.

 

 

 
 

accuplaza.be

Alles achter de stekker

 

onderdelen-bestellen.nl

 

duchtcowboys.eu

afstandsbediening.net

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

 

 

 

 
Vlaanderen is in hedendaagse context de noordelijke deelstaat van België. Op bestuurlijk vlak vormt ze het geheel van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest. Het is een van de welvarendste[1][2] en meest dichtbevolkte[3] regio’s in Europa. De hoofdstad van Vlaanderen is Brussel, dat evenwel een zelfstandig gewest vormt én tevens de hoofdstad van België en de Franstalige gemeenschap is. De Vlaamse Gemeenschap is er bevoegd voor de Nederlandstalige inwoners
In 862 werd de uit Laon afkomstige Boudewijn I (bijgenaamd Boudewijn met de ijzeren arm) er de eerste gouwgraaf. Hij was een telg uit de stam Morini van de Oude Belgen, een Gallisch volk. De eerste expansie bereikte Boudewijn I door een huwelijk met Judith, de dochter van de West-Frankische koning Karel de Kale, waardoor hij ook zeggenschap kreeg over de pagi Gandensis (Gent), Wasiae (Waas), Tarvannensis (Terwaan), en Rodanensis (Rodenburg, nu Aardenburg). Zijn zoon Boudewijn II de Kale vergrootte het bezit door grondverwerving maar ook door moord op tegenstanders, zoals de aartsbisschop van Reims en Herman van Vermandois. Kortrijk, Artesië, Bonen en Doornik werden door hem aan het graafschap toegevoegd. Onder Arnulf II (962) verloor het graafschap aan macht, maar diens zoon Boudewijn IV maakte het verval ongedaan en ontwikkelde wolproductie op de kustschorren, een opmaat voor de latere bloei van de belangrijkste steden Brugge, Gent, Rijsel, Kortrijk en Ieper met voornamelijk handel in wol en laken.

Inmiddels was door huwelijken een stevige band ontstaan met het Franse hof en in 1051 ontstond een (tijdelijke) personele unie met het graafschap Henegouwen door de verbintenis van Boudewijn VI met gravin Richildis van Bergen. Ook de opvolgende graven hadden nauwe banden met Frankrijk, hetgeen zich ook uitte door deelname aan diverse kruistochten.

In 1119 werd Karel de Goede graaf van Vlaanderen, een Deense prins die acht jaar later kinderloos werd vermoord na een conflict met een adellijke familie in Brugge. De opvolgingsstrijd werd met steun van de Vlaamse steden beslecht in het voordeel van Diederik van de Elzas, die in ruil de steden invloed verleende op het feodale bestuur. Zijn zoon Filips bouwde de macht verder uit door verbindingen met het Franse hof, huwde zelf een Portugese prinses maar stierf kinderloos, waardoor het graafschap vererfde aan Boudewijn van Henegouwen. Na deze tweede personele unie ontstond onder Boudewijn IX een verwijdering van Frankrijk, dat aanspraak maakte op Vlaams bezit. De graaf werd in 1205 na een kruistocht vermist en zijn 6-jarige dochter Johanna kon de daaropvolgende vermindering van macht niet keren. Twee jaar later werd zij met haar zuster Margaretha overgebracht naar het Franse hof. Vlaanderen en Henegouwen waren daardoor feitelijk onderworpen aan de Franse koninklijke familie Capet. In 1212 werd dit bekrachtigd door het verdrag van Pont-à-Vendin, waarmee Vlaanderen formeel werd overgedragen aan Frankrijk. De echtgenoot van Johanna, de Portugese prins Ferrand, verzette zich tegen het verdrag en kreeg daarbij steun van Engeland (Jan zonder Land) en Duitsland (Otto IV). Dit leidde tot een Franse inval in 1213, waarbij onder meer de stad Damme werd geplunderd. Een jaar later versloegen de Fransen te Bouvines de te hulp gesnelde Duitse keizer Otto IV. Ferrand werd gevangengenomen en Vlaanderen werd een vazal van de Franse koning Filips August. Het geraakte meer en meer betrokken bij de Frans-Engelse tegenstellingen, werd afhankelijk van de Franse kroon en werd vanaf 1226 verplicht ongunstige verdragen met Frankrijk af te sluiten.

Pas in 1297 keerde de (Franstalige) graaf Gwijde van Dampierre zich tegen de Franse invloed in Vlaanderen en sloot een militair verbond met Engeland. In 1300 was het Franse geduld op en Filips de Schone liet Vlaanderen bezetten en annexeren met hulp van Fransgezinde stadsbesturen (leliaards). Graaf Gwijde werd gevangengezet, maar kon rekenen op steun van de Liebaards: adel, ambachtslieden en boeren. Openlijk verzet vond plaats tijdens de Brugse metten op 18 mei 1302, een bloedige overval van Bruggelingen op Franse troepen die een dag eerder de onrustige stad hadden ingenomen. Het bleek de opmaat voor een bevrijdingsoffensief richting Kortrijk en op 11 juli werden de Fransen bij die stad verslagen in de Guldensporenslag onder leiding van Willem van Gulik, Gwijde van Namen, Phillipus Baelde, Pieter van Belle, en Jan III van Renesse. Vrijwel alle 2000 Franse ridders, gesteund door Godfried van Brabant, lieten in die slag het leven en 500 gouden sporen van het slagveld werden opgehangen in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Kortrijk.

Vlaanderen herwon zijn zelfstandigheid van vroeger, maar werd twee jaar later bij de Slag bij Pevelenberg in 1304 tijdens de onderhandelingen tot zware toegevingen gedwongen nadat die slag onbeslist eindigde. De graaf van Vlaanderen bleef onafhankelijker dan de andere Franse leenmannen, maar de Franse koning verstevigde zijn gezag en de graaf boette een deel van oude verworvenheden in. Het is pas na de Bourgondische eenmaking en de Honderdjarige Oorlog dat Vlaanderen uit het Frans leenverband werd gelicht, wat een definitief beslag vond in 1548 met de Vrede van Augsburg.

In 1323 brak in de Vlaamse kuststreek verzet uit tegen buitensporige grafelijke belastingen. De Kerels van Vlaanderen onder bevel van Nicolaas Zannekin veroverden zelfs Nieuwpoort, Veurne, Kortrijk en Ieper. Pas 5 jaar later slaagde graaf Lodewijk van Nevers er met Franse steun in de opstand na de Slag bij Kassel bloedig te onderdrukken.

Door de steun van Lodewijk van Nevers aan Frankrijk in de Honderdjarige Oorlog tegen Engeland, raakte Vlaanderen in een economische crisis nadat de Britten in 1336 de aanvoer van wol en levensmiddelen staakten. Het leidde tot het stilvallen van de wol- en lakenindustrie en een daaropvolgende verpaupering. In Gent brak als reactie in december 1337 een opstand uit tegen de Fransgezinde graaf. Onder leiding van Jacob van Artevelde werd in Gent een revolutionair bewind gevestigd dat zich in de Frans-Engelse strijd neutraal verklaarde. De graaf vluchtte naar Frankrijk en de Vlaamse steden sloten een verbond met Engeland. De Engelse wolstapel keerde weliswaar terug, maar tegelijkertijd nam de invloed van Londen op het Vlaamse bestuur fors toe. Dat niet alle Vlamingen hier gerust op waren bleek bij de moord door Gentenaren op Jacob van Artevelde bij diens terugkeer van een gesprek met de Engelse vorst Edward III. De lynchpartij werd gevoed door geruchten over een mogelijke overdracht van het graafschap aan de Prins van Wales.

In 1369 raakte Vlaanderen weer in het Franse kamp door het huwelijk van de grafelijke dochter Margaretha met de Bourgondische hertog Filips de Stoute. Deze kwam in 1382 zijn schoonvader Lodewijk van Male te hulp bij het neerslaan van een sociale opstand in Gent, ditmaal geleid door Filips van Artevelde in het voetspoor van zijn vader. Bij Westrozebeke werd het Gentse verzet vernietigd en Van Arteveldes lijk werd op een rad tentoongesteld. Twee jaar later, in 1384 werd Filips de Stoute zelf graaf van Vlaanderen en begon de Bourgondische periode.

 Vlaanderen en Brabant

Het Hertogdom Brabant lag ten oosten van het Graafschap Vlaanderen. Het deelde met zijn Vlaamse buur eenzelfde taal en cultuur. Terwijl Vlaanderen een Frans leen was (hoewel de mark Ename van Vlaanderen met onder andere Aalst een deel van het Duitse Rijk was), erkende Brabant de Duitse keizer als leenheer. Politiek en economisch waren Vlaanderen en Brabant geduchte rivalen. Met steden als Brussel, Leuven, Mechelen, Antwerpen en 's-Hertogenbosch was Brabant een erg welvarende regio.

In 1106 kreeg Godfried van Leuven (Godfried met den baard) na het verwerven van Antwerpen de hertogelijke waardigheid over Neder-Lotharingen en werd tegelijk markgraaf van Antwerpen en landgraaf van Brabant, een leen van de Duitse keizer Hendrik V. De machtsuitbreiding ging niet zonder slag of stoot, want in 1139 braken de Grimbergse Oorlogen uit, een strijd tussen Brabant en de Heren van Grimbergen en Berthout die zich uitstrekte over twintig jaar. Pas na 1183 (inmiddels had ook de verwerving van het graafschap Aarschot plaatsgehad) werd Brabant zelf een hertogdom onder Hendrik I van Brabant. In 1190 eindigde de verbinding met Neder-Lotharingen na het opheffen van dat hertogdom door de Duitse Rijksdag. Verdere expansie vond plaats richting oosten. In 1204 werd een deel van Maastricht ingenomen en in 1288 versloeg Jan I van Brabant bij Woeringen de aartsbisschop van Keulen en verkreeg het hertogdom Limburg.

Aan het einde van de 14e eeuw (1384) kwam Vlaanderen in handen van Bourgondische erfgenamen, in 1430 gevolgd door Brabant (met Limburg). Zo raakten De Lage Landen in de 15e eeuw verenigd in de Bourgondische Nederlanden, of de zogenaamde Zeventien Provinciën. Op het hoogtepunt van hun macht heersten de Bourgondische hertogen over een gebied dat zich uitstrekte over Noordoost-Frankrijk, Luxemburg en het huidige België en Nederland.

 De Bourgondische/Habsburgse tijd

Toen in 1477 Karel de Stoute de laatste hertog van Bourgondië sneuvelde, nam de Franse koning Lodewijk XI Bourgondië zelf in bezit. De Nederlanden werden voortaan geregeerd door Maximiliaan I van Oostenrijk van Habsburg.

De oorlog tegen Spanje

Zie ook: Tachtigjarige Oorlog

In 1556 kwamen de Zeventien Provinciën onder Spaans bewind, via de zoon van Keizer Karel V, Filips II. Het harde bestuur, de zware belastingen en de vervolging van de protestanten leidden tot een gewapende opstand. In 1576 werd de Pacificatie van Gent gesloten tussen alle gewesten behalve Luxemburg. Maar de Waalse gewesten werden tussen 1576 en 1579 heroverd door het Spaanse leger. Bovendien scheidden de Picardische gewesten zich af in 1579 met de Unie van Atrecht; een Heel-Nederlandse opstand was hiermee mislukt. Maar de Nederlandstalige gewesten vochten door en sloten de Unie van Utrecht. In 1581 scheidden de noordelijke provincies (inclusief Vlaanderen en belangrijke delen van Brabant) zich af en vormden in 1648 een aparte republiek: het latere Nederland, maar Vlaanderen en Brabant werden van 1579 tot 1585 heroverd door Alexander Farnese, hertog van Parma en Spaanse landvoogd van de Nederlanden.

 Verliezen aan Frankrijk

De westelijke provincies kwamen tussen 1659 en 1678 opnieuw onder Frans bewind, metname na de slag aan de Peene (de streek tussen Sint-Omaars en Ieper is Frans geworden na deze slag).

 Oostenrijkse Nederlanden

In 1714 kwam de rest van de Zuidelijke Nederlanden onder Oostenrijks bestuur, na het uitsterven van de Spaanse tak van de Habsburgers en het aantreden van de Bourbons. Dit bleef zo tot 1795.

Verenigde Nederlandse Staten

Zie ook: Brabantse Omwenteling

Zoals de andere Oostenrijkse Nederlanden riep ook het graafschap Vlaanderen zijn onafhankelijkheid uit. Dit gebeurde op de Vrijdagmarkt te Gent op 4 januari 1790. Het "Manifest van Vlaenderen" was opgesteld door Charles-Joseph de Graeve en Jan Jozef Raepsaet. Echter, de Verenigde Nederlandse Staten werden niet internationaal erkend, en door interne verdeeldheid verzwakt herstelden de Oostenrijkers eind 1790 gemakkelijk weer hun gezag.

 Franse periode

Zie ook: Franse tijd

Frankrijk viel de Zuidelijke Nederlanden binnen in 1792 en won de Slag bij Jemappes, maar werd later door Oostenrijk weer verdreven bij Neerwinden. In 1794 behaalde Frankrijk een overwinning bij Fleurus en bezette de Zuidelijke Nederlanden, deze keer voor langere tijd, tot 1814. In 1798 kwamen enkele Vlaamse, Brabantse en Limburgse boeren in opstand tegen de Franse bezetting, maar deze Boerenkrijg was kansloos tegen de sterke legers van Frankrijk.

Hier eindigt de geschiedenis van het graafschap Vlaanderen definitief. Het werd omgevormd tot twee Franse departementen, departement van de Leie en departement van de Schelde, die zouden blijven bestaan als de provincies Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen. Ook het oude Hertogdom Brabant komt hier aan haar einde, en wordt opgesplitst in Dijle en de Twee Neten (de latere provincies Antwerpen en Zuid-Brabant). Het Prinsbisdom Luik werd opgesplitst in een Franstalig deel (de latere Provincie Luik) en een Nederlandstalig deel, dat samen met het oude hertogdom Limburg en Spaans Opper-Gelre de nieuwe provincie Beneden-Maas vormden (dit werd het latere Hertogdom Limburg).
Door de Franse overheersing werden de Nederlandstaligen in de Zuidelijke Nederlanden zich er langzaam van bewust, niet 'Frans' te zijn, maar wat men wél was, bleef nog onduidelijk. Een nationaal bewustzijn was er nog niet.

 Nederlandse periode

 

In 1815, na de nederlaag van Napoleon te Waterloo werden de Oostenrijkse Nederlanden (het latere België) herenigd met het voormalige Koninkrijk Holland. Dit Verenigd Koninkrijk der Nederlanden kwam onder het bestuur van de protestantse Willem I die in het katholieke zuiden vanwege de Ultramontanen en de Franstalige bourgeoisie tegenwind kreeg.

De Nederlandstaligen in het zuiden (toen al bekend als 'Vlamingen'), werden zich er van bewust 'Nederlandstalig' te zijn (wat in de beginperiode van het latere België synoniem was aan 'Vlaams').

Het Verenigd Koninkrijk duurde niet lang; in 1830 kwam het tot een breuk tussen noord en zuid met de Belgische Revolutie, die geïnspireerd was door de Julirevolutie in Frankrijk.

 Belgische periode

In de loop van 1830 werd Willem I door een revolutie verdreven. De Zuidelijke Nederlanden werden op 21 juli 1831 een onafhankelijk koninkrijk : België.

[bewerk] Nieuwe verhoudingen: het Frans wordt dominant

Het jonge koninkrijk had een strak in Brussel gecentraliseerd bestuur en koos in 1830 Frans als officiële taal. Het Frans ging het openbare leven domineren en werd de taal van het gerecht, de administratie, het leger, de cultuur, de media. Frans was de taal van de politieke en economische elite. De Nederlandstaligen hadden nauwelijks politieke of economische macht. Ze werden bestuurd, onderwezen en berecht in een taal die de meesten niet begrepen.

Hof, regering en parlement zetelden in Brussel. Rond dat politieke centrum groeide geleidelijk ook een financieel-economische elite. In een razendsnel tempo kreeg Brussel een Franssprekende boven- en middenlaag. Lager en middelbaar onderwijs kon men nagenoeg enkel in het Frans volgen zodat het Frans geleidelijk ook in de lagere sociale klassen binnensijpelde.

In de algemene geschiedschrijving wordt aangenomen dat rond 1840 de termen 'Vlaanderen' en 'Wallonië' zijn ontstaan, om respectievelijk het Nederlandstalige (Vlaamse) en het Franstalige (Waalse) deel van België aan te geven. Als men het alleen over het voormalige graafschap had, zei men meestal de beide Vlaanderen, om een duidelijk onderscheid te maken tussen het Vlaanderen van vóór en na de Franse tijd.

In dezelfde periode trok Brussel massa’s inwijkelingen aan, het grootste deel uit Vlaanderen. Vlaanderen was eeuwenlang een van de rijkste regio’s van Europa geweest, maar maakte in de 19e eeuw een periode van economisch verval en hongersnood door. Ook die inwijkelingen verfransten: wie eentalig Nederlands was, had geen enkele kans om hogerop te geraken.

Toch brak de culturele en politieke eigenheid van duizend jaar Vlaamse cultuur stilaan door. Vanaf 1876 werd opnieuw in het Nederlands les gegeven, maar dan gemengd Frans-Nederlands. Volledig Nederlandstalig onderwijs kwam er pas in 1930, toen de Universiteit Gent vernederlandst werd, en in 1932 voor het secundair onderwijs. In 1938 werd Nederlands ook een voertaal binnen het leger.

 Vlaamse strijd voor gelijke rechten

 

Tegen deze verregaande achterstelling ontstond meer en meer reactie. De Vlaamse Beweging ijverde voor sociale en politieke gelijkberechtiging van de Vlamingen, een begrip dat niet alleen meer op de inwoners van het graafschap Vlaanderen sloeg, maar op alle Nederlandstalige Belgen. Gedurende de twee wereldoorlogen collaboreerde een belangrijk deel van de Vlaamse Beweging met de Duitse bezetter. Niettemin bereikte ze meer en meer resultaten. Zo werd het Nederlands terug ingevoerd als onderwijstaal en in de administratie in Vlaanderen. Voor een korte periode in 1944 werd België zelfs opgesplitst in een Rijksgouw Vlaanderen en een Rijksgouw Wallonië; maar spoedig daarna kwam de bevrijding en herstelde de Belgische regering haar gezag.

In de periode 1962/63 was er de definitieve vaststelling van de taalgrens tussen noord en zuid.

In 1968 verlieten Franstalige studenten en hoogleraren de oude universiteitsstad Leuven om 25 km ten zuiden in Waals (dus Franstalig) gebied een nieuwe universiteit te bouwen: Louvain-la-Neuve. In hetzelfde jaar werd ook de Universiteit van Brussel opgedeeld in twee eenheden: de Vrije Universiteit Brussel en de Université Libre de Bruxelles. Er kwam een wijziging van de grondwet in 1970 welke België in vier taalgebieden deelt (Nederlands in Vlaanderen, Frans in Wallonië, het tweetalige Brussel en de Duitstalige Oostkantons), en drie cultuurgemeenschappen: een Nederlandse, een Franse en een Duitse, met in 1973 de uitbreiding van de taalwetten van 1962 (ook binnen bedrijven en werkplaatsen moet de taal worden gebruikt van het gebied waarin men zich bevindt).

 Vlaanderen wordt een deelstaat

 

Op 7 december 1971 werd de Nederlandse Cultuurraad geïnstalleerd. Die was bevoegd voor alles wat met taal en cultuur te maken heeft. Het was nog geen volwaardig parlement: de leden zaten ook al in de Kamer of de Senaat. In 1980 werd de Vlaamse Raad opgericht, net als de Taalunie tussen België en Nederland.

De regering-Martens ging nog een stapje verder, ze deelde de centrale staat België op in gewesten en gemeenschappen, waardoor de unitaire staat België verdwijnt. Het zijn telkens autonome delen met een soms verregaande vorm van zelfbestuur. De gewesten nemen economische bevoegdheden voor hun rekening, terwijl de gemeenschappen over taal en cultuur beslissen. De Vlaamse Cultuurraad werd vervangen door de Vlaamse Gemeenschapsraad. Deze verkreeg de bevoegdheden van een volwaardig parlement.

In 1993 was er opnieuw een wijziging van de grondwet (het Sint-Michielsakkoord onder Jean-Luc Dehaene). België is nu een federale staat, samengesteld uit de gemeenschappen (de vroegere cultuurgemeenschappen) en gewesten (Vlaams Gewest, Waals Gewest en Brussels Gewest). In 1995/96 werd de Vlaamse Raad omgevormd tot volwaardig Vlaams Parlement, met eigen verkiezingen en een eigen regering.

Typerend voor de mentaliteitswijziging is ook de naamsverandering van de BRTN (Belgische Radio en Televisie - Nederlands), die in 1998 haar naam veranderde in VRT (Vlaamse Radio en Televisie). Na het uiteenvallen in een Franstalige en een Nederlandstalige vleugel, introduceerde ook een groeiend aantal politieke partijen het woord Vlaams in hun naam, waarna ze electorale successen boekten : naast Vlaams Blok/Belang (sinds 1978) en N-VA (Nieuw-Vlaamse Alliantie, sinds 2001) (beiden voortgekomen uit de Volksunie) ook (Open) V.L.D. (Vlaamse Liberalen en Democraten, tot 1992 PVV), CD&V (Christen-Democratisch en Vlaams, tot 2001 CVP) en VLOTT (Vlaams Lib. Onafh. Tolerant Transparant, sinds 2005).

 

 

Op 30 november 1813 zette Willem na achttien jaar weer voet op Nederlandse bodem. In Londen was hij per brief uitgenodigd als "Soeverein vorst" de regering op zich te nemen. De brief was afkomstig van de Haagse notabelen Gijsbert Karel van Hogendorp, Adam François van der Duijn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum. Maar feitelijk was dit slechts het excuus voor deze staatsgreep die door de Engelse geheime dienst, aangestuurd door de Britse minister van buitenlandse zaken, Castlereagh, werd uitgevoerd. (Vóór de Franse tijd was er helemaal geen koninkrijk, dus van herstel daarvan kon geen sprake zijn). Willem aanvaardde hun uitnodiging en een Engels fregat bracht hem naar de kust van Scheveningen. Met een boerenwagen werd hij vervolgens naar het strand gereden. Een van de eerste dingen die hij in Nederland deed, was een proclamatie uitvaardigen, waarin hij aankondigde: "Ons gemeene Vaderland is gered: De oude tyden zullen weldra herleeven." Er kwam in 1815 een Oproerwet en de persvrijheid werd aan banden gelegd. Van Hogendorp werd door de koning ontslagen wegens kritiek op de gang van zaken

In 1815 keerde Napoleon kortstondig terug en aan Willem werden op het Congres van Wenen de voormalige Oostenrijkse Nederlanden toegezegd, (die hij reeds stilzwijgend had bezet). De Nederlanden zouden, zo hoopten Engeland en Pruisen, een sterke bufferstaat aan Frankrijks noordgrens vormen. Op 16 maart 1815 nam Soeverein Vorst Willem I zelf de titel Koning der Nederlanden aan. Hij werd ook Hertog van Limburg en Groothertog van Luxemburg. Voor de kroning in de Nieuwe kerk is een houten model met goud beschilderd, blijkbaar was er zo snel niets anders voor handen. Zo ontstond een Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Een nieuwe grondwet werd opgesteld: het Zuiden werd verplicht samen te gaan met het Noorden. Willem was tevreden met zijn machtsuitbreiding; Engeland behield evenwel Duinkerken als steunpunt op het continent.

Koning Willem I kon gebruik maken van de bestuurlijke infrastructuur die het Franse Keizerrijk en het Koninkrijk Holland hadden achtergelaten. De republikeinse inwoners van het noorden waren gewend geraakt aan een centraal bestuur met een hofcultuur. Willem I versterkte die cultuur door hoffunctionarissen te benoemen. Er werd een nieuwe adel gecreëerd in de Noordelijke provincies waar oude adel vrijwel ontbrak of uitgestorven was. Koning Willem I wilde geen politieke afrekening met de bestuurlijke elite die Lodewijk Napoleon en Napoleon I hadden gesteund; hij benoemde zelfs voormalige patriotten zoals Jan Willem Janssens op hoge posten. De koning zag zijn ministers als zijn "dienaren" en liet zijn Koninklijke Besluiten steeds contrasigneren, zichzelf indekkend.

De regering zou om het jaar in 's-Gravenhage en in Brussel resideren. Voor de koning werd een nieuw Koninklijk paleis in Brussel gebouwd. Willem I beschikte ook over het Kasteel van Laken, het Huis ten Bosch, Paleis Soestdijk, Paleis het Loo, Paleis Noordeinde, en het Paleis op de Dam. Een aantal Oranje-residenties had de Franse tijd niet overleefd. De voertaal van het hof was Frans en de wetten werden in het Frans en het Nederlands afgekondigd.

Willem als absoluut monarch wilde als verlicht despoot wel enkele hervormingen uit de Franse Tijd handhaven. Willem was een economische ondernemer, die veel investeringen deed in de Belgische industrie. Hij was oprichter en zelf ook een belangrijke aandeelhouder van de, later Belgische, Generale Maatschappij. In 1824 stichtte hij de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Willem was verdienstelijk voor de Waterstaat. Nieuwe kanalen en straatwegen werden in zijn opdracht aangelegd, eindigde dit met winst dan was het in zijn voordeel. Eindigde dit in verlies dan droeg de staat dit. Ook nam hij het initiatief voor de aanleg van spoorwegen. Willem was de eerste kapitalistische heerser van Europa, die met enigszins moderne methoden zijn inkomsten enorm vergrootte terwijl het volk verpauperde. Een derde van de bevolking van Amsterdam leefde van de bijstand. Hij was daarbij zeker niet recht door zee. Zijn vermogen werd in 1815 geschat op 10 miljoen en werd 25 jaar later geschat op 200 miljoen gulden, het twintigvoudige. Hij maakte werk van de invoering van het metrieke stelsel en wilde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden een eenheidsstaat.
Op godsdienstig en taalkundig gebied ondervonden deze hervormingen weerstand. In Vlaanderen werd Nederlands de officiële taal, tot ongenoegen van de in sterke mate verfranste burgerij. Ook de staatscontrole op de katholieke seminaries kwam hem op verzet te staan. De katholieken wilden zich niet onderwerpen aan deze protestantse vorst. Toen op 25 augustus 1830 een nationalistische opera in Brussel werd opgevoerd (De Stomme van Portici), brak de Belgische Revolutie uit, die uitmondde in een onafhankelijk België.

Willem stuurde zijn oudste zoon in 1831 op veldtocht naar Brussel om daar gewapender hand België te behouden. Deze Tiendaagse Veldtocht werd ondanks aanvankelijke successen een fiasco ook omdat de Franse koning troepen stuurde om België te helpen verdedigen. Willem zag zich genoodzaakt een wapenstilstand te aanvaarden. Hoewel Willem de steun van de grootmachten verloor, bleef hij zich koppig tegen vrede verzetten. De "koopman - koning" maakte de staat praktisch bankroet en zijn reputatie als betrouwbaar financieel genie kreeg een deuk. Willem moest in 1839 gedwongen vrede sluiten met de jonge Belgische staat. De afscheiding vereiste nu een grondwetswijziging, waarbij ook de strafrechtelijke verantwoording voor de Koning werd ingevoerd (1840). Dit was een inperking van 's konings macht en Willem vond dit te ver gaan.

 Abdicatie

Dit en de Belgische afscheiding waren de voornaamste redenen voor Willem om op 7 oktober 1840 troonsafstand (abdicatie) te doen ten gunste van zijn zoon die daarna als Willem II de troon besteeg. Willem was al impopulair maar werd nog impopulairder toen hij in 1841 trouwde met de katholieke H.R. rijksgravin Henriëtte d'Oultremont de Wégimont, die stamde uit een Waalse (en dus Belgische) adellijke familie. Willems abdicatie betekende niet het einde van zijn bemoeienissen met 's Rijks financiën, hij leende de staat tegen rente een grote som "verkregen" geld om bankroet te voorkomen. In 1843 overleed Willem in Berlijn op 71-jarige leeftijd.

Vrij onbekend is dat Willem I reeds overgrootvader was toen hij overleed; zijn kleinzoon, de latere koning Willem III, was reeds vader geworden van de latere kroonprins Willem (Wiwill). Doordat Wiwill in 1879 overleed en nooit op de troon kwam, kunnen we niet spreken van het tegelijk leven van vier regerende generaties staatshoofden. Een portret van de vier generaties samen is niet bekend. De enige keer dat de vier generaties samen min of meer in het openbaar verschenen, was tijdens de doop van achterkleinzoon Wiwill in 1840. Bij zijn overlijden was er net een tweede achterkleinzoon geboren: Maurits (15 september 1843), en was zijn kleindochter

 


 

CHANCE voor Vlaams Nederland
Wie maakt het mogelijk?

 


Wij zullen jullie de waarheid vertellen…

Vlaams Nederland een nieuwe provincie...
Enige opmerkingen gezien op het Internet
zien jullie hieronder:
Wij geven alleen weer wat wij gezien hebben,
wij zijn het met veel zaken ook niet eens,
maar de Belgen moeten dat natuurlijk zelf oplossen.
Daarom is het onderstaande een beetje onzin.

 

 

Een Belgische politieke partij wil dat de Vlaamse regering de banden aanhaalt met Nederland. De Vlaamse deelstaat moet op meer terreinen samenwerken dan alleen taal, cultuur, onderwijs en wetenschap.

Maar een fusie tussen Vlaanderen en Nederland is niet de bedoeling.
''In plaats van permanent naar het zuiden te kijken en het lot van Vlaanderen te laten afhangen van de Franstalige en Waalse politieke agenda, moet Vlaanderen zijn blik veel meer naar het noorden durven richten'',.

Een politiek parij  streeft al lang naar een onafhankelijke republiek Vlaanderen. De partij heeft echter geen macht, omdat andere politici deze partij weren uit alle mogelijke coalities. Nederland en België werken al samen in organisaties als de Taalunie en de aloude Benelux.

De optie van een fusie tussen Nederland en Vlaanderen moet overwogen worden. zo vertelde een Nederlnadse politieke partij in een interview met De Telegraaf. Men gaf aan dat de Vlamingen en de Walen elkaar zat zijn. Een fusie zou bovendien economisch goed zijn.

"Nederland krijgt er de haven Antwerpen bij, een luchthaven, we hebben cultureel veel met elkaar gemeen, het zou goed zijn voor de werkgelegenheid, het zou ruimte geven, hun schoolsysteem is goed, de belastingen zijn lager", zegt deze partij  "Dus laat premier Balkenende eens met zijn Vlaamse collega gaan praten om te kijken of er een nieuwe unie kan ontstaan." Men benadrukt dat een fusie wel vrijwillig moet zijn. "Het is niet de bedoeling dat we een of ander korps naar het zuiden sturen." een partij in Nederland stelt voor een referendum uit te schrijven in Nederland en Vlaanderen.

 

 

            Onbekend in het Vlaams
 
NEDERLANDS VLAAMS
bonafide betrouwbaar
flappentapper geldautomaat
huis krijgen huis huren of kopen
koffie staat klaar koffie wordt gezet als men er om vraagt
malafide onbetrouwbaar
mazzel geluk
mok grote (hoge) kop, tas
mokken ontstemd zijn maar er niets over zeggen (bokken)
mollen vernietigen
slijterij winkel, handel in wijn en sterke drank
verpieteren krachteloos worden, te veel gekookt of gebraden worden
verspijkeren aanpassen, veranderen

 

            Onbekend in het Nederlands
 
VLAAMS NEDERLANDS
ad valvas op de informatieborden
aftrekker vloerwisser
ambetant vervelend
ambetanterik irritant mannetje
appelsien sinaasappel
autostrade snelweg
basketters hoge sportschoenen
beenhouwer slager
blein blaar
bloemsuiker poedersuiker
bomma oma
botinnen laarzen
buizen, gebuisd zijn zakken (op school)
chambrant kozijn
dienst na verkoop gratis service
doorgaan naar huis gaan
droogkuis stomerij
duimspijker punaise
foefelen sjoemelen
foert verrek
fondant pure chocolade
frigo koelkast
gazet krant
gereserveerd voorbehouden
goesting hebben trek hebben
het aftrappen weggaan
iets niet weten te zijn niet weten waar het is
inhoudstafel inhoudstabel
immobilien vastgoed
interimbureau uitzendbureau
inwijkeling / uitwijkeling immigrant / emigrant
kipkap gehakt
klappen kletsen
kot kamer
krieken morellen, zure kersen
kuisen poetsen
kw (algemeen gekende merknaam) regenjasje
likstok lolly
mazoet stookolie
met iemand zijn voeten spelen iemand voor de gek houden
metsen metselen
misval miskraam
naft benzine
nagel spijker
nestels schoenveters
noemen heten
occasie tweedehands (auto)
omslag envelop
overlaatst laatst, onlangs
pagadder kwajongen
park box (voor baby's)
pejoratief minachting uitdrukkend
pietzak gelukzak
pillamp zaklamp
pillen batterijen
pinken richtingaanwijzers van de auto gebruiken
plat water spa blauw
plooien vouwen
pompelmoes grape fruit
pompier brandweer
pries stopcontact
proper schoon
prullen niet erg zinvol bezig zijn
recto verso dubbelzijdig
rekker snelbinder
rekkertje elastiekje
schotelvod vaatdoek
schuifaf glijbaan
seffens dadelijk
sloeker gulzigaard
smoutebollen oliebollen
solden opruiming
stortbad douche
talloor bord
tas kopje
toeter claxon
tournevies schroevedraaier
tut fopspeen
valling verkoudheid
verbrodden verprutsen
vijs schroef
vuilblik blik (van veger en blik)
zagen zeuren
zetel zitbank
zijn kat sturen niet komen opdagen
zwier schommel

 

Verschillende uitdrukking

 

VLAAMS

NEDERLANDS

babbelen

praten

batterij (auto)

accu

bijhouden

bewaren

constatatie

constatering

deur is los / vast

deur is open / op slot

doorgaan

ervandoorgaan

er was geen kat

er was geen hond

foto trekken

foto maken

frieten

patat

fruitsap

jus d'orange

garagepoort

garagedeur

geld opdoen

geld uitgeven

gelukzak

bofkont

gemeubeld

gemeubileerd

glaswolvezel

glasvezelwol

het kan me nie bommen

het kan me niet schelen

het is beginnen regenen

het is gaan regenen

je hebt het zitten

je hebt pech

klierkoorts

ziekte van Pfeiffer

kom: om te koken

pan

komt ten enen uit

maakt niet uit

limonade

een specifiek merk limonade

mengelen

mengen

microgolf(oven)

magnetron

mijn frank is gevallen

het kwartje is gevallen

mortel

specie

muskaatnoot

nootmuskaat

op verplaatsing spelen (sporten)

uit spelen

open deur

open huis

op de bus stappen

in de bus stappen

overlopen van een lijst

doorlopen van een lijst

paar en onpaar

even en oneven

pan: om te braden

pan

perte-total

total loss

protonkaart

chipknip

rijkswacht

marechaussee

schuif

la

schepen

wethouder

stylo, bic

ballpoint

u

jou

volzet

vol

vuilbak

prullenbak

wandelen, lopen

lopen, rennen

wit zwart foto's

zwart wit foto's

wijsheidstand

verstandskies

zeker en vast

vast en zeker

zes en negentig drie: 96.3

zes en negentig drie: 96.03

 

Woordenboek

 

Nederlands - Vlaams

Woordenlijst Vlaams - Nederlands: zie Zeg niet ... maar ...

Aanbiedstation: containerpark
Acceptgiro: overschrijvingsformulier
Achterstandswijk: woonwijk voor weinig vermogenden, vaak allochtonen
Afrijden: je rijexamen afleggen
Agekey/agechip: code op je bankpas waaruit blijkt dat je ouder bent dan 16, binnenkort verplicht om sigaretten te kunnen 'trekken' uit een automaat (zie roken)
Aso: iemand die asociaal gedrag vertoont
Banjeren: rondtrekken, zwerven, opvallend heen en weer lopen
Belazeren: bedriegen, oplichten
Beppen: kletsen
Bijdehandje: pienter kind
Blauwbekken: kou lijden
Bolletjesslikker: drugskoerier die zijn voorraad inslikt
Bonnefooi in 'op de bonnefooi': op goed geluk
Brugklas: eerste jaar middelbaar
Brugpieper: 12-jarige, leerling van de brugklas
Buurten: een babbeltje slaan
Camper: mobilhome, kampeerwagen
Chargeren: advocaat van de duivel spelen, overdrijven, aanvallen
Chippen: met de Nederlandse versie van Proton betalen
Chipknip: Nederlandse versie van Proton
Das: sjaal
Doctorandus: licentiaat (wie afgestudeerd is aan de universiteit, mag zich doctorandus noemen in Nederland)
Doordouwer: hardnekkige doorzetter
Eng: beangstigend
Epibreren: niet nader te omschrijven werkzaamheden verrichten en daarbij doen alsof het heel belangrijk is
Filistijnen in 'naar de Filistijnen gaan': kapot gaan, vernield worden
Flappentappen: geld uit de geldautomaat halen
Fysiotherapeut kortweg 'fysio': kinesist
Geinig: grappig
Geinponum: Amsterdamse grappenmaker
Gesjeesd: gebuisd
Gesodemieter: gedoe, gezeur, geknoei
Gironummer: rekeningnummer bij de Postbank
Grienen: huilen
Groepspraktijk: huisartsen, fysiotherapeuten en tandartsen vestigen zich vaak met meerderen in 1 huis en vervangen elkaar
Hangjongeren: jongeren die in groepjes doelloos 'rondhangen' op straat
Hangplekken: georganiseerde samenkomstplek voor hangjongeren
Hannesen: tijd verspillen met nutteloze bezigheden, onhandig zijn
Hard in 'het gaat hard': snel
Heet: pikant
Hengsten: blokken (hard studeren) of hard slaan (timmeren)
Hoop zoals in 'er is een hoop ellende in de wereld': heel veel
'Hoop licht aan, niemand thuis': mevrouw is wel uitvoerig opgemaakt, maar niet heel slim
Huisartsenpost: centrale die bereikbaar is buiten de uren dat je bij je eigen huisarts terecht kan
Jeremiëren: jammeren
Jezes Mina!: allemachtig!
Jip-en-Janneketaal: helder, eenvoudig taalgebruik (genoemd naar de kinderboekenpersonages van Annie M.G. Schmidt)
Jus d' orange ('sjuderans'): sinaasappelsap, appelsiensap
Kaduuk: kapot
Kakkineus: bekakt, verwaand, pretentieus
Kanen: met smaak eten, smullen
Keten: drukte maken
Kinnesinne: afgunst, jaloezie
Klaar-over: vrouw die kinderen helpt oversteken bij het verlaten van de school, verkeersbrigadier
Kliekjes: overschotjes, maaltijd samengesteld uit restjes van vorige dag
Kloffie: volks woord voor kleding, meestal wordt vrijetijdskleding bedoeld
Kneusje: zielenpoot
Kukelen (ergens vanaf kukelen): vallen, tuimelen
Lang: kan ook 'groot' betekenen zoals in 'die man is lang'
Lazeren: smijten, vallen, zeuren (nogal multitoepasbare term, dus)
Leesmoeder: moeder die gaat voorlezen in de school van haar kind
Lekker bekken: ('dat bekt lekker'): goed klinken
Lekkerbekje: soort gebakken vis
Lol: ('doe me een lol'): plezier ('doe mij een plezier')
Lopen: wandelen
Lullig: flauw, vervelend
Lyceum: middelbare school
'Lyceum achter, museum voor': dame die zodanig niet naar haar leeftijd gekleed is dat je schrikt als ze zich met het gezicht naar je toe draait
Matsen: bevoordelen
Mazzel (-aar, -kont, -pik): geluk (-svogel, -zak)
Mazzel!: tot ziens!
Miep: Griet
Mobieltje: gsm
Naar: vervelend
Nou: algemeen stopwoord, te gebruiken als: 'en of!' ('nou, he!'); als 'welnu, awel' ('Nou, ...') of gewoon als 'nu' ('Nou breek me klomp!': 'Nu breekt mijn klomp')
Ongesteld zijn: je maandstonden hebben, menstrueren
Opleuken: mooier maken, versieren
Opoe: grootmoeder (niet te verwarren met opa!)
Opslomen: rustiger aan gaan doen
Opzouten!: bol het af!
Ouwehoer: kletstante, babbelaar (geen prostituée op leeftijd!)
Ouwehoeren: (1) zemelen, zwammen (2) in 'lekker ouwehoeren': vertrouwelijk of intiem met elkaar kletsen
'Over de rooie gaan': te ver gaan, over zijn toeren gaan, tilt slaan
Paars: verwijzing naar de coalitie van VVD en PvdA die acht jaar lang het beleid heeft gemaakt in Nederland (tot 2002)
Pakkie-an in 'dat is mijn pakkie-an niet': dat is mijn taak/zorg niet
Pampus in 'voor Pampus liggen': in zwijm liggen vanwege teveel gedronken of gegeten of vanwege de hitte
Pief: hooggeplaatst persoon, 'rare pief': rare vent
Piek: oude gulden, 'dertig piek': dertig gulden
Pielen: met iets doelloos of pietepeuterigs bezig zijn
Pinnen: met je bankkaart betalen
Pinpas: bankkaart
Pleuren: smijten (volkse term)
Poepen: een grote boodschap produceren, zijn gevoeg doen
Prakkizeren/prakkezeren: peinzen, piekeren
Pretpakket: lessenpakket zonder exacte wetenschappen
Prik in 'drankje met prik': bubbels, koolzuurhoudend
Prinsjesdag: derde dinsdag van september (troonrede van de koningin en bekendmaking miljoenennota/begroting)
Rug: 1.000 gulden
Sikkeneurig: lusteloos, onvriendelijk
Sinas: limonade op basis van sinaasappel, niet te verwarren met sjuderansj
Sjans hebben: versierd worden, bij iemand heel erg in de smaak vallen (andere vormen van 'chance/geluk hebben' is 'mazzelen')
Sjoege in 'geen sjoege hebben van': geen kennis hebben van, geen benul hebben van
Sleurhut: caravan
Slinger in 'een slinger geven': een lift geven
Sneu: spijtig
Snor in 'zijn snor drukken': er tussenuit gaan, zich terugtrekken
Sodeju!: typische vloek
Sodemieter in 'op zijn sodemieter geven': onder zijn voeten geven, zijn vet geven
Sodemieteren: smijten, vallen
Sporen in 'hij spoort niet helemaal': hij heeft ze niet alle vijf
'Spuit elf in actie': 'allez, hij heeft het ook door' of 'daar zie, hij zal ook nog eens iets zeggen'
Taugé: sojascheuten
Ton: 100.000 euro
Trek: honger
Typisch in 'typisch, he!': grappig, vreemd, opmerkelijk
Uitlopers: scheuten aan aardappels
Uit z'n neus zitten te eten: niks te doen hebben
Vaste prik: gewoonte
Verhoging: koorts (niet te verwarren met 'periodieke verhoging': jaarlijkse loonsopslag)
Verpieteren: verkommeren
Vinex-locatie: locaties voorbehouden voor stedelijke uitbreiding (nieuwbouwwijken, dus)
'Voor een scheet en drie knikkers': voor een appel en een ei
'Voor geen meter' in 'het werkt voor geen meter': helemaal niet
Zaniken: zeuren
Zeiken: ongelooflijk zeuren
Zeikerd: chronische zeur
Zieken: anderen ergeren, vervelend doen
Zin an ('daar heb ik geen zin an'): zin in; op die manier gebruikt door Pim Fortuyn en sindsdien in de taal geslopen.
'Zo gepiept!': 't zal rap gebeurd zijn!

 

Stamboom Willem van Oranje-Nassau (1772-1843)
Grootouders Willem IV van Oranje-Nassau (1711-1751)
x 1734
Anna van Hannover (1709-1759)
August Willem van Pruisen (1722-1758)
x 1742
Amalia van Brunswijk-Wolfenbüttel (1722-1780)
Ouders Willem V van Oranje-Nassau (1748-1806)
x 1767
Wilhelmina van Pruisen (1751-1820)
Willem I van Oranje-Nassau (1772-1843)
Gehuwd met x 1791
Wilhelmina van Pruisen (1774-1837)
x 1841
Henriëtte d'Oultremont de Wégimont (1792-1864)
Kinderen Willem II (1792-1849)
x 1816
Anna Paulowna Romanov (1795-1865)
Frederik (1797-1881)
x 1825
Louise van Pruisen (1808-1870)
Paulina (1800-1806) Marianne (1810-1883)
x 1830
Albert van Pruisen (1809-1872)
-
Kleinkinderen Willem III (1817-1890)
Alexander (1818-1848)
Hendrik (1820-1879)
Ernst Casimir (1822)
Sophie (1824-1879)
Louise (1828-1871)
Willem (1833-1834)
Frederik (1836-1846)
Maria (1841-1910)
- Charlotte (1831-1855)
zoon (1832)
Albert (1837-1906)
Elisabeth (1840)
Alexandrine (1842-1906)
-


 

Stamboom Margriet van Oranje-Nassau (1943)
Grootouders Bernhard van Lippe-Biesterfeld (1872-1934)
x 1909
Armgard van Sierstorpff-Cramm (1883-1971)
Hendrik van Mecklenburg-Schwerin (1876-1934)
x 1901
Wilhelmina van Oranje-Nassau (1880-1962)
Ouders Bernhard van Lippe-Biesterfeld (1911-2004)
x 1937
Juliana van Oranje-Nassau (1909-2004)
Margriet van Oranje-Nassau (1943)
x 1967
Pieter van Vollenhoven (1939)
Kinderen Maurits (1968)
x 1998
Marilène van den Broek (1970)
Bernhard jr (1969)
x 2000
Annette Sekrève (1972)
Pieter Christiaan (1972)
x 2005
Anita van Eijk (1969)
Floris (1975)
x 2005
Aimée Söhngen (1977)
Kleinkinderen Anna van Lippe-Biesterfeld van Vollenhoven (2001)
Lucas van Lippe-Biesterfeld van Vollenhoven (2002)
Felicia van Lippe-Biesterfeld van Vollenhoven (2005)
Isabella van Vollenhoven (2002)
Samuel van Vollenhoven (2004)
Benjamin van Vollenhoven (2008)
Emma Francisca Catharina van Vollenhoven (2006) Magali Margriet Eleonoor van Vollenhoven (2007)
 
Stamboom Juliana van Oranje-Nassau (1909-2004)
Grootouders Frederik Frans II van Mecklenburg-Schwerin (1823-1883)
x 1868
Marie van Schwarzburg-Rudolstadt (1850-1922)
Willem III van Oranje-Nassau (1817-1890)
x 1879
Emma van Waldeck-Pyrmont (1858-1934)
Ouders Hendrik van Mecklenburg-Schwerin (1876-1934)
x 1901
Wilhelmina van Oranje-Nassau (1880-1962)
Juliana van Oranje-Nassau (1909-2004)
x 1937
Bernhard van Lippe-Biesterfeld (1911-2004)
Kinderen Beatrix (1938)
x 1966
Claus van Amsberg (1926-2002)
Irene (1939)
x 1964
Karel Hugo van Bourbon-Parma (1930)
Margriet (1943)
x 1967
Pieter van Vollenhoven (1939)
Christina (1947)
x 1975
Jorge Guillermo (1946)
Kleinkinderen Willem-Alexander (1967)
Johan Friso (1968)
Constantijn (1969)
Carlos (1970)
Margarita (1972)
Jaime (1972)
Carolina (1974)
Maurits (1968)
Bernhard jr (1969)
Pieter Christiaan (1972)
Floris (1975)
Bernardo (1977)
Nicolas (1979)
Juliana jr (1981)

 

 
 
Stamboom Bernhard van Lippe-Biesterfeld
Grootouders Ernst Casimir van Lippe-Biesterfeld (1842-1904)
x 1869
Caroline van Wartensleben (1844-1905)
Aschwin van Sierstorpff-Cramm (1846-1909)
x 1872
Hedwig van Sierstorpff (1848-1900)
Ouders Bernhard van Lippe-Biesterfeld (1872-1934)
x 1909
Armgard van Sierstorpff-Cramm (1883-1971)
Bernhard van Lippe-Biesterfeld (1911-2004)
x 1937
Juliana van Oranje-Nassau (1909-2004)
Kinderen Beatrix (1938)
x 1966
Claus van Amsberg (1926-2002)
Irene (1939)
x 1964
Karel Hugo van Bourbon-Parma (1930)
Margriet (1943)
x 1967
Pieter van Vollenhoven (1939)
Christina (1947)
x 1975
Jorge Guillermo (1946)
Kleinkinderen Willem-Alexander (1967)
Johan Friso (1968)
Constantijn (1969)
Carlos (1970)
Margarita (1972)
Jaime (1972)
Carolina (1974)
Maurits (1968)
Bernhard jr (1969)
Pieter Christiaan (1972)
Floris (1975)
Bernardo (1977)
Nicolas (1979)
Juliana jr (1981)
 

 

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

 
Ga naar: navigatie, zoeken
Stamboom Bernhard van Lippe-Biesterfeld
Grootouders    
Ouders  
 
Kinderen        
Kleinkinderen        
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
   

Marexa foundation All rights are protected