Het is in de jaren 50 dat ik in een platenzaak in Amsterdam eens vroeg of  hij
muziek had van een Duitse muziek groep ,nu mij werd te verstaan gegeven
dat ik daar beter niet naar kon vragen, het was natuurlijk 1953 en zo kort na de oorlog
lag dat nog steeds moeilijk, je had ook de spandoeken van de beschermings
bevolking organisaties.

Maar ik zou later wel een liefhebber van Duitse muziek worden,
politiek is niets voor mij, ben wel geboren in 1944 maar dat wil niet zeggen
dan alle Duitsers niet deugen, dat is natuurlijk onzin..

Dus vandaar hier een opgave van het verleden van de Duitse muziek.

Jos Dinkelaar 1944

 

Conny froboess

°23.10.1943

Als dochter van de muziekuitgever, componist en filmmuziekschrijver Gerhard Froboess kon dit mooie Berlijns kind niet anders dan Duitsland' s beroemdste schlagerzangeres worden. Al in 1950, mijn geboortejaar, op 7-jarige leeftijd dus veroverde ze de Duitse harten met "Pack die Badehose ein", bij ons beter bekend in de Nederlandse versie van Heleentje van Capelle "Naar de speeltuin" uit 1951. Het was het begin van een ganse reeks, waarmee ze als kindsterretje in Duitsland furore maakte. Met "Der kleine mit der Mundharmonica" verscheen ze in 1953 trouwens ook opnieuw kortstondig in de Nederlandse hitparade.

In de Lage Landen, was het wachten tot 1959, toen Conny ons via de Duitse muzikale films met haar 4 jaar oudere filmpartner Peter Kraus bereikte. In "Wenn die Conny mit dem Peter" uit 1958, zong ze samen met hem "Teenager melodie" en hoe dit niet met Peter Kraus, maar in duet met Will Brandess een hit werd kan je lezen in het hoofdstuk « Duitse Platenmerken ». 2 jaar later zou Conny met Peter opnieuw een succesrijke film draaien "Conny und Peter machen Musik". Deze film was vooral nodig om de populariteit van Peter op te krikken. "Sag mir was du denkst" was hun nieuwe hit als duo in 1960. Conny scoorde echter ook solo in 1959 in Duitsland, België en Nederland met "Kleine Lucienne", uit de film "Ja, so ein Mädchen mit 16", dat zich o.a. afspeelde in Parijs en waaruit ook "Midi midinette" (1960) kwam. Zij was 16, ik was 9 Beide nummers zong ze zowel in het Duits als in het Nederlands.

Haar grootste succes kwam echter in 1962 toen ze met "Zwei kleine Italiener" van het componistenduo Christian Bruhn & Georg Buschor, de Deutsche Schlagerfestspielen van Baden-Baden won en er in Luxemburg op het Eurovisie Songfestival zesde mee eindigde. Wie weet nog dat Isabelle Aubret toen won met "Un premier amour"? Christian Bruhn & Georg Buschor tekenden later ook voor de Duitse successen van Mireille Mathieu.

Nadien werd het uitbollen met "Lady Sunshine und Mister Moon" (ook 1962) en "Drei Musketiere" (1964).

In de popbladen werd Conny aan verschillende "Peter 's" gekoppeld, Peter Kraus, Peter Alexander en Peter Weck, alsook aan Rex Gildo ..., maar uiteindelijk werd Dr. Hellmuth Mattiasek de ware, waarmee ze in 1967 huwde en 2 kinderen kreeg, een dochter en een zoon. Inmiddels werd ze een gevierde toneelactrice, die o.a. in een aantal "Krimi's" optrad, o.m. in de "Derrick"-reeks.

Van die kleine Grabiele denken we "tja, we horen ze nog ...", van Conny is het "tja, we horen en zien ze nog ...!" ze ziet er nog altijd fantastisch uit!

 

 

 

1940 is het jaar van Lale Andersen's « Lili Marleen », Willi Forst, die met 3 hits tegelijk in de hitparade staat, « Sag beim Abschied leise Servus », »Ich bin heute ja so verliebt » en « Gnädige Frau, wo waren Sie gestern? » en de dames Evelyn Künneke en de vrouw met mannenstem, Zarah Leander. Evelyn Künneke stond in de hitparade met 2 titels, « Haben Sie schon mal im dunkel geküsst? » en « Sing Nachtigal, sing », terwijl Zarah Leander er met 6 in stond: « Davon geht die Welt nicht under », « Der Wind hat mir ein Lied erzählt », « Gebundene Hände », « Ich habe eine tiefe Sehnsucht in mir », « Kann denn Liebe Sünde sein? » en « Nur nicht aus Liebe weinen ». Het blijft echter niet hierbij, ook Rudi Schurike en Ilse Werner doen hun duit in het zakje, respectievelijk met 5 en 3 nummers. De 5 van Schurike zijn: « Hoch droben auf dem Berg », « Hörst du mein heimliches Rufen », « Komm' doch in meine Arme », « Stern von Rio » en « Komm' zurück ». De 3 van Ilse Werner zijn: « Die kleine Stadt will schlaffen gehen », « Du und ich im Mondschein » en « Wir machen Musik »

Het zou trouwens tot 1945 duren eer we opnieuw een »Duits » nummer in de hitparade terugvinden. Het is bovendien een oorspronkelijk Duits nummer, door een Duitse zangeres-filmactrice in het Engels gezongen: « Lili Marlene », door Marlene Dietrich.

In 1946, het jaar waarin de grondlegger van de Duitse Schlager, Paul Lincke, stierf,  is er enkel Will Glahé met de alombekende « Beer barrel Polka » en in 1947 kunnen we met de beste moeite geen gezongen of instrumentale Duitse hit terugvinden.

Pas in 1948 vinden we opnieuw de echte « Duitsers » terug, met « Wunderbar » van Zarah Leander en « Capri Fischer » van Rudi Schurike, beiden echter in de lagere regionen..

In 1949 speuren we tevergeefs naar een gezongen Duitse hit. Enkel instrumentals komen in de hitparade voor, zoals « Fascination » door Will Glahé en « By the sleepy lagoon » van Helmut Zacharias.

Maar laat ons even verder de 50-iger jaren van 1950 tot '57 chronologisch overlopen.

In mijn geboortejaar  vinden we  "Mariandel", de titelmelodie van de gelijknamige heimatfilm in de hitparade terug en dit in de versie van het mij onbekende duo Maria Andergast & Hans Lang en het instrumentale "Harry Lime theme" door de Oostenrijker Anton Karas, uit de Carol Reed-film "De derde man". "Mariandel" leerde ik later kennen in de versie van Conny Froboess. Ook Lale Andersen is er 10 jaar later opnieuw bij, met 2 hits, « Blaue Nacht am Hafen » en « Unter den roten Lanterne von St. Pauli ». Verder is er de alomtegenwoordige Rudi Schurike met 3 hits: « San Marco Glocken », « Warum weinst du kleine Tamara », later heropgenomen door Margriet Hermans en « Wolgalied » uit de Zarewitsch van Franz Lehar. « Pack die Badehose ein » staat eveneens in de hitparade in de originele versie van die kleine Cornelia (Froboess), toen 7 jaar oud die later als Conny één van de bekendste Duitse schlagerzangeressen zou worden. Ze was de dochter van de Berlijnse componist Gerhard Froboess. De originele versie had ik echter nooit gehoord. (Aan dit gat in mijn cultuur werd inmiddels verholpen …) Wel de vertaling "Naar de speeltuin" van Heleentje Van Capelle is mij bijgebleven.

In 1951 staat Schuricke twee keer in de "charts" met "Auf Wiedersehen" en het reeds hoger genoemde "Florentinische Nächte" en ook het instrumentale "die Rose vom Wörthersee" stond erin. "Auf Wiedersehen" stond in '52 nr. 1 inde USA in der versie van Vera Lynn, with Soldiers and Airmen of HM Forces als "Auf Wiederseh'n Sweetheart".

In 1952 krijgt Schuricke concurrentie van "Bei mir zu Hause" van Friedel Hensch, mij alleen bekend van "Egon" , "der Fremdenlegionär" en « die Fischerin vom Bodensee ». Daar duikt zo waar ook al René Carol op met zijn "Rote Rosen, rote Lippen, roter Wein". Ook "Schützenliesel" een instrumentale compositie van de in '52 van Berlijn naar Beieren (Schliersee) verhuisde Gerhard Winkler, stond in de hitparade. Deze dijenkletser is tot op heden beroemd gebleven in o.a. een versie van James Last (Polka Party) en was jarenlang het "handelsmerk" van de spionkop van Club Brugge, toen een orkest in de tribune rond het voetbaldveld nog kon. Ook op de Münchener Oktoberfeste blijft het een dergelijk veelgehoord nummer, dat de meesten denken, dat het om een Beiers volkslied gaat. Een Duits buitenbeentje in de hitparade is het orkest van Helmut Zacharias (und seine verzauberte Geigen), die met zijn versie van Mantovani's « Charmaine » in de hitparade staat, naast de originele van Mantovani zelf.

1953 brengt een aantal minder bekende nummers in de hitparade, nl. "Die beschwipste Kommode", instumentale honky-tonk van der Schräge Otto (zie hoesfoto op de volgende bladzijde), "Es wird ja alles wieder gut" van Detlev Lais en "Ich kann nun mal das Jodelnnicht mehr lassen" van de Zwitser Vico Torriani. Rudi Schurike is er ook opnieuw en dit keer met de evergreen « Dreh' dich noch einmal um », een nummer waarmee in de 60-iger jaren, ook Rocco Granata nog eens zou scoren. Ook kindsterretje Conny Froboess is opnieuw van de partij, nu met « Der kleine mit der Mundharmonica ». Merkwaardig is wel, dat de Nederlandse Mieke Telkamp, in België, bijna alleen bekend van « Waarheen, waarvoor? », in de Nederlandse hitparade, met 2 Duitstalige nummers voorkomt: « Morgen komm ich wieder » en « Es wird ja alles wieder gut », mij bijgevolg eveneens onbekend.De andere "Duitse" nummers, die in de hitparade staan zijn Engelse vertalingen: "Answer me" van o.a. Frankie Lane en "Glow worm" van de Mills Brothers, een nummer van de Berlijnse componist Paul Lincke.

Het is pas in 1954 dat we "Mütterlein" aantreffen in de versies van Rudi Schuricke en Leila Negra. Ook "Heideröslein"

 

 
James last

°17.04.1929

James werd als Hans Last in de Duitse havenstad Bremen geboren als jongste van 5 kinderen. Als 9-jarige speelt hij al piano en op 14-jarige leeftijd trekt hij naar het conservatorium. Zijn lievelingsinstrument is de contrabas. Op 17-jarige leeftijd speelt hij met zijn oudere broers Robert (slagwerk) en Werner (trombone en accordeon) in het Tanz- und Unterhaltungsorchester van radio Bremen. 2 Jaar later ontstaat het Last-Becker ensemble, dat uit 6 personen bestaat, waarvan er 3 de naam Last dragen … In mijn geboortejaar 1950 wordt hij tot beste Duitse bassist verkozen. In 1955 komt hij bij het NDR-orkest in Hamburg en huwt hij met Waltraud, die hem later een dochter Rina en een zoon Ronald zou schenken. Deze laatste is momenteel klankingenieur bij het orkest en ook de manager van zijn vader. In 1956 maakt hij zijn eerste arrangementen, eerst voor de radio, daarna voor o.a. Freddy Quinn, Caterina Valente en Helmut Zacharias. Hij speelt trouwens ook bij het orkest Helmut Zacharias. In 1964 zet hij de stap naar een eigen carrière en tekent hij een platencontract bij Polydor, wat hen beide geen windeieren zou opleveren. In 1965 komt de eerste Non Stop Dancing LP op de markt, het begin van een lange reeks.. In 1966 breekt hij ook door als componist. « Games that lovers play » maakt hem wereldberoemd. In de USA alleen al wordt het in 27 verschillende versies uitgebracht. De bekendste is die van Connie Francis.

Hans Last in 1966  via de LP « Ännchen von Tharau bittet zum Tanz »: 28 swingende Volkslieder mit Chor und Orchester Hans Last. Nochthans waren er in 1965 als LP's uitgebracht onder James Last, nl. de eerste « Hammond à gogo » en de eerste « Non stop dancing '65 ». In 1966 volgden dan de eerste « Trumpet à gogo » en o.a. ook « Instrumentals forever », de eerste LP met een grotere bezetting, lees: strijkers. Ook de eerste « Classics up to Date » werd dat jaar uitgebracht en n.a.v. Kerstmis « Chrismas Dancing », bij ons later ook uitgebracht als « Vrolijk Kerstfeest met James Last ». Dat gebeurde wel meer, zo kocht ik in mijn studententijd « Fantastic Trumpet », de Franse (goedkopere) persing op Polydor, Privilège van « Trumpet à gogo ». In 1967 komen o.a. « Sax à gogo » uit en vooral « Games that lovers play », met daarop een weergaloze (instrumentale) versie van « This is my song ». In dat jaar komen ook de eerste compilatieLP's uit. In 1968 komen « Piano » en « Guitar à gogo » uit, met op « Piano à gogo » de originele( instrumentale) versie van « Lingering on », een eigen compositie van James Last, die bij ons zou belkend worden in de Engelse gezongen versie van Peter Law. Ook « Humba Humba à gogo » is van dat jaar met daarop de bekende scottish medley « Bummel Petrus -Immer an der Wand lang -Oh Susanna », dat bij ons grijs gedraaid werd op trouwfeesten, toen er daarvan nog veel waren ... Uit 1969 herinneren wij ons vooral 2 LP's, speciaal voor de Nederlandse markt gemaakt: « James Last op klompen » en « Onder moeders paraplu ». De eerste waren volksliedjes, de tweede kinderliedjes, beide in de typische James Last stijl. In 1971 komt de eerste « Polka Party » uit, alsook de eerste « In Concert ». Van 1972 onthouden we « Russland zwischen Tag und Nacht » en « Love must be the reason ». Deze laatste was de eerste in zijn genre, met gezongen nummers. Als ik me niet vergis zijn de vrouwenstemmen op de LP, die van Sue and Sunny, van de oorspronkelijke « Brotherhood of Man », toen ze nog van « United we stand » zongen. De bekendste LP's uit 1977 zijn « Western Party and Square Dance », waarvan vooral « Orange Blossom Special » als « de cowboydans » een hit was op bruiloften en « Russland Erinnerungen », met daarop « Der einsame Hirte » met George Zamfir op de planfluit. Het lied zou later ook bekend worden als « Het thema van de verlaten mijn ». « The rose of Tralee », met o.a. « Cockles and mussels » dateert uit 1983 en « James Last in Holland » uit 1987. In 1983 werd ook de laatste « Non stop Dancing » opgenomen. Alle LP's van James Last vermelden zou ons veel te ver brengen. Zelf bezit ik er een 50-tal en één CD, die met Richard Clayderman. In 1982 scoorde James Last een single-hit met « Biscaya ».

Wie alles over James Last wil weten moet naar de James Last Beneluxclub surfen. Daar vind je je alle info over hem en ook over de Duitsland-toernee van 2006 van deze levende legende! Momenteel leeft James Last in Florida, aan de zijde van 30 jaar jongere tweede echtgenote Christine Grundner, waarmee hij sedert 1999 gehuwd is. Waltraud overleed immers in 1997 aan kanker. James zelf blijft trouw zweren aan de zon en de zonnebank, niettegenstaande bij hem een begin van huidkanker vastgesteld werd.

Naast zijn eigen producties schreef James Last nog de arrangementen, voor het tango-orkest Alfred Hause, de Duitse tegenhanger van Malando. Hij produceerde en begeleidde met zijn orkest de platenopnames van Wencke Myhre ("Spricht nicht d'rüber", "Beiss' nicht gleich in jeden Apfel", "Flower-Power-Kleid", "Er hat ein knallrotes Gummiboot"). "Happy heart" o.a. bekend van Andy Williams is een ook een bekende compositie van James Last. Een andere interessante Nederlandstalige website van James Last is de "fansite" van de Nederlander Piet Hemminga. Deze website is o.m. interessant door de vele foto' s van platenhoezen.

Zelf ben ik vaak naar een optreden van James Last geweest, begin jaren '70 (?) in de Hallen van Kortrijk, toen "Morgens um sieben ist die welt noch in Ordnung" zijn grootste hit was en later nog 's in het Kursaal van Oostende, toen Mac en Katie Kissoon de steunpilaren van het koor waren. Ik herinner me ook nog de eerste keer als ik op "Du" slowde. Het was het oudejaarsavondTD van de studentenclub in 1970. "Du" stond op "Non Stop Dancing" van dat jaar. Hier zou het pas een hit worden in de originele versie van Peter Maffay, in het voorjaar van 1971. Ook vele klassieke nummers leerde ik kennen via de "Classics Up to date" reeks van James Last. Veel ervan waren uiterst geschikt voor misvieringen. Het waren van de eerste "ritmische" nummers, die toen in de kerk gebracht werden. Je merkt het, James Last is pure nostalgie. Ik moet evenwel bekennen, dat ik de laatste jaren afgehaakt heb, wegens té herkenbaar, te veel show, te veel "happy sound" en anderzijds te veel sequenzer en te weinig violen. De jaren '60-'70 blijf ik echter koesteren als relikwieën.

Hoeft het nog gezegd, dat de samenstelling van het orkest in de loop van de voorbije 40 jaar dikwijls wijzigde. Immers James heeft zijn broertjes Robert (+1986) en Werner (+1982) al geruime tijd overleefd. Bovendien waren veel leden van zijn orkest ook al lid van dit van Bert Kaempfert, die er al enkele jaren vroeger mee begonnen was. Trompettist Bob Lanese bij voorbeeld, de man met de gekromde trompet, die in beide orkesten speelde, heeft pas in 2002 het orkest verlaten eer het op Chinatoernee vertrok …

 

In 1998-2006-2007 was ik naar Hansie in de Brabant halllen, in Opberhousen, in Brussel, in Arnhem,

in 2007 ook is nog een optreden in Engeland-Ierland.

We wachten af voor het volgende optreden in 2008 of 2009?

 
 
°De "Deutsche Schlagerfestspiele" ging van 1961-66 door in het Casino van Baden-Baden, het beroemde kuuroord in het noordelijk deel van het Zwarte Woud.

Dit feestelijk concours was een jaarlijks terugkerend TV-gebeuren, dat op de enige Duitse TV-zender en ook in Eurovisie o.a. op de BRT (nu VRT) kon bekeken worden. Vanaf 1962, toen Conny won met "Zwei kleine Italiener" betekende het festival een stevige duw in de rug of zelfs het begin van een schitterende carriere. Conny nam daarna met het nummer, gecomponeerd door Christian Bruhn & Georg Buschor deel aan het Eurovisiesongfestival in Luxemburg, behaalde slechts de zesde plaats, toen Isabelle Aubret voor Frankrijk won met "Un premier amour", maar was er de commerciële en morele winnaar van. Ook de b-zijde "Hallo, hallo, hallo" was een nummertje van diezelfde Schlagerfestspiele.

Als we de Schlagerfestspielen van 1963 tot '66 dichter gaan bekijken, valt het op dat het steeds de dames zijn, die op de voorste rijen postvatten en dat nogal vaak oudgediende heren, zoals Gerhard Wendland en Gerd Böttcher het onderspit mesten delven. Het valt ook op, dat de Deutsche Schlager tal van "gastarbeiders" kent, wat tot uiting komt in de verschillende biografieën, van het hoofddeel.

In 1963, ging de zege naar nieuwkomer, de Deense Gitte, met "Ich will 'nen Cowboy als Mann", vóór de bij ons onbekende Anita Traversi en bovengenoemde Gerhard Wendland. Ook de Oostenrijkse Lolita en Gerd Böttcher moesten vrede nemen met een plaats in het peleton. Verder namen o.a. deel de Franse Jacqueline Boyer, de Zwitserse Suzanne Doucet en de Nederlandse Blue Diamonds.

Voor de Zweedse winnares Siw Malmkvist was "Liebeskummer lohnt sich nicht"in 1964, niet de eerste hit, maar het betekende toch de grote doorbraak. Terwijl de vrouwelijke oudgedienden Lys Assia en Margot Eskens met een plaats op de tweede rij moesten tevreden zijn, meldden zich vooraan 2 nieuwkomers, waarvoor de Festspiele, de start van een grote carriere betekende: Dorthe, die later met de tenor René Kollo zou huwen, met "Junger Mann mit roten Rosen" en de uit Israël afkomstige Esther en Abi Ofarim met het bij ons onbekende "Schönes Mädchen". Ook Nana Mouskouri nam deel, wellicht hopend op een herhaling van haar succes met "Weiße Rosen aus Athen".

De 17-jarige Amerikaanse Peggy March won in 1965 met "Mit 17 hat man noch Träume", op de 2de plaats gevolgd door de Noorse Wencke Myhre met "Spricht nicht drüber" en verder op 3 de winnaar van vorig jaar Siw Malmkvist met "Das fünfte Rad am Wagen" en op 4, de revelatie van '64, Dorthe met "Blondes Haar am Paletot". Ook The Blue Diamonds en Cornelia Froboess waren dat jaar van de partij.

In 1966 verloren de Festspiele hun glans. Wencke Myhre won met "Beiß nicht gleich in jeden Apfel" en voor de succesrijke Roy Black was de derde plaats met "Irgend jemand liebt auch dich" eerder een nederlaag. Andere bekende namen in '66: Margot Eskens, Mary Roos, Geschwister Jacob.

Ieder jaar was er telkens een speciale gast op het festival. In '64 was dat Caterina Valente, in '65 Freddy Quinn, in '66 Josephine Baker.

In 1967 was er geen Festspiele meer en het vanaf 1968 was het voor korte tijd in het leven geroepen Schlagerwettbewerb toen al een anachronisme, zoals de grote Duitse shows, gepresenteerd door Hans-Dieter-Thomas Heck, Carolin Leibner, Carmen Nebel e.a. waarin onze eigen Helmut Lotti vaak optreedt, het heden voor ons Belgen en, Nederlanders ook zijn. Wij kunnen evenwel soms niet aan de drang weerstaan om toch nog een stukje Duitse show mee te pikken, waarin altijd een nog paar vroegere corryfeeën, met veel poeha ten tonele gevoerd worden. In '98 trad bij voorbeeld de overjaarse en inmiddels overleden Marika Rökk nog op in een van die shows, rechtstreeks van Cottbus (vroeger DDR). Je bent telkens verwonderd hoe ze die sporthallen en andere wielertempels kunnen volproppen met betalende (!) enthousiaste toeschouwers.

 

 

  De Westduitse schlagermarkt werd tot halverwege de zestiger jaren, door 5 grote platenmerken beheerst.

Marktleider tot in het begin van de jaren '60 en aanvankelijk ook monopoliehouder was de Siemensdochter "Polydor", waarvan de perserijen quasi onbeschadigd W.O. II overleefd hadden.

In 1950 kwam ook Teldec op de proppen, een samengaan van AEG-dochter Telefunken met het Engelse Decca. Bijna gelijktijdig kwam ook het Nederlandse Philips op de markt. Pas in 1953 kon Electrola, dat meest onder de verwoestingen van de oorlog geleden had, de productie hervatten. Ook het merk Columbia stamde uit hetzelfde huis. In 1958 kwam daar nog BMG Ariola bij, dat opgericht werd door de boekenclub Bertelsmann en vandaag de dag marktleider is.

Vanaf 1963, in '64 waren daar "The Beatles", stagneerde de markt en juist dan besliste het Amerikaanse CBS, inmiddels Sony, de markt te veroveren met o.a. het veelvoudig olympisch schaatskampioenenpaar Marika Kilius en Hans-Jürgen Bäumler en de Geschwister Jacob ...

Naast deze giganten trachten ook nog een aantal kleinere merken het hoofd boven water te houden, zoals Metronome, (BASF)Cornet e.a.

Door de sterke concurrentie werd er enerzijds veel kitsch geproduceerd, anderzijds zagen schlagers het licht, die parels aan de kroon van het Duitse lied werden.

Een illustratie van de harde concurrentie tussen Polydor, Electrola, Telefunken e.a. vinden we in de 3 "schlageranecdotes" hieronder:

- Zoals het eind jaren '50, begin jaren '60 de gewoonte was stopte men de het mannelijke Duitse schlageridool Peter Kraus, met het vrouwelijke, Conny Froboess, te samen in een film, "Wenn die Conny mit dem Peter" (1959) en liet men ze afzonderlijk, maar ook samen een aantal liedjes kwelen. Uit die film stammen "Teenager melody" en "Ich möcht' mit dir träumen". Probleem: de 2 songs mochten ze wel samen in dezelfde film of op een of andere bühne zingen, maar te samen op plaat kon niet, omdat beide sterren bij een verschillende platenfirma onder contract lagen, Peter bij Polydor en Conny bij Electrola. Bijgevolg brachten ze elk met een andere partner een versie van de 2 nummers op plaat, Conny met Will Brandes en Peter met Micky Main! Ik bezit wel een 45 t. plaatje met beide nummers erop. Dit plaatje was zgz. « promotiemateriaal » voor de film. Er staat wel « unverkauflich » op … Bij die gelegenheid was Conny trouwens op pad in Brugge en Oostende, meer hierover op de website van de Brugse zanger Norbert. Nadat Peter een 2-tal minder succesrijke films zonder Conny gedraaid had, stopte men het populaire showpaar opnieuw te samen in "Conny und Peter machen Musik" (1960) en toen kon wat in '59 nog niet kon, "Sag mir was du denkst" verscheen zowel bij Polydor als Electrola op plaat, in de originele filmversie met Peter en Conny!

- Een andere illustratie van de concurrentiestrijd dit keer tussen de giganten Polydor en Telefunken,was het "bijberoep" van Manuela. Terwijl ze onder contract stond bij Telefunken stonden die Tahiti-Tamoures in '63 nr. 1 met "Wini, Wini". Groot geheim: Manuela was de leadzangeres van deze gelegenheidsformatie.

Het fundament van de bloeiperiode, van de Duitse schlager, nl. de eerste helft van de zestiger of Wirtschaftswunderjaren, werd gelegd door de Italo-Belg Rocco Granata met "Marina", waarvan in '60 1.050.264 exemplaren van de Italiaanse versie van Rocco zelf over de toonbank gingen en 500.000 in de Duitse versie van Will Brandes. Beide versies werden uitgebracht op het label Electrola-Columbia! Samen met de plaat werd de gelijknamige film uitgebracht.

Met de Deutsche Schlagerfestspiele, die van 1961 tot 1966, doorging in het casino van Baden-Baden bereikte de Duitse schlager zijn hoogtepunt!

 
 
THE BLEU DIAMONDS

°28.5.1941 - 22.12.2000(Ruud) - °15.4.1943 (Riem)

Het in Indonesië (Djakarta en Depok) geboren broederpaar Ruud en Riem de Wolff scoorde in '59 en '60 in Nederland en ook een beetje in België aanvankelijk met covers van The Everley Brothers (Till i kissed you, Let it be me, Cathy's clown) en Neil Sedaka (Oh Caroll). Het coveren van Everly Brothers' hits werd hen echter bij proces verboden en toen namen ze geen risico meer en coverden ze een vooroorlogse hit: Ramona.

Met hun versie van Ramona stonden ze 6 maanden in de hitparade van de Lage Landen, waarvan een hele tijd op nr. 1. Het nummer was een "rock"versie van een oorspronkelijk walsje uit 1928, gezongen door Dolores del Rio, om de gelijknamige stomme film te promoten. Ze namen het nummer in 5 talen op, waaronder het Duits.

Hun meeste Engelstalige nummers namen ze ook op in het Duits (en omgekeerd). Zo werd "Little ship" uit november '61 in het Duits "Blaues Boot der Sehnsucht". Hun Duitse versie van "Lady sunshine and mister moon" stond in 1962 in Duitse hitparade naast die van Conny Froboess. In 1963 scoorden ze op de Deutsche Schlagerfestspiele van Baden-Baden met "Sukuyaki", dat bij ons in hun Engelse versie bekend werd en in 1965, het jaar dat Peggy March won, openden ze het festival met "Gib' dein Wort, Linda Lou". Toen hadden ze echter al hun beste pijlen verschoten. Nadien traden ze nog sporadisch op in nostalgische shows en musicals.

Het Nieuwsblad, 23/12/2000:

Ruud de Wolff, de oudste van de 2 Blue Diamonds is maandag 18/12/2000 op 59-jarige leeftijd in het Nederlandse Driebergen overleden. De Wolff wordt vandaag in besloten kring gecremeerd. The Blue Diamonds, de Nederlandse Everly Brothers, hadden hun grootste hit in de jaren zestig met Ramona. De Wolff was al geruime tijd ziek, maar trad nog steeds op, samen met zijn broer riem. Voor het laatst was dat op 3 november in Helmond …

Na de dood van Ruud stond Riem met zijn zoon Steffen opnieuw op het toneel als « The New Diamonds » met een mix van nieuwe nummers en oude, in een nieuw arrangement … Deze combinatie bleek geen lan leven beschoren te zijn, want in 2006 bracht Riem een solo-CD uit met als titel « Mr. Blue Diamond » met o.m. een duet met Sarah Jory « How I love you ». Dit laatste is een nummer van Dries Holten, de Andres van het vroegere duo Sandra & Andres.

 

  27.12.1901 - +06.05.1992

Hoe verzeilt een Duitse filmster in "De Duitse schlager in Nederland en België"? Omdat ze ook zong, natuurlijk! Marlene, "met de schone benen" werd als Maria Magdalena von Losch in Berlijn geboren en stierf als Marlene Dietrich in Parijs. Ze werd wereldberoemd, door haar rol als "femme fatale,Lola, Lola" in Josef von Sternberg' s Heinrich Mann verfilming "Der blaue Engel". Daarin "veronnozelde" ze zingend "Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt" een universiteitsprof. De film dateert uit 1930. Zelf huwde ze op 17 mei 1923 met ene Rudolf Sieber, die haar op 12 dec. 1924 een dochter "Maria" schonk.

Na haar triomf met "Der blaue Engel" trekt ze met Sternberg naar de USA, waar ze een 7-jarig contract met Paramount Pictures tekent. In 1936 tracht Goebbels haar weer naar Duitsland te krijgen, maar ze weigert ieder aanbod en neemt in 1937 de Amerikaanse nationaliteit aan.

Na haar filmcarriere begint ze met een 2de carriere als zangeres. "Ich bin die fesche Lola" en "Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt" zong ze in 1930 al met Zarah Leanderstem in "Der blaue Engel". In 1945 bracht ze "Lili Marlene" uit, waarvan velen denken, dat haar versie de originele is. Het was echter Lale Andersen, die in 1939 het origineel zong. Ook bekend bij ons is "Ich hab' noch ein Koffer in Berlin" van Hildegard Knef. Weinigen weten echter, dat het origineel uit 1951 dateert en van Marlene Dietrich is. Haar grootste hit is wellicht "Sag mir wir wo die Blumen sind" (1962) uit haar LP "Wiedersehen mit Marlene". In België en Nederland stond het in de 2de helft van 1963, maandenlang in de hitparade van de Lage Landen.

Sedert 1976 leefde ze teruggetrokken in Parijs. Ze stierf er op 6 mei 1992 en ligt begraven op het kerkhof van Berlin-Friedenau.

 
 
    .12.1934 -+7.07.2006

Rudi zag in Alkmaar als Rudolf Wijbrand Kesselaar het levenslicht, als zoon van kleinkunstenaar André Carrell. Hij nam m.a.w. het pseudoniem van zijn vader over. 23 jaar later maakte hij zijn opwachting als quizmaster op het kleine scherm. De grote (?) doorbraak kwam echter hij 1960, toen hij als eerste eindigde in de Nederlandse préselectie voor het Eurovisie Songfestival met « Wat een geluk » op muziek van Dick Schaltes en tekst van Willy Van Hemert. Op het Eurovisie Songfestival zelf stierf hij ongeveer van de plankenkoorts en eindigde pas 12de.

Na deze miskleun start Rudi met een eigen TV-show, die ook in België op de buis komt en waarin wij o.m. het later bekende duo de Mounties leren kennen, naast o.a. Jasperina de Jong. De ster van Rudi stijgt, om in 1964 een eerste hoogtepunt te bereiken met de overwinning van De Zilveren Roos van Montreux, dwz. de 2de plaats op het Zwitserse TV-festival, met zijn Robinson Crusoe show van 5 mei 1964 met Esther Ofarim , opgenomen in het Kursaal van Scheveningen.

De internationale van Rudi is gelanceerd en in de voetsporen van Lou van Burg trekt hij naar Duitsland, waar hij met zijn typisch Nederlands accent, de presentator wordt van « Am laufenden Band », gebaseerd op het Nederlandse « Een van de acht » van Mies Bouwman. Enkele jaren later zou Linda Demol het beproefde recept nog eens overdoen …

Op platengebied geniet hij enige bekendheid met het Nedederlandstalige « De hoogste tijd »uit 1968, de gezongen versie van « Where the rainbow ends » (1967) van het Britse Tony Hiller Orchestra, dat ook in het Engels gezongen wordt als « Softly whispering I love you » van David and Jonathan.

In 1979 stopt Rudi tijdelijk met zijn Duitse shows. Ondertussen vond hij de tijd om een paar platen op de markt te brengen, o.a. het Duitse « Wann wird's mal wieder richtig Sommer ?» (1975), de vertaling van Gerad Cox' s « 't Is weer voorbij, die mooie zomer », op de melodie van Arlo Guthrie's « The city of New Orleans ». Deze song is ons trouwens ook bekend in de Franse versie van Joe Dassin « Salut les amoureux ».

In 1983 verschijnt hij tijdelijk opnieuw op het Nederlandse scherm met de « 1-2-3 show ».

Het wordt een tijdje stil rond hem en Rudi verschijnt meer en meer in de Duitse en Nederlandse roddelpers. Nadat hij scheidde van zijn Nederlandse echtgenote is Rudi sedert 1974 gehuwd met de Duitse Anke, die na een langdurige ziekte begin 2000 aan een hartinfact bezwijkt. Ze hebben een zoon, Alexander. Rudi begraaft Anke in de tuin van zijn Duitse villa in Wachendorf bij Syke. Daarna denkt iedereen, dat hij met de 44-jarige TV-producente Susanne Hoffmann zal huwen, waarmee hij met medeweten van zijn zieke echtgenote al 13 j. een verhouding had, maar tot ieders verbazing huwt hij 7 februari 2001 met de 30-jarige Simone. Uit zijn eerste huwelijk heeft Rudi 2 dochters, Annemieke en Caroline, die hem 3 kleinkinderen bezorgden. Rudi is inmiddels wel 66 geworden, maar blijft een blitse verschijning, nu op RTL, waar hij vanaf 2000 het succesvolle satirische programma « 7 Tage, 7 Köpfe » presenteert.

Hij vervangt Matt Herben op Lijst Pim Fortuyn en besluit in sept. 2001, eind 2002 op te houden met presenteren. Hij blijft in de omgeving van Keulen wonen en plant regelmatig tussen Keulen en Den Haag over en weer te rijden.

Eind oktober 2002 belandt hij ten gevolge van een trombose in het ziekenhuis. Hij herstelt en presenteert opnieuw « 7 Tage, 7 Köpfe » om er eind 2002 mee op te houden.

Rudi ontving tijdens zij succesrijke carriere talrijke onderscheidingen, o.m. het Bundesver-

Dienstkreuz, ridder in de Nederlandse Orde van de Leeuw, de Ere-roos van het Festival van Montreux voor zijn hele œuvre (april 2001) en n.a.v. de « Deutsche Comedy Preis 2001 », de ereprijs voor zijn levenswerk.

Knack, 9/2/2005: « Rudi Carell, showmaster der showmasters en Duitser der Nederlanders, werkt aan een comeback. De 70-jarige tv-legende mag dit jaar een dansshow op de Duitse zender ARD presenteren. De Nederlandse Jan Theys zou hét nog niet verleerd zijn. Zijn Der Rudi Carell Show haalde destijds in Duitsland miljoenen kijkers.

Op de Goldene Kamera 2006 kreeg hij een award voor zijn hele repertoire. Het werd zijn laatste publiek optreden

In Die Welt van 21/2/2006 lezen we dat Rudi Carell intendant geworden is van de TV-zender BuxTe Vau, een internetzender uit Buxtehude, van zijn dochter Anemieke, die achter de kamera staat. De zender brengt lokaal nieuws uit Nedersaksen.

Op vrijdag 7 juli 2006 overlijdt Rudi in een ziekenhuis in Bremen aan de gevolgen van longkanker.

Meer over Rudi Carell op wikipedia. Regelmatig duiken er in de Nederlandse en Duitse kranten berichten op over de verdeling van de erfenis.