

Die Ausbildung in der DDR habe in Hoppegarten bei Berlin stattgefunden, bestätigt ein ehemaliger Stasi-Mitarbeiter. Auch im Westen Deutschlands seien DDR-freundliche Linksextremisten und IM für militärische Aufgaben vorbereitet worden. Knapp 2000 solcher "Schläfer" soll es kurz vor der Wende im "Operationsgebiet West" gegeben haben.

Die Stasi-Spezialisten in der DDR setzten sich aus Elite-Einheiten wie Scharfschützen, Kundschaftern, Kampfschwimmern, Sprengtechnikern sowie Funk- und Nachrichtendienstlern zusammen. Im Spannungsfall sollten sie mit anderen Einheiten zusammenarbeiten.
 

 
 
 

Das Hotel lag auf einem Grundstück an der Spree, das von der Karl-Liebknecht-Straße und der Spandauer Straße begrenzt wurde. Auf der anderen Uferseite befand sich der Berliner Dom und der mittlerweile ebenfalls abgerissene Palast der Republik. Das Marx-Engels-Forum war auf der anderen Straßenseite.

Geschichte [

Vor dem Palasthotel der DDR gab es schon ein Hotel mit diesem Namen am Leipziger Platz. Das von Ludwig Heim zwischen 1892 und 1893 erbaute Haus wurde im Krieg zerstört und die Ruine in der Nachkriegszeit abgeräumt.[1]

Mit der Planung für das neue Hotel wurde 1976 begonnen. Auf dem Gelände befanden sich vor dem Zweiten Weltkrieg Wohnhäuser, die zum Teil schwer beschädigt und um 1950 abgerissen wurden. Nach einem Entwurf von Ferenc Kiss begannen die Bauarbeiten unter der Leitung von Erhardt Gißke. Der dreiflüglige Bau, der sich um den Innenhof spannte, war vertikal in drei Bereiche untergliedert. Die unteren zwei, teilweise drei Stockwerke waren ein horizontal ausgerichteter Flachbau, in dem sich sieben Restaurants, drei Bars und ein Café – zusammen 2000 Sitzplätze – befanden. Verbunden über ein technisches Zwischengeschoss thronte darüber ein Bau mit 600 Hotelzimmern und 40 Suiten, mit insgesamt 1000 Hotelbetten. Der Haupteingang befand sich mit der Vorfahrt im Innenhof, durch den auch die Tiefgarage erreicht werden konnte.[2]

Das Hotel war eines von vier Hotels in der DDR, die für DDR-Bürger nicht zugänglich und an ein westliches Publikum ausgerichtet waren. Dafür war es mit West-Produkten ausgestattet, die sonst in der DDR kaum oder gar nicht erhältlich waren, wie die Limousinen von BMW, Audi und Volvo. Dem DDR-Devisenbeschaffer Alexander Schalck-Golodkowski und dem Ministerium für Staatssicherheit (MfS) diente es als Kontaktort. Schalck-Golodkowski unterhielt in den Zimmern 80.26 und 80.27 ein Büro unter Leitung des Österreichers Herbert Rübler. Der für den Einkauf von Westprodukten zuständige Rübler verstarb 1989 an einer Kopfverletzung im Palasthotel.[3]

Das MfS überwachte große Teile des Hotels per Video und hatte 25 bis 30 der Zimmer mit versteckten Audio- und Videoaufzeichnungsgeräten ausgestattet. Diese bekamen für den Dienst interessante Gäste zugeteilt.[4] Unter anderem setzte das MfS Prostituierte ein um so Informationen von westlichen Gästen abzuschöpfen.[5] Den Terroristen Abu Daoud, Drahtzieher der Geiselnahme von München 1972, brachte das MfS ab 1981 für längere Zeit in dem Hotel unter.

Nach der deutschen Wiedervereinigung wurde das Hotel bis 1992 von der Interhotel AG weitergeführt. Die erste Landesvertretung von Nordrhein-Westfalen in Berlin bezog einen Trakt. Die Radisson SAS-Kette übernahm 1992 das Haus.[6] Der Abriss erfolgte 2001.

In Thomas Brussigs 2004 erschienen Roman Wie es leuchtet spielt das Hotel eine zentrale Rolle.