Lambiek /Kriek Geuzenbier
Beersel/Anderlecht - Met een ‘Toer de geuze’ in het Pajottenland op 22 april en een Brouwkwintessens bij Cantillon op 28 april 2007 worden het drukke weekends voor de geuzeliefhebber.
Geuze en Brussel zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Lees er Herman Teirlinck maar op na, of Jan Van Nijlen, Jan Greshoff of Hubert Van Herreweghen. In 1955 hield die laatste een opmerkelijke lezing over geuze voor de Vlaamse Club voor Kunst, Wetenschap en Letteren. De tekst kende zoveel bijval dat hij hetzelfde jaar nog als boek uitgegeven werd, onder de titel Geuze en humanisme: zelfgenoegzame beschouwingen over de voortreffelijkheid van het bier van Brussel en Brabant en van de mensen die het drinken. Wie het wil lezen, moet naar de bibliotheek, want zelfs antiquarisch is het werkje erg zeldzaam geworden. Met de artisanale geuze- en kriekproducenten gaat het trouwens niet al te slecht. De donkere jaren tachtig hebben ze ver achter zich gelaten en na wat achterhoedegevechten met de voedselinspectie en na misbegrepen Europese richtlijnen, gloort er weer wat licht in de brouwkuipen. Het beste bewijs is de heropening, goed anderhalf jaar geleden, van lambiekbrouwerij Oud Beersel, onder impuls van twee jonge economisten met een passie voor bier, Roland De Bus en Gert Christiaens. Het verhaal is bekend: de twee leerden elkaar kennen tijdens hun studie aan de Ehsal, vertaalden hun liefde voor het bier in veldwerk (verantwoord cafébezoek met andere woorden) én een bijkomende opleiding brouwerij, mouterij en gisting aan de Hogeschool Gent. Toen ze in 2003 hoorden dat brouwerij Oud Beersel de boeken moest sluiten bij gebrek aan opvolging, stond hun besluit vast: zij moesten en zouden de oude geuze en de oude kriek opnieuw produceren aan de Laarheidestraat. Het is De Bus en Christiaens inderdaad gelukt om Oud Beersel te redden, al liep dat niet altijd van een leien dakje.
“Zelfs met een tot in de
puntjes uitgewerkt businessplan van vijftig bladzijden
was het erg moeilijk om een bank te vinden die onze
onderneming wou ondersteunen,” vertelt Gert Christiaens.
“Uiteindelijk zijn we bij het Landbouwkrediet
terechtgekomen, ook al omdat ze daar ervaring hebben met
de sector.”
Ook bij Douane en Accijnzen in Halle keken ze raar op,
toen De Bus en Christiaens er zich aanmeldden. “In
onbruik geraakte brouwketels verzegelen, dat kenden ze
daar wel. Maar een vernieuwde brouwinstallatie voor
lambiek opnieuw van zegels voorzien, hadden ze al in een
tijdje niet meer moeten doen.”
Verrassend mals
Sinds dit voorjaar is er opnieuw, na lange jaren, Oude
Geuze en Oude Kriek van Oud Beersel op de markt. De
geuze die we proefden, smaakt verrassend mals en
evenwichtig, met een duidelijke, fris-bittere hoptoets,
een van de kenmerken van de ‘oude’ Oud Beerselgeuze. We
dronken ook een rinse lambiek van een jaar, recht uit
het kastanjehouten vat. Ook hier subtiele bitterheid en
prominente zuren maar tevens een volwassen afdronk. Dit
zijn kwaliteitsbrouwsels, zoveel is duidelijk. Zelfs de
extra-jonge lambiek van een paar weken is al op dronk:
zoet, een beetje melkachtig en met een fruitige
granensmaak.
De knepen van het lambiekbrouwen leerden De Bus en
Christiaens van Henri Vandervelden, kleinzoon van de
stichter van de brouwerij (in 1882 was dat) en zelf
inmiddels tachtig jaar oud. “Verscheidene keren hebben
we hier met hem staan brouwen,” zegt Gert Christiaens.
“Hij heeft ons zijn methodes en zijn geheimen geleerd.
Dat was ook nodig; tijdens onze brouwcursus in Gent
gingen de docenten verdacht snel over het onderwerp
‘spontane gisting’ heen” (lacht).
Niet rendabel
Geuze en kriek produceren is zowat het tegengestelde van
alles wat economisch verantwoord en rendabel is: het is
geen commercieel topproduct (veel mensen lusten het
gewoon niet), en in een flesje geuze kruipt drie jaar
werk – afijn, hard labeur. De meeste lambiekbrouwers
halen een deel van hun inkomsten dan ook elders: van
groepsbezoeken of rondleidingen, door een museum, een
café of een restaurant uit te baten, door (jammer
genoeg) hun authentiek product aan te zoeten met suiker
en siropen, of ook nog door een ‘gemakkelijker’ in de
markt liggend bovengistingsbier te brouwen. Dat laatste
doen Christiaens en De Bus, zij brouwen sinds 2005 in
brouwerij Huyghe de Bersalis, een blond, romig bier van
hoge gisting (genre tripel) en met een
alcoholvolumepercentage van 9,5. Met de opbrengst van de
verkoop van Bersalis betalen ze hun lambiekactiviteiten
en dat lijkt goed te lukken.
Wie wil kennismaken met het vernieuwde Oud Beersel, kan
dat tot eind augustus iedere eerste zaterdag van de
maand. Om 11 uur vertrekt dan een brouwerijbezoek,
waarbij u kan kennismaken met alle facetten van het
lambiekbrouwen. Bij goed weer zetten de heren van Oud
Beersel trouwens van mei tot september een gezellig
terras buiten. Let op de oude groene Opel Blitz uit ‘59,
de vrachtwagen waarmee Henri Vandervelden de tonnen
lambiek ging afleveren in de cafés: als die buiten
staat, is de brouwerij open voor het publiek.
Toer de Geuze 2007
Nog een betere manier om kennis te maken met Oud Beersel,
is via de Toer de Geuze 2007 op zondag 22 april van 10
tot 17 uur. Liefst negen pajotse geuzestekers en
lambiekbrouwers zetten dan de deuren wijd open: het gaat
om de brouwerijen 3 Fonteinen (Hoogstraat 2A in Beersel),
Boon (Fonteinstraat 65, Lembeek), en zoals gezegd Oud
Beersel (Laarheidestraat 230, Beersel), en om de
geuzestekerijen Hanssens Artisanaal (Vroenenbosstraat
15/1, Dworp) en De Cam (Dorpstraat 67A, Gooik). Ook de
meer ‘commerciële’ brouwerijen doen mee: De Troch (Langestraat
20, Wambeek), Lindemans (Lenniksebaan 1479, Vlezenbeek),
Mort Subite (Lierput 1, Kobbegem) en Timmermans
(Kerkstraat 11, Itterbeek). Daar moet u iets beter uit
uw doppen kijken als u een échte oude geuze of kriek
uitgeschonken wilt krijgen in plaats van een zoet
fruitdrankje of een capsullekensgeuze, maar dat mag de
pret niet drukken. Voor het gemak is er een busdienst
voorzien, die alle brouwerijen en stekerijen met elkaar
verbindt en u ook weer aan het station van Halle of
Denderleeuw afzet. Geen slecht idee, als u bedenkt dat u
bij elke producent uiteraard de huisbieren kunt proeven.
Ook andere gastronomische hoogstandjes zijn te
verwachten, want alle brouwerijen en stekerijen hebben
extra activiteiten aangekondigd, gaande van
kinderanimatie tot proeverij van streekproducten. Alle
informatie vindt u op de website van Horal, de Hoge Raad
voor Ambachtelijke Lambiekbieren die de producenten uit
het Pajottenland samenbrengt. Inschrijven voor de
bustours is aangewezen – ook dat kan op de site.
Cantillon: Brouwkwintessens
We zouden uiteraard geen Brusselse krant zijn indien we
ook geen aandacht zouden besteden aan de enige Brusselse
lambiekbrouwer, Cantillon. De brouwerij in de
Gheudestraat 56 in Anderlecht herbergt ook het Brussels
Museum van de Geuze, en dat organiseert op zaterdag 28
april van 10 tot 16u een Brouwkwintessens, een
degustatiewandeling waarbij u niet alleen deskundige
uitleg krijgt over het hele brouwproces en de
geschiedenis van Cantillon, maar ook alle lambieken,
geuzen en krieken te proeven krijgt die u maar wenst: op
het menu staan liefst tien verschillende soorten. De
hapjes die u erbij geserveerd krijgt (gaande van
wildpaté, kaas met geuze, rillette van zalm, worst met
eekhoorntjesbrood, tot notentaart en bruud van de grecht)
komen van de fijnste Brusselse huizen: Halle de
l’Abattoir, De Noordzee, Langhendries, Café des Spores,
bakkerij Dumont en Dandoy. Alleen daarom al is het de
moeite om 28 april in de Gheudestraat te gaan
doorbrengen. Voor de Brouwkwintessens betaalt u 13 euro
per persoon. Reserveren kan via de website, waar u ook
alle informatie terugvindt.