Woordenboek
Nederlands - Vlaams
Woordenlijst Vlaams - Nederlands: zie
Zeg
niet ... maar ...
Aanbiedstation: containerpark
Acceptgiro: overschrijvingsformulier
Achterstandswijk: woonwijk voor weinig
vermogenden, vaak allochtonen
Afrijden: je rijexamen afleggen
Agekey/agechip: code op je bankpas waaruit blijkt
dat je ouder bent dan 16, binnenkort verplicht om
sigaretten te kunnen 'trekken' uit een automaat (zie
roken)
Aso: iemand die asociaal gedrag vertoont
Banjeren: rondtrekken, zwerven, opvallend heen en
weer lopen
Belazeren: bedriegen, oplichten
Beppen: kletsen
Bijdehandje: pienter kind
Blauwbekken: kou lijden
Bolletjesslikker: drugskoerier die zijn voorraad
inslikt
Bonnefooi in 'op de bonnefooi': op goed geluk
Brugklas: eerste jaar middelbaar
Brugpieper: 12-jarige, leerling van de brugklas
Buurten: een babbeltje slaan
Camper: mobilhome, kampeerwagen
Chargeren: advocaat van de duivel spelen,
overdrijven, aanvallen
Chippen: met de Nederlandse versie van Proton
betalen
Chipknip: Nederlandse versie van Proton
Das: sjaal
Doctorandus: licentiaat (wie afgestudeerd is aan
de universiteit, mag zich doctorandus noemen in
Nederland)
Doordouwer: hardnekkige doorzetter
Eng: beangstigend
Epibreren: niet nader te omschrijven
werkzaamheden verrichten en daarbij doen alsof het heel
belangrijk is
Filistijnen in 'naar de Filistijnen gaan': kapot
gaan, vernield worden
Flappentappen: geld uit de geldautomaat halen
Fysiotherapeut kortweg 'fysio': kinesist
Geinig: grappig
Geinponum: Amsterdamse grappenmaker
Gesjeesd: gebuisd
Gesodemieter: gedoe, gezeur, geknoei
Gironummer: rekeningnummer bij de Postbank
Grienen: huilen
Groepspraktijk: huisartsen, fysiotherapeuten en
tandartsen vestigen zich vaak met meerderen in 1 huis en
vervangen elkaar
Hangjongeren: jongeren die in groepjes doelloos 'rondhangen'
op straat
Hangplekken: georganiseerde samenkomstplek voor
hangjongeren
Hannesen: tijd verspillen met nutteloze
bezigheden, onhandig zijn
Hard in 'het gaat hard': snel
Heet: pikant
Hengsten: blokken (hard studeren) of hard slaan (timmeren)
Hoop zoals in 'er is een hoop ellende in de
wereld': heel veel
'Hoop licht aan, niemand thuis': mevrouw is wel
uitvoerig opgemaakt, maar niet heel slim
Huisartsenpost: centrale die bereikbaar is buiten
de uren dat je bij je eigen huisarts terecht kan
Jeremiëren: jammeren
Jezes Mina!: allemachtig!
Jip-en-Janneketaal: helder, eenvoudig taalgebruik
(genoemd naar de kinderboekenpersonages van Annie M.G.
Schmidt)
Jus d' orange ('sjuderans'): sinaasappelsap,
appelsiensap
Kaduuk: kapot
Kakkineus: bekakt, verwaand, pretentieus
Kanen: met smaak eten, smullen
Keten: drukte maken
Kinnesinne: afgunst, jaloezie
Klaar-over: vrouw die kinderen helpt oversteken
bij het verlaten van de school, verkeersbrigadier
Kliekjes: overschotjes, maaltijd samengesteld uit
restjes van vorige dag
Kloffie: volks woord voor kleding, meestal wordt
vrijetijdskleding bedoeld
Kneusje: zielenpoot
Kukelen (ergens vanaf kukelen): vallen, tuimelen
Lang: kan ook 'groot' betekenen zoals in 'die man
is lang'
Lazeren: smijten, vallen, zeuren (nogal
multitoepasbare term, dus)
Leesmoeder: moeder die gaat voorlezen in de
school van haar kind
Lekker bekken: ('dat bekt lekker'): goed klinken
Lekkerbekje: soort gebakken vis
Lol: ('doe me een lol'): plezier ('doe mij een
plezier')
Lopen: wandelen
Lullig: flauw, vervelend
Lyceum: middelbare school
'Lyceum achter, museum voor': dame die zodanig
niet naar haar leeftijd gekleed is dat je schrikt als ze
zich met het gezicht naar je toe draait
Matsen: bevoordelen
Mazzel (-aar, -kont, -pik): geluk (-svogel, -zak)
Mazzel!: tot ziens!
Miep: Griet
Mobieltje: gsm
Naar: vervelend
Nou: algemeen stopwoord, te gebruiken als: 'en
of!' ('nou, he!'); als 'welnu, awel' ('Nou, ...') of
gewoon als 'nu' ('Nou breek me klomp!': 'Nu breekt mijn
klomp')
Ongesteld zijn: je maandstonden hebben,
menstrueren
Opleuken: mooier maken, versieren
Opoe: grootmoeder (niet te verwarren met opa!)
Opslomen: rustiger aan gaan doen
Opzouten!: bol het af!
Ouwehoer: kletstante, babbelaar (geen prostituée
op leeftijd!)
Ouwehoeren: (1) zemelen, zwammen (2) in 'lekker
ouwehoeren': vertrouwelijk of intiem met elkaar kletsen
'Over de rooie gaan': te ver gaan, over zijn
toeren gaan, tilt slaan
Paars: verwijzing naar de coalitie van VVD en
PvdA die acht jaar lang het beleid heeft gemaakt in
Nederland (tot 2002)
Pakkie-an in 'dat is mijn pakkie-an niet': dat is
mijn taak/zorg niet
Pampus in 'voor Pampus liggen': in zwijm liggen
vanwege teveel gedronken of gegeten of vanwege de hitte
Pief: hooggeplaatst persoon, 'rare pief': rare
vent
Piek: oude gulden, 'dertig piek': dertig gulden
Pielen: met iets doelloos of pietepeuterigs bezig
zijn
Pinnen: met je bankkaart betalen
Pinpas: bankkaart
Pleuren: smijten (volkse term)
Poepen: een grote boodschap produceren, zijn
gevoeg doen
Prakkizeren/prakkezeren: peinzen, piekeren
Pretpakket: lessenpakket zonder exacte
wetenschappen
Prik in 'drankje met prik': bubbels,
koolzuurhoudend
Prinsjesdag: derde dinsdag van september (troonrede
van de koningin en bekendmaking miljoenennota/begroting)
Rug: 1.000 gulden
Sikkeneurig: lusteloos, onvriendelijk
Sinas: limonade op basis van sinaasappel, niet te
verwarren met sjuderansj
Sjans hebben: versierd worden, bij iemand heel
erg in de smaak vallen (andere vormen van 'chance/geluk
hebben' is 'mazzelen')
Sjoege in 'geen sjoege hebben van': geen kennis
hebben van, geen benul hebben van
Sleurhut: caravan
Slinger in 'een slinger geven': een lift geven
Sneu: spijtig
Snor in 'zijn snor drukken': er tussenuit gaan,
zich terugtrekken
Sodeju!: typische vloek
Sodemieter in 'op zijn sodemieter geven': onder
zijn voeten geven, zijn vet geven
Sodemieteren: smijten, vallen
Sporen in 'hij spoort niet helemaal': hij heeft
ze niet alle vijf
'Spuit elf in actie': 'allez, hij heeft het ook
door' of 'daar zie, hij zal ook nog eens iets zeggen'
Taugé: sojascheuten
Ton: 100.000 euro
Trek: honger
Typisch in 'typisch, he!': grappig, vreemd,
opmerkelijk
Uitlopers: scheuten aan aardappels
Uit z'n neus zitten te eten: niks te doen hebben
Vaste prik: gewoonte
Verhoging: koorts (niet te verwarren met 'periodieke
verhoging': jaarlijkse loonsopslag)
Verpieteren: verkommeren
Vinex-locatie: locaties voorbehouden voor
stedelijke uitbreiding (nieuwbouwwijken, dus)
'Voor een scheet en drie knikkers': voor een
appel en een ei
'Voor geen meter' in 'het werkt voor geen meter':
helemaal niet
Zaniken: zeuren
Zeiken: ongelooflijk zeuren
Zeikerd: chronische zeur
Zieken: anderen ergeren, vervelend doen
Zin an ('daar heb ik geen zin an'): zin in; op
die manier gebruikt door Pim Fortuyn en sindsdien in de
taal geslopen.
'Zo gepiept!': 't zal rap gebeurd zijn!