Politieke tekenaars   1950- 2008      
 

2008   kopen van het werk is nog mogelijk  http://www.petervanstraaten.com/

Peter van Straaten (Arnhem, 1935) is tekenaar. Hij werkt voor Het Parool en Vrij Nederland. Van Straaten kreeg bekendheid met ’Vader & Zoon’ en zijn cartoon ’Dagelijks leven’. In 2006 ontving hij de Gouden Ganzeveer. Het Haagse Museum Meermanno vroeg hem een tentoonstelling over zijn inspiratiebronnen samen te stellen. ’Peters meesters’ is van 9 februari tot 4 mei te zien.

Een korte beschrijving van zijn werk en carrière

Peter van Straaten wordt op 25 maart 1935 te Arnhem geboren. Na zijn opleiding aan het Instituut voor Kunstnijverheids Onderwijs (de huidige Rietveld Academie) debuteert hij in 1958 bij Het Parool. Het zal enige tijd duren voor hij het tekenen voor een krant, vooral rechtbanktekeningen en illustraties bij verslagen, onder de knie krijgt. Vanaf 1970 verschijnt iedere dag de strip Vader & Zoon samen met de column van Simon Carmiggelt op pagina drie van die krant. Vooral aan zijn Vader & Zoon heeft hij zijn grote bekendheid te danken. Als auteur verwerft hij vooral naam met "Agnes" een wekelijks feuilleton in Vrij Nederland, waaraan in september 2000 een einde komt.
zijn grote voorbeeld was altijd van Opland

Voor Vrij Nederland maakt hij op dit moment wekelijks een politieke prent en tot begin 2006 een cartoon over het Literaire Leven. Voor Het Parool tekent hij cartoons onder de titel "Het dagelijks leven". Verder vindt uzijn werk in De Gelderlander, Leeuwarder Courant en het Nieuwsblad van het Noorden. In het Belgische Humo verschijnen eveneens cartoons van zijn hand.

Naast de bovenstaande vaste opdrachten, werkt hij vanaf 1954 voor meerdere uitgeverijen en worden tekeningen van hem gebruikt ter illustratie en als omslagen van romans, jeugdboeken, studieboeken en verschillende informatieve uitgaven.

Het vroegst bekende gepubliceerde werk, is een omslag voor het Nieuwe Leven van Dante uitgegeven bij Contact in 1951, deze datering ligt echter voor het moment dat Peter daadwerkelijk deze omslag maakte. Op dat moment zat hij nog op de middelbare school. Dit is, zoals wij hebben kunnen herleiden, een heruitgave waarschijnlijk uit 1954, waarvoor een stofomslag gemaakt door Peter is gebruikt.

In 1978 verschijnt zijn eerste echte schrijfwerk. Samen met Rijk de Gooyer en Eelke de Jong maakt hij het boek "Beste Jongens", een briefwisseling die eerder in de HP verscheen.

Het eerste Agnes-boek wordt in 1987 uitgegeven, daarna zullen er nog 10 verschijnen. Van zijn hand komen ook nog enkele bundels met korte verhalen en bijdragen aan werk van anderen.

Zijn grootste bekendheid ontleent hij aan zijn tekenwerk en daar weer van de cartoons, die terug te vinden zijn in Agenda's, Kalenders, op Prentbriefkaarten en uiteraard verzameld in meerdere boeken.

In 2005 als Peter van Straaten zijn zeventigste verjaardag viert, komt er een film uit van regisseur Pieter Verhoeff, getiteld "Een gelukkige hand". De film is een docu-drama. Gedeeltelijk bestaand uit nagespeelde scènes uit het leven van zijn boekfiguur Agnes en verder uit beelden van Peter van Straaten in zijn dagelijks leven, aan het werk, in de sportzaal, in het bos en in zijn vakantiehuisje in Italië

Op 20 april 2006 wordt aan hem de Gouden Ganzenveer uitgereikt als waardering voor zijn gehele werk, hiervan verscheen een boek met veel tekeningen en daarbij een DVD met een interview door Bas Heijne, het dankwoord van Peter en nog meer

 

Opland

 
 

Opland is het pseudoniem van de politieke cartoonist Rob Wout (Amsterdam, 18 juli 1928 – aldaar, 19 juli 2001). Hij was o.a. werkzaam voor de Volkskrant en de Groene Amsterdammer. Zijn bekendste cartoon, 'kernwapens de wereld uit' verkreeg ook buiten Nederland bekendheid.

Opland werd op 18 juli 1928 geboren in Amsterdam onder de naam Rob Wout. Hij kwam uit een Hersteld Evangelisch Luthers gezin. Tijdens zijn jeugd was hij al actief als tekenaar, o.a. voor de schoolkrant. Na de HBS begon hij een studie politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij ging in 1947 werken voor de Groene Amsterdammer. Om zijn studie te bekostigen zocht hij naar meer opdrachten en werkte toen ook voor het Parool en Vrij Nederland. Nadat hij zijn studie had afgebroken ging hij fulltime werken als tekenaar / cartoonist. Hij nam het pseudoniem "Opland" aan, gemaakt uit de gedeeltelijke samenvoeging van de achternamen van twee schoolvrienden.
In 1948 werd hij aangenomen bij de Volkskrant. De Volkskrant bevond zich in deze tijd nog aan de rechterkant van het Nederlandse politieke spectrum en Opland twijfelde in eerste instantie of hij daar wel zou passen. Uiteindelijk zou hij tot aan zijn dood voor de Volkskrant en de Groene Amsterdammer blijven werken. In zijn persoonlijke leven stond hij bekend als een vrolijk, enthousiast mens. Hij was op feestjes regelmatig het middelpunt van de belangstelling met verhalen en anekdotes. Hij was een groot operaliefhebber en kende verschillende operaliederen uit zijn hoofd, die hij soms als hij zijn tekening 's-avonds op de redactie van de Volkskrant bracht, ten gehore bracht.

In zijn tekeningen gaf Opland commentaar over gebeurtenissen in de politiek. Zijn tekeningen spraken behoorlijk aan, bij het publiek maar ook bij de bespotte politici zelf. Het kenmerk van zijn tekeningen was het gebruik van een drukke, barokke, stijl. Er staan vaak veel personen afgebeeld, en er is veel te zien. Willem Drees beeldde hij af als een man met een volkomen vierkant hoofd; Ruud Lubbers kreeg bij Opland een neus die gaandeweg steeds meer op een penis in erectie ging lijken, Dries van Agt kreeg bij hem een neus als een kraaiensnavel. Zijn inspiratie vond hij voor een deel uit taferelen van de Nederlandse geschiedenis, zoals de Tachtigjarige Oorlog en typische Nederlandse omgevingen, zoals Amsterdam en winterlandschappen in polders. Voor de Groene Amsterdammer waren zijn tekeningen rustiger.

Opland had zelf geen hoge dunk van zijn invloed op de politiek. Politici die door hem afgebeeld werden konden er schijnbaar zelf het meest om lachen. Opland werd zelf hierdoor wel bekend. Bij zijn eerste uitgebrachte verzameling schreef de minister van Buitenlandse Zaken Luns, regelmatig het voorwerp van een tekening van Opland, het voorwoord. En bij de viering van zijn 25e jaar bij de Volkskrant voerde Harm van Riel (VVD) het woord:

«Griezelig vind ik u allerminst», zei hij tegen de jubilaris, «want ik zie u niet als een politieke kracht van betekenis. Wel bent u een van de grootste kunstenaars van het land.» [1]

Het bekendst werd zijn tekening voor "Komitee Kruisraketten Nee" waar hij een vrouw afbeeldde die een (kruis)raket een schop geeft. De tekening werd veel gedragen tijdens de demonstraties in Amsterdam en Den Haag tegen de geplande plaatsing van kruisraketten in Nederland. Buiten Nederland werd deze tekening ook zeer bekend. Zo bekend dat de Vredesbeweging in Europa, Australië en Japan de tekening ging gebruiken. [2]
 

Op 19 juli 2001 overleed Opland aan botkanker. Hij was toen al enige tijd ziek geweest. Illustratief voor de bekendheid en populariteit van Opland was de aandacht die besteed werd aan zijn overlijden. Vrijwel alle dagbladen besteedden hier aandacht aan. In de Volkskrant was de halve voorpagina en de hele derde pagina aan hem gewijd. De Groene Amsterdammer gaf zelf een aparte editie uit. [3]

  1. ^ Groene Amsterdammer website 28 juni 2001 [1].
  2. ^ Comicbase "Opland overleden" 31 juli 2001 [2]
  3. ^ De Journalist nr. 14, 27 juni 2001 [3]
 

 

 

 
Jos Dinkelaar  journalist ,schrijver,fotograaf,filmproducent http://www.ultrascan.nl/html/pinfraude_card_fraud.html#Google map met de dreiging per gemeente  

‘Zo’n lieve jongen, zo’n  hondentrouw’  door Peter van Straaten

 

Vorige week donderdag overleed op 73-jarige leeftijd politiek tekenaar Rob Wout, beter bekend als Opland. Collega/vriend Peter van Straaten haalt herinneringen op.

 

 ‘W e zijn verschillende keren op ziekenbezoek geweest in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. Hij lag op een zaal. Een uiterst naargeestige toestand. Ik herinner me dat Els, mijn vrouw, naar de balie ging en vroeg: kan hij geen aparte kamer krijgen, hij is een heel beroemde tekenaar. Wie hij dan wel was? Nou, Opland! Nooit van gehoord, zeiden ze.

“Later heeft hij toch een eigen kamer gekregen. Hij klampte zich vast aan elk sprankje hoop, hoewel hij op een gegeven moment wist dat het een aflopende zaak was. Maar daar wilde hij je niet mee lastigvallen. Als je bij elkaar was, moest het leuk zijn, vond Rob. Zelfs op zijn sterfbed was hij nog bezig het bezoek te amuseren. Hij kon zo onderhoudend, zo geestig zijn...

“Toen ik begon met tekenen was Opland mijn grote voorbeeld. Niet zozeer vanwege zijn manier van tekenen, maar vanwege zijn status, zijn bourgondische levensstijl. Die man at iedere dag in de stad! Het was 1956, ik zat op de Kunstnijverheidsschool, en dat leek me een heerlijke luxe. Ik dacht, ten onrechte, dat hij ontzettend rijk was. Hij was heel gul, betaalde altijd de drankjes. Zeer on-Nederlands.

“Opland hield hof in Americain. Bijna elke avond zat hij daar. Iedereen kende hem. Via Opland leerde je allerlei beroemdheden kennen. Als jong tekenaartje vond ik dat machtig interessant. De samenstelling van het gezelschap wisselde voortdurend, maar Simon Vinkenoog, Waldemar Post, Ramses Shaffy, Femke Boersma waren er vaak bij.

“Via Ramses had ik Opland leren kennen. Ramses had een musical geschreven: OlÈ la Margarita. Ik was gevraagd om de decorbouwer te helpen. De musical is maar drie keer opgevoerd; daarna werd het stuk omgebouwd tot een bonte parade van artiesten, onder wie veel vriendjes uit Americain. Er was een komische goochelaar, een soort Tommy Cooper, en Opland deed ook een nummertje: van die nep-Russische toespraken en gezangen waar hij later bekend door is geworden.

“Rob had de oorlog als jongeman meegemaakt. Ik zag hem als een vaderfiguur, of beter: een oudere broer. Wat ik zo bewonderde in Rob was dat hij niet alleen een fantastische tekenaar was, maar ook nog eens leuk in het cafÈ. Dat heb ik nooit bereikt. Ik ben niet zo’n gangmaker. Als Rob binnenkwam, was het feest. Niet dat hij zo gevat was of briljante anekdotes vertelde... hij maakte stampei, danste en zong. Een echte Amsterdamse volksjongen; hij praatte plat, hoewel hij nooit ordinair was. Toen hij nog op de gracht woonde, ben ik wel eens bij hem thuis geweest. Zijn huis stond vol spullen van het Waterlooplein: een oude brandkraan, een hobbelpaard, van die kermisspullen.

“We zagen elkaar voornamelijk in het cafÈ. Eerst gingen we naar Americain, daarna naar De Kring. In die tijd was De Kring een sociÎteit voor bedaagde kunstenaars, die in alle rust een borreltje kwamen drinken. Dan kwam Rob, en was het met de rust gedaan. Barstte hij spontaan uit in de Marseillaise. Ze namen hem dat kwalijk, vooral omdat hij in die tijd alleen maar cola dronk. Kijk, als je dronken was, kon je je van alles permitteren, dan had je een excuus. Maar dat je nuchter zo tekeerging, dat was not done.

“Een vrouwenman is hij nooit geweest, daar had hij het te druk voor. Geen vreemdganger, hij was zeer loyaal. In die tijd ging hij met Sonja. De beruchte Sonja. Ze was niet echt mooi, hoewel ze wel die naam had. Een soort Mathilde Willink avant la lettre. Ze kleedde zich zeer extravagant. Ze werd Vosje genoemd, vanwege haar rode paardenstaart. Je had toen nog gekostumeerde feesten op De Kring; daaraan was een prijs verbonden, die zij altijd met gemak won. Sonja was geen aardige vrouw; ze bedroog hem. Ik vond dat zielig voor Rob.

“Ik herinner me een feestje bij hem thuis. Ik was heel jong en naÔef. Bleu. Een provinciaaltje uit Arnhem. Ik zag dat Sonja onder zijn ogen werd versierd door de schilder Frans Pannekoek. Ik zei: Rob, kijk nou toch, je vrouw wordt versierd! Ja, dat zag hij natuurlijk ook wel. Mede omdat de drank rijkelijk vloeide, bleef ik maar herhalen: Rob, je vrouw wordt versierd, doe er iets aan! Op een gegeven moment vloog hij uit: man, hou toch eens op, ga zÈlf een vrouw zoeken. Dat was tegen het zere been, want ik kon toen geen meisje krijgen.

“Typisch Robbie. Hij wilde liever niet de waarheid horen. Rob keek liever een andere kant op. Hij is nog lang bij haar gebleven, maar op een gegeven moment was ze niet meer te handhaven. Later trouwde hij met Francine, die hij op het carnaval in Maastricht had ontmoet, maar hij heeft Sonja nog jaren onderhouden... Zo’n lieve jongen, zo’n hondentrouw.

“Rob was extravert, maar intimiteiten wisselde hij niet graag uit. Hij trok een scherm over zijn gevoelens. Hij had nogal wat ellende gekend in zijn privÈ-leven. Zo heeft hij een ongelukkig kind, een gehandicapt dochtertje. Op een gegeven moment moest Maartje uit huis en werd ze in een inrichting geplaatst. Je wist dat dat hem en Francine veel verdriet deed, maar daarover sprak hij niet graag. Over zijn sores was hij gesloten.”

 

 ‘A ls tekenaar vond ik hem erg goed, maar die kant wilde ik niet op. Ik ben minder modern, een echte traditionalist. Ik ben ooit een paar weken voor hem ingevallen op de Jeanne Roos-pagina in Het Parool. Maakte ik nep-Oplands. Dat viel nog niet mee. Het was toch uniek wat hij deed. De plaatsing van de ogen en net hoe zo’n neus in elkaar zit... dat kon alleen op natuurlijke wijze uit Oplands hand vloeien.

“Niemand heeft hem eigenlijk nagevolgd. Hij had een unieke stijl. Dat strakke, dat theatrale. Er kon maar ÈÈn Opland zijn. Als je je door hem had laten inspireren, was je meteen een epigoon geweest. Een trucje? Dat klinkt zo naar en negatief, maar het had er inderdaad iets van weg.

“Rob is langer dan wie dan ook socialist gebleven, hoewel hij niet drammerig, niet sektarisch was. Zijn werk was ideologischer gedreven dan dat van mij. Ik haatte Van Agt, omdat bij hem alles onecht was, maar tegenover Wiegel stond ik ambivalent. Dat leek me een geschikte vent om een borrel mee te drinken. Opland vond Wiegel fout, zuiver vanwege het feit dat hij bij de VVD zat.

“Rob had veel tekst nodig, behalve in zijn werk bij De Groene, dat abstracter was. Zijn tekeningen hadden iets oubolligs. Dat hoorde bij hem. Ik vond dat ­oubollige juist heerlijk. Dat je ieder jaar kon wachten op de kerstprent en die Hollandse ijstaferelen...

“Het is vloeken in de kerk, maar de laatste zes, zeven jaar was het niet meer de oude Opland. Els en ik zeiden vaak tegen elkaar: het is minder geworden. Als politiek tekenaar probeer ik altijd de actualiteit voor te zijn. Bij Opland was het de laatste jaren een samenvatting van het nieuws van de week: hij deelde dan zijn spotprent in drie lagen op, vrij gemakzuchtig. Maar je moet iemand op zijn ­beste werk beoordelen. Bovendien heeft hij nog wel schitterende portretten bij de profielen van Kees Fens in de Volkskrant gemaakt.

“Je kon merken: hij had er niet zoveel zin meer in, hij was op. Dat hij op zijn 65ste bij de Volkskrant werd verbannen naar een andere pagina heeft daarin, vermoed ik, een rol gespeeld. Persoonlijk heb ik dat als een groot verraad aan hem beschouwd. Hij werd afgeschreven. Zelf moet hij het ook als een degradatie hebben ervaren, maar ja, Rob sprak daar niet over; hij heeft nooit van enige frustratie blijk gegeven.”

 

 ‘E ens per jaar, op de eerste zondag in april, komen alle politieke tekenaars bij elkaar bij Kaatje bij de Sluis in Blokzijl. Jos Collignon, Frits M¸ller, Stefan Verwey... noem maar op. In ruil voor een diner schenken we dan een tekening aan het restaurant. De laatste keer was Rob er niet bij. Dat merkte je. De sfeer was minder uitbundig. Je miste hem.

“Anderhalve maand geleden zag ik hem voor het laatst. Samen met Jean-Paul Franssens bezocht ik hem in het ziekenhuis. Rob lag te slapen. Toen we naderbij kwamen, opende hij zijn ogen, en zei ­tegen mij: je vrouw wordt versierd. ­

Kennelijk had het hem toch erg dwars­gezeten.” |

 

 

Opland zorgde voor de decors, zijn vrouw was   Soja Tannhauser thans wonende in Almere -Buiten
in een eenvoudige  sociale woningcorporatie flat. 2008

 

Wij hebben ons, voorlopig, beperkt tot het Nederlandse taalgebied. Verder zijn kantoorartikelen met daarop werk van Peter van Straaten buiten beschouwing gelaten.

Om de bibliografie toegankelijker te maken is de volgende onderverdeling gemaakt:

 

Over Peter Boeken over en interviews met Peter van Straaten
De Auteur Boeken waarvan hij zelf de auteur is of waaraan hij een bijdrage levert
Illustraties Boeken waarvoor hij de omslag of de illustraties heeft gemaakt. Dit kunnen zowel cartoons, strips als tekeningen zijn
Strips Alle strips die op een of andere wijze in boekvorm zijn verschenen
Cartoons Alle verzamelwerken met cartoons
Politiek Boeken met tekeningen, strips en een kleurboek, waarin veelal de Nederlanse politieke situatie aan de orde komt
Tekeningen Boeken met tekeningen
Kalenders  Hier zijn opgenomen Kalenders, Zeurkalenders en Agenda's
Diversen Al het overige werk zoals Prentbriefkaarten, Folders, Spellen e.d.
Toneel  Toneelstukken
Links

 

Internetsites die bij het verzamelen van belang kunnen zijn

 

 

 

 

 

 

Nieuwe publicaties die als laatste zijn toegevoegd aan een van de voorgaande lijsten. Dit kan een pas verschenen werk zijn, maar ook een oudere uitgave, die voor het eerst in deze bibliografie is opgenomen.

 

 

 Titel: Zo zijn we niet getrouwd
 Auteur: Peter van Straaten
 Uitgever: De Harmonie
Jaar: 2008 - maart
Categorie: Cartoons
 Bijzonderheden: Deze uitgave bevat zijn allerbeste tekeningen over een ander favoriet onderwerp: de echtelijke staat in al zijn facetten.

 

 

 

 

 

 
 
 Titel: Hoezo oud?
 Auteur: Peter van Straaten
 Uitgever: Rainbow nummer 893
Jaar: 2008 februari
Categorie: Cartoons
 Bijzonderheden: Een selectie van eerder gepubliceerd werk over "oudere mensen"

 

 

 

 

 

 
 
 Titel: Politiek in Prent 2007
 Auteur: Hans IJsselstein Mulder en Ariane de Ranitz
 Uitgever: Stichting Pers en Prent
Jaar: 2008
Categorie: Politiek
 Bijzonderheden: Tekeningen van Peter op de pagina's 77 t/m 79

 

 

 

 

 

 Titel: Peter's Zeurkalender 2008
 Auteur: Peter van Straaten
 Uitgever: De Harmonie
 Jaar: 2007
 Categorie: Kalenders
 Bijzonderheden: Voor iedere dag een cartoon

 

 

 

 

 

   Titel:  
Lachspiegel - Harry Mulisch Spotprentenportret 
 Auteur: Kitty Staal (redactie)
 Uitgever: De Bezige Bij
 Jaar: 2007
 Categorie: Omslagen en Illustraties
 Bijzonderheden: Dit boek verschijnt t.g.v de 80ste verjaardag van Harry Mulisch, Peter leverde hiervoor 4 cartoons

 

 

 

 

 

   Titel: Zijn we er al ?
 Auteur: Peter van Straaten
 Uitgever: Rainbow nummer 867
Jaar: 2007 juni
Categorie: Cartoons
 Bijzonderheden: Een selectie van eerder gepubliceerd werk over vakantieperikelen

 

 

 

 

 

   Titel: Roken Neuken Drinken
 Auteur: Peter van Straaten
 Uitgever: De Harmonie
Jaar: maart 2007
Categorie: Cartoons
 Bijzonderheden: Recent gepubliceerd werk in een bundel samen gebracht

 

 

 

 

 

 

 

Strips

 

 

Op deze pagina zijn de strips opgenomen waarvan de tekst en de tekeningen door Peter van Straaten zijn gemaakt, alsmede een aantal, waaraan hij als tekenaar heeft meegewerkt.

 

 

Met een asterisk* achter de uitgever geven we aan of een boek in ons bezit is.

 

 

     

 

 

 Jaar Titel Uitgever  
       
1970 Vader & Zn. Van Gennep  *
1971 Vader & Zoon zetten door Van Gennep  *
1972 Vader & Zoon tegen wil en dank Van gennep  *
1972 Llewelyn Fflint Pep-stripweekblad  
  Het mysterie van de nevelhaaien* nr. 13 t/m 16  *
1972 Llewelyn Fflint Pep-stripweekblad  
  Het teken der verdoemden* nr. 28 t/m 31  *
1973 Vader & Zoon door dik en dun Van Gennep  *
1973 Llewelyn Fflint Pep-stripweekblad  *
  De poltergeist van Radham House* nr. 3 t/m 6  
1974 Vader & Zoon in 't Groot Van Gennep  *
1975 Vader & Zoon in de bocht Van Gennep  *
1976  Vader & Zoon gaan het helemaal maken Van Gennep  *
1976 Grenzeloos werkeloos Tropenmuseum  *
  Samen met Waldemar Post    
1977 Vader & Zoon houden vol Van Gennep  *
1978 Vader & Zoon bakken 'm bruin Van Gennep  *
1979 Vader & Zoon maken het bont Van Gennep  *
1980 Vader & Zoon Dubbeldik en Kamerbreed Van Gennep  *
1981 Vader & Zoon leveren in Van Gennep  *
1982 Vader & Zoon staan op de tocht Van Gennep  *
1983 Vader & Zoon draven door Van Gennep  *
1983 Lang leve Fred Leeflang De Meulder  *
  Bijlage bij Stripofiel nr. 48    
1983 Stripwerk Muusses Purmerend *
  Boek over het maken van strips. Tekening Vader & Zoon op pagina 20.  
1984 Vader & Zoon met name Van Gennep  *
1984 Haagse kliekjes Titanic Strip Magazine  *
  nr. 1 t/m 5 (eerste jaargang)    
1985 Vader & Zoon vitaal Van Gennep  *
1985 Tegenaanval De Lijn te Baijum   *
  Leger van striptekenaars Presenteert....Verweer (4 pagina's Peter)  
1986 Vader & Zoon culinair Van Gennep  *
1986 Stripschrift nummer 207  Stripstift
  (Peter tekende in dit blad een pagina van een kettingstrip)  
1987 Vader & Zoon literair Van Gennep  *
1987 Strips voor Mozambique Bredaas Strip Spektakel  *
1988 Vader & Zoon fini Van Gennep  *
1988 Titanic Strip Magazine nummer 43 Titanic Strips Zelhem *
  (Gastrol Vader in Heinz-strip op pagina 14)    
1990 Cartoon Aid - Help de kinderen lachen Stichting Cartoon Aid  *
  Strips van diverse tekenaars en auteurs over voetbal, gemaakt voor een  
  Rode Kruis-actie voor hulp aan kinderen in Corrientes in Argentinië  
1997 Llewelyn Fflint Stripschrift  *
  * Waarin deze verhalen zijn opgenomen plus een  
  interview met Peter van Straaten    
1997 Dertig jaar Stripschap Het Stripschap *
  (tekening uit 1986 op pagina 69)    
1998 Haags Stripwerk Haags Gemeente Archief  *
2000  De dikke Vader & Zoon De Harmonie  *
2000 Kaliber 1 - Tijdschrift voor misdaad en literatuur Scepter Boekproducties *
  (Opzet voor een nooit uitgegeven strip samen met Rinus Ferdinandusse)  
2005 De strip die nooit af was Stripstift  *
  Rinus Ferdinandusse schreef een artikel in Stripschrift nr. 367 over  
  dezelfde strip als hierboven vermeld, maar met daarbij een paar nieuw  
  gevonden stroken.  
2005 De wereld van de Nederlandse strip Terra Lannoo  *
  Kees Kousemaker en Margreet van Hoorn stelden dit boek samen. Van  
  Peter werden in dit boek acht tekeningen geplaatst  

 

 

         

 

 

 

 

 
Links

 

 

 

 

 
 
  Een veelzijdige site met daar in links naar allerlei mogelijkheden om te zoeken op het gebied van bedrukt papier.
     
 
 
  Op deze goedverzorgde site is de Comiclopedia een aanwinst voor de verzamelaar.
     
 
 
  Het Persmuseum heeft een grote verzameling tekeningen,van Peter in bruikleen, die digitaal toegankelijk worden gemaakt.
     
    Op deze site krijgt u door verder te klikken heel veel van en over het werk van Peter te zien.
 
 Het Geheugen van Nederland
   

 

Expositie

 

 

 

 

 

 

 
 
 Tentoonstelling:  
Peters meesters

 

 

Peter van Straaten en zijn inspiratiebronnen
was gehouden van: van 9 februari t/m 4 mei 2008
 Waar: Museum Meermanno

Prinsessegracht 30

2514 AP Den Haag

 Openingstijden:  

Dinsdag t/m Vrijdag van 11.00 tot 17.00 uur

Zaterdag en Zondag van 12.00 tot 17.00 uur

 Bijzonderheden: Te zien zijn werk van Peter in vergelijking met zijn grote voorbeelden, o.a. Jo Spier en van Opland

 

 

 

 

 

 

 
   
   
   
   
   
   
   
   
Peter van Straaten (Arnhem, 1935) is tekenaar. Hij werkt voor Het Parool en Vrij Nederland. Van Straaten kreeg bekendheid met ’Vader & Zoon’ en zijn cartoon ’Dagelijks leven’. In 2006 ontving hij de Gouden Ganzeveer. Het Haagse Museum Meermanno vroeg hem een tentoonstelling over zijn inspiratiebronnen samen te stellen. ’Peters meesters’ is van 9 februari tot 4 mei te zien.

'De Suite-tapes', deel 3
De Shaffy Suite is een serie op de Concertzender over de muziek van Ramses Shaffy. Voor iedere aflevering wordt er iemand geïnterviewd uit het 'gevolg' van Shaffy, die intensief met hem heeft samengewerkt. Deze keer: Polo de Haas.
Hoewel vooral bekend geworden als klassiek pianist, stond hij ook aan de wieg van Ramses' muzikale carrière. De Haas zat achter de piano in Ramses' geflopte musical 'Olé la Marguérita' (1955) en was er ook bij toen in 1964 Shaffy Chantant van start ging.

Polo de Haas:
"Shaffy Chantant was erg gedurfd en avantgardistisch"

- Jullie werkten al in 1955 samen, met de musical ‘Olé la Marguérita’.

“Ja, dat is een totale flop geworden. Ramses was net van de Toneelschool en, expansief als hij is, wou hij toen meteen een vrij groots opgezette show gaan doen, met zo'n beetje tout Amsterdam. Opland zorgde voor de decors, zijn vrouw Soja Tannhauser zong iets - niet van Wagner - Rob van Reijn deed een schitterende pantomime als concertpianist, Femke Boersma - toen heette ze nog Femke Talma – was erbij en Rita Maréchal, een actrice die een jaar of tien geleden is overleden… Er deden heel veel mensen aan mee.”

- Zat er een verhaallijn in?

 
 
   
http://www.petervanstraaten.com/

 

Carmiggelt, Simon

Simon Johannes Carmiggelt, Nederlands dichter en prozaschrijver (Den Haag 7.10.1913 - Amsterdam 30.11.1987). Begon als journalist in zijn geboortestad, maar zou al spoedig faam verwerven met zijn columns, korte prozastukjes waarin hij op humoristische manier voorvallen uit het dagelijks leven beschrijft in de hem typerende ironische stijl. Die stijl kenmerkt zich vooral door understatement, woordspelingen en onverwachte zinsconstructies.

In 1944 vestigde hij zich in Amsterdam waar hij meewerkte aan de illegale pers. Dat bracht hem in contact met Het Parool waaraan hij vanaf 1945 onder het pseudoniem Kronkel bijna dagelijks zijn cursiefje bijdroeg. Uit deze bijdragen stelde hij regelmatig bundels samen die doorgaans een gemeenschappelijk onderwerp of uitgangspunt hebben. Die onderwerpen zijn op zichzelf weer typerend voor het werk van Carmiggelt: Kroegbezoek in Kroeglopen I (1962) en Kroeglopen II (1965); kinderen in Klein beginnen (1950); katten in Poespas (1952); bejaarden in Oude mensen (1963).

Onder het pseudoniem Karel Bralleput schreef Carmiggelt ook poëzie die gebundeld werd in Het jammerhout (1948), Al mijn gal (1954) en Fabriekswater (1956). Ook deze poëzie vertoont de al eerder vermelde eigenschappen van zijn proza: het spel met de ontnuchterende werkelijkheid via ironie en understatement.

Carmiggelt schreef talloze cabaretteksten voor Wim Kan en Wim Sonneveld. Sommige daarvan zijn bewerkingen van eerdere cursiefjes. Voorts verzorgde hij teksten voor films van Bert Haanstra, waarvoor hij de tekst vaak zelf insprak. De VARA-televisie heeft Carmiggelt jarenlang een cursiefje laten voorlezen als een soort ‘dagafsluiting’.

In 1987 verzorgde Carmiggelt samen met Peter van Straaten (wiens tekeningen overigens de sfeer van Carmiggelts teksten uitstekend benaderen) een boek over collegaschrijvers onder de titel Het literaire leven. Die samenwerking kwam al eerder tot uiting in de in 1976 verschenen selectie uit Honderd dwaasheden (1946), verschenen onder de titel Dwaasheden. Carmiggelt correspondeerde met Gerard Reve, die zijn kant van die correspondentie publiceerde in Brieven aan Simon C., 1971-1975 (1982). Carmiggelt gaf zijn brieven uit in Met de neus in de boeken (1983). Zijn grote affiniteit met het werk van Willem Elsschot kwam tot uiting in tal van cursiefjes die hij aan deze Vlaamse auteur heeft gewijd. In 1985 stelde hij Ontmoetingen met Willem Elsschot (Open Domein) samen, waarin hij verslag uitbrengt van zijn bezoeken aan de auteur van Lijmen en Het been en tevens brieven en nagelaten manuscripten opneemt.

In 1989 werd in Amsterdam een tentoonstelling gewijd aan Simon Carmiggelt: Sporen van S. Carmiggelt. Sedert 1985 bestaat er een Vereniging van Carmiggeltvrienden die een eigen periodiek uitgeeft onder de titel Speciaal voor ons. Nieuwsblad voor Carmiggeltvrienden. In 1991 werd in De Steeg (gemeente Rheden, aan de rand van de Veluwe, waar Carmiggelt vaak zijn vakantie doorbracht en waar hij ook regelmatig over schreef) ter ere van Simon en Tiny Carmiggelt een gedenkplaat aangebracht. Al deze gebeurtenissen laten zien dat de belangstelling voor Carmiggelts werk steeds groter is geworden en ook literair erkenning heeft gevonden. Dat wordt bevestigd door de vele literaire prijzen die hem zijn toegekend: onder meer de Jan Campertprijs in 1953, de Constantijn Huygensprijs in 1961 en de P.C. Hooftprijs in 1974.

Al geruime tijd herdrukt De Arbeiderspers het werk van Carmiggelt, waarbij twee oorspronkelijke uitgaven gecombineerd worden in een band. Op die manier ontstaat geleidelijk iets dat op een ‘Verzameld Werk’ begint te lijken.

 

Literatuur: BWN; Oosthoek; WP-lexicon; Carmiggelt, een uitgave samengesteld t.g.v. de bekroning van het oeuvre van Simon Carmiggelt met de vijfjaarlijkse prijs van de Amsterdamse boekverkopersvereniging (1967); M. Ros en G. Komrij, ‘In gesprek met Simon Carmiggelt’ in: Maatstaf 18 (1970-1971) 6, p. 431-445; S. Carmiggelt, uit en over zijn werk (19722); J. Florquin, ‘Gesprek met Simon Carmiggelt’, in: Ten huize van ... 9 (1973) p. 9-86; Kijk, S. Carmiggelt. De schrijver in beeld (19732): G. Bomans, ‘Bij Carmiggelt thuis’, in: Van de hak op de tak (19736) p. 119-159; L. Verhuyck en Th. Jochems. Simon Carmiggelt (Grote ontmoetingen 2, 1975, 19782); F. de Swert, ‘Simon Carmiggelt’ in: Zes auteurs in beeld (1977) p. 7-28; C. de Ruiter. Over het proza van Simon Carmiggelt (Synthese, 1979); Tony van Verre ontmoet Simon Carmiggelt (1979); G. Reve en S. Carmiggelt. In gesprek (opgetekend door Max van Rooy e.a. 1980); Ch. Boost, Ed van Thijn e.a.. Carmiggelt 70 (1983); R. Rubinstein. Mijn beter ik. Herinneringen aan Simon Carmiggelt (1991); K. Fens, ‘Paradijs in de schemer’, in: Voetstukken, een keuze uit de essays 1964-1980 (1991), p. 140-151; A. Leijdekker. ‘Enig’ werk van Simon Carmiggelt, tentoonstelling (1992); R. Broens. Carmiggelt op een rijtje. Overzicht van alle boeken van de hand van S. Carmiggelt (19952); S. Witteman en Th. van den Bergh. S. Carmiggelt. Een levensverhaal (1998); H. van Gelder. Carmiggelt. Het levensverhaal (1999); A. Meinderts en D. Welsink (red.). Vier lichte letterheren (Schrijversprentenboek 44, 1999).

 

 

 

 
   
Ook als schrijver heeft Peter van Straaten zijn sporen verdiend. Met name zijn columns over het roerige leven van Agnes, haar zoon Daniël en vriend Arthur (inmiddels echtgenoot), die wekelijks in Vrij Nederland staan, kennen een grote populariteit en zijn al vele malen in boekvorm verschenen.
(Meer bij de Nederlandse Stripgeschiedenis 
 

 

Peter van Straaten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

 
Ga naar: navigatie, zoeken

Peter van Straaten (Arnhem, 25 maart 1935) is een Nederlands cartoonist en striptekenaar. Hij maakt zowel politieke prenten alswel grappen over 'het leven'.

Van Straaten doorliep een opleiding aan de Kunstnijverheidschool te Amsterdam.

Hij begon zijn carrière in 1958 bij Het Parool, in eerste instantie als reportagetekenaar. Later begon hij ook politieke tekeningen te maken. Hij startte in 1968 met de strip Vader en Zoon in Het Parool. Deze politieke strip werd een groot succes en bleef tot in de jaren tachtig verschijnen. Sindsdien verzint hij dagelijks een onderschrift en maakt er een tekening bij voor Het Parool in de serie Dagelijks Leven. Daarnaast publiceerde hij onder meer in Humo, Penthouse en Vrij Nederland. Voor laatstgenoemd tijdschrift schreef hij tussen 1984 en 2000 ook een wekelijkse feuilleton over het 'slordig leven' van de alleenstaande Agnes.

Zijn oudere broer Gerard is eveneens bekend als illustrator.

 

 
   
   
   
   
 
Plaaggeest van de polderpolitiek
 Profiel: Opland

DOOR Sander Pleij en Peter Vermaas

In 1973 vierde tekenaar Opland zijn vijfentwintigjarig jubileum bij de Volkskrant. Een stoet aan politici woonde de opening bij van de bij die gelegenheid aan de Wibautstraat ingerichte tentoonstelling. Romme was er. Ook Beernink, Burger, Steenkamp, Zijlstra en vele andere kopstukken gaven acte de présence. Ministersvrouwen vertelden dat ze wekelijks de hardste karikaturen uit de krant knipten en de ministers hingen die boven hun werktafel op de diverse departementen. Hoe scherper de tekening, hoe mooier de minister die zei te vinden. Toenmalig VVD-senator Harm van Riel verwoordde in zijn feestrede de gevoelens van de politici. «Griezelig vind ik u allerminst», zei hij tegen de jubilaris, «want ik zie u niet als een politieke kracht van betekenis. Wel bent u een van de grootste kunstenaars van het land.»
Het was niet de eerste keer dat de meest gevierde politiek tekenaar van Nederland door de politiek zelf onschadelijk werd gemaakt. Al eerder, in 1964, nam minister van Buitenlandse Zaken Luns, die er in menige prent zwaar van langs kreeg, vrolijk glim lachend een bundeling werk van Opland in ontvangst. Het was ook niet de laatste keer. Nog steeds hangen de ministeriële werk kamers vol karikaturen van «hofnar» Opland die tegen wil en dank steeds meer is opgeslorpt door de allesoverheersende Nederlandse consensuspolitiek. Zijn tekeningen bleven scherp en hard, maar het oordeel in Den Haag bleef mild. De tekenaar werd een van de schakels in de polderpolitiek, waar een oprechte opinie en een woeste verontwaardiging met fluwelen handschoen worden opgepakt, aangehoord en vriendelijk terzijde geschoven.
Hij was het zich terdege bewust. De overdreven loftuitingen van politici waren verdacht. «Die lui weten heel goed hoe dat werkt, dat het gênant voor je is», zei hij in 1984. Zoals het een rechtgeaard politiek commentator betaamt, probeerde hij derhalve zelf zo ver mogelijk van Den Haag weg te blijven. «Het is corrumperend om politici tegen te komen», verklaarde hij in een interview in dagblad Trouw. En aan Het Parool vertelde hij in 1993: «Hun beste verweer is om te zeggen dat ze het weer enig gevonden hebben. Ik heb ooit een tekening gemaakt van Luns waarin ik hem totaal in de grond trapte, hij bleef er misschien nog net een stukje boven uitsteken. Maar toen ik hem sprak, zei hij met die stem van hem: ?Nou, dat was een van je beste, heur!? Inkapselen is hun beste wapen, maar het is tuig waar zwaar op gelet moet worden.»
Tevreden was hij wanneer er een kleine aanwijzing leek te zijn dat hij meer was dan de vleesgeworden repressieve tolerantie en een door de politiek geadopteerde hofnar. In het café liep hij Hans van Mierlo weleens tegen het lijf. «Een oprecht iemand», vond Opland. En «misschien (?) daarom als politicus niet geslaagd». De D66-voorman was immers de enige die durfde opbiechten toch wel enige moeite te hebben met de karikaturen die Opland van hem maakte. Na een vernietigende prent was de politicus twee volle dagen van slag, bekende hij de trotse tekenaar.

Afgelopen maandag werd Rob Wout, zoals Opland in het echt heet, in Amsterdam begraven, temidden van vrienden, familie en collega�s. Maar zonder politici. De «slachtoffers», zoals Opland ze placht te noemen, van de politieke prenten die langer dan een halve eeuw verschenen in de Volkskrant en De Groene Amsterdammer, hebben van deze plaaggeest geen gevaar meer te duchten.
Zijn debuut in De Groene Amsterdammer was op 22 februari 1947. Rob Wout (1928) bediende zich toen voor het eerst van het pseudoniem Opland, dat geïnspireerd was op de achternamen van twee vroegere schoolmaatjes � Klaas op �t Land en Eddy van Opzeeland. Onder enkele andere schuilnamen had hij ook tekeningen geplaatst gekregen in onder meer Het Parool en Vrij Nederland. Een pseudoniem was bittere noodzaak, zou hij later zeggen. Hij had in die tijd immers nog het vaste voornemen zijn studie politicologie aan de «Zevende Faculteit» van de Universiteit van Amsterdam af te ronden teneinde later diplomaat te worden. Op de hbs had hij zich bewezen als scherp politiek analyticus, al werd hem dat in die tijd nog niet bepaald in dank afgenomen. Een opstel waarin hij het opnam voor de vrijheidsstrijd van de Indonesiërs werd tot zijn grote woede slechts beloond met een vier.
Omdat het van een wekelijkse Groene-tekening moeilijk rondkomen is, had hij zijn betrekking als assistent van Ed Hoornik bij Vrij Nederland aangehouden. J.M. Lücker, hoofdredacteur van de Volkskrant, had Hoornik verteld dat hij Opland de beste politieke tekenaar van dat moment vond. Hoornik belde Lücker en binnen tien minuten kwam de Volkskrant-chef in een Amerikaanse slee voorrijden. Met zijn aanstelling bij de Volkskrant, ruim een jaar na zijn debuut in De Groene, kon hij zijn baantje bij Vrij Nederland opzeggen. Tegen de zin van Lücker bleef hij bij «de vréselijke papenhaters» van De Groene in dienst. Al was het maar om zijn geweten te sussen, want de Volkskrant was toch een «vrij rechtse, nou zéér rechtse» krant en «eigenlijk (?) een rotkrant». «Ik wil een vogeltje zijn dat blijft kwinkeleren», verklaarde Opland zijn aanhoudende aanwezigheid bij De Groene. «Wie het eerst komt, die het eerst maalt», kreeg Lücker te horen. In een interview in 1984 met Max Arian en Geke van der Wal zei hij erover: «Ik dacht: Dan ben ik verkocht en verraden. Dan zit ik in een club waar ik helemaal niet thuis hoor en verder existeer ik helemaal niet.»
Toch paste de protestant Opland meer bij die roomse Volkskrant-cultuur dan hij zelf wilde geloven. Zijn barokke taalgebruik en Bourgondische levensstijl sloten volkomen aan op de «schuttersstukken» die hij in zijn beginjaren voor zowel De Groene als de Volkskrant fabriceerde. Onder invloed van hoofdredacteur Dijkstra werd in het weekblad in de jaren zestig zijn stijl steeds abstracter. Het waren «intellectuele spelletjes» die hij daar speelde, de prenten werden «bijna cryptogrammen», vond hij zelf. In de Volkskrant bleven de gedetailleerde winterlandschappen en middeleeuwse veldslagen met de tierlantijnen en verklarende tekstballonnen verschijnen.
Rob Wout, de mens, was de breedsprakige bohémien die zo past bij de Volkskrant-tekeningen. Bladerend door oude interviews spat tussen Oplands-Russische kreten als Godsammekrakepitten, Slidosna, betski, batski, savonje, trovatski en Slaboedelje het gezang van de bladzijden. «Drie kleine consumpties die stonden op een rij.» «Voort voort, bij weer en wind, in de wilden sneeuwjacht, langs beemd en vaart, brits en brats?» «Wer reitet so spät durch Nacht und Wind? en het kind was dooood?», «In mijn vooronder, ben ik een hypochonder.» Zijn zorgen over de wereld waren oprecht, maar in tegenstelling tot de meeste kinderen van de revolutie van de jaren zestig behield hij zijn gevoel voor humor. Vietnam, Nixon, blind Amerikanisme � hij kon er ongeveinsd boos om worden, maar ondertussen bleef Rob Opland genieten.
Vaak is geschreven dat hij zijn felste terechtwijzingen exclusief reserveerde voor de buitenlandse politiek. Nixon werd voorzien van een almaar aanzwellende penisneus en kreeg in 1973 in De Groene op een zeker moment zelfs onverbloemd een hakenkruis op zijn revers. En generaal De Gaulle en Margaret Thatcher kregen een vergelijkbare weinig verholen behandeling. De Nederlandse politiek werd in de prenten van Opland gepresenteerd zoals die was: dorps. In een vraaggesprek in 1969 dat volgens interviewer Martin van Amerongen behoudens «enige oprispingen van levenslust» rustig verloopt en «slechts af en toe (wordt) onderbroken als onze gastheer de onweerstaanbare behoefte in zich voelt opwellen een Iers volkslied in Chinese zetting te zingen, een Bach-aria te parafraseren, een Russische veldprediker te imiteren of een orakelspreuk uit te spreken», bevestigt Opland deze visie op de Nederlandse politiek. «Ik beschouw het zo�n beetje als het krentenweggen in? eh? dinges en het midwinterblazen in Twente en al die andere halfgefrustreerde aangelegenheden in Nederland. In Nederland wordt een president die niet bevalt meteen van drie kanten tegelijk voor z�n raap geschoten, wat me ook weer iets te ver gaat. Dat zal je hier niet gebeuren. De politiek is hier nog omgeven met mufheid, braafheid, starheid, naïviteit.»
Op een enkele uitschieter na � hij tekende een week voor de val van het kabinet-Den Uyl in maart 1977 voor De Groene een grasveldje met daaronder de tekst: «Stukje grond door de Groene tegen gebruikswaarde aangeboden, teneinde een galg op te richten voor de heer Van Agt» � bleven zijn Nederlandse prenten voor het oog milder dan die over het buitenland. Het leek of hij ridiculiseerde en over Chili, Israël en Vietnam pas écht boos werd. Zo leverde de activist Opland bij De Groene eens een vierkant zwart vlak in met daarin slechts in blokletters de tekst: «Stop moord in Vietnam!».
De activist Opland, die ook belangeloos verantwoordelijk was voor de affiches van het Medisch Comité Nederland-Vietnam, het Chili Comité, Nederland Bekent Kleur en het Komitee Kruisraketten Nee. Een cabaretier verklaarde eens plechtig op televisie nog slechts geld te doneren en met demonstraties mee te lopen wanneer het «Opland-keurmerk» er op zat. «Heeft Opland er een plaat voor gemaakt, dan deugt het.»
Maar hoezeer de meermalen gelauwerde Opland zelf in de idealen van een rechtvaardiger samenleving bleef geloven, de wereld om hem heen veranderde. En niet in de richting die hij wenste. De krullenjongens rukten op, de ideologieën werden overboord gegooid. Niet alleen bij de Volkskrant, zelfs bij zijn geliefde Groene Amsterdammer, waarbij hij tot de laatste snik ook zitting had in het dagelijks bestuur. Hij leek zich steeds meer een der laatste Mohikanen te voelen, door de Volkskrant allengs minder gewaardeerd. «Tijden veranderen, inzichten veranderen, dat haalt je de koekoek», verzuchtte Ben Haveman, journalist bij de Volkskrant, afgelopen maandag in een prachtige toespraak bij de begrafenis. «Dus ineens waren er influisteringen die met grote stelligheid meldden dat politieke prenten van deze snit eigenlijk te barok dus uit de tijd waren. Influisteringen die meldden dat je van nieuwe dus jeugdige lezers met zapgedrag geen cultuurhistorisch besef, laat staan waardering voor het Opland-oeuvre mocht verwachten, daar kwam het wel zo ongeveer op neer», zei Haveman. «Ach», vervolgde hij, «de polderjournalistiek lijkt allerwegen een tikje in de war te wezen.»