‘Zo’n lieve jongen, zo’n
hondentrouw’ door Peter van Straaten
Vorige week donderdag
overleed op 73-jarige leeftijd politiek tekenaar Rob Wout, beter bekend als
Opland. Collega/vriend Peter van Straaten haalt herinneringen op.
‘W e zijn verschillende
keren op ziekenbezoek geweest in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. Hij lag op
een zaal. Een uiterst naargeestige toestand. Ik herinner me dat Els, mijn
vrouw, naar de balie ging en vroeg: kan hij geen aparte kamer krijgen, hij
is een heel beroemde tekenaar. Wie hij dan wel was? Nou, Opland! Nooit van
gehoord, zeiden ze.
“Later heeft hij toch een
eigen kamer gekregen. Hij klampte zich vast aan elk sprankje hoop, hoewel
hij op een gegeven moment wist dat het een aflopende zaak was. Maar daar
wilde hij je niet mee lastigvallen. Als je bij elkaar was, moest het leuk
zijn, vond Rob. Zelfs op zijn sterfbed was hij nog bezig het bezoek te
amuseren. Hij kon zo onderhoudend, zo geestig zijn...
“Toen ik begon met
tekenen was Opland mijn grote voorbeeld. Niet zozeer vanwege zijn manier van
tekenen, maar vanwege zijn status, zijn bourgondische levensstijl. Die man
at iedere dag in de stad! Het was 1956, ik zat op de Kunstnijverheidsschool,
en dat leek me een heerlijke luxe. Ik dacht, ten onrechte, dat hij
ontzettend rijk was. Hij was heel gul, betaalde altijd de drankjes. Zeer
on-Nederlands.
“Opland hield hof in
Americain. Bijna elke avond zat hij daar. Iedereen kende hem. Via Opland
leerde je allerlei beroemdheden kennen. Als jong tekenaartje vond ik dat
machtig interessant. De samenstelling van het gezelschap wisselde
voortdurend, maar Simon Vinkenoog, Waldemar Post, Ramses Shaffy, Femke
Boersma waren er vaak bij.
“Via Ramses had ik Opland
leren kennen. Ramses had een musical geschreven: OlÈ la Margarita. Ik was
gevraagd om de decorbouwer te helpen. De musical is maar drie keer
opgevoerd; daarna werd het stuk omgebouwd tot een bonte parade van
artiesten, onder wie veel vriendjes uit Americain. Er was een komische
goochelaar, een soort Tommy Cooper, en Opland deed ook een nummertje: van
die nep-Russische toespraken en gezangen waar hij later bekend door is
geworden.
“Rob had de oorlog als
jongeman meegemaakt. Ik zag hem als een vaderfiguur, of beter: een oudere
broer. Wat ik zo bewonderde in Rob was dat hij niet alleen een fantastische
tekenaar was, maar ook nog eens leuk in het cafÈ. Dat heb ik nooit bereikt.
Ik ben niet zo’n gangmaker. Als Rob binnenkwam, was het feest. Niet dat hij
zo gevat was of briljante anekdotes vertelde... hij maakte stampei, danste
en zong. Een echte Amsterdamse volksjongen; hij praatte plat, hoewel hij
nooit ordinair was. Toen hij nog op de gracht woonde, ben ik wel eens bij
hem thuis geweest. Zijn huis stond vol spullen van het Waterlooplein: een
oude brandkraan, een hobbelpaard, van die kermisspullen.
“We zagen elkaar
voornamelijk in het cafÈ. Eerst gingen we naar Americain, daarna naar De
Kring. In die tijd was De Kring een sociÎteit voor bedaagde kunstenaars, die
in alle rust een borreltje kwamen drinken. Dan kwam Rob, en was het met de
rust gedaan. Barstte hij spontaan uit in de Marseillaise. Ze namen hem dat
kwalijk, vooral omdat hij in die tijd alleen maar cola dronk. Kijk, als je
dronken was, kon je je van alles permitteren, dan had je een excuus. Maar
dat je nuchter zo tekeerging, dat was not done.
“Een vrouwenman is hij
nooit geweest, daar had hij het te druk voor. Geen vreemdganger, hij was
zeer loyaal. In die tijd ging hij met Sonja. De beruchte Sonja. Ze was niet
echt mooi, hoewel ze wel die naam had. Een soort Mathilde Willink avant la
lettre. Ze kleedde zich zeer extravagant. Ze werd Vosje genoemd, vanwege
haar rode paardenstaart. Je had toen nog gekostumeerde feesten op De Kring;
daaraan was een prijs verbonden, die zij altijd met gemak won. Sonja was
geen aardige vrouw; ze bedroog hem. Ik vond dat zielig voor Rob.
“Ik herinner me een
feestje bij hem thuis. Ik was heel jong en naÔef. Bleu. Een provinciaaltje
uit Arnhem. Ik zag dat Sonja onder zijn ogen werd versierd door de schilder
Frans Pannekoek. Ik zei: Rob, kijk nou toch, je vrouw wordt versierd! Ja,
dat zag hij natuurlijk ook wel. Mede omdat de drank rijkelijk vloeide, bleef
ik maar herhalen: Rob, je vrouw wordt versierd, doe er iets aan! Op een
gegeven moment vloog hij uit: man, hou toch eens op, ga zÈlf een vrouw
zoeken. Dat was tegen het zere been, want ik kon toen geen meisje krijgen.
“Typisch Robbie. Hij
wilde liever niet de waarheid horen. Rob keek liever een andere kant op. Hij
is nog lang bij haar gebleven, maar op een gegeven moment was ze niet meer
te handhaven. Later trouwde hij met Francine, die hij op het carnaval in
Maastricht had ontmoet, maar hij heeft Sonja nog jaren onderhouden... Zo’n
lieve jongen, zo’n hondentrouw.
“Rob was extravert, maar
intimiteiten wisselde hij niet graag uit. Hij trok een scherm over zijn
gevoelens. Hij had nogal wat ellende gekend in zijn privÈ-leven. Zo heeft
hij een ongelukkig kind, een gehandicapt dochtertje. Op een gegeven moment
moest Maartje uit huis en werd ze in een inrichting geplaatst. Je wist dat
dat hem en Francine veel verdriet deed, maar daarover sprak hij niet graag.
Over zijn sores was hij gesloten.”
‘A ls tekenaar vond ik
hem erg goed, maar die kant wilde ik niet op. Ik ben minder modern, een
echte traditionalist. Ik ben ooit een paar weken voor hem ingevallen op de
Jeanne Roos-pagina in Het Parool. Maakte ik nep-Oplands. Dat viel nog niet
mee. Het was toch uniek wat hij deed. De plaatsing van de ogen en net hoe
zo’n neus in elkaar zit... dat kon alleen op natuurlijke wijze uit Oplands
hand vloeien.
“Niemand heeft hem
eigenlijk nagevolgd. Hij had een unieke stijl. Dat strakke, dat theatrale.
Er kon maar ÈÈn Opland zijn. Als je je door hem had laten inspireren, was je
meteen een epigoon geweest. Een trucje? Dat klinkt zo naar en negatief, maar
het had er inderdaad iets van weg.
“Rob is langer dan wie
dan ook socialist gebleven, hoewel hij niet drammerig, niet sektarisch was.
Zijn werk was ideologischer gedreven dan dat van mij. Ik haatte Van Agt,
omdat bij hem alles onecht was, maar tegenover Wiegel stond ik ambivalent.
Dat leek me een geschikte vent om een borrel mee te drinken. Opland vond
Wiegel fout, zuiver vanwege het feit dat hij bij de VVD zat.
“Rob had veel tekst
nodig, behalve in zijn werk bij De Groene, dat abstracter was. Zijn
tekeningen hadden iets oubolligs. Dat hoorde bij hem. Ik vond dat oubollige
juist heerlijk. Dat je ieder jaar kon wachten op de kerstprent en die
Hollandse ijstaferelen...
“Het is vloeken in de
kerk, maar de laatste zes, zeven jaar was het niet meer de oude Opland. Els
en ik zeiden vaak tegen elkaar: het is minder geworden. Als politiek
tekenaar probeer ik altijd de actualiteit voor te zijn. Bij Opland was het
de laatste jaren een samenvatting van het nieuws van de week: hij deelde dan
zijn spotprent in drie lagen op, vrij gemakzuchtig. Maar je moet iemand op
zijn beste werk beoordelen. Bovendien heeft hij nog wel schitterende
portretten bij de profielen van Kees Fens in de Volkskrant gemaakt.
“Je kon merken: hij had
er niet zoveel zin meer in, hij was op. Dat hij op zijn 65ste bij de
Volkskrant werd verbannen naar een andere pagina heeft daarin, vermoed ik,
een rol gespeeld. Persoonlijk heb ik dat als een groot verraad aan hem
beschouwd. Hij werd afgeschreven. Zelf moet hij het ook als een degradatie
hebben ervaren, maar ja, Rob sprak daar niet over; hij heeft nooit van enige
frustratie blijk gegeven.”
‘E ens per jaar, op de
eerste zondag in april, komen alle politieke tekenaars bij elkaar bij Kaatje
bij de Sluis in Blokzijl. Jos Collignon, Frits M¸ller, Stefan Verwey... noem
maar op. In ruil voor een diner schenken we dan een tekening aan het
restaurant. De laatste keer was Rob er niet bij. Dat merkte je. De sfeer was
minder uitbundig. Je miste hem.
“Anderhalve maand geleden
zag ik hem voor het laatst. Samen met Jean-Paul Franssens bezocht ik hem in
het ziekenhuis. Rob lag te slapen. Toen we naderbij kwamen, opende hij zijn
ogen, en zei tegen mij: je vrouw wordt versierd.
Kennelijk had het hem
toch erg dwarsgezeten.” |
Opland zorgde voor de
decors, zijn vrouw was Soja Tannhauser thans wonende in
Almere -Buiten
in een eenvoudige sociale woningcorporatie flat. 2008
Wij hebben ons, voorlopig, beperkt tot het Nederlandse taalgebied.
Verder zijn kantoorartikelen met daarop werk van Peter van Straaten
buiten beschouwing gelaten.
Om de bibliografie toegankelijker te maken is de volgende
onderverdeling gemaakt:
|
Over Peter |
Boeken over en interviews met Peter van
Straaten |
|
De Auteur |
Boeken waarvan hij zelf de auteur is of
waaraan hij een bijdrage levert |
|
Illustraties |
Boeken waarvoor hij de omslag of de
illustraties heeft gemaakt. Dit kunnen zowel cartoons,
strips als tekeningen zijn |
|
Strips |
Alle strips die op een of andere wijze in
boekvorm zijn verschenen |
|
Cartoons |
Alle verzamelwerken met cartoons |
|
Politiek |
Boeken met tekeningen, strips en een
kleurboek, waarin veelal de Nederlanse politieke situatie
aan de orde komt |
|
Tekeningen |
Boeken met tekeningen |
|
Kalenders |
Hier zijn opgenomen Kalenders, Zeurkalenders
en Agenda's |
|
Diversen |
Al het overige werk zoals Prentbriefkaarten,
Folders, Spellen e.d. |
|
Toneel |
Toneelstukken |
|
Links |
Internetsites die bij het verzamelen van
belang kunnen zijn
|
Nieuwe publicaties die als
laatste zijn toegevoegd aan een van de voorgaande lijsten. Dit kan
een pas verschenen werk zijn, maar ook een oudere uitgave, die voor
het eerst in deze bibliografie is opgenomen.
 |
Titel: |
Zo zijn we niet
getrouwd |
| Auteur: |
Peter van Straaten |
| Uitgever: |
De Harmonie |
| Jaar: |
2008 - maart |
| Categorie: |
Cartoons |
| Bijzonderheden: |
Deze uitgave bevat zijn allerbeste
tekeningen over een ander favoriet onderwerp: de echtelijke
staat in al zijn facetten. |
|
Titel: |
Hoezo oud? |
| Auteur: |
Peter van Straaten |
| Uitgever: |
Rainbow nummer 893 |
| Jaar: |
2008 februari |
| Categorie: |
Cartoons |
| Bijzonderheden: |
Een selectie van eerder gepubliceerd werk
over "oudere mensen" |
|
Titel: |
Politiek in Prent 2007 |
| Auteur: |
Hans IJsselstein Mulder en Ariane de Ranitz |
| Uitgever: |
Stichting Pers en Prent |
| Jaar: |
2008 |
| Categorie: |
Politiek |
| Bijzonderheden: |
Tekeningen van Peter op de pagina's 77 t/m
79 |
|
Titel: |
Peter's
Zeurkalender 2008 |
| Auteur: |
Peter van Straaten |
| Uitgever: |
De Harmonie |
| Jaar: |
2007 |
| Categorie: |
Kalenders |
| Bijzonderheden: |
Voor iedere dag een cartoon |
 |
Titel: |
Lachspiegel - Harry Mulisch Spotprentenportret
|
| Auteur: |
Kitty Staal (redactie) |
| Uitgever: |
De Bezige Bij |
| Jaar: |
2007 |
| Categorie: |
Omslagen en Illustraties |
| Bijzonderheden: |
Dit boek verschijnt t.g.v de 80ste
verjaardag van Harry Mulisch, Peter leverde hiervoor 4
cartoons |
 |
Titel: |
Zijn we er al ? |
| Auteur: |
Peter van Straaten |
| Uitgever: |
Rainbow nummer 867 |
| Jaar: |
2007 juni |
| Categorie: |
Cartoons |
| Bijzonderheden: |
Een selectie van eerder gepubliceerd werk
over vakantieperikelen |
 |
Titel: |
Roken Neuken Drinken |
| Auteur: |
Peter van Straaten |
| Uitgever: |
De Harmonie |
| Jaar: |
maart 2007 |
| Categorie: |
Cartoons |
| Bijzonderheden: |
Recent gepubliceerd werk in een bundel samen
gebracht |
Strips
Op deze pagina zijn de
strips opgenomen waarvan de tekst en de tekeningen door Peter
van Straaten zijn gemaakt, alsmede een aantal, waaraan hij als
tekenaar heeft meegewerkt.
Met een asterisk* achter de
uitgever geven we aan of een boek in ons bezit is.
| Jaar |
Titel |
Uitgever |
|
| |
|
|
|
| 1970 |
Vader
& Zn. |
Van Gennep |
* |
| 1971 |
Vader
& Zoon zetten door |
Van Gennep |
* |
| 1972 |
Vader
& Zoon tegen wil en dank |
Van gennep |
* |
| 1972 |
Llewelyn Fflint |
Pep-stripweekblad |
|
| |
Het mysterie van de
nevelhaaien* |
nr. 13 t/m 16 |
* |
| 1972 |
Llewelyn Fflint |
Pep-stripweekblad |
|
| |
Het teken der verdoemden* |
nr. 28 t/m 31 |
* |
| 1973 |
Vader
& Zoon door dik en dun |
Van Gennep |
* |
| 1973 |
Llewelyn Fflint |
Pep-stripweekblad |
* |
| |
De poltergeist van Radham
House* |
nr. 3 t/m 6 |
|
| 1974 |
Vader
& Zoon in 't Groot |
Van Gennep |
* |
| 1975 |
Vader
& Zoon in de bocht |
Van Gennep |
* |
| 1976 |
Vader
& Zoon gaan het helemaal maken |
Van Gennep |
* |
| 1976 |
Grenzeloos werkeloos |
Tropenmuseum |
* |
| |
Samen met Waldemar Post |
|
|
| 1977 |
Vader
& Zoon houden vol |
Van Gennep |
* |
| 1978 |
Vader
& Zoon bakken 'm bruin |
Van Gennep |
* |
| 1979 |
Vader
& Zoon maken het bont |
Van Gennep |
* |
| 1980 |
Vader
& Zoon Dubbeldik en Kamerbreed |
Van Gennep |
* |
| 1981 |
Vader
& Zoon leveren in |
Van Gennep |
* |
| 1982 |
Vader
& Zoon staan op de tocht |
Van Gennep |
* |
| 1983 |
Vader
& Zoon draven door |
Van Gennep |
* |
| 1983 |
Lang
leve Fred Leeflang |
De Meulder |
* |
| |
Bijlage bij Stripofiel
nr. 48 |
|
|
| 1983 |
Stripwerk |
Muusses Purmerend |
* |
| |
Boek over het maken van strips.
Tekening Vader & Zoon op pagina 20. |
|
| 1984 |
Vader
& Zoon met name |
Van Gennep |
* |
| 1984 |
Haagse
kliekjes |
Titanic Strip Magazine |
* |
| |
nr. 1 t/m 5 (eerste
jaargang) |
|
|
| 1985 |
Vader
& Zoon vitaal |
Van Gennep |
* |
| 1985 |
Tegenaanval |
De Lijn te Baijum |
* |
| |
Leger van striptekenaars Presenteert....Verweer
(4 pagina's Peter) |
|
| 1986 |
Vader
& Zoon culinair |
Van Gennep |
* |
| 1986 |
Stripschrift nummer 207 |
Stripstift |
* |
| |
(Peter tekende in dit blad een pagina
van een kettingstrip) |
|
| 1987 |
Vader
& Zoon literair |
Van Gennep |
* |
| 1987 |
Strips
voor Mozambique |
Bredaas Strip Spektakel |
* |
| 1988 |
Vader
& Zoon fini |
Van Gennep |
* |
| 1988 |
Titanic Strip Magazine nummer 43 |
Titanic Strips Zelhem |
* |
| |
(Gastrol Vader in
Heinz-strip op pagina 14) |
|
|
| 1990 |
Cartoon Aid - Help de kinderen lachen |
Stichting Cartoon Aid |
* |
| |
Strips van diverse
tekenaars en auteurs over voetbal, gemaakt voor een |
|
| |
Rode Kruis-actie voor
hulp aan kinderen in Corrientes in Argentinië |
|
| 1997 |
Llewelyn Fflint |
Stripschrift |
* |
| |
* Waarin deze verhalen
zijn opgenomen plus een |
|
| |
interview met Peter van
Straaten |
|
|
| 1997 |
Dertig
jaar Stripschap |
Het Stripschap |
* |
| |
(tekening uit 1986 op
pagina 69) |
|
|
| 1998 |
Haags
Stripwerk |
Haags Gemeente Archief |
* |
| 2000 |
De
dikke Vader & Zoon |
De Harmonie |
* |
| 2000 |
Kaliber 1 - Tijdschrift voor misdaad en literatuur |
Scepter Boekproducties |
* |
| |
(Opzet voor een nooit uitgegeven
strip samen met Rinus Ferdinandusse) |
|
| 2005 |
De
strip die nooit af was |
Stripstift |
* |
| |
Rinus Ferdinandusse schreef een
artikel in Stripschrift nr. 367 over |
|
| |
dezelfde strip als hierboven vermeld,
maar met daarbij een paar nieuw |
|
| |
gevonden stroken. |
|
| 2005 |
De
wereld van de Nederlandse strip |
Terra Lannoo |
* |
| |
Kees Kousemaker en Margreet van Hoorn
stelden dit boek samen. Van |
|
| |
Peter werden in dit boek acht
tekeningen geplaatst |
|
Links
|
|
Een veelzijdige site met
daar in links naar allerlei mogelijkheden om te zoeken
op het gebied van bedrukt papier. |
| |
|
|
|
|
Op deze goedverzorgde site
is de Comiclopedia een aanwinst voor de verzamelaar. |
| |
|
|
|
|
Het Persmuseum heeft een
grote verzameling tekeningen,van Peter in bruikleen, die
digitaal toegankelijk worden gemaakt. |
| |
|
|
 |
|
Op deze site krijgt u door
verder te klikken heel veel van en over het werk van
Peter te zien. |
| Het
Geheugen van Nederland |
|
|
Expositie
|
Tentoonstelling: |
Peters meesters
Peter van Straaten en zijn
inspiratiebronnen |
| was gehouden van: |
van 9 februari t/m 4 mei 2008 |
| Waar: |
Museum Meermanno Prinsessegracht
30
2514 AP Den Haag |
| Openingstijden: |
Dinsdag t/m Vrijdag van 11.00
tot 17.00 uur
Zaterdag en Zondag van 12.00 tot 17.00 uur |
| Bijzonderheden: |
Te zien zijn werk van Peter in
vergelijking met zijn grote voorbeelden, o.a. Jo Spier en van
Opland |
|
|
|
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
|
Peter van Straaten (Arnhem, 1935) is
tekenaar. Hij werkt voor Het Parool en Vrij Nederland. Van
Straaten kreeg bekendheid met ’Vader & Zoon’ en zijn cartoon
’Dagelijks leven’. In 2006 ontving hij de Gouden Ganzeveer. Het
Haagse Museum Meermanno vroeg hem een tentoonstelling over zijn
inspiratiebronnen samen te stellen. ’Peters meesters’ is van 9
februari tot 4 mei te zien.
'De
Suite-tapes', deel 3
De Shaffy Suite is een serie op
de
Concertzender over de muziek van Ramses Shaffy. Voor iedere
aflevering wordt er iemand geïnterviewd uit het 'gevolg' van
Shaffy, die intensief met hem heeft samengewerkt. Deze keer:
Polo de Haas.
Hoewel vooral bekend geworden als klassiek pianist, stond hij
ook aan de wieg van Ramses' muzikale carrière. De Haas zat
achter de piano in Ramses' geflopte musical 'Olé la Marguérita'
(1955) en was er ook bij toen in 1964 Shaffy Chantant van start
ging.
Polo de Haas:
"Shaffy Chantant was erg gedurfd en avantgardistisch"
- Jullie werkten al in 1955 samen, met
de musical ‘Olé la Marguérita’.
“Ja, dat is een totale flop geworden.
Ramses was net van de Toneelschool en, expansief als hij is, wou
hij toen meteen een vrij groots opgezette show gaan doen, met
zo'n beetje tout Amsterdam. Opland zorgde voor de decors,
zijn vrouw Soja Tannhauser zong iets - niet van Wagner - Rob van
Reijn deed een schitterende pantomime als concertpianist, Femke
Boersma - toen heette ze nog Femke Talma – was erbij en Rita
Maréchal, een actrice die een jaar of tien geleden is overleden…
Er deden heel veel mensen aan mee.”
- Zat er een verhaallijn in?
|
|
| |
|
|
http://www.petervanstraaten.com/
Carmiggelt, Simon
Simon Johannes Carmiggelt, Nederlands dichter
en prozaschrijver (Den Haag
7.10.1913 - Amsterdam
30.11.1987). Begon als journalist in zijn
geboortestad, maar zou al spoedig faam verwerven
met zijn columns, korte prozastukjes waarin hij
op humoristische manier voorvallen uit het
dagelijks leven beschrijft in de hem typerende
ironische stijl. Die stijl kenmerkt zich vooral
door understatement, woordspelingen en
onverwachte zinsconstructies.
In 1944 vestigde hij zich in
Amsterdam waar hij meewerkte aan de illegale
pers. Dat bracht hem in contact met Het
Parool waaraan hij vanaf 1945 onder het
pseudoniem Kronkel bijna dagelijks zijn
cursiefje bijdroeg. Uit deze bijdragen stelde
hij regelmatig bundels samen die doorgaans een
gemeenschappelijk onderwerp of uitgangspunt
hebben. Die onderwerpen zijn op zichzelf weer
typerend voor het werk van Carmiggelt:
Kroegbezoek in Kroeglopen I (1962) en
Kroeglopen II (1965); kinderen in Klein
beginnen (1950); katten in Poespas
(1952); bejaarden in Oude mensen (1963).
Onder het pseudoniem Karel
Bralleput schreef Carmiggelt ook poëzie die
gebundeld werd in Het jammerhout (1948),
Al mijn gal (1954) en Fabriekswater
(1956). Ook deze poëzie vertoont de al eerder
vermelde eigenschappen van zijn proza: het spel
met de ontnuchterende werkelijkheid via ironie
en understatement.
Carmiggelt schreef talloze
cabaretteksten voor Wim Kan en Wim Sonneveld.
Sommige daarvan zijn bewerkingen van eerdere
cursiefjes. Voorts verzorgde hij teksten voor
films van Bert Haanstra, waarvoor hij de tekst
vaak zelf insprak. De VARA-televisie heeft
Carmiggelt jarenlang een cursiefje laten
voorlezen als een soort ‘dagafsluiting’.
In 1987 verzorgde Carmiggelt
samen met Peter
van Straaten (wiens tekeningen overigens de
sfeer van Carmiggelts teksten uitstekend benaderen)
een boek over collegaschrijvers onder de titel
Het literaire leven. Die samenwerking
kwam al eerder tot uiting in de in 1976
verschenen selectie uit Honderd dwaasheden
(1946), verschenen onder de titel Dwaasheden.
Carmiggelt correspondeerde met Gerard Reve, die
zijn kant van die correspondentie publiceerde in
Brieven aan Simon C., 1971-1975 (1982).
Carmiggelt gaf zijn brieven uit in Met de
neus in de boeken (1983). Zijn grote
affiniteit met het werk van Willem Elsschot kwam
tot uiting in tal van cursiefjes die hij aan
deze Vlaamse auteur heeft gewijd. In 1985 stelde
hij Ontmoetingen met Willem Elsschot
(Open Domein) samen, waarin hij verslag
uitbrengt van zijn bezoeken aan de auteur van
Lijmen en Het been en tevens brieven
en nagelaten manuscripten opneemt.
In 1989 werd in
Amsterdam een
tentoonstelling gewijd aan Simon Carmiggelt:
Sporen van S. Carmiggelt. Sedert 1985
bestaat er een Vereniging van Carmiggeltvrienden
die een eigen periodiek uitgeeft onder de titel
Speciaal voor ons. Nieuwsblad voor
Carmiggeltvrienden. In 1991 werd in
De Steeg (gemeente
Rheden, aan de rand van de Veluwe, waar
Carmiggelt vaak zijn vakantie doorbracht en waar
hij ook regelmatig over schreef) ter ere van
Simon en Tiny Carmiggelt een gedenkplaat
aangebracht. Al deze gebeurtenissen laten zien
dat de belangstelling voor Carmiggelts werk
steeds groter is geworden en ook literair
erkenning heeft gevonden. Dat wordt bevestigd
door de vele literaire prijzen die hem zijn
toegekend: onder meer de Jan Campertprijs in
1953, de Constantijn Huygensprijs in 1961 en de
P.C. Hooftprijs in 1974.
Al geruime tijd herdrukt De
Arbeiderspers het werk van Carmiggelt, waarbij
twee oorspronkelijke uitgaven gecombineerd
worden in een band. Op die manier ontstaat
geleidelijk iets dat op een ‘Verzameld Werk’
begint te lijken.
Literatuur: BWN; Oosthoek; WP-lexicon;
Carmiggelt, een uitgave samengesteld
t.g.v. de bekroning van het oeuvre van Simon
Carmiggelt met de vijfjaarlijkse prijs van de
Amsterdamse boekverkopersvereniging (1967); M.
Ros en G. Komrij, ‘In gesprek met Simon
Carmiggelt’ in: Maatstaf 18 (1970-1971)
6, p. 431-445; S. Carmiggelt, uit en over
zijn werk (19722); J. Florquin,
‘Gesprek met Simon Carmiggelt’, in: Ten huize
van ... 9 (1973) p. 9-86; Kijk, S.
Carmiggelt. De schrijver in beeld (19732):
G. Bomans, ‘Bij Carmiggelt thuis’, in: Van de
hak op de tak (19736) p. 119-159;
L. Verhuyck en Th. Jochems. Simon Carmiggelt
(Grote ontmoetingen 2, 1975, 19782);
F. de Swert, ‘Simon Carmiggelt’ in: Zes
auteurs in beeld (1977) p. 7-28; C. de
Ruiter. Over het proza van Simon Carmiggelt
(Synthese, 1979); Tony van Verre ontmoet
Simon Carmiggelt (1979); G. Reve en S.
Carmiggelt. In gesprek (opgetekend door
Max van Rooy e.a. 1980); Ch. Boost, Ed van Thijn
e.a.. Carmiggelt 70 (1983); R.
Rubinstein. Mijn beter ik. Herinneringen aan
Simon Carmiggelt (1991); K. Fens, ‘Paradijs
in de schemer’, in: Voetstukken, een keuze
uit de essays 1964-1980 (1991), p. 140-151;
A. Leijdekker. ‘Enig’ werk van Simon
Carmiggelt, tentoonstelling (1992); R.
Broens. Carmiggelt op een rijtje. Overzicht
van alle boeken van de hand van S. Carmiggelt
(19952); S. Witteman en Th. van den
Bergh. S. Carmiggelt. Een levensverhaal
(1998); H. van Gelder. Carmiggelt. Het
levensverhaal (1999); A. Meinderts en D.
Welsink (red.). Vier lichte letterheren (Schrijversprentenboek
44, 1999).
|
|
| |
|
Ook als schrijver heeft Peter van Straaten
zijn sporen verdiend. Met name zijn columns
over het roerige leven van Agnes, haar zoon
Daniël en vriend Arthur (inmiddels
echtgenoot), die wekelijks in Vrij Nederland
staan, kennen een grote populariteit en zijn
al vele malen in boekvorm verschenen.
(Meer bij de
Nederlandse Stripgeschiedenis
|
|
Peter van Straaten
Uit Wikipedia, de vrije
encyclopedie
Peter van Straaten (Arnhem,
25 maart
1935) is een
Nederlands
cartoonist en
striptekenaar. Hij maakt zowel politieke prenten
alswel grappen over 'het leven'.
Van Straaten doorliep een opleiding aan de
Kunstnijverheidschool te Amsterdam.
Hij begon zijn carrière in 1958 bij
Het Parool, in eerste instantie als
reportagetekenaar. Later begon hij ook politieke
tekeningen te maken. Hij startte in 1968 met de
strip Vader en Zoon in Het Parool. Deze
politieke strip werd een groot succes en bleef tot
in de jaren tachtig verschijnen. Sindsdien verzint
hij dagelijks een onderschrift en maakt er een
tekening bij voor Het Parool in de serie
Dagelijks Leven. Daarnaast publiceerde hij onder
meer in
Humo,
Penthouse en
Vrij Nederland. Voor laatstgenoemd tijdschrift
schreef hij tussen 1984 en 2000 ook een wekelijkse
feuilleton over het 'slordig leven' van de
alleenstaande Agnes.
Zijn oudere broer
Gerard is eveneens bekend als illustrator.
|
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
Plaaggeest van de
polderpolitiek
→ Profiel:
Opland
DOOR Sander
Pleij en Peter Vermaas
In
1973 vierde tekenaar Opland zijn vijfentwintigjarig
jubileum bij de Volkskrant. Een stoet aan
politici woonde de opening bij van de bij die
gelegenheid aan de Wibautstraat ingerichte
tentoonstelling. Romme was er. Ook Beernink, Burger,
Steenkamp, Zijlstra en vele andere kopstukken gaven
acte de présence. Ministersvrouwen vertelden dat ze
wekelijks de hardste karikaturen uit de krant
knipten en de ministers hingen die boven hun
werktafel op de diverse departementen. Hoe scherper
de tekening, hoe mooier de minister die zei te
vinden. Toenmalig VVD-senator Harm van Riel
verwoordde in zijn feestrede de gevoelens van de
politici. «Griezelig vind ik u allerminst», zei hij
tegen de jubilaris, «want ik zie u niet als een
politieke kracht van betekenis. Wel bent u een van
de grootste kunstenaars van het land.»
Het was niet de eerste keer dat de meest gevierde
politiek tekenaar van Nederland door de politiek
zelf onschadelijk werd gemaakt. Al eerder, in 1964,
nam minister van Buitenlandse Zaken Luns, die er in
menige prent zwaar van langs kreeg, vrolijk glim
lachend een bundeling werk van Opland in ontvangst.
Het was ook niet de laatste keer. Nog steeds hangen
de ministeriële werk kamers vol karikaturen van «hofnar»
Opland die tegen wil en dank steeds meer is
opgeslorpt door de allesoverheersende Nederlandse
consensuspolitiek. Zijn tekeningen bleven scherp en
hard, maar het oordeel in Den Haag bleef mild. De
tekenaar werd een van de schakels in de
polderpolitiek, waar een oprechte opinie en een
woeste verontwaardiging met fluwelen handschoen
worden opgepakt, aangehoord en vriendelijk terzijde
geschoven.
Hij was het zich terdege bewust. De overdreven
loftuitingen van politici waren verdacht. «Die lui
weten heel goed hoe dat werkt, dat het gênant voor
je is», zei hij in 1984. Zoals het een rechtgeaard
politiek commentator betaamt, probeerde hij derhalve
zelf zo ver mogelijk van Den Haag weg te blijven.
«Het is corrumperend om politici tegen te komen»,
verklaarde hij in een interview in dagblad Trouw.
En aan Het Parool vertelde hij in 1993:
«Hun beste verweer is om te zeggen dat ze het weer
enig gevonden hebben. Ik heb ooit een tekening
gemaakt van Luns waarin ik hem totaal in de grond
trapte, hij bleef er misschien nog net een stukje
boven uitsteken. Maar toen ik hem sprak, zei hij met
die stem van hem: ?Nou, dat was een van je beste,
heur!? Inkapselen is hun beste wapen, maar het is
tuig waar zwaar op gelet moet worden.»
Tevreden was hij wanneer er een kleine aanwijzing
leek te zijn dat hij meer was dan de vleesgeworden
repressieve tolerantie en een door de politiek
geadopteerde hofnar. In het café liep hij Hans van
Mierlo weleens tegen het lijf. «Een oprecht iemand»,
vond Opland. En «misschien (?) daarom als politicus
niet geslaagd». De D66-voorman was immers de enige
die durfde opbiechten toch wel enige moeite te
hebben met de karikaturen die Opland van hem maakte.
Na een vernietigende prent was de politicus twee
volle dagen van slag, bekende hij de trotse tekenaar.
Afgelopen maandag werd Rob
Wout, zoals Opland in het echt heet, in Amsterdam
begraven, temidden van vrienden, familie en collega�s.
Maar zonder politici. De «slachtoffers», zoals
Opland ze placht te noemen, van de politieke prenten
die langer dan een halve eeuw verschenen in de
Volkskrant en De Groene Amsterdammer,
hebben van deze plaaggeest geen gevaar meer te
duchten.
Zijn debuut in De Groene Amsterdammer was op
22 februari 1947. Rob Wout (1928) bediende zich toen
voor het eerst van het pseudoniem Opland, dat
geïnspireerd was op de achternamen van twee vroegere
schoolmaatjes � Klaas op �t Land en Eddy van
Opzeeland. Onder enkele andere schuilnamen had hij
ook tekeningen geplaatst gekregen in onder meer
Het Parool en Vrij Nederland. Een
pseudoniem was bittere noodzaak, zou hij later
zeggen. Hij had in die tijd immers nog het vaste
voornemen zijn studie politicologie aan de «Zevende
Faculteit» van de Universiteit van Amsterdam af te
ronden teneinde later diplomaat te worden. Op de hbs
had hij zich bewezen als scherp politiek analyticus,
al werd hem dat in die tijd nog niet bepaald in dank
afgenomen. Een opstel waarin hij het opnam voor de
vrijheidsstrijd van de Indonesiërs werd tot zijn
grote woede slechts beloond met een vier.
Omdat het van een wekelijkse Groene-tekening
moeilijk rondkomen is, had hij zijn betrekking als
assistent van Ed Hoornik bij Vrij Nederland
aangehouden. J.M. Lücker, hoofdredacteur van
de Volkskrant, had Hoornik verteld dat hij
Opland de beste politieke tekenaar van dat moment
vond. Hoornik belde Lücker en binnen tien minuten
kwam de Volkskrant-chef in een Amerikaanse
slee voorrijden. Met zijn aanstelling bij de
Volkskrant, ruim een jaar na zijn debuut in
De Groene, kon hij zijn baantje bij Vrij
Nederland opzeggen. Tegen de zin van Lücker
bleef hij bij «de vréselijke papenhaters» van De
Groene in dienst. Al was het maar om zijn
geweten te sussen, want de Volkskrant was
toch een «vrij rechtse, nou zéér rechtse» krant en «eigenlijk
(?) een rotkrant». «Ik wil een vogeltje zijn dat
blijft kwinkeleren», verklaarde Opland zijn
aanhoudende aanwezigheid bij De Groene. «Wie
het eerst komt, die het eerst maalt», kreeg Lücker
te horen. In een interview in 1984 met Max Arian en
Geke van der Wal zei hij erover: «Ik dacht: Dan ben
ik verkocht en verraden. Dan zit ik in een club waar
ik helemaal niet thuis hoor en verder existeer ik
helemaal niet.»
Toch paste de protestant Opland meer bij die roomse
Volkskrant-cultuur dan hij zelf wilde geloven.
Zijn barokke taalgebruik en Bourgondische
levensstijl sloten volkomen aan op de «schuttersstukken»
die hij in zijn beginjaren voor zowel De Groene
als de Volkskrant fabriceerde. Onder
invloed van hoofdredacteur Dijkstra werd in het
weekblad in de jaren zestig zijn stijl steeds
abstracter. Het waren «intellectuele spelletjes» die
hij daar speelde, de prenten werden «bijna
cryptogrammen», vond hij zelf. In de Volkskrant
bleven de gedetailleerde winterlandschappen en
middeleeuwse veldslagen met de tierlantijnen en
verklarende tekstballonnen verschijnen.
Rob Wout, de mens, was de breedsprakige bohémien die
zo past bij de Volkskrant-tekeningen.
Bladerend door oude interviews spat tussen
Oplands-Russische kreten als Godsammekrakepitten,
Slidosna, betski, batski, savonje, trovatski en
Slaboedelje het gezang van de bladzijden. «Drie
kleine consumpties die stonden op een rij.» «Voort
voort, bij weer en wind, in de wilden sneeuwjacht,
langs beemd en vaart, brits en brats?» «Wer reitet
so spät durch Nacht und Wind? en het kind was dooood?»,
«In mijn vooronder, ben ik een hypochonder.» Zijn
zorgen over de wereld waren oprecht, maar in
tegenstelling tot de meeste kinderen van de
revolutie van de jaren zestig behield hij zijn
gevoel voor humor. Vietnam, Nixon, blind
Amerikanisme � hij kon er ongeveinsd boos om worden,
maar ondertussen bleef Rob Opland genieten.
Vaak is geschreven dat hij zijn felste
terechtwijzingen exclusief reserveerde voor de
buitenlandse politiek. Nixon werd voorzien van een
almaar aanzwellende penisneus en kreeg in 1973 in
De Groene op een zeker moment zelfs onverbloemd
een hakenkruis op zijn revers. En generaal De Gaulle
en Margaret Thatcher kregen een vergelijkbare weinig
verholen behandeling. De Nederlandse politiek werd
in de prenten van Opland gepresenteerd zoals die
was: dorps. In een vraaggesprek in 1969 dat volgens
interviewer Martin van Amerongen behoudens «enige
oprispingen van levenslust» rustig verloopt en «slechts
af en toe (wordt) onderbroken als onze gastheer de
onweerstaanbare behoefte in zich voelt opwellen een
Iers volkslied in Chinese zetting te zingen, een
Bach-aria te parafraseren, een Russische
veldprediker te imiteren of een orakelspreuk uit te
spreken», bevestigt Opland deze visie op de
Nederlandse politiek. «Ik beschouw het zo�n beetje
als het krentenweggen in? eh? dinges en het
midwinterblazen in Twente en al die andere
halfgefrustreerde aangelegenheden in Nederland. In
Nederland wordt een president die niet bevalt meteen
van drie kanten tegelijk voor z�n raap geschoten,
wat me ook weer iets te ver gaat. Dat zal je hier
niet gebeuren. De politiek is hier nog omgeven met
mufheid, braafheid, starheid, naïviteit.»
Op een enkele uitschieter na � hij tekende een week
voor de val van het kabinet-Den Uyl in maart 1977
voor De Groene een grasveldje met daaronder
de tekst: «Stukje grond door de Groene tegen
gebruikswaarde aangeboden, teneinde een galg op te
richten voor de heer Van Agt» � bleven zijn
Nederlandse prenten voor het oog milder dan die over
het buitenland. Het leek of hij ridiculiseerde en
over Chili, Israël en Vietnam pas écht boos werd. Zo
leverde de activist Opland bij De Groene eens
een vierkant zwart vlak in met daarin slechts in
blokletters de tekst: «Stop moord in Vietnam!».
De activist Opland, die ook belangeloos
verantwoordelijk was voor de affiches van het
Medisch Comité Nederland-Vietnam, het Chili Comité,
Nederland Bekent Kleur en het Komitee Kruisraketten
Nee. Een cabaretier verklaarde eens plechtig op
televisie nog slechts geld te doneren en met
demonstraties mee te lopen wanneer het «Opland-keurmerk»
er op zat. «Heeft Opland er een plaat voor gemaakt,
dan deugt het.»
Maar hoezeer de meermalen gelauwerde Opland zelf in
de idealen van een rechtvaardiger samenleving bleef
geloven, de wereld om hem heen veranderde. En niet
in de richting die hij wenste. De krullenjongens
rukten op, de ideologieën werden overboord gegooid.
Niet alleen bij de Volkskrant, zelfs bij zijn
geliefde Groene Amsterdammer, waarbij hij tot
de laatste snik ook zitting had in het dagelijks
bestuur. Hij leek zich steeds meer een der laatste
Mohikanen te voelen, door de Volkskrant
allengs minder gewaardeerd. «Tijden veranderen,
inzichten veranderen, dat haalt je de koekoek»,
verzuchtte Ben Haveman, journalist bij de
Volkskrant, afgelopen maandag in een prachtige
toespraak bij de begrafenis. «Dus ineens waren er
influisteringen die met grote stelligheid meldden
dat politieke prenten van deze snit eigenlijk te
barok dus uit de tijd waren. Influisteringen die
meldden dat je van nieuwe dus jeugdige lezers met
zapgedrag geen cultuurhistorisch besef, laat staan
waardering voor het Opland-oeuvre mocht verwachten,
daar kwam het wel zo ongeveer op neer», zei Haveman.
«Ach», vervolgde hij, «de polderjournalistiek lijkt
allerwegen een tikje in de war te wezen.»
|
|
|
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
|
|