Tips
Er zijn allerlei manieren om foto's te maken. Een vaste regel
is er niet.Apparatuur is ook niet het belangrijkst, hoewel dat wel mee kan
helpen een goed resultaat te geven. Een paar tips:Gebruik waar mogelijk een
statief, desnoods een 1-been. Ik doe het zelf heel weinig en dat breekt me zo nu
en dan goed op.
Neem een bijzonder standpunt in, blijf niet op ooghoogte. Laag bij de grond of
van bovenaf werkt verrassend.
Gebruik altijd dezelfde film. Andere merken kunnen de zekerheid over het resultaat beinvloeden.
Ga digitaal fotograferen ..... is wat moeilijker dan met film maar het heeft zeer grote voordelen (heb ik gemerkt)
Leer kijken. In je directe omgeving is vaak het meest te vinden. Kom terug als het licht interessant is, kijk naar details en probeer het nog een keer. Maar ga niet "maar raak" knippen. Dat heeft totaal geen zin. Kijken, kijken, kijken. Zie je "niets" dan moet je stoppen met fotograferen.
Remote pictures with Canon now possible
| 9600 x 7200 pixels | 32" x 24" @ 300 dpi | 69120000 px2 | |
| 8320 x 6240 pixels | 28" x 21" @ 300 dpi | 51916800 px2 | |
| 7040 x 5280 pixels | 23" x 18" @ 300 dpi | 37171200 px2 | |
| 5760 x 4320 pixels | 19" x 14" @ 300 dpi | 24883200 px2 | |
| 4480 x 3360 pixels | 15" x 11" @ 300 dpi | 15052800 px2 | |
| 3200 x 2400 pixels | 11" x 8" @ 300 dpi | 7680000 px2 | |
| 2560 x 1920 pixels | 9" x 6" @ 300 dpi | 4915200 px2 | |
| 1920 x 1440 pixels | 6" x 5" @ 300 dpi | 2764800 px2 | |
| 1280 x 960 pixels | 4" x 3" @ 300 dpi | 1228800 px2 | |
| 640 x 480 pixels | 2" x 2" @ 300 dpi | 307200 px2 |
Wat hebt u allemaal nodig met de gewone fotografie met een begin naar Digitale fotografie
Een groothoek en telelens zijn ononbeerlijk. maar een goede uitrusting kost tegenwoordig niet zoveel geld. Hoewel de digitale camera met een enorme inhaalslag bezig is kan een reflexcamera nog steeds goed gebruikt worden.Voordeel van een refelxcamera boven een digitale camera is, dat de camera zelf goedkoper is.Ook zijn de rolletjes goedkoop, terwijl de opslagkaarten voor een digitale nog zeer prijzig zijn. Ook de batterijen zijn een kostbare zaak.
Prijs:
Een gebruikte reflexcamera van goede kwaliteit koop je voor weinig op het internet , de prijs van een goede digitale camera is steeds goedkoper aan het worden ,een goede keus is de Canon daar op deze camera de gewone Canon-objectieven passen. Ook de Nikon D70S voor 1049 euro is een zeer goede keuze. Verder zijn er veel digitale camera's met veel ruis en pixelfouten, maar als u goedkoper spul wil kopen, ik denk alle waar is naar zijn geld. En koop dan beter nog geen digitaal fototoesten Persoonlijk denk ik dan blijf dan maar uw ouderwetse fotorolletje gebruiken, en daar is echt niets mis mee.
Koop regelmatig het blad Foto-Video van CHIP, nog goedkoper is
het thuis te laten bezorgen per post.
Daar staan de prijzen in en goede uitleg over Fotografie en Film.
Resultaten:
De beste resultaten worden behaald wanneer bij het fotograferen op reis van zowel een groothoek als zoomobjectief gebruik kan worden gemaakt.Met een groothoeklens(<24 mm)kan bij het fotograferen een grotere hoek worden bereikt. Dit heeft bijvoorbeeld een mooi effectbij het fotograferen van landschappen of gebouwen. Met een telelens(>80 mm)kunnen details dichterbij worden gehaald, zoals wilde dieren of gezichten van mensen. Voor het maken van portretten wordt doorgaans80 mm aangehouden. Wie bijvoorbeeld wilde dieren wil fotograferen, heeft een extra zwaar teleobjectief nodig, groter dan 400 mm. De laatste jaren zijn de allround zoomobjectieven van bijvoorbeeld 28-135 mm of 28-200 mm sterk in opmars. Deze bieden van alles wat , van groothoek tot telelens en ze zijn ook geschikt voor close-ups tot 0,5 meter. Nadeel van deze allround objectieven is, dat de combinatielens tot een verlies van kwaliteit leidt. De echte liefhebber neemt dan ook verschillende vaste lenzen mee.
Natuurlijk heb je bij digitale fotografie andere objectieven nodig.
Merk:
Voor objectieven geldt hetzelfde als voor reflexcamera's :alle objectieven van de grote merken zijn tegenwoordig uitstekend van kwaliteit. Voor welk merk wordt gekozen, is vooral een kwestie van persoonlijke smaak.Voor wie toch een handvat wil hebben: de Canon en Tamron werden onderscheiden met het predikaat Focus Super. Belangrijk is wel dat voor een lijn wordt gekozen.Wie kiest voor bilvoorbeeld een Nikon-body,dient ook gebruik te maken van Nikon-lenzen.
Mensen raden aan op reis kleinbeeld te gebruiken (24 x 36 mm). Middenformaat (6 x 4,5 cm)en groot formaat (6 x6 cm) bieden weliswaar een mooier resultaat, maar de camera's voor midden-of grootbeeld zijn op reis niet handzaam genoeg. Bovendien komt een type beeld de rust en daardoor de compositie ten goede. Het beste kan gekozen worden vor kleurnegatief of diafilm van Kodak Of gekozen wordt voor dia's of foto's, is een kwestie van persoonlijke smaak, kwalitatiefis het resultaat hetzelfde. Wie een allround reportagefilm zoekt, komt met een ISO200-film het beste uit. Vroeger was de gangbare gedachte dat in gebieden met veel licht het beste een ISO 100-film kon worden gebruikt en dat een ISO 400 de beste resultaten gaf in gebieden met minder licht, maar door de verbetering van de kwaliteit van de films kan nu zonder problemen standaard voor een ISO 200-film worden gekozen.
Merk:
Welke films te kiezen, is een smaak en prijskwestie, maar de Agfa Vista 200, Kodak Gold 200 en Fujicolor New Superia 200 bieden een uitstekende kwaliteit.
TIPS
Flitsen:
In gebieden waar het licht fel is, is het vaak nuttig om in te flitsen bij het fotografern. Hiermee wordt voorkomen dat er bijvoorbeeld een schaduw over het gezicht valt. Zodra je in de buitenlucht de ogen moet samenknijpen, is het raadzaam het diafragma aan te pasen. Zet in gebieden met fel licht het diafragma altijd twee stops groter wanneer u een nagatieffilm gebruikt. Werkt u met diafilm,z et het diafragma dan juist twee stops kleiner.
Buitenlicht:
De meest veelzijdige lichtbron in de fotografie is de zon zelf. U, als creatief fotograaf, moet gevoelig zijn voor de vele verschillende lichteffecten, die hij u biedt. Door vaardige toepassing van deze effecten kunt u een bepaalde sfeer scheppen, vormen en strukturen goed laten uitkomen, het motief accenturen en de compositie van uw foto's versterken.
Zonnekap:
Een zonnekap is een must tijdens het fotograferen op reis. Deze houdt de zijdelingste zonnestralen tegen.Ook als de zon niet schijnt, is het raadzaam een zonnekap te gebruiken.
Bewaren:
Biedt de films bij luchthavencontrole's nooit aan in een filmsafe loodzak. Het gevaar bestaat dat bij de controle de straling wordt verhoogt om door de zak heen te kijken en dit kan de films beschadigen. Neem de films gewoon mee in uw handbagage. De plastic kokers waarin de films worden bewaard, bieden voldoende bescherming. Rontgenapparatuur is tegenwoordig overal ter wereld veilig voor uw films. Houdt de belichte films wel zoveel mogelijk uit de zon.
Zand:
Zand is een grote boosdoener op reis, bij onvoldoende bescherming van de camera kan het zand overal tussen gaan zitten. Neem daarom altijjd een flinke kwast mee op reis,waarmee u uw camera kunt afstoffen. Bij de digitale camera is het totaal mis met stof en zand en er is geen garantie mogelijk.
Bij een digitale camera is stof en zand een reden uw garantie
te laten vervallen.
Ook het even stoten van een camera kan een onherstelbare schade aanrichten die
ook niet onder de garantie valt. Wel kunt u soms voor veel geld deze
schade verzekeren.
Tas:
Kies een handzame liefst niet te opvallende fototas, let erop dat de tas waterdicht en goed afsluitbaar is. Sommige fotografen nemen hun apparatuur het liefst mee in een speciale fotorugzak, zodat het niet opvalt dat ze een camera bij zich hebben.
Ontwikkelen:
Laat de foto's ter plaatse ontwikkelen, Een goede ontwikkeling is van essentieel belang gaat er iets mis, dan valt dat niet meer terug te draaien. Kent u de vakhandel niet, laat dan eerst een testrolletje ontwikkelen. Ook is het van belang dat het ontwikkelen en of afdrukken in de vakhandel zelf afgehandeld kan worden, bij transport naar elders is het risico van vermissing groter en de maximale vergoeding is slechts een nieuwe film rolletje.
Apparatuur:
Zorg dat u uw apparatuur kent. Dus niet pas de handleiding lezen in het vliegtuig. Schietvooraf altijd een proefrolletje om de camera te leren kennen. Statief: een mini-of zakstatief kan vaak mee in de fototas. Zeker als met zware lanzen wordt gewerkt, is het prettig om een statief te kunnen gebruiken. Bij een langzamesluitertijd (bij donker weer)voorkomt een statief trillingen. Kleine,hoogwaardigereisstatieven zijn: GitzoPerformanceTatalux (38 cm lang,1,4 kg zwaar)en Slik Pro 804CF vanCabron Fibre (45 cm lang,1,2 kg zwaar) Ook een licht eenbeenstatief is handzaam om mee te nemen.
2005
Televisie heeft de fotograaf ontslagen van de getuigenrol.
Fotografie is daardoor alleen maar interessanter geworden.
Minder demonstratief, meer illustratief.
Minder getuigend, meer verhalend'
Digitale camera's hebben meestal een ingebouwde flitser met
een beperkt vermogen. We krijgen dan ook regelmatig mail van digitale
camerabezitters met vragen waarom hun flitsopnames over het algemeen te donker
zijn. Vaak heeft men een camera aangeschaft om foto's te maken op verjaardagen
en feesten en valt het resultaat achteraf erg tegen. De oorzaak hiervan moet
gezocht worden in het beperkte vermogen van de ingebouwde flitser. In het
algemeen is het bereik maximaal 3 à 4 meter (richtgetal : diafragma =
flitsbereik), waardoor de belichting van de achtergrond te wensen overlaat.
Andere nadelen van het flitsen met de ingebouwde flitser zijn de vlakke
belichting van het onderwerp, het ontstaan van sterke schaduwen en het beruchte
rode-ogen-effect.
Omdat op de meeste digitale camera's de aansluiting voor een externe
systeemflitser ontbreekt zijn we aangewezen op het gebruik van een zogenaamde
slave-flitser (letterlijk een slaaf-flitser); een losse flitser die d.m.v.
een foto-elektrische cel aangestuurd wordt door de flitser van de camera. Dit
soort flitsers wordt door verschillende fabrikanten in diverse vermogens voor
een gering bedrag op de markt gebracht. Voordat je echter naar je fotohandelaar
rent zijn er een aantal zaken waar je goed op moet letten.
Zo is het belangrijk te weten of de ingebouwde flitser van
jouw camera ййn of twee keer wordt afgevuurd. We bedoelen hierbij niet de
anti-rode-ogen instelling, waarbij er een serie voorflitsjes wordt afgegeven
waardoor de pupillen kleiner worden, maar het aantal flitsen in de normale (of
manuele) flitsstand. Veel digitale camera's zoals bv. de Minolta Dimage S304, de
Olympus- en de goedkopere Nikon Coolpix camera's, maken gebruik van een
voorflits. Deze zogenaamde monitor voorflits wordt door de camera
gebruikt om de witbalans van de CCD-chip in te stellen. Pas bij de tweede flits
wordt de foto genomen. Wanneer je dus bij deze camera's een gewone slave-unit
zou gebruiken, zal deze bij de eerste flits worden geactiveerd, terwijl de foto
pas bij de tweede flits wordt genomen. Hierdoor zal het extra licht van de
slave-flitser niet op de foto te zien zijn.
Gelukkig is er nu een speciale slave-flitser op de markt gebracht voor digitale
camera's, waarbij je met een schakelaar kunt instellen of hij bij de eerste of
bij de tweede flits wordt afgevuurd: de DSF-1. Voor zover wij konden
nagaan zijn Digi-Slave™
en
Metz™ momenteel de enige fabrikanten die een slave-flitser met deze
mogelijkheid op de markt brengen.
De DSF-1 slave-flitser is speciaal ontworpen voor het gebruik
bij digitale camera's.
Op de achterkant van de flitser zit een schakelaar waarmee je kunt kiezen tussen
de eerste of de tweede flits. Deze flitser heeft verder twee automatische en ййn
handmatige instelling. De flitskop is draaibaar van 0 tot 90 graden zodat ook
indirect flitsen tot de mogelijkheden behoort. In de automatische modus geeft
een auto-check lampje aan of de belichting voldoende is geweest. Omdat de camera
tevens is uitgerust met een hotshoe-aansluiting kun je hem ook gewoon op alle
conventionele en digitale camera's gebruiken. Wij waren enthousiast over het
gebruik van deze universeel toepasbare flitser (in ons geval getest in
samenwerking met de Minolta Dimage S304). Wij vinden het een zeer compleet
product. (bekijk de
voorbeeldfoto's).
Je kunt de DSF-1 momenteel alleen rechtsreeks bestellen bij de fabrikant
SRElectronics voor
ongeveer 100$.

| Specificaties Digi-Slave DSF-1 Flitser | |
|---|---|
| Richtgetal | 24 meter bij ISO 100/Din 21 |
| Kleurtemperatuur | daglicht (5700 graden Kelvin) |
| Dekkingshoek | horizontaal 70 graden en verticaal 50 graden |
| Flitsduur | 1/1.000 sec. bij handmatige instelling en 1/30.000-1/1.000 bij automatische instelling |
| Laadtijd | 6 sec. bij gebruik van alkaline batterijen |
| Voeding | 4 x 1,5 volt AA batterijen |
| Instellingen | als slave instelbaar op eerste en tweede flits en synchroon met de camera via de hotshoe |
| Verkrijgbaar bij | SRElectronics. |
De Metz 34 CS-2 digitaal is een handige compacte slave-flitser
met een vrij hoog richtgetal van 34 bij ISO 100/Din 21 bij een brandpunt van 85
mm. Deze flitser is ook geschikt voor digitale camera's die werken met een
monitor voorflits en wordt standaard geleverd met een flitsbeugel met slave-voetje,
een synchronisatiekabeltje, 2 CR2 Lithiumbatterijen en een tele- en een
groothoekvoorzetschijf. Helaas waren we nog niet in de gelegenheid om deze
flitser te testen. Wel zou er een test van deze flitser in het blad
Colorphoto van december moeten staan. Ook dit artikel hebben we nog niet
gelezen. De 34 CS-2 kost rond de 145 Euro.
| Specificaties Metz Mecablitz 34 CS-2 Flitser | |
|---|---|
| Richtgetal | 34 meter bij ISO 100/Din 21 |
| Kleurtemperatuur | daglicht (5700 graden Kelvin) |
| Dekkingshoek | Horizontaal: 85mm. met tele- en 24 mm. met groothoekschijf |
| Flitsduur | niet opgegeven |
| Laadtijd | 0,3 - 6 sec. bij gebruik van Lithium batterijen (300 flitsen) |
| Voeding | 2 Lithium CR2 batterijen |
| Instellingen | als slave instelbaar op eerste en tweede flits en synchroon met de camera via een synchronisatiekabeltje of hotshoe |
| Verkrijgbaar bij | Foto Vakhandel |
Wanneer je een digitale camera hebt die geen gebruik maakt van de monitor-voorflits; die dus in de manuele instelling maar ййn keer flitst (zoals bijvoorbeeld de Nikon Coolpix 990) kun je gebruik maken van de gewone traditionele slave-flitsers die je van verschillende merken vanaf een paar tientjes kunt kopen. Op dit terrein is er een zeer grote keus met verschillende richtgetallen en in diverse uitvoeringen. Grotere merken zoals Minolta, Nikon, Canon en Metz leveren deze flitsers vaak als onderdeel van een compleet draadloos multiflitssysteem. Laat je hierover eerst uitvoerig voorlichten door je fotohandelaar. Ook voor de digitale macro-fotografie kunnen twee (gelijke) goedkope slave-flitsertjes een goed en vooral ook goedkoop alternatief bieden voor de dure macro-flitsinrichtingen en ringflitsers.
Veel bezitters van een digitale camera hebben naast hun digitale camera ook een complete traditionele foto-uitrusting, vaak met dure systeemflitsers. Ze balen meestal stevig dat deze door het ontbreken van een hotshoe, of een ander flitssysteem niet op hun digitale camera aangesloten kunnen worden. Voor deze groep mensen bieden de servo-flitsontspanners een uitkomst (mits hun camera natuurlijk met ййn flits werkt!). Deze servo-flitsontspanners worden o.a. door Kaiser, Hama en Metz op de markt gebracht en zijn al verkrijgbaar vanaf drie tientjes. Elke fotohandelaar heeft ze wel of kan ze anders voor je bestellen. Een servo-flitsontspanner is voorzien van een foto-elektrische cel die reageert op de flits van je camera en via een hotshoe-aansluiting de slave-flitser aanstuurt. Je kunt je flitser dus op de servo-flitsontspanner schuiven en het geheel bijvoorbeeld op een statief schroeven.
De slave-flitser kun je gewoon zelf in de hand houden, of je
kan aan iemand vragen om hem voor je vast te houden, maar het handigste is
natuurlijk om hem op een flitsbeugel te plaatsen. Je camera kan op deze beugel
geschroefd worden met een standaardwartel en je schuift je flitser op het
handvat. De flitsbeugels zijn er in alle soorten en maten te krijgen, van
schrikbarend duur (Nikon) tot redelijk goedkoop (Kaiser en Hama).
Tip: op rommelmarkten en fotograficabeurzen kom je de Kaiser en Hama beugeltjes
nog heel veel tegen en kun je ze vaak voor een paar gulden op de kop tikken.
Wanneer je alle materialen hebt aangeschaft en de eerste foto's gaat maken zul je er achter komen, dat je nog heel wat moet experimenteren voordat je het eindresultaat zelf in de hand hebt. Voor de verwende amateurfotograaf die de camera graag al het denkwerk laat doen is dit wel even wennen. Maar ik sluit me graag bij de fotograaf Mich Buschman van het blad Focus aan wanneer hij zegt: '(...)Het verkrijgen van inzicht kost echter tijd, geduld en energie, het leidt tot ergernis (...) maar levert ook het genoegen van een zekere beheerste omgang met dit 'moeilijke licht''. (Focus december 2001, Flitslicht, blz. 50) En gelukkig kun je met digitale fotografie zonder kosten uitgebreid experimenteren en zie je direct het resultaat van je experimenten. Een camera waarbij je zelf de sluitertijden en het diafragma in kunt stellen is hierbij een groot voordeel. We zullen echter binnenkort op deze homepage meer aandacht gaan besteden aan de flits- en multiflitstechniek. Intussen kun je ook meer over flitsfotografie lezen in de brochure van Metz: Flitsideeлn. Tips en trucs voor het omgaan met flitsapparaten, die gratis bij je fotohandelaar verkrijgbaar is.
1. Te veel contrast
Als je foto's hebt genomen bij scherp zonlicht, is het je waarschijnlijk opgevallen dat een groot aantal foto's veel te veel contrast tonen, bijvoorbeeld donkere schaduwgebieden en overbelichte gebieden. Overbelichting is het grootste probleem. Zo kunnen sterk overbelichte of gecontrasteerde elementen op bijvoorbeeld een foto van een witte bruidsjurk of een besneeuwde bergtop de details compleet overschaduwen.
Met geavanceerde fotobewerkingssoftware als Picture It! Digital Image Pro kun je bepaalde technische problemen makkelijk herstellen. Het is echter praktisch onmogelijk om sterk overbelichte foto's te corrigeren. Je kunt ze wel donkerder maken maar de details en structuur die niet zijn opgenomen door de beeldsensor zijn onherstelbaar.
![]() |
| Op foto's die zijn genomen bij sterk zonlicht of bij hoge flitsintensiteit zijn vaak hoge contrasten en sterk overbelichte elementen te zien. Dergelijke fouten zijn makkelijker te voorkomen met goede fotografeertechnieken dan te corrigeren met bewerkingssoftware. (Foto is genomen bij fel zonlicht en volledige flitsintensiteit.) |
|
|
De oplossing Om dit probleem zo veel mogelijk te voorkomen, moet je het volgende altijd in gedachten houden:
Tip Als je geen flits hebt gebruikt en je een belangrijk schaduwgebied lichter wilt maken, kun je dat doen met de fotobewerkingssoftware. Sommige programma's bevatten een optie voor invulflits. Dit is een erg handig hulpmiddel als je alleen de schaduwgebieden van een foto lichter wilt maken. Bij andere programma's kun je een dodge-hulpmiddel gebruiken om een geselecteerd gebied lichter te maken.
![]() |
| Als je een foto hebt genomen die iets onderbelicht is en lage contrasten bevat, kan dit teleurstellend zijn. Natuurlijk geef je de voorkeur aan foto's die perfect zijn belicht en waar de contrasten precies goed zijn, maar dergelijke kleine problemen kun je heel gemakkelijk oplossen met fotobewerkingssoftware. Overbelichte foto's, zeker foto's die overgeaccentueerde lichte gebieden en extreme contrasten bevatten, zijn veel moeilijker te herstellen. |
![]() |
| Met behulp van de opties voor contrast, helderheid en invulflits in een bewerkingsprogramma heb ik deze iets onderbelichte foto met laag contrast in een halve minuut gecorrigeerd. |
Met de juiste fotografeertechnieken en de juiste instellingen kun je problemen met sterk overbelichte elementen dus beperken, maar bij contrastrijk licht krijg je waarschijnlijk niet de beste resultaten. Als je belangrijke foto's moet nemen, kun je dat het beste doen als de zon is verborgen achter lichte bewolking. (Als de lucht wit is, neem je deze niet op in de foto.) Leer een geavanceerd fotobewerkingsprogramma goed kennen en gebruik de verschillende mogelijkheden voor het verbeteren van contrastrijke foto's.
![]() |
| Op bewolkte dagen waarbij het licht zacht is, zijn er maar weinig problemen met te grote contrasten of overgeaccentueerde lichte delen. Als je foto's wilt nemen van mensen of van onderwerpen uit de natuur, kun je dat het beste doen op deze dagen. (Flits gebruikt bij een flitsintensiteitinstelling van -0,5.) |
|
|
2. Onjuiste camera-instellingen
Veel geavanceerde digitale camera's bevatten naast opties voor het aanpassen van contrast en belichting nog heel veel andere functies. Deze geven je meer invloed op fotoparameters zoals witbalans, kleurtinten (richting rood of blauw), helderheid en kleurintensiteit. Als je wat meer hebt betaald voor een camera met meer opties, sta je waarschijnlijk te trappelen om ze allemaal te gebruiken. Dit kun je beter niet doen, omdat je met onjuiste instellingen opzichtige en onnatuurlijke foto's kunt krijgen.
![]() |
| Een te hoge kleurintensiteit en -helderheid, die kunnen ontstaan als je bepaalde instellingen op de hoogste stand zet, kunnen ertoe leiden dat foto's onnatuurlijk overkomen. Dit probleem is moeilijk te herstellen met fotobewerkingssoftware. Tenzij een dergelijk onnatuurlijk proces precies is wat je wilt, kun je het beste de standaardinstellingen gebruiken en deze factoren later herstellen op de computer. |
Als je foto's neemt met een te hoog ingestelde helderheid of kleurintensiteit (een blauwachtige of roodachtige tint), zou het resultaat wel eens heel teleurstellend kunnen zijn. Door deze instellingen een beetje aan te passen, kan het wel iets beter worden, maar op de meeste camera's zitten geen opties voor een nauwkeurige afstelling. Meestal moet je de instellingen voor helderheid, kleurtinten of -intensiteit helemaal aanpassen. Als je niet tevreden bent met het resultaat, wordt het erg moeilijk om ernstige problemen te corrigeren met fotobewerkingssoftware.
De oplossing Neem een paar testfoto's voordat je een van de drie parameters aanpast. Neem foto's van onderwerpen die je vaak fotografeert, zoals mensen, landschappen en gebouwen. Test eerst de kleurintensiteit. Neem de eerste foto bij de laagste instelling, de tweede bij de middelste en de derde bij de instelling voor hoge intensiteit. Stel jezelf de volgende vragen als je de foto's evalueert op je computer of in afgedrukte vorm:
Pak het testen van de helderheid en de kleurtinten op dezelfde manier aan. Waarschijnlijk leveren de standaardinstellingen (ook wel algemene instellingen genoemd) de beste resultaten.
Wil je de foto wat scherper maken? Gebruik de hulpmiddelen voor verscherping in het fotobewerkingsprogramma. Doe hetzelfde met de hulpmiddelen voor de kleurbalans of voor het aanpassen van tinten totdat de foto perfect is. Met de software kun je de foto zo gedetailleerd aanpassen dat je precies het gewenste effect bereikt.
![]() |
| Met de automatische instelling voor witbalans kun je zelfs op donkere, bewolkte dagen foto's nemen waarop geen blauwe kleurzweem te zien is. Als je niet tevreden bent met de resulterende foto's, selecteer je de witbalansinstelling voor een bewolkte dag. (Automatische witbalans, minimale aanpassing die wordt gemaakt met Kleur optimaliseren in Microsoft Digital Image Pro.) |
|
|
De opties voor witbalans die door de gebruiker kunnen worden geselecteerd, zijn heel erg handig als je te maken hebt met ongebruikelijk licht, bijvoorbeeld bij tl- of wolfraamlicht zonder flits. Als je wilt zien of je met jouw camera mooie foto's kunt nemen bij normaal licht, neem je een foto van hetzelfde onderwerp met automatische witbalans en met de opties die door de gebruiker kunnen worden ingesteld.
Ik heb nu tientallen digitale camera's getest en tegenwoordig wijzig ik de helderheid, kleurtinten of intensiteit bijna nooit meer met de menu's van de camera. Heel af en toe kies ik wel voor een lagere instelling voor helderheid, contrast of kleurintensiteit, maar alleen bij bepaalde onderwerpen zoals portretten en trouwfoto's. Zo krijgen foto's een zachtere uitstraling. Met fotobewerkingssoftware is het echter veel gemakkelijker om helderheid en kleurintensiteit te verbeteren, dus meestal voer ik de wijzigingen pas door nadat ik de foto's heb gedownload.
3. Ontoereikend flitsbereik
Een flitser geeft niet genoeg licht om een goede foto te kunnen nemen van een bruid en bruidegom die tijdens de trouwceremonie op grote afstand staan, of van de spits bij een voetbalwedstrijd die 's avonds wordt gespeeld. Ook heb je met een flitser nooit voldoende licht om een mooie foto te maken van grote ruimtes in bijvoorbeeld kathedralen, kastelen en grotten.
![]() |
| Ik wist dat ik met de flitser deze ruimte in dit enorme hotel niet goed zou kunnen verlichten, dus heb ik de flitser uitgeschakeld en heb ik de foto gemaakt met deze sfeervolle belichting. (De foto is genomen met een ISO-waarde van 200, belichting van 1/8 seconde met de camera op een statief.) |
|
|
Een ingebouwde flitser heeft bij een ISO-waarde van 100 een bereik van ongeveer drie meter. Een sterke externe flitser heeft een bereik van ongeveer zes meter.
Als je wel eens een flitser hebt gebruikt voor onderwerpen op grote afstand, weet je wel hoe die foto's eruit komen te zien: onderbelicht, donker en somber. Soms zijn ze zelfs helemaal zwart. In tegenstelling tot overbelichte foto's kunnen sterk onderbelichte foto's zelfs niet met professionele bewerkingssoftware worden hersteld.
De oplossing Probeer eerst eens verschillende ISO-instellingen uit. Door de ISO-waarde in te stellen op 400 kun je het effectieve bereik van de flitser met wel 50% verhogen. Nadat je de foto hebt genomen, controleer je deze op het scherm van de camera. Als de foto te donker is, kun je de foto niet nemen met de flitser.
Je kunt de flitser ook uitschakelen. Bijna alle camera's hebben een instelling voor het uitschakelen van de flitser. Deze instelling moet je selecteren als je een foto neemt van een onderwerp op grote afstand. Als je wilt voorkomen dat je wazige foto's krijgt omdat je de camera beweegt doordat je lang moet belichten vanwege weinig licht, moet je de camera op een statief zetten of je ellebogen ondersteunen op een vaste ondergrond. (En neem geen foto's van bewegende onderwerpen, want dan krijg je bij lange belichting een wazige foto, tenzij je dat natuurlijk wilt om de foto een bepaald effect te geven.)
Voor een kortere sluitertijd bij het nemen van foto's bij weinig licht en zonder flits kun je op sommige camera's een ISO-waarde van 400 of 800 instellen. Dit kan onder bepaalde omstandigheden heel handig zijn, maar let wel dat veel camera's digitale ruis (vergelijkbaar met korrels) veroorzaken bij hoge ISO-waarden. Digitale ruis is echter soms nou eenmaal beter dan een sterk onderbelichte foto die is genomen met flitser of een wazige foto die is genomen met de ISO-waarde 100.
Een elektronische flitser is erg handig, maar heeft wel een aantal beperkingen. Sommige taferelen, bijvoorbeeld een actie bij een zaalsport of de wandtapijten in een oud en donker kasteel, kun je nou eenmaal niet fotograferen zonder professionele apparatuur. Persfotografen kunnen fantastische foto's maken omdat ze meerdere externe flitsers gebruiken en omdat ze veel dichter bij onderwerpen kunnen komen dan jij. Als het onmogelijk is om een goede foto te nemen, kun je je camera beter wegstoppen en genieten van de ervaring.
4. Overmatige JPEG-compressie
Bij de meeste camera's is het standaardniveau beeldkwaliteit vrij laag (maar op zich wel geschikt voor afdrukken van 10x15 cm). Veel fotografen gebruiken dit kwaliteitsniveau, waarbij een relatief klein afbeeldingsbestand ontstaat door hoge compressie, om maar één reden: er passen veel meer foto's op een geheugenkaart. Dit is natuurlijk heel logisch, maar mensen die grotere afdrukken willen maken, kunnen dit kwaliteitsniveau beter niet gebruiken. Voordat ik meer ga vertellen over hoe je overmatige compressie kunt voorkomen, wil ik eerst nog even het verband tussen fotokwaliteit en bestandsgrootte in het kort uitleggen.
![]() |
| Je kunt van foto's die zijn genomen in de hoogst mogelijke kwaliteitsmodus op een betaalbare 3-megapixelcamera prachtige afdrukken van 20x25 cm maken. Indien mogelijk gebruik je de opnameoptie Extra fijn/groot als je afdrukken wilt (laten) maken die groter zijn dan 10x15 cm. |
|
|
Beeldkwaliteit Hoe hoger de kwaliteit, hoe hoger de resolutie en hoe meer pixels een foto dus bevat. Op foto's met meer pixels springen de details er echt uit. Een foto van lage kwaliteit heeft een lage resolutie en bevat heel weinig pixels. Veel digitale camera's hebben verschillende kwaliteitsniveaus die variëren van laag tot extra fijn.
Bestandsgrootte Naast verschillende kwaliteitsniveaus kun je vaak ook verschillende bestandsgrootten selecteren, van klein tot groot. Hoe groter het bestand is, hoe lager de compressie en des te hoger de beeldkwaliteit. Een klein bestand is flink gecomprimeerd met interne software, waardoor belangrijke afbeeldingsgegevens verloren zijn gegaan. Dit komt de fotokwaliteit absoluut niet ten goede.
Deze twee functies, beeldkwaliteit en bestandgrootte, zijn onderling afhankelijk. Als je de JPEG-modus gebruikt, kun je een combinatie kiezen waarmee je foto's met hoge resolutie/grote bestanden (voor de allerbeste kwaliteit), gemiddelde resolutie/kleine bestanden, lage resolutie/grote bestanden, enzovoorts kunt maken.
Verschillende camera's hebben verschillende namen voor de opties voor beeldkwaliteit en bestandsgrootte. Met sommige camera's kun je alleen de basisopties, zoals normaal, beter, beste, instellen. Lees de gebruiksaanwijzing goed door zodat je bekend raakt met de opties en de bijbehorende namen op jouw camera.
De fout Het is natuurlijk erg gemakkelijk om de standaardinstellingen van de camera te gebruiken, want hierdoor krijg je foto's met een redelijke kwaliteit en een relatief kleine bestandsgrootte. Sommige mensen, die zo veel mogelijk foto's willen opslaan op de geheugenkaart van 16 MB, gebruiken zelfs het laagste kwaliteitsniveau en de kleinste bestandsgrootte. Helaas kun je met deze instellingen nooit mooie afdrukken krijgen.
![]() |
| Als je foto's comprimeert in hele kleine JPEG-bestanden, gaan er veel belangrijke gegevens verloren. Dit probleem is misschien niet van toepassing op afdrukken van 10x15 cm, maar in grotere afdrukken is wel heel duidelijk de lage beeldkwaliteit te zien. (Een klein gedeelte van het afbeeldingsgebied van een afdruk van 20x30 cm van een foto die is genomen in de JPEG-modus met lage kwaliteit met een 3-megapixelcamera.) |
De oplossing Koop een geheugenkaart met meer vermogen zodat je minder snel in de verleiding wordt gebracht om instellingen voor lage kwaliteit of hoge compressie te gebruiken. Op een geheugenkaart van 128 MB of 256 MB kun je heel veel foto's met een hoge resolutie opslaan. Ongeacht de kaart moet je regelmatig de foto's bekijken en mislukte foto's verwijderen. Hierdoor kun je weer nieuwe, betere foto's nemen.
Als je afdrukken van 13x18 cm wilt maken met een camera met een resolutie van twee of drie megapixels, gebruik je de combinatie groot/extra fijn. Als je bijna nooit afdrukken maakt die groter zijn dan 10x15 cm, kun je ook de instelling gemiddeld/fijn gebruiken. Hierdoor krijg je fotobestanden met voldoende pixels en een gemiddeld JPEG-compressieniveau voor een behoorlijke beeldkwaliteit.
Voor de beste resultaten kun je het beste het hoogste kwaliteitsniveau samen met de grootste bestandsgrootte gebruiken. Maar wat moet je doen als de geheugenkaart bijna vol is? In dat geval selecteer je de combinatie Klein bestand/Extra fijn. Zo wordt het JPEG-bestand helemaal gecomprimeerd maar blijft de grote hoeveelheid pixels wel behouden zodat je mooie afdrukken van 13x18 cm kunt maken.
5. Slechte fotografeertechnieken
Slordige technieken kunnen bij alle soorten camera's voorkomen, maar bij digitale camera's heb je te maken met nog een extra probleem. Met al die verschillende opties voor het nemen van foto's zou je denken dat je je camera alleen nog maar ergens op hoeft te richten en op de ontspanknop te drukken. Hierdoor krijg je kwalitatief slechte en teleurstellende foto's. Maar al te vaak zijn onze foto's niet helemaal scherp, niet goed opgemaakt en zijn ze lang niet zo mooi als we hadden verwacht.
![]() |
| Voor scherpe, heldere, goed belichte foto's met een goede compositie en een hoge visuele kwaliteit moet je de tijd nemen. Je kunt de mooiste foto's nemen als je de algemene fotografeerfouten kunt voorkomen. (TIFF-opnamemodus, flitser is ingesteld op intensiteitsniveau -0.5, automatische scherpstelling op één punt, bij f/8 in 1/100 seconde, in de modus Voorrang lensopening AE, polarisatiefilter.) |
|
|
Nadat ik mijn eigen gewoonten had bestudeerd, heb ik een aantal oorzaken van het probleem ontdekt waarvan ik denk dat andere mensen er ook mee te maken hebben. Ondoordachte gewoonten kunnen ontstaan als je vaak gebruikmaakt van bepaalde functies:
De oplossing Ik heb een aantal vrienden die af en toe weer een gewone spiegelreflexcamera gebruiken, zodat ze niet al te veel gewend raken aan de 'handige' functies van een digitale camera. Met een spiegelreflexcamera moeten ze namelijk veel meer nadenken over de technieken die ze moeten gebruiken en worden ze er weer aan herinnerd hoe ze serieus te werk moeten gaan. Natuurlijk schakelen ze al snel weer over op een digitale camera. Misschien helpt het wel als je een paar dagen fotografeert met handmatige apparatuur, maar toch is dit niet de ideale werkwijze voor iedereen.
Er is een veel eenvoudigere oplossing, namelijk zelfdiscipline. Neem de tijd en de moeite om prachtige digitale foto's te nemen in plaats van overal maar plaatjes van te schieten. Met een digitale camera heb je een heel groot voordeel dat je met een gewone camera niet hebt. Je kunt namelijk alle foto's die je neemt, controleren op belichting, compositie en kadrering op het voorbeeldscherm. Als de foto niet helemaal naar wens is, neem je gewoon nog een foto en nog een, totdat alles perfect is.
Een veel voorkomende klacht van bezitters van digitale
camera's van alle merken, vooral als ze al wat ouder beginnen te worden, is dat
ze te kampen krijgen met defecte pixels op de CCD. Omdat het aantal pixels op
een CCD voortdurend toeneemt, is het te verwachten dat dit probleem zich in de
toekomst steeds vaker zal manifesteren. Simpelweg omdat je bij een grotere
pixeldichtheid natuurlijk meer kans loopt dat er eentje defect raakt. Wanneer je
iets meer over het fenomeen defecte pixel aan de weet wil komen, zul je
tevergeefs bij de reguliere fotovakhandel aankloppen. Het is op deze homepage al
eens aangestipt; over het algemeen is de fotovakhandel helaas, slecht op de
hoogte van de (laatste) ontwikkelingen in de digitale fotografie en krijg je
daar dan ook vaak indianenverhalen over te horen. De fabrikanten van digitale
camera's zijn evenmin erg scheutig met het doen van mededelingen over defecte
pixels in hun glanzende folders (Olympus vormt een gunstige uitzondering op deze
regel). Dat het probleem echter zeer veelvuldig voorkomt kun je lezen in de
nieuwsgroepen van de verschillende cameramerken. In deze nieuwsgroepen wordt
uitbundig gediscussieerd over dead, hot en stuck, pixels. Uit deze
discussies blijkt dat er veel verwarring bestaat over de verschillende begrippen.
Toen mijn twee jaar oude camera opeens ook last kreeg van maar liefst 4
permanent oplichtende pixels naast elkaar, leek de tijd rijp eens wat meer
aandacht aan het pixelprobleem te gaan besteden. Wat zijn dode en hete pixels,
wat is ruis en wat kun je hieraan doen; daarover gaat dit artikel.
Als er uit de discussies in de nieuwsgroepen iets naar voren
komt dan is het wel de grote verwarring die er bestaat over de verschillende
begrippen. Zo wordt gewone ruis door sommige camerabezitters ten onrechte ook
gezien als een defect aan de CCD. Het is daarom zinvol om eerst de verschillende
begrippen eens nader te bekijken. We hanteren hierbij de engelse benaming van de
termen, maar plaatsen er wel onze eigen vertaling tussen haakjes achter.
Afwijkende pixels kunnen we globaal in de volgende vier categorieлn indelen:
Het mag duidelijk zijn dat ruis gezien kan worden als een
normaal verschijnsel dat bij iedere digitale camera, ongeacht zijn ouderdom of
prijs, voor kan komen. In dit opzicht zou je de vergelijking kunnen maken met de
toename van de korreligheid bij snelle filmsoorten in de traditionele fotografie.
Wel zijn er een aantal factoren te noemen waarbij de kans op ruis zal toenemen.
Deze factoren worden hieronder kort genoemd:
Algemeen wordt aangenomen dat bij veroudering van de CCD steeds vaker pixeldefecten kunnen optreden. Toch komt het nog vaak voor dat camera's nieuw uit de doos al te kampen hebben met defecte pixels. Een deel van de reacties in de nieuwsgroepen betreft consumenten die direct al bij aanschaf werden geconfronteerd met kapotte pixels. Meestal werden deze camera's door de fabrikant vervangen door een goed werkend exemplaar. Het grootste deel van de reacties m.b.t. pixeldefecten was afkomstig van consumenten die na verloop van tijd met probleempixels kregen te kampen. Vaak waren er geen bepaalde oorzaken voor het ontstaan van het defect te noemen. Een enkele keer wijt men het aan de rцntgenapparatuur bij een luchthaven, een andere keer krijgt een rustperiode van de camera de schuld. Slechts hoogst zelden kan de bezitter een causaal verband vinden, zoals statische elektriciteit.
De meest voor de hand liggende manier om pixeldefecten op het
spoor te komen is natuurlijk met het blote oog. Wanneer je een defecte sensor op
je CCD hebt zul je dat al spoedig merken doordat je steeds op dezelfde plek op
de foto's een pixel met een afwijkende kleur aantreft. Vaak worden deze pixels
echter gecamoufleerd door de vele gekleurde pixels er omheen. De beste manier,
die ook door de fabrikanten van digitale camera's wordt aangeraden is om gebruik
te maken van een zwart/wit-kaart. Je maakt onder gewone lichtomstandigheden
eerst een afbeelding van een wit oppervlak en vervolgens van een zwart oppervlak.
Wanneer er een dode pixel op je CCD zit staat er een zwart stipje op een witte
achtergrond. Is er sprake van een stuck of hot pixel dan zie je een wit of
gekleurd stipje op een zwarte achtergrond.
Minder geschikt (volgens de camerafabrikanten) is de z.g.n. Dark Frame Test.
Wanneer je echter zelf het verschil weet tussen gewone ruis en pixeldefecten, is
er m.i. ook goed met deze methode te werken. Voor deze methode laat je gewoon
het dopje op de lens zitten en maak je in een verduisterde ruimte foto's met
oplopende sluitertijden. Je moet hierbij wel zorgen dat je de ISO-stand vast zet
op 100-ISO, en dat je automatische verscherping uit zet. Bij deze methode zou ik
pas van defecten spreken, wanneer er sprake is van oplichtende pixels bij
sluitertijden korter dan een 1/4 seconde. Tenslotte kun je ook gebruik maken van
speciale software, zoals bijvoorbeeld het op onze sofwarepagina besproken gratis
programma
Dead Pixel Test. Bij aanschaf van een (tweedehands) digitale camera is het
in elk geval raadzaam om aan de hand van een snelle test een eerste indruk van
de staat van de CCD te krijgen. Hierdoor voorkom je teleurstellingen achteraf.
Wanneer je ййn (of meerdere) dode pixel(s) hebt aangetroffen
kun je de camera terugsturen naar een service centrum van de fabrikant, waar de
pixel softwarematig geremapped wordt. In een enkel geval plaatst de fabrikant
een geheel nieuwe CCD in je camera. De ene fabrikant doet dit binnen de
garantietermijn gratis, terwijl de andere hiervoor kosten in rekening brengt. In
nieuwsgroepen kun je hier veel over lezen. Vaak zijn de camera's meer dan zeven
weken onderweg en moeten er prijzen tot Ђ 200,- voor worden neergeteld. Omdat
alle CCD's na verloop van tijd problemen met de pixels krijgen betekent dit dus
meer tijd uittrekken om de foto's in een fotobewerkingsprogramma te retoucheren
(dit laatste doet weer denken aan het ouderwetse uitstippen van
negatieven en foto's), of meer tijd (en geld) kwijt zijn omdat de camera naar de
reparateur moet.
Een aantal fabrikanten heeft dit probleem onderkend en rust hun digitale
camera's uit met een speciaal algoritme, Automatische Pixel Mapping (APM)
genoemd, waarbij de camera-software de defecte pixel zelf uitschakelt. Deze
bewerking hoeft slechts ййn maal per jaar te worden herhaald. Verder wordt er
door middel van de nieuwste ruisonderdrukkingstechnieken getracht iets aan de
ruis te doen bij langere opnames.
Heb je een probleem wanneer je een defecte pixel op je camera
hebt aangetroffen? Dat hangt er helemaal vanaf wat je er van verwacht. Zelf
blijf ik rustig met mijn camera doorfotograferen terwijl er 4 defecte pixels bij
elkaar op de CCD zitten. Tot nu toe heb ik er nog niet zo veel problemen mee
gehad. Bij de meeste foto's en prints is het stipje niet eens waar te nemen en
bij uitvergrotingen stip ik het puntje even aan in Photoshop. Natuurlijk hoop ik
dat het voorlopig bij dit ene stipje zal blijven.
Omdat ik benieuwd ben naar de ervaringen van andere digitale camerabezitters,
zou ik graag reacties ontvangen van bezoekers van deze homepage die zelf met
pixelproblemen te maken hebben (gehad), zodat ik beter inzicht in de omvang van
dit probleem krijg. Daarnaast ben ik natuurlijk benieuwd naar het standpunt van
de camerafabrikanten en de consumentenorganisaties. Dit laatste met name m.b.t.
de korte garantietermijn van 1 jaar.
Laten we maar gelijk met de deur in huis vallen; digitale
camera's verslinden batterijen. Hoewel de fabrikanten bij de nieuwste generatie
camera's extra aandacht hebben besteed aan het omlaag brengen van het
energieverbruik en er ook batterijen met steeds hogere capaciteit worden
ontwikkeld, blijft het dweilen met de kraan open. Geen gebruik maken van de
ingebouwde flitser en het uitschakelen van het LCD-schermpje kan veel schelen,
maar toch worden we nog te vaak onprettig verrast door lege batterijen, net op
het moment dat zich de kans op een wereldfoto voordoet.
Binnenshuis kan het gebruik van een netadapter uitkomst bieden, maar buiten
blijf je aangewezen op batterijen of door de camerafabrikant geleverde accu's.
Sommige camera's presteren het om de bij de camera geleverde alkaline AA-batterijen
in minder dan 10 minuten leeg te zuigen, dit tot grote schrik van de camera-bezitter.
Gelukkig zijn er momenteel soorten batterijen die vijf keer meer energie leveren
dan de gewone standaardbatterijen, alleen moet je dan wel weten waar je in de
winkel naar moet vragen. Met deze batterij-pagina willen we je wegwijs maken in
het onoverzichtelijke woud van de batterijen. Verder willen we je een aantal
tips geven voor het optimale gebruik van oplaadbare batterijen. Maar voordat we
overgaan tot het bespreken van de verschillende types batterijen en hun
specifieke kenmerken krijgen we eerst een klein stukje theorie.
De capaciteit van batterijen wordt aangegeven in mAh. (milliampиre-uur). Hiermee wordt de hoogte van de spanning en de gebruiksduur aangegeven. We zullen dit proberen uit te leggen aan de hand van een voorbeeld. Stel je camera verbruikt 1.000 mA. (milliampиre) met het LCD-schermpje aan. Wanneer je nu 1.000 mAh. batterijen gebruikt, zijn deze leeg in een uur; 500 mAh. batterijen doen er precies de helft over en zijn dus leeg in een half uur. Alleen alkaline batterijen vormen een uitzondering op deze handige vuistregel. Dit soort heeft een hoge mAh. aanduiding, maar slechts een zeer korte bedrijfsduur.
Gewapend met deze kennis gaan we nu over tot een bespreking van de verschillende types batterijen die momenteel in de handel verkrijgbaar zijn:
Eigenschappen van AA-batterijen
| Type | NiCd | NiMH | Lithium | Alkaline |
| Capaciteit (mAh) | 1.100 | 1.800 | 2.100 | 2.800** |
| Gebruiksduur (uren)* | 0.6 | 2.0 | 2.0 | 0.4 |
| Oplaadbaar? | ja | ja | nee | nee |
| Houdbaarheid (maanden)* | 1 | 1 | 120 | 36 |
| * geschat,
gebaseerd op een verbruik van 1A ** maar slechts korte gebruiksduur |
||||
Op basis van het bovenstaande verhaal en de tabel moet je nu
tot een verantwoorde keuze kunnen komen. Het is duidelijk dat oplaadbare
batterijen (NiCd en NiMH) op de lange termijn veel goedkoper zijn dan de niet
oplaadbare soorten. Van deze oplaadbare soorten is de NiMH batterij voor de
digitale camera de beste keus. Wel moet je voor lief nemen dat de batterijen ,
ook wanneer je de camera niet gebruikt, na ongeveer 1 maand leeg zijn. Ze moeten
dan eerst weer opnieuw worden geladen.
Gebruik je de camera alleen op zon-en-feestdagen, dan zijn de NiMH-batterijen
natuurlijk net leeg wanneer jij je foto's wil maken. In dit geval kun je de
aanschaf van de veel duurdere Lithiumbatterijen in overweging nemen. Dit type
heeft namelijk een houdbaarheid van maximaal 10 jaar.
Samenvattend kun je dus stellen dat je voor het regelmatige gebruik het beste
twee of meer setjes NiMH-batterijen kan gebruiken, met een set lithiumbatterijen
voor noodgevallen op reserve in de fototas. Voor gebruik in een flitser zijn
gewone niet-oplaadbare alkaline- en de duurdere lithiumbatterijen ideaal vanwege
hun lange houdbaarheid.
Wanneer je oplaadbare batterijen gebruikt, zul je een
batterijlader nodig zijn om ze op te laden. Er is een breed scala aan
laadapparaten op de markt van simpel tot zeer uitgebreid. De goedkoopste kun je
samen met een set van 4 oplaadbare batterijen soms al voor rond de 10 euro kopen.
Deze goedkope laders laden een setje van 4 NiMH batterijen van 1.500 mAh in 13
tot 20 uur (Fameart Model No PCO1E en Hдhnel TC plus). bij deze simpele laders
zul je zelf de laadtijd in de gaten moeten houden en de batterijen op tijd uit
de lader moeten halen.
Wanneer je de batterijen echt wil vertroetelen, kun je beter een wat duurdere
intelligente lader kopen. Bij dit soort laders kun je kiezen voor de volgende
cyclus: ontladen (voorkomt geheugeneffect bij de traditionele oplaadbare Nicad
batterijen), snelladen en druppelladen. Bij de wat simpele bij de Hema
verkrijgbare versie stel je onder op het apparaat met een schuifje de capaciteit=duur
van de lading van de batterijen in en boven op het apparaat kun je kiezen voor
eerst ontladen en daarna laden of gelijk laden. Na de ingestelde tijd gaat hij
over tot druppelladen om de lading op peil te houden. De allernieuwste
intelligente laders (bijvoorbeeld de FRIWO Exclusif Ultra Quick plus) detecteren
zelf wanneer de batterijen geladen zijn en gaan dan automatisch over tot
druppelladen. Dit nieuwste type laders laadt vier 1.800 mAh. NiMH batterijen in
ruim drie uur. Sommige laders bieden je tevens de mogelijkheid om je batterijen
in de auto op te laden.
Een aantal fabrikanten brengt snelladers op de markt die een set batterijen
binnen een uur opladen. Maar elke snellader die sneller dan drie uur over een
lading doet Kun je maar beter mijden. Oplaadbare batterijen zijn ontworpen om
geladen te worden met een spanning van 1/10 van het vermogen van de batterij in
mAh. Voor een 1.000-1.200 mAh. NiCd of NiMH batterij, die op 100 mA. wordt
geladen betekent dit dus een laadtijd van rond de 10-12 uur. Geforceerde lading
kan de levensduur en de capaciteit van je batterijen nadelig beпnvloeden.
Hitte en overlading zijn de belangrijkste oorzaken van schade aan oplaadbare
batterijen. Een "intelligente" lader zal zowel de temperatuur als de spanning in
de gaten houden om zodoende te komen tot een optimale (dus zo snel als maar
veilig is) laadcyclus. Gebruik je daarentegen een goedkope snellader die een set
batterijen binnen een uur claimt te laden, dan loop je het gevaar dat je
batterijen oververhit raken, waardoor ze onherstelbaar worden beschadigd, of in
het gunstigste geval, hun levensduur en capaciteit aanzienlijk worden
gereduceerd.
Heb je bij je eenvoudige lader nieuwe batterijen met een hoger vermogen gekocht
dan in de bijgeleverde tabel voorkomt, dan kun je zelf met onze
Batterijlader Calculator uitrekenen hoe lang ze maximaal aan de
lading mogen.
Zelfs een gewone lader kan je batterijen beschadigen, wanneer je de batterijen dagen achter elkaar aan de lading laat zitten. batterijen houden er niet van om overladen te worden en door de batterijen in de lader te laten zitten bekort je hun levensduur. Vooral NiMH-batterijen zijn gevoelig voor langdurige lading, alhoewel druppelladen bij de betere laders geen kwaad schijnt te kunnen. Kies dus een lader die na de juiste laadduur automatisch stopt, of wanneer je het zelf doet, houdt de laadduur nauwkeurig in de gaten en verwijder dan direct de batterijen uit de lader. Wanneer je de batterijen goed behandelt, zullen ze optimaal presteren en een langere levensduur hebben, waardoor je dus geld kan besparen.
Tot slot nog een paar belangrijke batterijtips om de levens- en/of gebruiksduur te verlengen:
Of je nu werkt met een traditionele fotocamera of een digitale camera, hoe licht of hoe donker een afbeelding wordt is afhankelijk van de belichting. Een juiste belichting wordt - naast een goede objectkeus en een goede compositie - beschouwd als ййn van de belangrijkste voorwaarden voor een geslaagde foto. Ook wanneer je werkt met een automatische camera waarbij je zelf niets kunt instellen, is het belangrijk dat je de verschillende factoren kent die invloed hebben op de belichting, zoals sluitertijd, diafragma en ISO-waarde, zodat je de mogelijkheden en beperkingen van je digitale camera leert kennen. In deel drie van deze Basiscursus zullen we daarom wat dieper ingaan op dit aspect van de fotografie.
[Belichting]
De belichting is de hoeveelheid licht die de CCD/CMOS-chip/film ontvangt. Je
camera bepaalt deze lichthoeveelheid afhankelijk van de grootte van het
diafragma (de lensopening) en de tijd dat de sluiter open staat. Door deze beide
grootheden te variлren kun je niet alleen onder verschillende
lichtomstandigheden zorgen voor een juiste belichting, maar kun je tevens de
scherptediepte bepalen en bewegingen bevriezen. In de onderstaande tabel
worden deze variabelen en hun onderlinge samenhang schematisch weergegeven.

[Sluitertijden]
De meeste digitale camera's hebben een vaste reeks sluitertijden: 8, 4, 2, 1,
1/2, 1/4, 1/8, 1/15, 1/30, 1/60, 1/125, 1/250, 1/500 en 1/1000 seconde. De
nieuwste generatie digitale camera's heeft zelfs al sluitertijden tot 1/2000
sec.! Op de meer eenvoudige camera's ontbreekt de instelmogelijkheid voor de
sluitertijd en zal de belichtingstijd door de camera automatisch worden bepaald.
Bij de sluitertijden is elke volgende stop op de schaal steeds de helft van de
voorgaande stop: een stop van 1/30 laat twee keer zo veel licht op de CCD vallen
als 1/60 sec. De sluitertijd bepaalt voor een belangrijk deel de
bewegingsonscherpte op een foto. Bij lange sluitertijden zal niet alleen het
totale beeld onscherp zijn, als gevolg van bewegingen van de camera, maar ook
een bewegend onderwerp, bijvoorbeeld een rijdende auto, zal als een waas op de
foto verschijnen. Snel bewegende onderwerpen moet je dus met een hoge
sluitertijd (1/125 sec. of korter) fotograferen, om de beweging a.h.w. te
bevriezen.
De foto hiernaast van het vuurwerk is genomen met een extreem lange sluitertijd
van 8 seconden, waarbij de camera op een statief was geplaatst. Door de lange
sluitertijd krijg je een goed beeld van het uiteenspattende vuurwerk, waarbij er
mooie lange lichtsporen ontstaan.
[Diafragma of Lensopening]
De lensopening of het diafragma wordt weergegeven in zogenaamde f-stops.
Een veel voorkomende reeks diafragmawaarden is bijvoorbeeld f2, 2.8, 4, 5,6, 8,
11, 16 en 22. Hierbij staat de kleinste f-stop voor de grootste diafragma-opening
en de grootste f-stop voor de kleinste lensopening. Net als bij de sluitertijden
is elke volgende waarde het dubbele van de voorgaande: f4 laat dus twee keer zo
veel licht op de CCD vallen als f5.6. Het ingestelde diafragma bepaalt ook de
scherptediepte van je foto's. Bij camera's met een zoomlens neemt de
lichtgevoeligheid af naarmate er meer wordt ingezoomd. Dit laatste zul je
regelmatig merken wanneer je onder minder gunstige omstandigheden gebruik maakt
van de telemogelijkheid van je camera. Vaak is het namelijk zo dat de
scherpstelautomaat naarmate je meer inzoomt slechter kan functioneren in
schemerige omstandigheden. Soms lukt het dan niet om de automaat te laten
scherpstellen. Dit laatste probleem kun je oplossen door weer terug te zoomen
naar de groothoek stand. De lens vangt weer meer licht en de camera kan nu wel
scherp stellen.
In de onderstaande afbeelding zie je een zgn. belichtingstrap. Hierbij is
het zelfde onderwerp bij de zelfde sluitertijd met verschillende
diafragma-openingen gefotografeerd. Bij een diafragma van f5,4 krijg je in dit
geval het beste resultaat. Vakfotografen maken vaak gebruik van
belichtingstrapjes (bracketing), zodat ze uiteindelijk altijd minstens 1
goed belichte foto hebben.
[Scherptediepte]
Scherptediepte is de afstand voor en achter het punt waarop je scherpstelt (focuspunt)
die aanvaardbaar scherp is. De scherptediepte kan variлren door verandering van
het diafragma: bij een volledig open diafragma heb je een geringe en bij een
dicht diafragma een grote scherptediepte. Ook de opnameafstand is van invloed op
de scherptediepte: hoe dichterbij je scherpstelt, des te korter wordt de
scherptediepte bij dezelfde diafragmaopening. Door deze wetmatigheid zal je dus
altijd een grote scherptediepte krijgen wanneer je op oneindig instelt, zelfs
met een grote lensopening. Dit is dan ook de reden dat (in de stand oneindig
gemaakte) landschapsportretten altijd een grote scherptediepte hebben. Bij het
ene onderwerp is een kleine scherptediepte en bij weer een ander onderwerp een
grote gewenst. Wanneer je bijvoorbeeld een onderwerp wilt isoleren ten opzichte
van een onscherpe achtergrond, moet je een groter diafragma gebruiken. Wil je
zowel de voorgrond als de achtergrond scherp hebben, dan zul je dus voor een
klein diafragma (is hoge f-stop-waarde) moeten kiezen. Wanneer je camera is
uitgerust met een zoomlens, zul je zien dat de scherptediepte afneemt wanneer je
verder inzoomt op het onderwerp. Naarmate het brandpunt van de lens langer wordt,
neemt de scherptediepte af. Bij de foto's op de Vogelgalerij kun je dit
duidelijk zien: omdat deze foto's op maximale zoomstand en ook nog eens door een
20x vergrotende telescoop (= extreem lang brandpunt) zijn genomen, is er haast
geen scherptediepte, alleen het onderwerp is dus scherp.
[ISO-waarden]
Om het verhaal nog wat verwarrender te maken introduceren we nu nog een derde
variabele; de zogenaamde ISO-waarde. In de traditionele fotografie hebben de
foto-rolletjes een ISO-getal dat de lichtgevoeligheid van de film aangeeft. Hoe
hoger het getal, hoe 'sneller' de film, oftewel hoe sneller de film op het licht
reageert, zodat je een snellere sluitertijd of een kleinere lensopening kunt
gebruiken. De getallen waarin filmsnelheden worden uitgedrukt bevinden zich (net
als de sluitertijden en de diafragmawaarden) op een verdubbelende of halverende
schaal. Een 50 ISO-film heeft dus twee keer zo veel licht nodig als een 100
ISO-film om tot een zelfde belichting te komen.
| Traag | Medium | Snel | Supersnel | ||
| 25 - 50 | 100 - 200 | 400 - 800 | 1600 - 3200 ISO | ||
| 1) International Standards Organisation Trage films hebben het meeste licht nodig, supersnelle het minste Bron: Davies, A.,Fotografietechnieken, p. 19 |
|||||
Bij de digitale fotografie drukt men de gevoeligheid van de CCD eveneens uit in zogenaamde ISO-equivalenten. De meeste digitale beginnerscamera's hebben vaak een ISO-waarde tussen de 50 en 100, hetgeen inhoudt dat deze camera's heel veel licht nodig hebben om een goed belichte foto te kunnen maken. De wat modernere en duurdere (semi-)professionele camera's hebben variabele ISO-waarden van 100, 200, 400 en soms 800; nog steeds weinig vergeleken bij het bereik van 25-3200 ISO van standaardfilm. Bij het verhogen van de ISO-waarde maakt de digitale camera een aantal elektronische aanpassingen, waardoor er bij hoge ISO-waarden een korreliger beeld met vervuiling ontstaat. Beeldsensoren zijn gevoeliger voor ruis dan de traditionele snelle filmrolletjes en produceren (nu nog) een slechtere kwaliteit.
[Automatische Belichting]
Bijna alle digitale camera's zijn uitgerust met een automatische belichting,
waarbij een belichtingsmeter de hoeveelheid licht meet en de belichting
automatisch voor je instelt. De lichtmeter ziet de wereld als een grijskaart met
een gemiddelde grijswaarde (de gemiddelde grijswaarde reflecteert 18% van het
licht dat erop valt) wat weer overeenkomt met de grijswaarde van de gemiddelde
foto. In de meeste omstandigheden voldoet deze methode uitstekend.
Daarnaast kun je bij de meeste camera's ook nog voor verschillende
meetmethoden kiezen:
[Belichtingscompensatie]
De belichtingsautomaten van de nieuwste digitale camera's zijn zo
geavanceerd, dat je er in de meeste situaties helemaal op kunt vertrouwen. Toch
zijn er een aantal bijzondere omstandigheden waarin je zelf iets slimmer moet
zijn dan je belichtingsmeter. Met de belichtingscompensatie kun je de
belichting die de camera met de automatische belichting kiest naar boven of naar
beneden bijstellen. Hoe je de belichtingscompensatie instelt varieert per
camera, maar meestal kun je kiezen uit +2, +1, 0, -1 en -2 stop. Door te kiezen
voor een positieve waarde belicht je de CCD ruimer en zal de afbeelding
lichter worden; door voor een negatieve waarde te kiezen wordt de afbeelding
korter belicht, dus donkerder. Denk er om dat bij de digitale fotografie
donkere objecten meestal minder hoeven te worden gecompenseerd dan in de
traditionele fotografie. Ook kun je een (te) donkere afbeelding later altijd nog
in een beeldbewerkingsprogramma lichter maken. Te lichte afbeeldingen, met
uitgebeten witte plekken (de zgn. hotspots) zijn daarentegen achteraf
niet meer te herstellen.
[Bijzondere lichtomstandigheden]
Wat zijn nu de omstandigheden waarbij je de ingebouwde belichtingsmeter moet
compenseren? Alle lichtmeters meten het licht dat weerkaatst wordt op jouw
onderwerp. Nog belangrijker is dat de meters gekalibreerd zijn om de juiste
belichting te geven als ze in aanraking komen met onderwerpen die ongeveer 18%
van het licht dat op hen valt reflecteren. Deze 18% die gereflecteerd wordt kan
visueel voorgesteld worden als een middengrijze kleur. Dus stel je voor hoe
middengrijs er uitziet (stoeptegels, of een vale spijkerbroek) en houdt dat
beeld vast. Om met behulp van de ingebouwde belichtingsmeter een goede
belichting te krijgen moet het onderwerp wat je fotografeert een reeks tonen
bevatten die wat reflecteren betreft gelijk zijn aan grijstinten. Wanneer deze
tonen ver naast de gemiddelde waarde liggen is je belichtingsmeter niet in staat
om dit verschil te herkennen. Dit houdt in dat taferelen met veel lichte tonen
zoals een sneeuwlandschap of witte bloemen tegen een lichte achtergrond
onderbelicht worden en onderwerpen met veel donkere kleuren zullen overbelicht
worden. De onderstaande tabel kan als richtlijn worden gebruikt bij deze
afwijkende situaties (bij centraalmeting):
| Onderwerp | Compensatie | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Sneeuwlandschap in helder zonlicht | + 2 stops | ||||
| Sneeuwlandschap bij bewolkt weer | + 1,5 stop | ||||
| Wit onderwerp dat het kader vult | + 2 stops | ||||
| Klein onderwerp tegen witte achtergrond | + 2 stops | ||||
| Groot onderwerp tegen witte achtergrond | + 1 stop | ||||
| Landschap onder een heldere hemel | + 1 - 3 stops | ||||
| Onderwerp fel verlicht door de zon | + 2 stops | ||||
| Klein onderwerp tegen donkere achtergrond | - 2 stops | ||||
| Groot onderwerp tegen donkere achtergrond | - 1 stop | ||||
| Donker voorwerp dat het kader vult | - 2 stops | ||||
In de onderstaande voorbeeldfoto,
zie je dat de sneeuw zonder belichtingscompensatie grauw en grijs is omdat de
belichtingsmeter de situatie verkeerd beoordeelde. Het betrof een sneeuwsituatie
bij een bewolkte hemel, dus was een compensatie van + 1,5 stop voldoende om de
sneeuw weer wit te maken. Omdat de juiste compensatie per camera verschilt
adviseren we je om veel met je eigen camera te experimenteren, zodat je zelf de
compensatiewaarden kunt bijstellen.
Eйn van de meest voorkomende bewerkingen die we met een fotobewerkingsprogramma uitvoeren is het rechtzetten en opnieuw uitsnijden van een foto. Omdat we niet altijd even goed opletten of we de camera wel goed horizontaal houden (een statief kan hierbij uitkomst bieden) en ook menig gescande foto toch nog scheef op de scanner blijkt te hebben gelegen, willen we dit foutje uiteindelijk voordat we de foto afdrukken letterlijk en figuurlijk "rechtzetten". In vrijwel alle fotobewerkingssoftware is dit probleem met enkele muisklikken eenvoudig te verhelpen. In deze workshop behandelen we deze procedure aan de hand van het fotobewerkingsprogramma Photoshop. We kiezen nu speciaal voor Photoshop omdat er in dit programma een zeer eenvoudige mogelijkheid is opgenomen om de horizon zuiver recht te laten zetten door het programma zelf. We gebruiken hiervoor het Measure-gereedschap.
digitale ellende voorkomen:
Megapixel Hoe meer hoe beter is gewoon waar, U moet zelf natuurlijk wel weten wat uw budget is. Een 4 of 5 megapixel camera aanschaffen en die altijd op 1 of 2 megapixel zetten (dan gaan er lekker veel foto's op de kaart) is een foute aanschaf, kwaliteit van die foto's is laag zie tabel. Let op fabrikanten van B-merken adverteren ook veel met 4 megapixel camera's voor een te gekke prijs, hierin zit dan oude type CMOS chip van 2 megapixel, die softwarematig er pixels bij verzint, kwaliteit is ver onder die van gerenomeerde fotomerken. Volgens internationale richtlijnen is dit verboden. Veelal staat er dan 4 Megapixel Output, dan moet U dus opletten.
Resolutie Hiervoor geldt het zelfde als voor megapixel, hoe meer hoe beter, ook hiermee proberen verkopers van B-merken uw euro's uit uw zak te kloppen. Een 2 megapixel camera heeft geen resolutie van 2272 x 1704 pixels, ook dit is erbij verzonnen.
Zoombereik Er is een heel groot verschil tussen optische zoom en digitale zoom. Alleen optische zoom is echte zoom, met digitale zoom gebruikt U een deel van de chip. Een 3 megapixel camera met 3 x optische zoom blijft foto's geven van 3 megapixel, een 3 megapixel camera 3x digitaal ingezoomd geeft 1 megapixel foto, u verliest dus heel veel bij digitale zoom.
Fotokwaliteit Op de tabel
kunt U zien hoeveel megapixel U nodig heeft voor goede of redelijke kwaliteit
foto.
Het is natuurlijk altijd mogelijk een redelijk tot goede kwaliteit foto
te krijgen van een groter formaat, met software is er heel wat haalbaar, maar
als u foto's onbewerkt wilt laten afdrukken is tabel een goede richtlijn.
Jpeg Nagenoeg alle camera's gebruiken dit bestand om foto's op te slaan. De foto's worden gecomprimeerd op card opgeslagen, hoe groter de compressie hoe kleiner bestand op card is, maar ook hoe slechter de kwaliteit van de foto. Beste kwaliteit is altijd aan te raden zeker als u vergrotingen met goede kwaliteit wilt maken. Meestal is Fine instelling - bij sommige merken Hi instelling - bij Olympus is SHQ instelling de beste kwaliteit.
Verzekering Officieel geeft fabrikant 1 jaar garantie op camera's, ze zijn echter door Europese wetgeving verplicht 2 jaar garantie te verlenen, aanvullende verzekering kunt u het goedkoopst zelf af sluiten bij uw eigen verzekeringsagent. U sluit dan een zogenaamde kostbaarhedenverzekering af, in combinatie met uw inboedelverzekering kost dit ca. 20 tot 30 per 1000.
Wij bespreken in deze workshop het rechtzetten en bijsnijden
van een afbeelding met het pakket Photoshop 5.5 (of een hogere versie).
Dit is momenteel het beste programma om op een professionele manier afbeeldingen
mee te bewerken. Helaas is het een vrij duur programma voor amateur-fotografen
om aan te schaffen. Dit is dan ook de reden dat bij sommige camera's een
eenvoudige versie van Photoshop gratis wordt meegeleverd. Deze Photoshop
Elements en Photoshop LE hebben niet alle mogelijkheden die je in de
uitgebreide versie wel hebt. Het kan dus zijn dat je in die versies tevergeefs
naar het Measure Gereedschap zult zoeken, omdat deze optie niet aanwezig
is. Aan het slot van deze workshop zullen we daarom ook vertellen hoe je een
foto alleen met het Cropping Gereedschap recht kan zetten.
Stap 1. Open de te bewerken foto in Photoshop.

Stap 2. Kies bij Tools » het Measure Tool » je herkent dit aan het symbool van een liniaaltje.

Stap 3. Trek nu met het Measure Tool een lijn langs de horizon, of
langs een lijn op de foto die horizontaal dient te lopen.

Stap 4. Open in de menubalk de optie Image » Rotate Canvas » Arbitrary...

Stap 5. Er opent zich een schermpje
met de titel Rotate Canvas waarin Photoshop aangeeft met welke hoek en in
welke richting de foto gedraaid moet worden om de horizon ook echt recht te
krijgen. Je hoeft nu alleen nog maar op OK te klikken.

Stap 6. Kies nu bij Tools » het Cropping Tool om de foto
weer goed bij te snijden. Je doet dit door met de ingedrukte linker muisknop
over de foto te slepen. Je kunt dit later nog nauwkeuriger bijstellen door op de
sleepblokjes te gaan slaan en de rechthoek naar wens kleiner of groter maken.
Wanneer je tevreden bent klik je twee keer op de foto en worden de randen eraf
gesneden.

Stap 7. Wanneer alles is goedgegaan
heb je nu een rechte en goed uitgesneden foto die klaar is om afgedrukt te
worden.

Stap 2a. Wanneer je een eenvoudige versie van Photoshop hebt moet je de
foto handmatig rechtzetten. Kies hiervoor bij Tools » het Cropping
Tool Vervolgens selecteer je de hele afbeelding, door met de ingedrukte
linker muisknop over de foto te slepen totdat je het hele beeld geselecteerd
hebt. Door op een van de roteerhoekjes aan de uiteinden van de diagonalen te
gaan staan zie je dat de cursor verandert in een draaipijlje je kan nu met de
muis de afbeelding rechtdraaien. Wanneer je tevreden bent klik je twee keer op
de foto en wordt deze rechtgezet. Tenslotte maak je met het Cropping gereedschap
een nieuwe uitsnede en snij je de randen eraf (Stap 6).

De meeste digitale camera’s zijn tegenwoordig uitgerust met
een zoomobjectief. Amateurfotografen gebruiken hun zoomlens gewoonlijk
hoofdzakelijk om beeldvullend te fotograferen; er wordt net zo lang op een
onderwerp in- of uitgezoomd totdat het kader geheel wordt gevuld. Dat het
objectief in de groothoekstand geheel andere optische eigenschappen bezit dan in
de telestand is helaas minder bekend. Op deze pagina willen we je deze
verschillen zo goed mogelijk proberen duidelijk te maken aan de hand van een
aantal voorbeelden, zodat je daarna de creatieve mogelijkheden van je zoomlens
nog beter kunt benutten.
Ook nu zullen we eerst weer iets dieper op de bouw van een digitale camera
ingaan, voordat we het gebruik van de zoomlens gaan behandelen. Wanneer er wordt
gesproken van een zoom- of telelens, wordt hieronder ook de groothoek- en
telestand van je zoomlens verstaan.
De brandpuntsafstand (zoommogelijkheid) van een digitale
camera wordt meestal uitgedrukt in zogenaamde kleinbeeld (35 mm.) equivalenten.
Omdat de lichtgevoelige chip (CCD/CMOS) van een digitale camera heel erg klein
is (ongeveer 7,0 x 5,3 mm.), kan er ook worden volstaan met zeer korte
brandpuntsafstanden. Om de ervaren fotografen toch wat houvast te geven wordt
bij de specificaties van de zoomlenzen van digitale camera’s opgegeven hoe groot
de brandpuntsafstanden zijn vergeleken bij het kleinbeeld formaat. Deze waarden
variлren meestal van 35 tot 110 mm in kleinbeeld equivalenten. Eigenlijk zou het
logischer zijn om de beeldhoek als uitgangspunt te nemen, omdat deze bij elk
formaat een constant gegeven is. Toch heeft men er de voorkeur aan gegeven de
brandpuntsafstand als maatstaf te nemen, en deze varieert dus per formaat.
In de onderstaande afbeelding wordt dit wat abstracte fenomeen verduidelijkt aan
de hand van een eenvoudig voorbeeld. Om een beeldhoek van 59 graden te krijgen
is de brandpuntsafstand voor een kleinbeeldcamera met een beelddiagonaal van 43
mm., 38 mm., terwijl de brandpuntsafstand voor een digitale camera met een CCD
met een beelddiagonaal van 8 mm. (1/2”) slechts 7 mm. bedraagt.
Camerafabrikanten die hun digitale camera’s geschikt willen maken voor
kleinbeeld wisselobjectieven proberen de lichtgevoelige chip dan ook zo groot
mogelijk te maken. Zo is de CMOS-chip van de digitale Canon EOS D30 23 x
15 mm. Toch nog steeds kleiner dan het kleinbeeldformaat van 36 x 24 mm., zodat
men nog rekening moet houden met een vermenigvuldigingsfactor van 1,5. Een 28
mm. groothoek werkt dan uiteindelijk als een standaardobjectief van 42 mm.
Omdat de gemiddelde amateur echter een digitale camera heeft met een niet verwisselbaar zoomobjectief en een kleine CCD, blijven we even stilstaan bij de specifieke eigenschappen van deze lenzen:
Veel eenvoudige camera’s zijn uitgerust met een objectief met een vast brandpunt. Door het begrip digitale zoom te introduceren doen de fabrikanten ons geloven dat je met deze camera’s ook kunt inzoomen. Helaas is dit niet mogelijk. Het enige wat je met de digitale zoommogelijkheid doet is een uitsnede maken uit een deel van het beeld. Hierdoor zal de resolutie afnemen, waardoor de kwaliteit van het beeld slechter wordt. Het beste kun je deze digitale zoommogelijkheid niet gebruiken en wanneer het echt nodig is kun je later met de beeldbewerkingsoftware alsnog de definitieve uitsnede bepalen.
Bijna alle betere digitale amateurcamera’s zijn voorzien van een zoomlens. Het zoombereik ligt meestal ergens tussen de 35 en 110 mm., in kleinbeeld equivalenten, met uitschieters naar de 200 mm. Het principe van een zoomobjectief is eenvoudig. Als de afstand tussen twee lenselementen veranderd wordt, dan verandert ook de brandpuntsafstand. Tegelijkertijd veranderen ook andere dingen, zoals de afstand van het objectief tot de lichtgevoelige chip, de diafragmawaarde, de scherptediepte etc.. Zoomobjectieven bieden een groot aantal voordelen. Je kunt sneller werken omdat je met ййn lens iedere gewenste brandpuntsafstand in kunt stellen, hebt meer mogelijkheden m.b.t. de keuze van een standpunt en je kunt de beeldbegrenzing zeer precies vastleggen. Het gebruik van een zoomobjectief leidt dus al snel tot betere composities. Door in- of uit te zoomen kun je immers precies dat deel van de omgeving inkaderen wat je op de foto wilt hebben. Vooral bij digitale camera’s met een lagere resolutie is dit van belang omdat je daardoor later in je beeldbewerkingsprogramma geen waardevolle pixels hoeft weg te gooien bij het bepalen van de definitieve uitsnede. Het is belangrijk dat je er op let dat bij het inzoomen ook de scherptediepte verandert. Bij de normale (35-50 mm.) stand is de scherptediepte het grootst, om geleidelijk bij het inzoomen naar de telestand af te nemen.
Wil je het standaardbereik van je zoomlens nog verder uitbreiden dan levert een aantal camerafabrikanten hiervoor zogenaamde converters, lenzen die je voor je zoomobjectief kunt schroeven, die het bereik in de tele-stand kunnen verdubbelen (soms verdriedubbelen), of die het bereik tot 24mm. groothoek kunnen uitbreiden.
Geen zoomstand/lens is zo moeilijk te gebruiken als de groothoek. Pas wanneer je de eigenschappen van een groothoeklens kent, kun je de mogelijkheden ten volle benutten. Zoals al eerder op deze pagina werd opgemerkt hebben de zoomobjectieven van digitale consumenten camera’s standaard slechts beperkte groothoek mogelijkheden. De meeste zoomobjectieven blijven bij 35 mm. kleinbeeld eq. steken (alleen de nieuwe Nikon Coolpix 5000 en de Minolta Dimвge 7 vormen momenteel met hun 28 mm. in de groothoekstand een uitzondering op deze regel). Wil je de hoek nog verder vergroten, dan zul je gebruik moeten maken van groothoek converters; lenzen die voor het zoomobjectief worden geplaatst. Door het plaatsen van een converter zul je ook te maken krijgen met lensfouten, zoals tonvormige vertekening en chromatische afwijkingen. Voordat we gaan vertellen wat je aan deze fouten kunt doen, laten we eerst de speciale kenmerken van de groothoek de revue passeren:
De ervaren fotograaf kan dus de eigenschappen van de groothoeklens uitbuiten om de dieptewerking van de foto’s te vergroten; eventueel tot karikaturale proporties!
Aan het gebruik van extreme groothoekstanden zijn echter ook een aantal nadelen verbonden. Wanneer je de camera schuin omhoog houdt zullen de verticale lijnen extreem convergeren (als deze convergentie vermeden moet worden moet je de camera horizontaal houden). Naar de randen toe is er ook bij de duurste lenzen vaak sprake van tonvormige vertekening. Deze vertekening is echter met Panorama Tools, een gratis plugin voor Photoshop, eenvoudig te corrigeren, zonder dat de kwaliteit van de foto hier merkbaar onder heeft te lijden. We zullen hier binnenkort op deze homepage nog uitgebreid terugkomen. Ook kunnen er door het gebruik van groothoekconverters chromatische kleurfouten optreden. Deze afwijkingen vind je vaak op de grens van licht en donker in de vorm van rode en/of blauwe randjes. Ook deze fouten kunnen tamelijk eenvoudig in Photoshop worden gecorrigeerd.
Wanneer we vanuit de 28 mm. groothoekstand inzoomen tot ongeveer 35 - 50 mm. zijn we vanzelf in het bereik van het standaardobjectief gekomen. Sommige eenvoudige digitale camera’s met een vast objectief hebben vaak een brandpuntsafstand die overeenkomt met een 50 mm. standaardobjectief (weer in kleinbeeld eq.). Ook op de zoomlenzen komt deze brandpuntsafstand voor. Het kenmerk van de 50 mm.-stand is dat deze beeldhoek grotendeels overeenkomt met de gezichtshoek van de mens. Eigenlijk kun je met deze brandpuntsafstand de meest voorkomende situaties aan: reportagefotografie, snapshots, formaatvullende dichtbijfotografie, alles behoort hiermee tot de mogelijkheden.Terwijl er toch redelijk veel op de foto staat, komt het er niet zo klein op als in de groothoekstand. Door de ruime scherptediepte en de geringe vertekening is deze stand ideaal voor architectuuropnames. In deze stand vertonen de meeste zoomlenzen tevens de minste vertekening of lensfouten. Door de diafragma-opening te variлren kun je verder nog (bij digitale fotografie in beperkte mate) spelen met de scherptediepte: een grote diafragmaopening (klein getal) voor selectieve scherptediepte en een klein diafragma (groot getal) voor een grote scherptediepte.
Vanaf de 60 mm. komen we in het bereik van de telelenzen. Tot aan de 135 mm. spreken we van matig tele, van 135 – 200 van tele, en vanaf 200 mm. van supertele. Zoals we al aan het begin van dit artikel hebben opgemerkt is het grote bereik in de tele-stand een van de kenmerken van een digitale camera. Door het kleine oppervlak van een CCD kan immers worden volstaan met korte brandpunten. Hierdoor hebben digitale camera’s ondanks hun compacte bouw vaak een enorm telebereik, soms wel tot 500 mm. in kleinbeeld equivalenten (10 x zoom). Ook nu laten we weer de belangrijkste kenmerken de revue passeren:
Met de telelens krijg je dus een klein deel van het onderwerp groot op de foto. Dit laatste is ideaal wanneer je maar een deel van het beeld op de foto wilt hebben, zoals bijvoorbeeld bij dieren in de dierentuin, of gewoon omdat je er niet dichterbij kunt komen. Daarnaast biedt de telelens je de mogelijkheid om gebruik te maken van selectieve scherptediepte. Jij bepaalt welk deel van de foto belangrijk is en dus scherp op de foto moet staan.
In de uiterste telestand zal je zoomlens waarschijnlijk een lichte kussenvormige vertekening vertonen en ook de kans op kleurfouten begint toe te nemen. Ook deze verschijnselen zijn in Photoshop en met Panorama Tools goed te corrigeren. Door het vergrotend vermogen van de telelens zijn deze opnames gevoelig voor onscherpte als gevolg van trillingen in de camera. Bij kleinbeeldcamera's gaat men bij telelenzen uit van de volgende vuistregel: sluitertijd = 1/brandpuntsafstand. Met een 125 mm. telelens mag je dus een maximale sluitertijd van een met 1/125 seconde gebruiken om nog uit de hand te kunnen fotograferen. Deze vuistregel kun je ook prima aanhouden voor je digitale camera. Kortom gebruik bij telefotografie zo veel mogelijk een statief.
Volledigheidshalve mag in ons lensoverzicht de macrostand niet ontbreken. Juist omdat digitale camera's zeer geschikt zijn voor macro- of dichtbij fotografie. Had je voor je kleinbeeldcamera allerhande voorzetlenzen, een balg of tussenringen nodig, bij de meeste digitale camera's is het voldoende om in het menu te kiezen voor de macrostand, of is het verzetten van een schuifje al voldoende om het onderwerp soms tot op 2 cm. te kunnen benaderen. Hiermee open je de poorten van de fascinerende wereld van de macro-fotografie. Binnenkort zullen we een special aan deze boeiende vorm van fotografie besteden.
Met een digitale camera voorzien van een zoomlens staat je een
oneindig aantal brandpuntsafstanden ter beschikking. Hiermee kun je niet alleen
exact bepalen wat er allemaal op je foto te zien zal zijn: in de groothoekstand
veel, maar klein of in de telestand weinig maar groot; tevens bepaal je welk
deel van de foto je scherp en welk deel je vaag wilt hebben. Ten slotte kun je
nog bewust gebruik maken van de optische eigenschappen van de zoomlens: ga je
het perspectief bewust uitrekken of druk je het perspectief samen. In het midden
van de vorige eeuw adviseerde de fotopublicist Dick Boer zijn lezers om zich
gedurende een bepaalde periode uitsluitend bezig te houden met het fotograferen
van ййn onderwerp. Hierdoor zouden ze alle aspecten van dat onderwerp goed onder
de knie krijgen. Een halve eeuw later sluiten wij ons graag bij hem aan. Om de
bijzondere optische eigenschappen van de zoomlens goed te leren gebruiken
adviseren we je om een dag lang alleen maar in de uiterste groothoekstand te
fotograferen. Hierbij moet je proberen de bijzondere eigenschappen van het
groothoekperspectief zo veel mogelijk uit te buiten. Wanneer je dit onder de
knie hebt kun je vervolgens overgaan tot een dagje telefotografie. Op deze
manier kun je later de creatieve mogelijkheden van je zoomlens het beste
benutten. We wensen je hierbij, zoals altijd, natuurlijk weer veel plezier!

Vignetteren is een techniek die vroeger in de donkere kamer veel werd
toegepast. We hebben allemaal wel foto's uit de oude doos waarbij ййn van onze (over)grootouders
afgebeeld wordt in een romantisch ovaal kader. Soms lijkt het ook alsof de
randen om het portret geleidelijk vervagen bij de contouren. Beide technieken,
het ovale kader met de harde of geleidelijke afscheiding en de geleidelijke
vervaging bij de contouren, werden achteraf door de fotograaf in de doka
toegepast. Hij bereikte dit effect door bij het belichten een stuk karton,
waaruit een ovaal was gesneden, over het fotopapier heen te leggen. Hierdoor
werd het papier alleen binnen dit ovaal belicht en bleef de rand wit. Bij de rij
bovenstaande foto's is de meest linkse op deze manier gemaakt. Wilde de
fotograaf de randen wat grilliger en vager laten verlopen dan dekte hij tijdens
het belichten alleen de randen af en bewoog hij het karton zodat de randen vaag
werden (zie de beide middelste foto's). Vooral deze laatste techniek vereiste
heel wat vakmanschap.
Er zijn verschillende redenen te noemen om voor de vignetteertechniek te kiezen. Allereerst kan een (ovaal) kader de zeggingskracht van een foto versterken. Vignetten hebben tevens een concentrerende werking, omdat ze het omringende geheel uitschakelen en de blik slechts op het hoofdonderwerp concentreren. Verder kan deze techniek uitkomst bieden wanneer er te veel afleidende elementen in de foto voorkomen. Vooral bij amateur-foto's komt het vaak voor dat ongewilde elementen het beeld verstoren. Omdat een amateur-fotograaf geen studio tot zijn/haar beschikking heeft (en meestal ook niet al te lang nadenkt over de achtergrond) is dit ййn van de meest voorkomende euvels in een amateur-foto. Door nu het belangrijkste onderwerp te isoleren en de storende elementen te laten vervagen wint de foto aan zeggingskracht. Tot slot heeft een goed gevignetteerde (portret)foto een romantische uitstraling. Het spreekt voor zich dat deze techniek gebruikt kan worden voor alle mogelijke onderwerpen en elke willekeurige vignetvorm (tot sleutelgat toe) gebruikt kan worden.
Zoals bij veel bewerkingen die vroeger in de (natte) doka veel
vakmanschap vereisten, is het vignetteren met een beeldbewerkingprogramma erg
gemakkelijk uit te voeren. Met ййn van de selectiegereedschappen markeer je het
te behandelen gebied, je kiest de omgekeerde selectie, stelt vervolgens de
doezelstraal in (wanneer je vage contouren wilt) en schuift de
verzadigingsschuif naar de heldere kant voor een wit kader en naar de donkere
kant voor een zwart kader. Zo eenvoudig als het klinkt is het in werkelijkheid
ook. In de onderstaande workshop zullen we het voor Photoshop voordoen, maar het
principe werkt in alle betere fotobewerkingsprogramma's.
Stap 1. Open de te bewerken foto in Photoshop. Kies nu uit de
gereedschapset het ovale selectiekader. Sleep dit over de afbeelding, terwijl je
de linker muisknop ingedrukt houdt. Je kan deze bewerking een paar keer moeten
herhalen eer je het juiste kader hebt getrokken.

Stap 2. Vervolgens klik je op de rechter muisknop en kies je in het menu
voor Select inverse (omgekeerde selectie).
Hiermee heb je het gebied geselecteerd dat je een andere kleur wil geven.
Wanneer je een strak vignet wil ben je nu wat de selectie betreft klaar en kun
je direct doorgaan naar stap 4. Wanneer je de randen geleidelijk wilt laten
vervagen ga je naar stap 3.

Stap 3. Om de doezelstraal in te
stellen, kies je nu in het zelfde keuzemenu voor Feather Selection en
stel je de straal op ongeveer 30 pixels.

Stap 4. Open in de menubalk de optie Image » Adjust »
Hue/Saturation en schuif de helderheidsschuif helemaal naar rechts. Je ziet
hierbij direct het resultaat van deze bewerking op je scherm.

Stap 5. Tot slot kun je de
afbeelding nog met het Cropping Tool op maat maken.

Er zijn verschillende redenen te noemen om voor de vignetteertechniek te kiezen. Allereerst kan een (ovaal) kader de zeggingskracht van een foto versterken. Vignetten hebben tevens een concentrerende werking, omdat ze het omringende geheel uitschakelen en de blik slechts op het hoofdonderwerp concentreren. Verder kan deze techniek uitkomst bieden wanneer er te veel afleidende elementen in de foto voorkomen. Vooral bij amateur-foto's komt het vaak voor dat ongewilde elementen het beeld verstoren. Omdat een amateur-fotograaf geen studio tot zijn/haar beschikking heeft (en meestal ook niet al te lang nadenkt over de achtergrond) is dit ййn van de meest voorkomende euvels in een amateur-foto. Door nu het belangrijkste onderwerp te isoleren en de storende elementen te laten vervagen wint de foto aan zeggingskracht. Tot slot heeft een goed gevignetteerde (portret)foto een romantische uitstraling. Het spreekt voor zich dat deze techniek gebruikt kan worden voor alle mogelijke onderwerpen en elke willekeurige vignetvorm (tot sleutelgat toe) gebruikt kan worden.
Zoals bij veel bewerkingen die vroeger in de (natte) doka veel
vakmanschap vereisten, is het vignetteren met een beeldbewerkingprogramma erg
gemakkelijk uit te voeren. Met ййn van de selectiegereedschappen markeer je het
te behandelen gebied, je kiest de omgekeerde selectie, stelt vervolgens de
doezelstraal in (wanneer je vage contouren wilt) en schuift de
verzadigingsschuif naar de heldere kant voor een wit kader en naar de donkere
kant voor een zwart kader. Zo eenvoudig als het klinkt is het in werkelijkheid
ook. In de onderstaande workshop zullen we het voor Photoshop voordoen, maar het
principe werkt in alle betere fotobewerkingsprogramma's.
Stap 1. Open de te bewerken foto in Photoshop. Kies nu uit de
gereedschapset het ovale selectiekader. Sleep dit over de afbeelding, terwijl je
de linker muisknop ingedrukt houdt. Je kan deze bewerking een paar keer moeten
herhalen eer je het juiste kader hebt getrokken.

Stap 2. Vervolgens klik je op de rechter muisknop en kies je in het menu
voor Select inverse (omgekeerde selectie).
Hiermee heb je het gebied geselecteerd dat je een andere kleur wil geven.
Wanneer je een strak vignet wil ben je nu wat de selectie betreft klaar en kun
je direct doorgaan naar stap 4. Wanneer je de randen geleidelijk wilt laten
vervagen ga je naar stap 3.

Stap 3. Om de doezelstraal in te stellen, kies je nu in het zelfde
keuzemenu voor Feather Selection en stel je de straal op ongeveer 30
pixels.

Stap 4. Open in de menubalk de optie
Image » Adjust » Hue/Saturation en schuif de
helderheidsschuif helemaal naar rechts. Je ziet hierbij direct het resultaat van
deze bewerking op je scherm.

Stap 5. Tot slot kun je de afbeelding nog met het Cropping Tool op
maat maken.

|
Order a Photographers Registration Kit for only $25.
Receive a credit of $25 towards your first submission of up to 100
images. information:
St. Marexa by email
|
|
|
When your kit arrives by mail, send
us
your pictures, slides or digital images. Pay
only .50c per image for distribution costs. This fee is waived after
your third picture is sold.
|
|
|
Your images are scanned and stored onto CD's before
sending them back to you. The CD's are distributed to 53 picture
agencies for clients to view and purchase.
|
|
|
Clients purchase your images to be used for product
packages, brochures, web sites, postcards, newspapers, calendars,
magazines, billboards, television, marketing and advertising.
|
|
|
An e-mail is sent to you with all the information when a
client wants to purchase one or more of your images. A royalty check for
50% of the selling price is then sent to you (minimum price per image
sold is $300).
|
Digitale ellende voorkomen
Megapixel Hoe meer hoe beter is gewoon waar, U moet zelf natuurlijk wel weten wat uw budget is. Een 4 of 5 megapixel camera aanschaffen en die altijd op 1 of 2 megapixel zetten (dan gaan er lekker veel foto's op de kaart) is een foute aanschaf, kwaliteit van die foto's is laag zie tabel. Let op fabrikanten van B-merken adverteren ook veel met 4 megapixel camera's voor een te gekke prijs, hierin zit dan oude type CMOS chip van 2 megapixel, die softwarematig er pixels bij verzint, kwaliteit is ver onder die van gerenomeerde fotomerken. Volgens internationale richtlijnen is dit verboden. Veelal staat er dan 4 Megapixel Output, dan moet U dus opletten.
Resolutie Hiervoor geldt het zelfde als voor megapixel, hoe meer hoe beter, ook hiermee proberen verkopers van B-merken uw euro's uit uw zak te kloppen. Een 2 megapixel camera heeft geen resolutie van 2272 x 1704 pixels, ook dit is erbij verzonnen.
Zoombereik Er is een heel groot verschil tussen optische zoom en digitale zoom. Alleen optische zoom is echte zoom, met digitale zoom gebruikt U een deel van de chip. Een 3 megapixel camera met 3 x optische zoom blijft foto's geven van 3 megapixel, een 3 megapixel camera 3x digitaal ingezoomd geeft 1 megapixel foto, u verliest dus heel veel bij digitale zoom.
Fotokwaliteit Op de tabel
kunt U zien hoeveel megapixel U nodig heeft voor goede of redelijke kwaliteit
foto.
Het is natuurlijk altijd mogelijk een redelijk tot goede kwaliteit foto
te krijgen van een groter formaat, met software is er heel wat haalbaar, maar
als u foto's onbewerkt wilt laten afdrukken is tabel een goede richtlijn.
Jpeg Nagenoeg alle camera's gebruiken dit bestand om foto's op te slaan. De foto's worden gecomprimeerd op card opgeslagen, hoe groter de compressie hoe kleiner bestand op card is, maar ook hoe slechter de kwaliteit van de foto. Beste kwaliteit is altijd aan te raden zeker als u vergrotingen met goede kwaliteit wilt maken. Meestal is Fine instelling - bij sommige merken Hi instelling - bij Olympus is SHQ instelling de beste kwaliteit.
Verzekering Officieel geeft fabrikant 1 jaar garantie op camera's, ze zijn echter door Europese wetgeving verplicht 2 jaar garantie te verlenen, aanvullende verzekering kunt u het goedkoopst zelf af sluiten bij uw eigen verzekeringsagent. U sluit dan een zogenaamde kostbaarhedenverzekering af, in combinatie met uw inboedelverzekering kost dit ca. 20 tot 30 per 1000.