afmetingen sensor
Dit veld geeft aan hoe groot de
optische sensor is die in deze
camera wordt gebruikt. Hieruit
kunt je afleiden welk formaat
foto er gemaakt kan worden.
Groter is in dit geval niet
altijd beter.
bestandsformaten
Geeft weer hoe de
digitale beelden in de camera
worden opgeslagen.
Het JPEG, of ook wel JPG formaat
is hard op weg de
industriestandaard te worden.
Met de JPG-methode wordt de ruwe
beeldinformatie verkleind door
onnodige informatie weg te laten
en compressie technieken toe te
passen. Daardoor kan er in het
JPG formaat meer op 1 megabyte
opslag worden opgeslagen dan
wanneer het ruwe formaat TIFF
wordt gebruikt.
Zoals vermeld is TIFF een ruw
formaat. Daardoor ook stukken
groter qua opslag waardoor er
minder, maar NOG hogere
kwaliteit, foto's opgeslagen
kunnen worden.
Formaten als AVI, MPEG en MJPEG
worden gebruikt om animaties en
filmpjes op te slaan.
besturingssysteem
Dit veld geeft een
indicatie van de ondersteunde
besturingssystemen voor deze
camera.
Vaak komt het voor dat de
producent alleen opgeeft dat de
camera met Windows werkt, maar
niet specificeert welke versies
van Windows. Producenten in het
algemeen vergeten dat er ook
andere besturingssystemen zijn
zoals MacOS X en Linux.
Heel veel digitale camera's
werken al heel goed samen met
MacOS X, Linux en daarvan
afgeleide besturingssystemen.
continue opname
Indicatie van de
continue opname functionaliteit
van de camera.
Meestal weergegeven in het
aantal foto's (fps, frames per
seconde), en een periode in
seconden.
Bijvoorbeeld: "2.5 fps, 10 sec
max" houd in dat de camera in
staat is om 10 seconden lang,
2.5 foto per seconde te maken,
en die allemaal te onthouden
voordat de camera genoodzaakt is
de informatie weg te schrijven
naar het (tragere) opslagmedium.
Geeft een indicatie of deze
camera geschikt is voor het
maken van 'continue opnames',
een reeks opnames met een zeer
korte tijd tussen elke foto.
Dit kan handig zijn voor het
maken van foto's van sporters of
andere snel bewegende objecten.
digitale zoom
Digitale zoom
capaciteit van de camera.
Digitale zoom is zoomen door een
bepaald deel van het digitale
beeld uit te vergroten.
Dit betekent dat nadat de foto
wordt gemaakt, er een stuk uit
de foto digitaal wordt vergroot.
Doordat hier digitaal rekenwerk
aan te pas komt, en de "bron"
(de niet digitaal ingezoomde
foto) minder informatie heeft
over dat stuk beeld dan wat het
"resultaat" moet worden, bestaat
de kans dat de kwaliteit van de
foto vermindert.
Veel camera's staan niet toe dat
je direct digitaal mag zoomen.
Er dient dan eerst volledig
optisch ingezoomd te worden
voordat de digitale zoom
functionaliteit kan worden
gebruikt.
Digitaal zoomen is ook gevoelig
voor "trillingen" van de
menselijke hand tenzij er
voldoende belichting is (snelle
sluitertijd), of de camera op
een stabiel oppervlak (statief)
staat.
film
Geeft aan of de camera in staat
is om (veelal korte) filmpjes op
te nemen. Indien de camera deze
functionaliteit bezit, en de
informatie voor handen was, kun
je in het veld 'filmopname
specificaties' terugvinden wat
de capaciteit van de camera is.
specificaties
Geeft aan wat de filmkwaliteiten
van de camera zijn. Veelal
aangegeven in een resolutie, een
tijdsduur en een aantal fps. fps
staat voor frames per second,
oftewel, beeldjes per seconde.
Een typisch voorbeeld: "320x200
15fps 30sec"
flits
Geeft aan of deze camera een
flitser heeft, of optioneel een
flitser kan besturen.
Een 'hotshoe' is een houder waar
een 'intelligente flitser' in
geplaatst kan worden. Deze
flitser kan dan met de camera
bepalen wat de beste
flitsmethode is.
Daarnaast bestaan er digitale
camera's waar je externe
flitsers op kunt aansluiten
middels een speciale
aansluiting. Dit type flitsers
wordt meestal gebruikt door
professionele fotografen en is
vooral terug te vinden op de
duurdere digitale camera's.
focus
Geeft aan of je de focus van de
camera handmatig kunt instellen,
of dat dit automatisch gebeurt
of een combinatie daarvan (dat
komt het meeste voor).
Automatisch: de camera bepaalt
zelf de beste focus op het
object.
Semi-automatisch: de camera
bepaalt zelf de beste focus maar
laat het aan de gebruiker om dit
eventueel te veranderen.
Handmatig: de gebruiker kan
geheel handmatig de lens draaien
om een optimale focus te
bereiken.
geluid
Dit veld geeft aan of de camera
in staat is om geluid op te
nemen bij foto's en filmpjes.
Sommige camera's hebben een
ingebouwd microfoontje waarmee
je geluid kunt opnemen bij
gemaakte foto's, of tijdens het
opnemen van filmpjes. Let goed
op dat ej niet uw hand over de
microfoon houdt tijdens het
opnemen!
gewicht
Het totale gewicht van
de camera.
We streven ernaar dit gewicht
inclusief batterij in te vullen,
maar kunnen niet voorkomen dat
dit soms niet mogelijk is.
instelbaarheid
Geeft aan of de camera alles
automatisch instelt, of dat je
zelf de instellingen kunt
wijzigen.
Hierbij wordt bijvoorbeeld in
acht genomen of het mogelijk is
de ISO waardes, witbalans,
belichting of sluitertijd
handmatig in te stellen.
interface
Indicatie van de beschikbare
aansluit methoden.
Dit geeft aan hoe je de camera
aan uw computer kunt verbinden
om de foto's en films er vanaf
te kunnen kopiëren.
intern geheugen
Een foto camera heeft een eigen
intern geheugen. De grootte
hiervan wordt uitgedrukt in
megabyte, afgekort MB. Hoe
groter het aantal MB, hoe meer
foto's er opgeslagen kunnen
worden.
iso
De iso waarde is een maat voor
de lichtgevoeligheid van de
camera
Dit geeft een indicatie van de
lichtgevoeligheid van de camera.
Automatisch betekent dat de
camera het automatisch kan
instellen
Als er daarnaast ook getallen
staan, kan de gebruiker ook
handmatig kiezen voor een andere
lichtgevoeligheidsinstelling.
Hoe hoger het getal, hoe minder
licht er nodig is om een foto te
kunnen maken.
Camera's met ISO-waardes van
1600 en hoger zijn in staat
infrarood foto's te maken, mits
er een infrarood lamp aanwezig
is.
lcd grootte
De lengte van de
diagonale doorsnede van de LCD
display
Net als bij monitoren en TV's
wordt de grootte van de LCD
display weergegeven als het
aantal inch dat de diagonale
doorsnede van de display groot
is.
max. 35mm
Maximale brandpuntsafstand van
de lens, die gelijk is aan de
maximale brandpuntsafstand van
de traditionele 35mm 'analoge'
camera met een 50mm lens.
Omdat veel mensen bekend zijn
met de brandpuntsafstand van
lenzen voor 35mm filmcamera's,
beschrijven de producenten van
digitale camera's de
brandpuntsafstand van hun
camera's vaak door een
referentie op te geven naar de
brandpuntsafstand van een
normale 35mm 'analoge' camera.
Bijvoorbeeld, een digitale
camera met een CCD-sensor ter
grootte van 8.10mm bij 6.08mm
heeft een diagonale doorsnee van
10.13mm. Een lens met een
brandpuntsafstand van 11.7mm zou
op deze sensor eenzelfde beeld
van 47 graden produceren als een
50mm lens op een 35mm 'analoge'
camera. Voor dit type camera zou
een 11.7mm lens worden
omschreven als '35mm brandpunt
equivalent van 50mm'
Door op deze manier de lenzen
van digitale camera's te
typeren, komen de producenten
van digitale camera's de
gebruikers die al ervaring
hebben met 35mm 'analoge'
camera's tegemoet.
max. diafragma
In digitale camera's is
het diafragma een ring van over
elkaar schuivende lamellen. Je
kunt dit het beste vergelijken
met de iris van een oog.
De maximale diafragma waarde
geeft de verhouding weer tussen
de maximale focusafstand (max
35mm equivalent) en de maximale
diameter van de lens als het
diafragma geheel geopend is.
Voorbeeld: f/16 beschrijft een
diafragma diameter welke
een-zestiende is van de
brandpuntsafstand.
geheugen
Meestal krijg je bij je nieuwe
digitale camera een betrekkelijk
klein opslagmedium waarmee je in
ieder geval aan de gang kunt.
Voor serieus fotograferen kun je
echter het beste een wat groter
opslagmedium aanschaffen.
megapixels
Het aantal pixels bepaalt de
beeldkwaliteit.
Dit geeft aan hoeveel
"beeldpunten" op de sensor
gebruikt worden voor het vormen
van het uiteindelijke digitale
beeld. We streven ernaar hier
het 'effectieve' aantal
beeldpunten op te geven.
Hoe hoger het aantal pixels, hoe
meer detail er in de foto wordt
opgenomen.
Maar, de kwaliteit van een foto
gaat er niet noodzakelijkerwijs
op vooruit als er nog een
miljoen pixels bijkomen. Andere
voorzieningen zoals lens,
kleurfilter op de sensor en
digitale beeldprocessor spelen
ook een belangrijke rol bij het
bepalen van de fotokwaliteit.
Als je de foto's afdrukt op
10x15 formaat, dan heb je aan
een camera met 2 megapixels al
genoeg voor scherpe foto's. De
nieuwere modellen camera's
hebben een goede prijs-kwaliteit
verhouding, doordat ze al 3 of 4
megapixels hebben.
min. 35mm
Minimale
brandpuntsafstand van de lens,
die gelijk is aan de minimale
brandpuntsafstand van de
traditionele 35mm 'analoge'
camera met een 50mm lens.
Omdat veel mensen bekend zijn
met de brandpuntsafstand van
lenzen voor 35mm filmcamera's,
beschrijven de producenten van
digitale camera's de
brandpuntsafstand van hun
camera's vaak door een
referentie op te geven naar de
brandpuntsafstand van een
normale 35mm 'analoge' camera.
Bijvoorbeeld, een digitale
camera met een CCD-sensor ter
grootte van 8.10mm bij 6.08mm
heeft een diagonale doorsnee van
10.13mm. Een lens met een
brandpuntsafstand van 11.7mm zou
op deze sensor eenzelfde beeld
van 47 graden produceren als een
50mm lens op een 35mm 'analoge'
camera. Voor dit type camera zou
een 11.7mm lens worden
omschreven als '35mm brandpunt
equivalent van 50mm'
Door op deze manier de lenzen
van digitale camera's te
typeren, komen de producenten
van digitale camera's de
gebruikers die al ervaring
hebben met 35mm 'analoge'
camera's tegemoet.
diafragma
In digitale camera's is het
diafragma een ring van over
elkaar schuivende lamellen. Je
kunt dit het beste vergelijken
met de iris van een oog.
De minimale diafragmawaarde
geeft de verhouding weer tussen
de minimale focusafstand (min
35mm equivalent) en de minimale
diameter van de lens als het
diafragma zo klein mogelijk is.
Voorbeeld: f/16 beschrijft een
diafragma diameter welke
een-zestiende is van de
brandpuntsafstand.
opslag
De opslagruimte van een camera
is meestal uit te breiden met
een geheugenkaart (memory card).
Deze kaarten zijn los te
verkrijgen in diverse formaten
en zijn bovendien los van de
camera uit te lezen met behulp
van een cardreader. Flash memory
is een veilige, zeer betrouwbare
opslagmethode waarbij geen
stroom wordt verbruikt nadat de
afbeeldingen eenmaal zijn
opgeslagen. De afbeeldingen
worden pas verwijderd als de
gebruiker daartoe opdracht
geeft. De typen en begrippen op
een rij:
• compact flash: compact flash
is het meest gebruikte
geheugenkaartje dat momenteel
tot 512MB aan capaciteit kan
bevatten. Voordeel van het
Compact Flash systeem
(vergeleken met de wat simpeler
opgebouwde Smartmedia cards) is
dat gebruik van grotere
capaciteiten meestal geen
probleem is: de meeste
apparatuur kan moeiteloos met
grotere CF kaartjes overweg
zodra die op de markt komen. De
meeste CF kaartjes zijn
gebaseerd op Flash technologie.
• compact flash type I : Compact
Flash Type I (CF I) is het
standaard geheugenkaartje. Alle
camera's die CompactFlash Type
II ondersteunen kunnen overweg
met Type I.
Andersom is dit niet zo: type I
is een stuk dunner, de dikkere
CFII kaartjes passen niet in de
camera. De nieuwere typen
camera's zijn overwegend CF II.
• compact flash type II: Dit is
het nieuwere type compact flash
card. Deze heeft dezelfde
kenmerken als de CF, maar de
datatransfer snelheid is veel
sneller (16 Mbit/sec = 2 MB/sec)
en de capaciteit kan gaan tot
6GB.
• flash memory: dit is de
verzamelnaam voor typen
opslagmedia zoals compact flash,
mms, sd, xd en memorysticks.
• memorystick: De memorystick is
ontwikkeld door Sony en wordt
dan ook vooral gebruikt in
Sony’s eigen digitale foto- en
videocamera’s. De grootte is
21.5mm x 50mm en het kaartje is
2mm dik.
• memory stick duo: dit is een
upgrade van de standaard
memorystick en heeft een
capaciteit tot 2 gb.
• memory stick pro duo: MS PRO
Duo kaarten zijn ongeveer de
helft van het formaat van MS PRO
kaarten en zijn bedoeld voor
gebruik in kleinere digitale
apparaten.
• microdrive: microdrive is
eigenlijk een soort mini harde
schijf met een capaciteit van
340Mb tot nog toe 1Gb. De
kaartjes passen in elke Compact
Flash type II slot, maar een
camera moet wel compatibel zijn
met deze kaartjes. De kaartjes
zijn zeer duur en bovendien
gebruiken de kaartjes veel
energie.
• mmc card: De MMC (MultiMediaCard)
kaart is een extra kleine
uitvoering van een Compact Flash
kaartje. Met een gewicht van 2
gram en de afmetingen van een
postzegel (32 mm x 24 mm en 1.5
mm dik) zijn ze ideaal voor de
kleinste multimedia apparatuur.
• sd card: SD cards zijn iets
dikker (2.1 i.p.v. 1.5 mm) dan
MMC cards en alleen al daarom
niet zonder meer uitwisselbaar
met MMC cards. SD cardreaders
zijn (vrijwel) altijd geschikt
voor MMC cards, andersom zeker
niet.
• smartmedia: SmartMedia is al
bijna net zo lang op de markt
als CompactFlash. Dit
minigeheugen is ideaal voor
digitale camera’s en
MP3-spelers. SmartMedia is
kleiner en platter dan
CompactFlash. De gegevens worden
opgeslagen in een chip. Bij
SmartMedia zit de software voor
het aansturen van de kaartjes in
de apparaten die het
ondersteunen. Dat houdt in dat
de nieuwe SmartMedia-kaartjes
met hoge capaciteit niet in
oudere apparaten gebruikt kunnen
worden.
• xd-picture: De xD kaarten zijn
relatief goedkoop, erg snel (De
schrijfsnelheid is 1,3 MB per
seconde en de leesnelheid is 5
MB per seconde) en kunnen een
maximale opslagcapaciteit hebben
van 8 Gb. Qua grootte zijn ze
zelfs nog iets kleiner dan de SD
en MMC kaartjes (20mm x 25mm x
1.7 mm).
sensor
Dit geeft aan welk type sensor
wordt gebruikt. De sensor is het
lichtgevoelige vlak in een
digitale camera. Het
lichtgevoelige vlak is een chip
met heel veel lichtsensoren. CCD
en CMOS zijn de meest gebruikte
types sensoren. CMOS is een
goedkopere sensor dan CCD, met
goede kwalitatieve
mogelijkheden, maar met een
grotere kans op 'beeldruis' en
een lagere lichtgevoeligheid.
CCD staat voor 'charge coupled
device'. In digitale camera's
worden zowel lineaire als
vlak-CCD's gebruikt. Met een CCD
worden alleen zwart-
witafbeeldingen vastgelegd. De
afbeelding wordt via rode,
groene en blauwe filters geleid
om de kleur vast te leggen. Dit
is belangrijk voor de felheid
van de kleuren. Samengevoegd
maakt dit weer een mooie
afbeelding.
Deze manier van filteren is de
reden dat bij veel camera's het
aantal effectieve megapixels
kleiner is dan het aantal pixels
op de optische sensor.
CMOS betekent 'Complementary
Metal Oxide Semiconductor'. CMOS-
halfgeleiders werken met twee
circuits, een met negatieve en
een met positieve polariteit.
Aangezien beide circuits niet
tegelijk kunnen worden gebruikt,
verbruiken CMOS-chips minder
energie dan chips die één type
transistor gebruiken. Daarmee
heeft de CMOS-sensor een groot
voordeel ten opzichte van de
veel gebruikte standaard-CCD's.
optische zoom
Optische zoom is zoomen middels
het mechaniek in de lens van de
camera.
Met optische zoom blijft de
scherpheid van de foto
gegarandeerd.
Je kunt hiermee een object in de
verte dichterbij halen zonder
verlies van kwaliteit.
Er is een groot verschil tussen
optische zoom en digitale zoom.
Optische zoom werkt middels het
mechanisch verstellen van lenzen
in de camera zelf. Hierdoor
blijft de kwaliteit van de foto
hetzelfde terwijl bij digitale
zoom een deel van de digitale
foto wordt opgeblazen, en er
kwaliteit verloren gaat omdat er
om meer beeldpunten wordt
gevraagd dan er beschikbaar
zijn. De camera moet dan de
overige beeldpunten berekenen.
resolutie
Indicatie van de hoogste
resolutie van een foto uit de
camera.
Foto's met een hoge resolutie
kunnen beter bewerkt worden
omdat er meer informatie
beschikbaar is als een foto met
lage resolutie.
De resolutie geeft aan uit
hoeveel pixels het beeld is
opgebouwd. Hoe hoger de
resolutie, hoe meer details de
foto bevat over de kleuren van
het gefotografeerde object.
Echter geldt ook: hoe hoger de
resolutie, hoe groter de
bestanden op het opslagmedium
van de camera.
rode ogen
Roden ogen reductie door een
duo-flits.
Menig camera is in staat de
typische rode ogen die je krijgt
door het gebruik van een flitser
te verminderen door snel achter
elkaar twee keer te flitsen.
Door de eerste flits zullen de
pupillen van de ogen van uw
fotomodel verkleinen, waarna bij
de tweede flits ze zo zijn
verkleint dat de 'rode gloed'
een stuk is verminderd.
snelste sluitertijd
De sluitertijd geeft de
tijdsduur aan dat de sluiter
minimaal open blijft.
Een snelle sluitertijd is
bijvoorbeeld 'een tweeduizendste
van een seconde'.
Gedurende die zeer korte periode
kan er licht door de lens op de
sensor vallen waarna er een
beeld van wordt gevormd.
Snelle sluitertijden worden
vooral gebruikt in zeer lichte
omgevingen.
traagste sluitertijd
De sluitertijd geeft de
tijdsduur aan dat de sluiter
maximaal open blijft.
Een trage sluitertijd is
bijvoorbeeld '15 seconden'.
Gedurende die zeer lange periode
kan er licht door de lens op de
sensor vallen waarna er een
beeld van wordt gevormd.
Trage (lange) sluitertijden
worden vooral gebruikt in zeer
donkere omgevingen, of om
speciale effecten in foto's op
te nemen zoals de strepen van
autolichten op een autosnelweg.
tv-out
Geeft aan of er een
aansluiting met de TV gemaakt
kan worden, zodat je foto's
en/of film op het beeldscherm
van de tv kunt weergeven.
Veelal gebeurt dit aansluiten
met een 'composite video' kabel.
Een tulpstekker die middels een
SCART-convertor plug op
SCART-ingangen van de TV kan
worden aangesloten.
Indien de camera in staat is om
geluidsopnames bij films of
foto's te maken, zit er aan deze
kabel meestal ook een extra
tulpstekker waar geluid over
wordt getransporteerd.
type batterij
Geeft een indicatie van de
gebruikte batterij of accusoort.
Sommige camera's werken op AA (penlite)
batterijen, anderen gebruiken
een accu. Beiden soorten hebben
hun voor- en nadelen.
AA-batterijen kan je op elke
hoek van de straat kopen, maar
gaan minder lang mee. Accu's
gaan langer mee dan batterijen,
maar wanneer de accu leeg is
moet je hem opladen met een
externe acculader die je
misschien net thuis hebt laten
liggen.
zelfontspanner
Geeft aan of de camera
zelfontspanner functionaliteit
heeft.
Wanneer de camera deze
functionaliteit heeft kun je de
camera zo instellen dat er met
een korte pauze een foto wordt
gemaakt. Zo heb je zelf de tijd
om ook op de foto te komen.
Uiteraard moet de camera hier
wel voor op een statief of een
andere stabiele ondergrond
worden geplaatst.